Skip to main content

Ontvangen inzendingen

In de schaduw van het verleden

  • Diola Veenstra

Het was een kille ochtend in het voorjaar van 1945 toen ik terugkeerde naar mijn ouderlijk huis. Het was niet zomaar een huis; het was een plek vol met zowel gelukkige als verdrietige herinneringen. Mijn hart bonkte in mijn keel zodra ik de hoek om liep richting onze straat.

De huizen langs de straat, ooit gevuld met het geluid van spelende kinderen en de geur van versgebakken brood, leken nu stil en verlaten. Enkele ramen waren dichtgetimmerd en de deuren vertoonden tekenen van verval. Hier en daar zag ik een tuinkabouter, verweerd door de tijd, een eenzaam symbool van een vervlogen levendigheid.

Toen ik dichter bij m’n geboortehuis kwam, zag ik het door mijn vader gemaakte tuinhek. Het piepte zachtjes bij het openduwen. Het grindpad erachter was bedekt met mos en onkruid, maar ik kon nog steeds de contouren zien waar het vroeger perfect onderhouden was. De rozenstruik naast de voordeur zat vol met extreem lange bloeiende scheuten en dor hout.

Twee jaren zat ik ondergedoken en nu kwam ik weer thuis. Ik bleef nog even stilstaan bij de voordeur. Oude familiebeelden passeerden door mijn hoofd; ik zag mijn moeder die uit het keukenraam naar buiten keek en glimlachte, mijn vader die het gras maaide met zijn oude grasmaaier, en mijn zusjes die krijttekeningen maakten op de stoep. Het voelde aan als een levend verleden dat zich aan mijn ziel hechtte.

Met een diepe zucht en een hart vol gemengde gevoelens, pakte ik de deurknop vast. De deur ging met een slepend geluid open, en ik stapte naar binnen. De lucht binnen rook naar muffe dampen en smeulend hout, maar het voelde nog steeds als thuis. Het huis, ondanks zijn verval, omhelsde me met mooie warme momenten. De meubels waren bedekt met een laagje stof en er hingen door spinnen geweven kunstwerken in de hoeken van de kamers.

Mijn adem stokte eens ik de trap op liep naar de slaapkamers. In mijn oude kamer hing nog steeds het portret van m’n grootmoeder boven het bed. Ze keek me met vriendelijke ogen aan, alsof ze wist dat ik terug zou komen. Ik nam het portret van de muur en streek er zachtjes overheen; konden we elkaar maar voelen. Ik dacht aan mijn vader die vertrok om te vechten in de oorlog, en nooit meer terugkeerde. Zijn lege stoel aan de eettafel stond in mijn geheugen gegrift. Het liet diepe sporen na in de kamers van mijn hoofd om mijn moeder verdrietig te zien.

Ik liep door alle slaapkamers. Plotseling viel mijn oog op een oude doos onder mijn moeders bed. Ik ging zitten, mijn handen trilden, en bladerde door vergeelde papieren en bekeek oude foto’s. Brieven van mijn vader vanaf het front, foto’s van mijn moeder met een glimlach die de pijn verborg, en kiekjes van ons gezin tijdens gelukkiger tijden.

Mijn vader beschreef de ontberingen van het leven in de loopgraven, de kameraadschap onder de soldaten, maar ook zijn verlangen om terug te keren naar huis. Zijn woorden droegen een mix van volharding en weemoed. Hij sprak over hoe hij onze brieven las en ze keer op keer herlas om kracht te vinden in de moeilijke tijden daar ver weg.

In één van de brieven, gedateerd voor de laatste slag, drukte mijn vader zijn diepe liefde voor ons uit. Hij schreef over zijn hartsverlangen om weer aan onze zijde te zijn, om mijn moeder te omhelzen en ons te zien opgroeien. Zijn woorden waren doordrenkt van hoop en liefde, maar ook van de bitterzoete realiteit van de oorlog die hij dagelijks moest trotseren.

