Skip to main content

Ontvangen inzendingen

Kleine kinderen worden groot

  • Tonny Groen

Ik sta in de keuken en roer nog maar een keer door de pastasaus.
‘Wat eten we?’ Een grote hand - die in mijn beleving kortgeleden nog klein was - tilt de deksel van de pan met spaghetti.
‘Lekker’ mompelt zoonlief goedkeurend. Voor ik de kans krijg hem te vragen of hij de tafel wil dekken, is hij alweer verdwenen.
Manlief komt de keuken binnen gesjokt.
‘Kan ik nog iets voor je doen?’ Hij kust me op mijn wang en gluurt over mijn schouder in de pan met saus. Hij vraagt dit bijna elke dag en net als elke andere keer, schud ik mijn hoofd.
‘Schat?’ Ik kijk mijn man aan. ‘Hoe zie jij ons, als de kinderen de deur uit zijn?’ Ik ben oprecht nieuwsgierig naar zijn antwoord. Hij trekt zijn wenkbrauwen op en kijkt me dommig aan.
‘Ehh… gewoon.’ Hij draait zich schouderophalend om en gaat terug naar de woonkamer waar hij een - voor mij vaag - computerspel speelt. Gewoon? Wat is dat nou weer voor een dom antwoord?
‘Mam, hoe laat eten we? Ik moet straks naar dansen hè.’ Ik knik naar mijn dochter die er een sport van heeft gemaakt om zoveel mogelijk Snapchat filmpjes van mij te maken zonder dat ik het doorheb.
‘Je staat me toch niet wéér te filmen hè?’ vraag ik haar, waarna ze luid begint te lachen.
‘Deze is echt geweldig. Ik sla hem op. Mag het?’ Ik knik. Wat ben ik trots op mijn kinderen. De één studeert aan de universiteit, de ander vraagt netjes of ze een filmpje, dat ze eerder stiekem maakte, mag opslaan op haar telefoon.
‘Tuurlijk lieverd. Maar niet aan iedereen laten zien hoor. Ik zie er niet uit.’ Opnieuw wordt de camera op mijn hoofd gericht. Ik schiet in de lach en geef mijn dochter een duwtje.
‘Staat ze je weer te filmen?’ Hé daar is zoonlief weer.
‘Ja, wat zou ze anders aan het doen zijn? Hé kan jij de tafel even dekken?’ vraag ik snel voor hij weer verdwenen is. Hij knikt en begint met het leegruimen van de tafel. ‘Morgen eet ik niet mee hè.’
Is dat morgen al? Hij kijkt me aan en lacht zachtjes.
‘Was je het alweer vergeten?’ Ik knik beschaamd en haal mijn schouders op. Waar is die tijd gebleven dat we de kalender konden delen?
‘Kom je thuis of slaap je bij iemand anders?’ Hij pakt het tafelkleed en vouwt het open voor hij het over de tafel zwiept.
‘Ik denk dat ik beter bij iemand kan slapen. Anders wordt het nogal laat.’ Ik knik en roer de saus nog een keer om.
‘Mam?’ Mijn dochter staat weer naast me. Zowaar een keer zonder telefoon op mijn gezicht gericht. Ze is verliefd. Ik kan het aan haar zien. Ik pak een lepel en schep hem vol saus.
‘Hier. Proef even of hij lekker is.’ Ze stopt de lepel in haar mond en bevestigd mijn vermoeden door haar duim op te steken. Ze giechelt zoals alleen een verliefde puber dat kan en pakt haar mobiel.
‘Ik heb een struggle.’ Ik giet de spaghetti in het vergiet af en knik om haar aan te moedigen om verder te praten. ‘Er is een jongen bij mijn kluisje en dat is echt een lekker ding. Verder ken ik hem niet hoor, maar wat zou jij doen?’ Ik doe de spaghetti terug in de pan en onderdruk een lach.
‘Nou, ehh… Ik zou gewoon “hoi” zeggen?’ Ze kijkt me aan en trekt haar neus op.
‘Nee, joh. Ik ga toch niet zomaar tegen hem praten.’ Samen zetten we de pannen op tafel. ‘Zal ik hem volgen op Insta? Of is dat raar?’
Weet ik veel. Ik haal mijn schouders op, want dat lijkt me het beste advies dat ik kan geven.
‘Wat zeggen je vriendinnen?’ Terugkoppelen is misschien nóg beter.
‘Dat ik hem moet volgen.’ Ze pakt haar telefoon en typt snel een berichtje.
Manlief en zoon schuiven ook aan tafel. Borden worden vol geschept en iedereen begint te eten. Ik kijk de tafel rond, blij te zien dat ik weer genoeg heb gekookt.
‘Moet jij niet eten?’ vraagt mijn dochter die tegenover me zit. Ik glimlach en schep op.

‘Hé, maar nog even over zojuist,’ begin ik tegen manlief. ‘Denk jij er weleens over na hoe ons leven zal zijn als de kinderen de deur uit zijn?’ Meteen kijkt mijn zoon op.
‘Wil je ons weghebben?’
‘Nee, natuurlijk niet,’ lach ik. Ik word afgeleid door een klein kattenpootje dat onder tafel tegen mijn zij tikt. Ik kroel ons zwervertje over zijn koppie voor ik hem met zachte hand op de grond duw. Mijn man kijkt me aan en lacht.
‘Het gaat helemaal goedkomen met ons. Dat ging het ook vóór we kinderen hadden. Maak je niet druk.’ Hij geeft een zacht kneepje in mijn hand om vervolgens zijn mond weer vol te proppen met spaghetti.
Het is niet dat ik me er druk over maak, maar ik denk er wel soms over na.
We zijn immers al achttien jaar niet meer samen en in die jaren is er toch veel veranderd. Wíj zijn veranderd.
‘Misschien wat vaker er tussenuit.’ Oppert hij tussen twee happen door.
‘Ik moet weg.’ Mijn dochter staat op waardoor het onderwerp in één klap veranderd.
Ze kijkt naar haar broer. ‘Doe jij de vaatwasser? Doe ik hem morgen.’
‘Oké, want morgen ben ik er niet,’ bromt mijn zoon.
Ik zucht. Wat worden ze zelfstandig. Geen ruzie, geen moeilijk gedoe, gewoon een volwassen oplossing tussen broer en zus.
Mijn dochter trekt haar jas aan en pakt haar fietssleutel. ‘Ik app je als ik er ben,’ roept ze nog, voor ze de deur dicht trekt.
‘Morgen heb ik eerst rijles, daarna ga ik naar college en dan daarna dat feestje,’ hoor ik mijn zoon aan zijn vader vertellen. Ja… mijn kinderen worden groot en hebben mij niet meer nodig.

De volgende morgen gaat mijn telefoon. Mijn zoon belt. ‘Mam, wil je me bij het station ophalen? Ik voel me echt niet lekker.
’Ik ben nog wél nodig! En hoe sneu ik het ook voor hem vind, stiekem maak ik een dansje.

 
  • Hits: 65