Skip to main content

Ontvangen inzendingen

Verlangen

  • Harry Boerkamp

Onlangs vond ik een brief in mijn brievenbus. Zonder afzender op de enveloppe. Alleen door de postzegel die was afgestempeld in Funchal kreeg ik een idee wie me de brief geschreven kon hebben. Nieuwsgierig las ik de vijf kantjes die Ilse me geschreven had. Opeens leek er een eind te komen aan een tijd waarin alles me tegen gezeten had.
De volgende dag belde ik haar om haar te vertellen dat ik graag op haar uitnodiging inging. ‘Wanneer zal ik naar jou toekomen?’
‘Zo gauw mogelijk,’ zei ze. ‘We hebben heel wat bij te praten.’

Onverwacht kreeg ik een appje van Ilse toen ik in de hal waar de koffers aankwamen stond te wachten op mijn koffer. Bart, ik kan je zelf niet ophalen van het vliegveld. In de aankomsthal staat een vriendin van me op jou te wachten met een foto van mij in haar hand. Later zal ik je wel vertellen waarom ik zelf niet kon komen.
Toen we in het appartement uit de lift kwamen, kwam Ilse in een rolstoel naar ons toe.
Ik kreeg een brok in zijn keel toen ik haar zag. Ineens leken de plannen die ik in gedachten had voor deze vakantie op dit groene eiland vol natuurpracht, steile bergkammen, duizelingwekkende kliffen en adembenemende uitzichten ver weg.
‘Hallo Bart, wat ben ik blij je hier te zien. Je bent geen spat veranderd.’
‘Nou,’ wilde ik zeggen.
‘Vooruit, een beetje grijzer dan. Kom binnen.’
Ik boog me naar toe, kuste haar op beide wangen en zag de tranen in haar ogen.

Bijna vijftien jaar was het geleden dat we elkaar gezien hadden. In het verleden waren we verschillende keren naar het mooie bloemeneiland middenin de Atlantische Oceaan geweest. Vooral Ilse was onder de indruk geraakt van de prachtige natuur op het eiland en van de prachtige wandelroutes. Kort na onze laatste vakantie was onze relatie uitgeraakt en was Ilse in haar eentje teruggekeerd naar het eiland.

Voorzichtig stond ze op uit de rolstoel en ging tegenover me zitten. Ze had nog dezelfde mooie blauwe ogen. Ogen, waarin je kon verdrinken.
Verschillende vragen branden op mijn lippen, maar ik wou niet direct vragen waarom ze in een rolstoel zat.
‘Wil je even de brieven die op de schoorsteen liggen pakken,’ vroeg ze aan Gabriela toen die ons een cappuccino bracht. Het bleken brieven te zijn die ik haar geschreven had kort nadat onze relatie was stukgelopen. De brieven waren inmiddels verkleurd door ouderdom. Wat ik geschreven had, herinnerde ik me niet maar tijdens het lezen voelde ik me steeds meer gespannen worden.
Waarom had ik toen, vijftien jaar geleden, de beslissing genomen dat ze het kind dat in haar groeide maar moest laten weghalen. Was ik toen te gefrustreerd dat onze relatie weer op de klippen was gelopen, of was ik nog te veel een feestvarken en helemaal nog niet aan kinderen toe?
Zonder dat ik het gemerkt had, was de deur opengegaan en keek ik in het gezicht van een prachtig kind, Beau. Ik herkende hem meteen van de foto die Ilse me enkele weken eerder geappt had. Wat een mooie jongen met van die geweldige blonde krullen en dezelfde blauwe ogen als zijn moeder. Hij kwam naar me toe en omhelsde me langdurig. Het leek wel of hij me niet meer wilde loslaten. Ik voelde tranen in me opkomen.
‘Dat is je zoon,’ zei Ilse vol trots. ‘Hij lijkt in zoveel dingen op jou, maar dat zul je de komende tijd wel merken.’ Zonder dat ik Beau kende, voelde ik me nu blij dat Ilse toendertijd de beslissing had genomen het kind niet weg te laten halen. Hoe ze het in der eentje gefikst had, hoopte ik de komende tijd van haar te horen.
Onder de lunch vertelde ze me waarom ze in een rolstoel zat. Tijdens een bergwandeling, die we vroeger meerdere keren hadden gemaakt, was ze op 1500 meter hoogte uitgegleden en naar beneden gevallen. Een boom op de helling had haar val gebroken. Ribben waren gebroken en gekneusd geweest maar inmiddels ging het een stuk beter. Binnenkort wilde ze weer met me op pad gaan en ouderwets avonturen beleven.
In korte tijd leerde ik Beau beter kennen. Sportief, gezellig, vrolijk en een echte kletskous. Ik vroeg me af waarom ik in spanning had gezeten om hem te ontmoeten. Door onze gesprekken leek het alsof ik hem al veel langer kende. Ik voelde me hier meteen thuis.

