Skip to main content

Ontvangen inzendingen

Twee werelden

  • Jeany Bijloo

‘Luister, Stijn,’ begint ze terwijl ze haar kop koffie met beide handen omklemt.

‘Ik weet het. Je hebt je besluit genomen.’ Stijn slaakt een diepere zucht dan waarvan hij wist dat het mogelijk was. Zij knikt alleen maar. De koffie is warm, maar de sfeer in het café ijskoud. Tenminste, zo voelt het voor Stijn. Hij haalt zijn hand door zijn donkerbruine kuif. Het is een tic die hij altijd al heeft gehad als hij zenuwachtig was. Nu is zenuwachtig een klein woord. Hij weet wat zijn Roos hem gaat vragen en ook dat hij haar moet teleurstellen. Het is hetzelfde café waar ze ruim vier jaar geleden hun eerste date hadden. Een fles wijn stond toen op tafel in plaats van de twee witte kopjes met zwarte koffie nu. Roos neemt een slok van het warme drankje. De stoom laat haar bril beslaan en ze lacht ongemakkelijk. Stijn lacht op eenzelfde, ongemakkelijke manier. Roos veegt haar bril schoon en vervolgt daarna het onvermijdelijke gesprek.

‘En je gaat er echt niet meer op terugkomen, hè?’

Roos schudt haar hoofd. Het is iets wat Stijn had verwacht, maar hij hoopte het nog om te kunnen buigen. Al een paar keer heeft ze geopperd om haar spullen te pakken en een nieuw leven te beginnen in Los Angeles: de stad waar alles mogelijk is en waar ze haar dromen om de beste actrice ter wereld te worden kan najagen.

‘Nee. Ik weet het zeker, schat.’ Ze pakt zijn hand vast. ‘En ik wil je vragen om een definitief antwoord. We kunnen dit niet blijven uitstellen, dat weten we allebei.’ Ze zucht voordat ze de woorden uitspreekt: ‘Ga je met me mee, Stijn?’

Hij knijpt zachtjes in haar hand om haar een schijnvorm van veiligheid te geven. Zijn blik rust op de ring om haar vingers die hij van plan was om ooit te vervangen door hun trouwring.

‘Roos, lieverd, ik…’ Zijn zin valt stil. Hij slikt. ‘Ik weet dat jouw avontuur je roept en ik snap dat je dat moet beantwoorden, maar ik kan het niet,’ herpakt hij zichzelf.

‘We zijn zo dicht bij het verlaten van dit dorp. Zo dicht bij het starten van een nieuw leven op een plek waar alles kan. Ik wil dat met jou ervaren, schat.’    

Hij wil haar niet kwijt. Ze maakt hem compleet. De manier waarop haar vingers perfect tussen die van hem passen, hoe zij hem vrolijk maakt met haar ietwat domme grapjes. Hij voelt al tranen opkomen bij het idee dat hij nooit meer haar lieve hoofdje in de kuil boven zijn sleutelbeen zal voelen. Welke keuze hij ook maakt, ze zullen hem allebei zwaar vallen, weet hij. ‘Je hebt de tassen voor je grote avontuur mentaal al ingepakt en je bent klaar om te gaan. Ik gun je de wereld, echt waar Roos, maar ik wil dat je weet dat…’ Hij pauzeert, zoekend naar de juiste woorden. De ogen van Roos stralen een combinatie van verdriet en hoop uit. ‘Roos, ik hou van je. Meer dan van alle mooie dingen in deze wereld. Ik hou meer van je dan van de wind door mijn haren op een zonnige stranddag. Meer dan een koud glas bier na een lange werkdag. Ik hou meer van je dan van de zeven wereldwonderen.’ Hij neemt een hap lucht. ‘Maar dit gaat wellicht de laatste koffie worden die we samen drinken. Ik kan het niet.’

‘Wat niet?’ zegt ze met een trillende stem.

‘Ik voel me thuis bij je. Alsof we samen horen, voor altijd, maar ik kan niet meer van je houden dan van dit dorp. Dit is óók mijn thuis. Ik heb hier alles.’

‘Behalve mij, binnenkort.’

