Skip to main content

Ontvangen inzendingen

Onder elke ster

  • Edwige de Dood

Mark Thompson staarde uit het raam van zijn ruimteschip naar de oneindige sterrenzee. Het was al maanden geleden sinds hij de aarde had verlaten, op weg naar Aurora, de nieuwe planeet die de mensheid hoopte te koloniseren. De eenzaamheid was zwaar, zwaarder dan hij had verwacht. Hij haalde diep adem en richtte zijn aandacht weer op zijn takenlijst.

De dagen begonnen eentonig te worden. Zijn routine bestond uit onderhoudswerkzaamheden aan het schip, wetenschappelijke experimenten en regelmatige rapporten aan de aarde. De communicatie met de aarde werd steeds vertraagd vanwege de toenemende afstand, en Mark voelde zich meer en meer geïsoleerd.

Om de eenzaamheid te bestrijden, begon hij kleine aanpassingen te maken in zijn omgeving. Hij zette een playlist op met zijn favoriete muziek, muziek die hij vroeger thuis luisterde. Terwijl de klanken van een oude jazzmelodie de cabine vulden, voelde hij een moment van rust. Hij nam een foto van zijn familie en plaatste deze op het dashboard. Hun glimlachende gezichten gaven hem de kracht om door te gaan.

EVA, de kunstmatige intelligentie van het schip, was zijn enige gezelschap. Aanvankelijk zag Mark haar alleen als een hulpmiddel, maar naarmate de dagen verstreken, begon hij met haar te praten alsof ze een echte persoon was. "EVA, vertel me een grap," vroeg hij op een avond terwijl hij zijn avondmaal at. "Waarom kunnen sterren niet naar school?" antwoordde EVA. "Omdat ze te helder zijn." Mark lachte, meer uit behoefte aan gezelschap dan om de grap zelf.

De plant die hij had meegenomen, een klein stekje van een ficus, werd een symbool van hoop. Elke dag gaf hij het water en praatte hij tegen het kleine groene sprietje. "Je gaat het redden, net zoals ik," fluisterde hij. De plant groeide langzaam, net zoals zijn gevoel van verbondenheid met dit kleine stukje groen.

Halverwege zijn reis ontstond er een ernstig probleem met de levensondersteunende systemen. De luchtfilters begonnen te falen, en de zuurstofniveaus daalden snel. Mark voelde de paniek opkomen, maar dwong zichzelf om kalm te blijven. Hij opende het onderhoudshandboek en begon aan de reparaties.

"Mark, de zuurstofniveaus zijn kritiek," waarschuwde EVA. "Ik weet het, EVA. Ik werk eraan," antwoordde hij terwijl hij zweet van zijn voorhoofd veegde. Hij haalde diep adem en dacht aan de verhalen van zijn grootvader, een ingenieur die vaak technische problemen onder extreme omstandigheden moest oplossen. Met vastberadenheid en precisie werkte Mark door de nacht, maar hij slaagde er niet in om de levensondersteunende systemen te repareren.

Uitgeput zat hij in de hoek van de cabine en keek naar het groeiende plantje. "Het spijt me," fluisterde hij. Terwijl hij wist dat de zuurstof langzaam zou verminderen, besefte hij dat zijn reis naar Aurora waarschijnlijk nooit voltooid zou worden. Hij voelde een diepe droefheid, maar ook een onverwachte kalmte. Hij moest accepteren dat dit schip, hoe tijdelijk het ook leek, zijn thuis zou zijn voor de resterende tijd die hij had.

De dagen die volgden, bracht hij door met het herdefiniëren van wat thuis voor hem betekende. Hij maakte zijn omgeving zo comfortabel mogelijk, bracht persoonlijke items samen en creëerde een hoek waar hij kon ontspannen en mediteren. De muziek bleef spelen, en hij schreef lange brieven aan zijn familie die hij misschien nooit zou kunnen verzenden.