De laatste brief die ik vond was geschreven in een onvast handschrift, vol vlekken van tranen. Mijn vader schreef over de zware gevechten en over de verloren kameraden, maar vooral over zijn hunkering naar huis. Hij smeekte om vergiffenis voor zijn afwezigheid en beloofde dat hij alles zou doen om veilig terug te keren.

De brieven van mijn vader waren een venster naar zijn ziel, een getuigenis van zijn moed en zijn liefde voor zijn gezin. Ze brachten me dichter bij hem, zelfs in zijn afwezigheid, en herinnerden me eraan dat thuis altijd in mijn hart zou zijn, waar ik ook verbleef.

De haartjes op m’n armen en benen kwamen in beweging. Mooie beelden kwamen naar boven: mijn moeder hoorde ik zingen terwijl ze de was ophing in de tuin, de melodieën zwevend door de zomerlucht. Haar stem bracht rust en vreugde, zelfs op de drukste dagen.
Mijn vader zat op de veranda, omringd door bloempotten vol kleurige bloemen, zijn bril laag op zijn neus om de krant te lezen. Hij hield van de rust in de tuin, weg van de hectiek van zijn werk. Zijn aanwezigheid gaf me een gevoel van stabiliteit en veiligheid.
En mijn zusjes, vol energie verstopten zich tussen de bloembedden, giechelend en lachend wanneer ze me uitdaagden om hen te vinden. Ze brachten leven en speelsheid naar ons thuis, waardoor elke dag een nieuw avontuur leek te zijn.

Thuis was niet alleen een gebouw, maar een levendige, pulserende plek waar gelach en liefde je hart vulden. We deelden maaltijden aan de eettafel, vertelden verhalen bij de open haard, en vierden de kleine overwinningen van het leven samen. Ik glimlachte, wetende dat mijn gezinsleden altijd een deel van me bleven, ongeacht waar het leven me naartoe leidde. Mijn thuis was niet alleen een fysieke plek; het was een gevoel dat me altijd zou vergezellen, waar ik ook heen ging.

Gelijktijdig met het laatste velletje papier, viel er een klein oud dagboek uit de doos op mijn schoot. Het was het dagboek van mijn moeder. Ik sloeg het voorzichtig open en begon te lezen. Ik las haar angst, haar diepste gedachten en gevoelens en haar keuze om samen met mijn zusjes onder te duiken. Ze schreef over de dagen dat ze me miste, de angst om ontdekt te worden, maar ze belichtte ook de enkele momenten van hoop en vreugde. Haar woorden gaven me een diepere waardering voor haar opofferingen en haar moed.

Met de doos in mijn armen, liep ik langzaam naar beneden en ging aan de eettafel zitten, waar we zoveel gelukkige momenten deelden. Desalniettemin bleef er een leegte, een diepe pijn in mijn hart. De verblijfplaats van mijn moeder en zusjes was onbekend. Die onzekerheid knaagde aan me. Ik probeerde me voor te stellen waar ze nu vertoefden. Woonden ze veilig? Waren ze gelukkig?

Geen antwoorden vond ik in de vergeelde papieren, maar ik vond wel kracht. Ik sloot mijn ogen en voelde m’n moeders aanwezigheid en haar onzichtbare steun. Na een vijftal minuten stond ik op, en na een laatste blik in de keuken verliet ik met een peinzend gezicht het huis.

Mijn zoektocht was nog niet teneinde; ik moest blijven zoeken. Dit huis, in al zijn verval, gaf me de kracht om verder te gaan. Het stond symbool voor onze gedeelde geschiedenis, liefde en doorzettingsvermogen. De weg voor me was onzeker en vol obstakels, maar ik was vastberaden om mijn familie te vinden. Mijn vaders brieven en mijn moeders dagboek waren m’n leidraad, een bron van kracht in de donkere momenten.

Elke stap die ik zette, bracht me dichter bij hen, al wist ik niet waar die stappen me heen leidden. In de schaduw van het verleden vond ik de moed om de toekomst tegemoet te treden. De zoektocht naar mijn familie bleef me voortdrijven, als een onophoudelijke vlam van hoop in mijn hart.

 
  • Hits: 203