Skip to main content

Ontvangen inzendingen

Vroeger

  • Sascha de Hoop

Ik had verwacht dat het makkelijker zou zijn om de woonkamer bezaaid met dozen te zien. Een kring aan ingepakte jeugdherinneringen: verjaardagskaarten, schoolrapporten, tekeningen, foto’s en ander dingen die door mijn moeders verzamelwoede nog een lang leven hebben geleden. Het eikenhouten dressoir oogt leeg, nu het blad is ontdaan van de stapels met papieren, de oude radio en een vaste telefoonlijn. Ik strijk er met mijn hand overheen en voel de warmte die altijd in de woonkamer heeft gehangen via mijn huid het lichaam binnentreden. Het liefst wil ik de spullen die veilig zijn opgeborgen in de dozen opnieuw uitstallen en alles terug zetten naar hoe het was. Een kwarteeuw het verleden induiken en de zoete geur van versgebakken koekjes mijn neus weer binnen laten dringen, terwijl de radio op het dressoir vrolijk muziek speelt en de telefoon eens in de paar uur rinkelt door een tante met een nieuw verhaal.
‘En dit, wil je dit bewaren?’ steekt mijn moeder een kapot gelezen exemplaar van Bernlefs hersenschimmen in de lucht. Vanaf hier vallen de vergeelde bladzijde me al op. ‘Het was je lievelingsboek,’ prevelt ze erachteraan.
Ik kan mij niet herinneren ooit genoten te hebben van de droge kost van Bernlef, maar ik wil haar niet laten twijfelen aan haar geheugen, dus ik knik en neem het boek van haar aan. Ik steek het exemplaar in een van de dozen die met mij mee zal gaan. We hebben vier categorieën gemaakt; kringloop, grofvuil, met mij mee en naar het verzorgingstehuis. De laatste stapel moet klein blijven en die van mij liever nog net weer kleiner dan die. Tot nu toe is de doos met spullen voor de stort leeg en ook de kringloop heeft nog niet veel gevangen. Twee dozen voor mij zijn tot de nok toe gevuld en die richting het verzorgingstehuis gaan puilen inmiddels uit. ‘Moeder, je moet echt van meer afstand doen. Dit gaat niet in je nieuwe woonkamer passen,’ spreek ik haar toe.
Titel voor titel loopt ze de boekenkast na. ‘Mijn hele leven heb ik dit verzameld.’
Ik bijt op mijn lip en loop naar haar toe. Mijn hand glijdt over haar schouders en streelt haar zachtjes. Ze is mager geworden. ‘Ik weet het, ik weet het,’ mompel ik. ‘Maar weet je nog dat ze daar die ruilboekenkast hebben. Misschien kun je je lievelingsboeken in een mooi kastje in je nieuwe huis zetten en een aantal andere goede in de ruilboekenkast. Dan hebben de andere bewoners ook nog iets leuks te lezen. En zelf hoef je niet meer naar de bibliotheek toe. Met z’n allen hebben jullie nu je eigen bieb,’ probeer ik haar gerust te stellen. Ik moet er niet aan denken om mijn eigen boeken in te leveren, omdat ik kleiner ga wonen en het niet meer zal passen. ‘Kom,’ ik schuif een doos naar haar toe, ‘vul deze maar met de beste boeken die je hebt. Dan zal ik zorgen dat ze een mooi plekje krijgen in je nieuwe boekenkast.’
Met trillende handen legt ze het eerste boek erin. De grote zaal Jacoba van Velde.

Ontspannen, glimlachend met vonkelende ogen. De aanblik waarmee mijn moeder naar haar nieuwe kamer in het verzorgingstehuis kijkt kan ik niet anders omschrijven. Ze schuifelt met haar rollator richting het kleine dressoir, die onder het hoge raam staat. Hij is niet zo groot als degene die ze bijna haar hele leven in bezit heeft gehad, maar de telefoon en de radio passen erop. Haar vingers trillen als ze een aantal knopjes indrukt en de vertrouwde muziek van NPO radio 10 begint te spelen. De klanken van de liedjes die mijn jeugd hebben getekend vullen de kleine woonruimte. Vroeger luisterde ze liever naar NPO radio 1, dat was voordat ze het vertrouwen in het geloof verloor en haar katholicisme begon los te laten. Maar als ze niet thuis was draaide ik stiekem mijn cd’s met nummers die geheid een week huisarrest hadden opgeleverd, als ze me betrapt had.
‘En, wat denk je ervan mam?’ vraag ik na een korte stilte, waarin we de fotolijstjes naast de radio hebben bestudeerd. Haar blik blijft gericht op het gezicht van mijn vader. Het is zo lang geleden dat ik hem voor het laatst heb gezien. Ik was nog maar een twintiger toen hij overleed.
Ze heft haar hoofd op, waarnaar onze ogen elkaar vinden. ‘Het kan ermee door.’
‘Heb je de boekenkast al bekeken,’ wijs ik naar het houten meubelstuk met daarin netjes op alfabetische volgorde gesorteerde boeken. De planken puilen uit, maar alles wat ze mee wilde staat erin. ‘Kom dan gaan we daar eens heen,’ waarna ik haar arm vastpak.
Aandachtig bestudeert ze de titels, tot ze op één stuit die ze nog niet kent. Mama’s geheugen mag dan niet altijd meer de beste zijn en de eerste tekenen van dementie tonen zich aan, maar als het op haar boeken aankomt is ze nog haarscherp. Een steek trekt door me heen als ik me besef dat het over een paar maand wel anders kan zijn. Dat er een moment komt dat ze dit allemaal niet meer kan lezen. De ogen te slecht zijn om de letters te zien, haar geheugen het verhaal niet meer kan onthouden en haar hoofd de woorden niet meer begrijpt. ‘Wat is dit?’ trekt ze vragend het ene exemplaar eruit dat haar niet bekend voorkomt, ‘dit heb ik niet meegenomen.’
Een glimlach spreidt zich rond mijn lippen. Ik heb haar er bewust niks over verteld, zodat het een verrassing bleef. Ik neem het boek van haar over en loop ermee naar de kleine eettafel met twee stoelen eraan. Ik schuif die voor haar naar achter en ze neemt plaats. Het boek leg ik op het kleine tafeltje en zelf neem ik de ander stoel in beslag. Ik sla het boek open en foto’s komen tevoorschijn. ‘kijk maar eens,’ duw ik het wat dichter naar haar toe.
Haar ogen worden groot van verbazing. ‘Maar dat is thuis.’
Ik knik. ‘Dit was jouw huis, dit was ons thuis.’
‘Zo kan ik thuis nooit vergeten,’ concludeert mijn moeder.
‘Precies, zo kun je je thuis thuis nooit vergeten,’ ik moet even slikken voordat ik de volgende woorden kan uitspreken, ‘maar nu is dit thuis.’

 
  • Hits: 40