Drie weken vlogen voorbij. Weken, waarin we elkaar weer hadden herontdekt en ik mijn zoon beter had leren kennen. Zittend op een terras, genietend van de ondergaande zon en een lekker glas wijn, overviel Ilse me op een gegeven moment met een vraag die ik drie weken eerder nooit van haar verwacht had. Ze zei: ‘ Ik heb heel erg iemand nodig die me helpt bij de wandelingen met toeristen langs levadas en kliffen. Toen ik zag hoe je weer genoot van de bizarre vulkanische hoogvlaktes, de met nevels omhulde grillige toppen en de bloemenpracht op het eiland dacht ik dat is iets voor jou.’
‘Pff.’
Meer wist ik eerst niet te zeggen. Was dit wat ze vooraf al had bedacht voordat ze me de brief had geschreven? Plotseling steeg de wijn me naar het hoofd en leek het wel alsof ik de fles in mijn eentje bijna had leeggedronken. Realiseerde ze zich wel wat ze van me vroeg?
Al mijn schepen achter me verbranden en hier een nieuw leven beginnen. Zou het dan na zoveel jaar wel goed gaan tussen ons flitste het door mijn hoofd.
‘Beau heeft zijn vader gemist,’ zei ze. ‘Als ik zie hoe jullie in zo’n korte tijd met elkaar omgaan. Daar geniet ik van’.
‘Laat hem hier even buiten,’ zei ik lichtelijk geïrriteerd .‘Er gaat van alles door mijn hoofd. Ik wil hier eerst in alle rust over nadenken. Ik sta voor de moeilijkste keuze in mijn leven.’
De volgende dag ging ik alleen met Beau op een catamaran op zoek naar walvissen en dolfijnen in de Atlantische oceaan.
‘Dat wil ik later ook organiseren, ’zei hij lachend . ‘Catamaran cruises.’ Dolfijnen en walvissen hadden we die dag niet gespot.
Van de tijd die ik in deze drie weken met hem had doorgebracht, had ik echt genoten. Zoveel dat ik besefte dat ik hem wel eens kon gaan missen als ik niet meer bij hun was. Het maakte mijn beslissing er niet makkelijker door.

‘Vrijdag ga ik weer terug naar Nederland. Of ik hier weer terugkom, laat ik je zo gauw mogelijk weten. Een nieuw leven lonkt, maar ik wil er thuis in alle rust nog eens goed over nadenken voordat ik alle schepen achter me verbrand.’
‘Neem je tijd ervoor,’ zei ze
‘Ik begrijp heel goed dat drie weken tijd veel te kort voor jou zijn geweest om zo’n ingrijpende beslissing te nemen. Bovendien heb ik jou met de vraag compleet verrast. In de brief durfde ik jou de vraag nog niet te stellen.’
Vrijdagmorgen bracht Ilse me, samen met Beau, naar het vliegveld. Het deed me meer dan ik verwacht had toen ik afscheid van Beau nam, mijn zoon waarvan ik vijftien jaar het bestaan niet had geweten. In korte tijd was ik van hem gaan houden.
Op het moment dat ik Ilse een afscheidskus gaf, moest ik denken aan een liedje van Veldhuis en Kemper: Want de mooiste bloemen groeien langs de rand van het ravijn en om die te kunnen plukken, moet je durven bang te zijn.

 
  • Hits: 72