Skip to main content

Ontvangen inzendingen

Zeventien

  • Annemieke Taffijn

Zeventien

Wat heb ik een jong koppie op die foto.
Eigenlijk durfde ik niet eens in de lens van de schoolfotograaf te kijken.
Op de achtergrond hoorde ik de meiden uit mijn klas iets fluisteren over lelijke eendjes.
Eentje zei recht in mijn gezicht “iedereen krijgt wat zij verdient. Jij dus niets.”

Ik sla het fotoalbum dicht. Mijn leven nu … ik heb het achter me gelaten … maar het jonge, veel geplaagde meisje zit nog steeds in me.

Charlotte was het populairste meisje van de klas. Mijn klasgenoten verdrongen zich om haar heen. Ze hoefde maar te wijzen en ze deden wat zij wilde. Haar lange blonde haren, goudbruine ogen, modekleding en sportieve lijf maakten haar tot een schoolicoon. De top van de klas. Onderaan de ladder, eigenlijk in de modder stond ik, Loes. De laagste in rang, de voetveeg. Ze negeerden me, behandelden me als een dienstmeid en nooit mocht ik meedoen met sporten of een feestje.
De laatste schooldag viel er een last van mijn schouders, ik danste naar huis.
Het is voorbij ... dacht ik.

Tot nu. Charlotte stuurde me een bericht. “En kom je nog?” Eerst druk ik de tekst weg. Later kijk ik op haar profiel.
Ze heeft nog steeds lang blond haar, haar witte tanden stralen en haar kleding ziet er duur uit.
Mijn rug plakt, ik wil wegkruipen in de grote leunstoel in mijn woonkamer. Maar ik blijf als een standbeeld zitten. Pijnscheuten banen zich een weg, van mijn tenen tot het puntje van mijn kruin, ik word misselijk.
Na een kwartier kijk ik nog een keer naar haar bericht. “Hoi Loes, we houden op zeven mei een reünie van onze middelbare bij mij thuis, in de tuin. Kom je ook?”
Ik gooi mijn telefoon in de hoek van de bank, maak een afwerend gebaar, klem mijn kaken op elkaar en zie hoe het licht van mijn mobiel uitgaat. Het woord reünie laat mijn slapen bonzen, toch lees ik het bericht nog een keer en nog een keer … tot mijn ogen ervan prikken.
Mijn vingers blijven boven de woorden hangen. Ze trillen. Met moeite type ik. “Waar woon je?”
Haar adres is haar antwoord.
Een dure buurt, vlak bij onze oude school.
“Ik kijk of het lukt.” In gedachten zie ik haar opgetrokken wenkbrauwen, waarmee ze me laatdunkend aankeek. Ik leg mijn telefoon opzij, het adres schrijf ik op, de priegelige letters dansen op het papier.
Een bittere smaak raakt mijn mond, ik leef zo eenvoudig mogelijk omdat ik door mijn trauma’s niet kan werken.
‘Je hebt een wond aan je ziel.’ Ik herkende me in de woorden van mijn psycholoog.
Mijn vuisten ballen zich. Zij is de gore trut die met negeren en pesten mijn leven sloopte. Op mijn zestiende verjaardag jutte ze de meiden, die op mijn feestje uitgenodigd waren, op om niet te komen. Ik stond helemaal alleen, tussen de slingers en schalen met hapjes.
Haar wil was wet.

In mijn slaap achtervolgen de vernederingen me, de woorden en blikken. Zij is mooi, succesvol en ik …
Je bent minder dan niets.
Weerstand borrelt op. Ik ben toch niet langer de puber van toen?
Als vanzelf knippen mijn handen letters uit de huis-aan-huiskrant, ik leg ze neer zodat ze een zin vormen.
“Ik hou je in de gaten.”
Haar adres schrijf ik met blokletters op de enveloppe.
De dagen erna vul ik er elke dag een en maak die klaar om op te sturen. Mijn rug recht zich nu ik actie onderneem, de teksten zeggen wat ik eerder verborg.
“Je moet betalen voor wat je deed.”
“Je gaat mijn pijn voelen.”
Ik hoop dat ze bang is.

Een bericht op mijn telefoon wacht op antwoord. “Je hebt nog niet gemeld of je op de reünie komt.”
Ik slik vier paracetamols tegelijk tegen de pijn die elke vezel in mijn lijf teistert.
“Ik denk het niet.”
Ze is niet online.
Charlotte achtervolgt me als ik wakker ben en als ik slaap, haar woorden galmen in mijn hoofd. ‘Iedereen krijg wat ze verdient. Jij dus niets.
Om mijn gedachten af te leiden zet ik de radio aan. Melodieuze klanken strelen me, de tekst lijkt over mij te gaan.

A brown eyed girl in hand-me-downs
Whose name I never could pronounce
Said, "Pity, please, the ones who serve
They only get what they deserve"

Mijn handen gaan door mijn haar, vegen langs mijn ogen. Ik bijt op mijn trillende lippen.
‘Je hebt een wond aan je ziel.’
De gitaarmuziek achter het nummer maakt me vreemd rustig. Ik luister naar de tekst.

“Remember those who win the game
Lose the love they sought to gain
In debentures of quality
And dubious integrity”

Charlotte ziet er gelukkig uit op de foto’s.
Bitterheid overheerst mijn smaakpapillen. Verlaten kijk ik naar de mensen op straat, met boodschappentassen of kinderen aan de hand. De geluiden komen als basdreunen bij me binnen.
Ik verfrommel de nooit verzonden enveloppen. Pijn neemt mijn lichaam over, mijn benen dragen me niet meer, ik krijg geen lucht. Mijn hartslag gaat snel, laat me hijgen.
De wereld om me heen verdwijnt in een mist.
In de verte zingt de stem.

“Exceeds accounts received
At seventeen.”

 

——

De muziek die in dit verhaal verwerkt is komt uit At Seventeen van Janis Ian:
https://janisian.com/music/best-of-janis-ian-the-autobiography-collection

  • Hits: 51