Skip to main content

Ontvangen inzendingen

Thuis nummer drie

  • Inge Hulsker

'Heb jij al een kamer?' vraagt Carmen.
'Nee, ik ben ook nog niet echt aan het zoeken,' geeft Sophie toe. 'Hoe bevalt de jouwe?'
Carmen woont er net twee weken. In een huis met zeven andere studenten.
'Goed!' zegt ze enthousiast. 'Het is heel gezellig. En relaxed, joh. Geen ouders die de hele tijd zeggen van 'zou je niet eens naar bed gaan' en 'kom je niet te laat thuis'. Gewoon lekker doen wat je wil.'
'Hmm ja, dat lijkt me wel wat.'
'Maar …?' vraagt Carmen.
'Ik weet niet. Het zou wel fijn zijn om een eigen plek te hebben. Maar ja, je hebt toch ook gewoon bij je ouders nog je kamer?'
'Ja. En?'
'Jouw ouders zijn nog bij elkaar?'
'Ja, de jouwe niet?' Ze studeren sinds vorige maand samen, maar kennen elkaar nog niet heel goed.
'Nee,' verzucht Sophie. 'Ze zijn al zolang ik me kan herinneren gescheiden. Dus heb ik twee kamers. Twee thuizen. Ik loop altijd heen en weer te slepen met spullen. Dan ben ik bij m'n vader en bedenk ik dat ik iets nodig heb dat bij m'n moeder ligt. Het lijkt me zo heerlijk om gewoon één huis te hebben.'
'Goh,' zegt Carmen. 'Daar heb ik nooit bij stilgestaan. Dat is voor mij zo gewoon. Ik moet nu inderdaad steeds goed gaan nadenken wat ik meeneem als ik een weekend bij mijn ouders ben en weer terug hierheen ga.'
'Dat doe ik dus al mijn hele leven.' Sophie zucht. 'Als ik nou hier in Utrecht een kamer vindt, heb ik er een dérde plek bij waar een deel van mijn spullen ligt.'
'Pfoe ja, dat is wel ingewikkeld. Nou ja, zolang je hier niks hebt, kun je altijd bij mij logeren. Komende donderdag hebben we dat feestje, hè? Blijf je dan slapen?'
'Graag, thanks!'

Die donderdag bereiden ze zich samen voor om naar het feest te gaan. Ze leggen alvast een matras neer in Carmens kamer, waar Sophie vanavond op kan slapen.
Carmen trekt haar kledingkast open. 'Wat trek jij aan?'
'Dit.' Sophie trekt een vrolijk gekleurd shirt uit haar tas. 'Eigenlijk wilde ik mijn nieuwe blauwe jurkje aan, maar die lag bij m'n vader.'
'En je was bij je moeder?' raadt Carmen.
'Precies.' Sophie snuffelt in Carmens kast en vindt een roze blouse met gele accenten. 'Deze is leuk.'
Carmen heeft een andere blouse gepakt. 'Ik denk dat ik deze aandoe. Wil jij die aan?'
'Mag dat? Graag!'

Het is al vier uur 's nachts als ze samen terug fietsen.
'Wat een topfeest!' roept Carmen uitgelaten. 'Stel dat je nu terug naar je ouders moest. Dan zat je al om half één in de trein. Toen was het feest nog amper begonnen. Dit is vrijheid!' Ze gooit haar handen in de lucht. Net op tijd kan ze het stuur weer grijpen zodat ze niet omvalt.
Eenmaal thuis valt Carmen als een blok in slaap, maar Sophie ligt wakker. Fijn om bij Carmen te kunnen slapen, maar het zou inderdaad lekker zijn om een eigen kamer te hebben. Het is wel lekker makkelijk om in vijf minuten in de collegezaal te kunnen zijn. En vooral ook om een eigen plek te hebben. Zelfs al is het de zoveelste plek. Langzaam valt ze toch in slaap, terwijl een goed idee ontstaat in haar achterhoofd.

Sophie heeft niemand verteld over haar plan. Behalve haar moeder. Ze wilde eerst zien of het lukte en dan iedereen ermee verrassen, maar zonder een financiele bijdrage van haar moeder was het onmogelijk. Maa nu is het gelukt! Ze kan het nog amper geloven. Ze rijdt de straat van haar vader in, parkeert voor de deur en toetert een paar keer. Verschillende buren komen uit het raam kijken wat er aan de hand is. Dan ziet ze ook beweging op de tweede verdieping, waar haar vader woont. Ze stapt uit en zwaait naar hem. Hij zwaait langzaam terug. Zijn mond staat een beetje open.
'Kom!' roept Sophie en ze gebaart dat hij naar beneden moet komen.
Al snel staat hij beneden. Hij geeft haar een knuffel en vraagt: 'Wat is dat?'
'Mijn camperbusje! Hoe cool is hij?'
'Heel cool,' haar vader kijkt bewonderend naar het vrolijk beschilderde busje.
'Dit is mijn nieuwe huis,' zegt Sophie trots. 'Wil je een rondleiding?'
Ze lopen door het verbouwde busje.
'Oh,' zegt haar vader verbaasd. 'Het is echt een huisje. Een keukentje, zelfs een wc.'
'Ja, het is heel compleet. Nu kan ik hem neerzetten waar ik wil. Bij jou, bij mamma, in Utrecht. Ik kan wonen waar ik wil, wanneer ik wil.'
'Altijd al je spullen bij je,' begrijpt haar vader.
Ze heeft al zo vaak geklaagd over haar verspreide spullen, dat haar ouders precies weten waarom ze dit zo graag wil. Dat is ook waarom haar moeder haar het geld wilde lenen.
'Precies! Ik ga even al mijn spullen uit mijn kamer halen.' Sophie rent naar boven en haalt alles uit haar kamer wat ze in haar busje wil hebben.
Ze geeft haar vader een zoen. 'En nu ga ik in Utrecht iedereen mijn nieuwe kamer laten zien. Tot volgend weekend!'
Toeterend rijdt ze de straat uit, met al haar spullen, haar hele huis. Eens kijken waar ze vandaag precies wil wonen.

 

 
  • Hits: 37