Skip to main content

Ontvangen inzendingen

Johan

  • Martin van Meurs
Johan
 
Zoals iedere avond zat ik thuis op de bank. Johan, mijn labrador lag naast mij met zijn kop tegen mijn dij. Ik heb hem Johan genoemd als eerbetoon aan de beste Nederlandse voetballer ooit: Johan Cruyff.
Ik heb Johan in een opwelling gekocht. Twaalf jaar geleden overleed mijn vrouw na een hersentumor. Een klap waar ik nooit goed overheen ben gekomen. Het huis voelde niet langer als een thuis, het was leeg en koud. 
Om minder eenzaam te zijn besloot ik een hond te nemen. Johan was die hond, ik kocht hem van een fokker.
In het begin moesten we aan elkaar wennen. Eten, wandelen, spelen, wassen, er wordt heel wat gevraagd van de baas van een hond. Maar gaandeweg ontwikkelden wij een vast ritme en begon ik onze wandelingen in het park, aan de overkant van de weg, op prijs te stellen. 
Het leven sleepte zich voort. Mijn werk op het sorteercentrum van PostNL was eentonig maar ik bleef het doen en doe het nog steeds. De weinige relaties die ik aanging waren kort en onvruchtbaar. Daarom ben ik, een paar jaar geleden, voorgoed gestopt met het zoeken naar een vrouw. Zo bleven Johan en ik alleen over en op elkaar aangewezen. Maar ook in mijn relatie met Johan kwam de klad.
Dat kwam omdat hij na een jaar of tien oud begon te worden. Als ik een bal weggooide, ging hij hem niet meer halen en niet veel later rende hij helemaal niet meer. 
Hij werd stram en begon langzamer te lopen waardoor onze parkwandelingen steeds langer duurden en onaangenamer werden. 
Die avond, toen ik op de bank zat met Johan naast mij, besloot ik dat het genoeg was, er moest een einde komen aan de relatie met mijn hond. Maar ja, hoe doe je dat? Inleveren bij het asiel was geen optie. Wat moeten ze met zo'n oude hond. Ik probeerde het bij de dierenarts. "Dokter, Johan wordt oud en stram kan hij geen spuitje krijgen? 
De arts lachte mij vierkant uit. "Ja, hij wordt ouder maar verder is hij nog kerngezond. Zorg dat hij in beweging blijft dan gaat hij nog jaren mee."
Nou, lekker advies. Dat betekende nog jarenlange slome wandelingen door een park dat ik inmiddels uit kon tekenen. Toch volgde ik het advies op en liep nog een jaar lang ons vaste rondje. Maar uiteindelijk had ik er schoon genoeg van en zei ik tegen mezelf: "Nu is het afgelopen. Deze hond moet dood."
Daarmee werd onmiddellijk de vraag opgeworpen: hoe doe je dat, hoe moet je je hond laten sterven? 
Ik zette de mogelijkheden op een rijtje. Ik weet dat mensen die van hun hond af willen zo'n dier vaak meeslepen naar een afgelegen hoekje in een bos en het daar vastbinden aan een boom. Ik heb dat altijd afgekeurd. Zo'n beest, waar je toch aan gehecht bent, sterft een ellendige dood door het gebrek aan water en voedsel. Bovendien had ik bij de jonge Johan een chip laten implanteren waardoor de kans groot was dat, in het geval hij toch werd gevonden, al snel de politie voor mijn deur zou staan. Nee, dat was geen oplossing. 
Mijn volgende idee was vergiftigen. Op zich een makkelijke oplossing. In de kelder stond genoeg rattengif om mijn hond om het leven te brengen. Maar ook hier stuitte ik op mijn weke karakter. Het rattengif, verstopt tussen de worst, zou zeker zijn werk doen maar het zou vermoedelijk een urenlange zeer pijnlijke doodsstrijd tot gevolg hebben. Dat wilde ik mijn hond niet aandoen dus ook dit idee verdween in de spreekwoordelijke prullenmand.
Nieuwe onbruikare ideeën dienden zich aan. In het kanaal gooien. Onzin, Johan kan goed zwemmen. Overgieten met benzine en in brand steken. Uitgesloten, een harteloze en pijnlijke dood. 
Ik kwam geen steek verder totdat ik eindelijk begreep dat ik het zelf moest doen. Ikzelf moest Johan vermoorden. Aangezien ik geen pistool heb, was er slechts één mogelijke oplossing: een mes.
Ik besloot in de avond tot de aanval over te gaan zodat ik Johan daarna, in het donker, stiekem kon begraven. Klokslag negen uur ging ik naar de keuken en haalde een scherp slagersmes uit de lade onder het aanrecht. Eén of twee flinke steken in zijn hart en buik moesten voldoende zijn. Vol bravoure liep ik de kamer in, het mes hoog geheven, klaar voor de eerste stoot. 
Johan lag op de bank met zijn kop in mijn richting. Toen ik dichterbij kwam, hief hij zijn kop op en keek hij mij aan met in zijn ogen een blik die verbazing en ongeloof uitstraalde. Dat was teveel voor mij. Ik kon het niet. Mijn hand met het mes viel slap terug langs mijn lichaam. 
Ik had het bijna opgegeven maar kort voor mijn definitieve capitulatie viel mijn oog toevallig op de oude vriezer die ik lang geleden van mijn moeder heb gekregen. Onmiddellijk begreep ik dat dit de oplossing was. Ik zou Johan in de vriezer plaatsen waardoor hij snel en bijna pijnloos dood zou vriezen. De vrieskast was groot genoeg. Een mens zou er niet in passen maar mijn hond wel. Ik sloot de vriezer aan en zette hem op min vierentwintig graden. 
Nog één keer nam ik Johan mee uit wandelen. Hij liep onbekommerd met mij mee. Al wandelend kreeg ik nog een briljant idee. Ik zou Johan totaal kaal scheren dan zou hij ongetwijfeld nog veel sneller bezwijken door de vrieskou. Zo gezegd zo gedaan. Thuisgekomen schoor ik Johan helemaal kaal. Hij liet mij rustig begaan en verzette zich niet. 
Met een plechtig gebaar opende ik de vriezer en plaatste Johan erin na een laatste aai. Ik sloot de deksel en verliet het huis. Ik wilde mijn hond niet horen piepen of blaffen. Toen ik na een paar uur weer thuiskwam was het stil in huis. 
Ik opende de vriezer. Johan was omgevallen. Hij lag totaal bevroren op de bodem van de vrieskast. Een dun laagje ijs bedekte zijn naakte roze vel. Ik vermeed het om naar zijn ogen te kijken. Voorzichtig tilde ik hem uit de vriezer en begroef zijn verstijfde, steenkoude lichaam in een hoekje van mijn tuin.
Na een snelle douche ging ik op de bank in de huiskamer zitten en zette de televisie aan om wat afleiding te krijgen. Ik was onrustig en stond regelmatig op om een beetje rond te drentelen. Hoewel ik wist waar die onrust vandaan kwam, durfde ik het niet toe te geven. Ik miste Johan.
 
 
  • Hits: 34