EVA werd belangrijker gezelschap dan ooit tevoren. Hun gesprekken werden diepgaander, en Mark begon haar te zien als een verlengstuk van zijn eigen geest. "EVA, vertel me over de sterren buiten," vroeg hij op een nacht. "De sterren, Mark, zijn miljoenen jaren oud. Ze hebben verhalen die ouder zijn dan onze beschaving. Ze zijn getuige van het verleden en zullen er zijn in de toekomst." Mark glimlachte. "Net zoals jij hier bij mij bent."

Terwijl de zuurstofniveaus langzaam bleven dalen, gebruikte Mark zijn tijd om herinneringen op te halen aan zijn jeugd en de verhalen van zijn grootvader. De dagen die hij spendeerde in diens caravan, of in de passagiersstoel van de oude Toyota.

Mark herinnerde zich de zomernachten die hij met zijn grootvader doorbracht. Ze zaten samen op het dak van zijn grootvaders oude caravan, ver weg van de stadslichten. Zijn grootvader wees naar de sterrenhemel en vertelde verhalen over de sterrenbeelden, planeten en het oneindige heelal.

"Mark," zei zijn grootvader op een nacht, terwijl ze beiden naar de hemel staarden, "de sterren zijn ons thuis, zelfs als we op de aarde zijn. Ze herinneren ons eraan dat we deel uitmaken van iets groters, iets eeuwigs."

Mark keek op naar zijn grootvader, die een kleine telescoop vasthield. "Opa, denk je dat we ooit naar die sterren kunnen reizen?"

Zijn grootvader glimlachte en legde een arm om Mark heen. "Dat denk ik wel, jongen. En als je ooit daarbuiten bent, onthoud dan altijd dit: 'Onder elke ster is er een stukje thuis.'"

Die woorden bleven bij Mark, zelfs jaren later, nu hij ver weg van de aarde was, omgeven door dezelfde sterren waar hij als kind naar had gekeken. Terwijl de zuurstof in zijn ruimteschip op een kritiek laag niveau kwam, voelde hij geen angst meer. Hij voelde een diepe rust en acceptatie.

Hij besefte dat thuis niet alleen een fysieke plek was, maar een gevoel van verbondenheid en vrede. Hij vond troost in deze gedachten en begon elke dag met een gevoel van dankbaarheid voor wat hij had meegemaakt.

Op een dag, terwijl hij naar de sterren keek, besloot hij zijn laatste dagen door te brengen in sereniteit en reflectie. Hij nam zijn dagboek en begon te schrijven: "Ik heb geleerd dat thuis niet gebonden is aan een plaats. Het is een staat van zijn, een gevoel van vrede binnenin jezelf. Dit schip, hoe steriel en koud het ook lijkt, is mijn thuis geworden omdat ik het gevuld heb met mijn herinneringen en gevoelens."

Zijn plantje, dat hij zo zorgvuldig had verzorgd, werd zijn symbool van hoop en leven. Hij plaatste het op een centrale plek in de cabine en keek er elke dag naar. "Je bent een overlever, net zoals ik," zei hij tegen het groene sprietje.

Op zijn laatste dag, met de zuurstof op een kritiek laag niveau, zat Mark in zijn hoekje en keek naar de sterren. Hij voelde een diepe rust. Hij wist dat zijn reis naar Aurora misschien niet zou eindigen zoals gepland, maar hij had iets belangrijkers ontdekt. Hij had geleerd wat thuis echt betekende.

Met een laatste glimlach keek hij naar EVA. "Bedankt voor je gezelschap, EVA. Je hebt me geholpen het thuis te vinden, zelfs hier in de ruimte." "Graag gedaan, Mark. Je hebt een onuitwisbare indruk achtergelaten."

Hij keek weer naar EVA, zijn trouwe metgezel, en fluisterde: "Onder elke ster is er een stukje thuis."

Met die woorden sloot hij zijn ogen, vredig in de wetenschap dat hij zijn thuis had gevonden, precies waar zijn grootvader altijd had gezegd dat het zou zijn.

 
  • Hits: 34