‘Het spijt me, Roos. Ik ben niet het type om weg te gaan. Dat kan ik niet veranderen.’

‘Ook niet met mij?’

Hij zucht en vervolgt: ‘De luchten zullen niet net zo zwart zijn in de stad als hier, op het boerenland. De wind zal niet hetzelfde waaien. Mijn hart ligt hier, in deze weilanden.’

‘Maar dus niet genoeg bij mij.’

‘Je snapt het niet. Jij hebt een bepaalde vrijheid in je ogen waar ik niet mee geboren ben. Ik ben het type man dat elke ochtend bij hetzelfde tankstation dezelfde soort zwarte koffie haalt.’ Zijn stem hapert. ‘Ik ben hier gelukkig. In dit dorp, met mijn koeien.’ Een traan rolt langs de wang van Roos onder haar bril door, maar Stijn lijkt ook een glimlach op te vangen.

‘Ik weet het, Stijn. Ik weet het al vier jaar. Misschien is dat wat er gebeurt als je een boerenjongen en een stadsmeisje probeert te koppelen.’

Hij kan dat alleen maar beamen. De afgelopen jaren was de liefde tussen hen ijzersterk, maar hij heeft sinds dag één vragen over de toekomst gehad. Haar eindeloze energie, haar wil om de wereld te ontdekken: het iets waar hij niet tegenop kan. Nu worden de woorden uitgesproken. Ze houden van elkaar, ontzettend veel zelfs. Toch liggen hun werelden te ver uit elkaar om dit tot een succesvol verhaal te maken. Dit is geen Hollywood. Dit is het echte leven waarin ze beseffen dat hun wegen vanaf nu zullen scheiden. Voor haar ligt er een nieuwe wereld te wachten in Los Angeles, de stad waar ze al haar dromen kan waarmaken. Voor hem is dit dorp zijn hele wereld. Hij voelt dat er nu ook een traan over zijn wangen rolt. Hij houdt van haar, maar er is geen andere optie. Hij kan niet meer van haar houden dan van zijn dorp. Zijn thuis. 

‘En toch denk ik dat we voor altijd samen horen. Daarom heb ik een idee.’ Ze veegt haar tranen van haar wangen en legt een kaartje op de cafétafel.

‘Wat is dit?’ vraagt Stijn terwijl hij de schuine letters op het visitekaartje leest.

‘Een tattoostudio waar ik hele goede verhalen over heb gehoord.’

Hij voelt een kriebel door zijn lijf razen. ‘Wat ben je van plan, Roos?’

‘Onze levens verschillen te veel van elkaar om samen te blijven, maar onze liefde is te sterk om dit zomaar te laten gaan.’ Ze wijst naar het kaartje dat tussen hen in ligt. ‘Ik wist dat je niet mee zou gaan, dus ik heb een afspraak gemaakt. Voor vanmiddag. Jij en ik gaan een tatoeage zetten.’

‘Pardon?’

‘Jij een roos, ik een koe. Gewoon, om toch voor altijd bij elkaar te zijn. Wat zeg je ervan?’

Stijn zwijgt, maar zijn gezicht spreekt boekdelen. Een glimlach verschijnt op zijn gelaat. Zij glimlacht ook.

‘Zie ik daar toch even de vrijheid in je ogen waarvan jij zei dat je er niet mee geboren was?’

‘Je bent knettergek.’

‘Zo wild als een mustang, cowboy,’ en een knipoog volgt.

Stijn sluit zijn ogen en knikt. ‘Oké, dan.’ Hij had nooit verwacht dat hij zou moeten kiezen tussen twee werelden waarin hij zich zo thuis voelt. Welke keuze hij ook maakt, hij zal altijd heimwee krijgen, weet hij. Of het nou naar haar of naar het dorp is. Hij haalt zijn hand wederom door zijn bruine kuif. ‘Laten we het doen,’ fluistert hij en hij pakt de hand van Roos stevig vast. Zelfs als ze in Los Angeles zal zijn en hij in het weiland zal hij haar altijd bij zich dragen. Binnenkort zowel letterlijk op zijn lijf als figuurlijk in zijn hart. Daar waar ze thuishoort.

 
  • Hits: 50