Skip to main content

Ontvangen inzendingen

Helga

  • Jill Naaijen

Ik neem altijd om vijf over negen de bus naar mevrouw M, elke week op dinsdag. Daar verstop ik me een uur voor het echte leven en betaal honderd euro, cash, in smoezelige briefjes van vijftig die ik voor een maand vooruit bij mij om de hoek uit de pinautomaat trek. Daarna ga ik weer naar huis, met de bus van kwart voor elf, en doe ik de rest van de week alsof er niets aan de hand is. Al zo'n vijftienduizend euro lang. Gisteren ben ik daar mee opgehouden. Gisteren is Helga overleden.

Voor mijn laatste verjaardag, inmiddels alweer ruim een maand geleden, had Helga me een korianderplantje en een doos zeebanket cadeau gedaan. Ik lust al mijn hele leven geen koriander, dat wist ze dondersgoed. Ik lust ook geen zeebanket, zoals iedereen zou moeten weten.
Bij binnenkomst kuste ze mijn wangen, haar koude, hoekige kaak raakte de mijne en een wrange geur van rode wijn kwam me tegemoet. Twee jaar had ik haar niet gezien.
'Lekker, dankjewel,' zei ik werktuigelijk. Ik nam het plantje en de doos aan.
Mijn andere zus keek geïrriteerd op toen Helga een sigaret opstak. 'Was jij niet gestopt?'
Helga keurde haar geen blik waardig en staarde met waterige blauwe ogen voor zich uit, driftig rook uitblazend de kleine keuken in. Iedereen had zich daar verzameld, een flatgenoot, twee oude schoolvrienden en hun partners, collega's die inmiddels vrienden geworden waren, mijn andere zus. Er werd tot dusver geen aanstalten gemaakt om een knusser locatie op te zoeken. Ongemakkelijkheden zijn minder ongemakkelijk in een keuken. Voor mijn gasten althans.
Ik zette het korianderplantje, plastic omhulsel en al, in de vensterbank en keek naar Helga. Ze stond bij het aanrecht in een ouderwets gebloemde rok, een beginnende ladder in haar panty, en blies de rook van haar laatste trekje in het gezicht van haar eigen weerspiegeling in het raam. Mama schitterde door afwezigheid.

Mijn andere zus had me voorafgaand aan mijn verjaardag opgebeld. Ik had op het punt gestaan naar mevrouw M te gaan. Ik heb een hekel aan rinkelende telefoons, wil de urgentie die ervan uitgaat altijd zowel vermijden als tegemoet treden. Met mijn jas al aan nam ik op.
'Helga was hier vanochtend,' zei mijn andere zus. 'Stond huilend voor de deur, nog voor ik Jet naar school had gebracht.'
'Wat wilde ze?' Ik probeerde intussen mijn sjaal om te doen en keek vluchtig op mijn horloge. Tijd is geld, zeker als het mevrouw M betreft.
'Er was geen land met haar te bezeilen, ik rook de wijn op twee meter afstand.'
Alsof land überhaupt te bezeilen is. Met Helga alvast niet. Als ze een kwade dronk had, wat regelmatig voorkwam, zocht ze ruzie, om vervolgens in tranen uit te barsten en meermaals te vragen of je boos op haar was. Ik was nooit boos. Ik geloof dat ik me vooral schaamde. Praktisch voor alles wat ze deed, zelfs voor het feit dat we dezelfde ouders hadden. Gelukkig was ze ongelukkig getrouwd en deelden we in het dagelijks leven onze achternamen niet. Als we niet beiden de onfortuinlijke flaporen van onze vader geërfd hadden, hoefde nooit ergens uit te blijken dat we familie waren. Ik verborg mijn oren altijd onder zorgvuldig geknipte laagjes. Mijn andere zus had geen flaporen, ook schaamde zij zich niet.
Mijn andere zus had zich zorgen gemaakt om mijn verjaardag. Het leek erop dat Helga zich haars ondanks zou laten zien en mijn andere zus zat daar allesbehalve op te wachten, zeker niet na al die tijd.

Maar ze was er, wat ook meteen verklaarde waarom mama er niet was. Mama was lang geleden al opgehouden met Helga te praten, het kind van de rekening. Wat niet bij Helga opkwam was dat mama eigenlijk met niemand praat. Ik betaal wekelijks honderd euro om te mogen praten.
Helga was de eerste die de keuken verliet. Ze doofde haar sigarettenpeuk onder de kraan en liep voor mij uit de woonkamer in, haar volle glas gevaarlijk schuin in haar rechterhand. Daar nam ze plaats op een eetkamerstoel, kaarsrecht.
'Zo, meisje,' zei ze. 'Vijfendertig!'
'Hoe gaat het, Helga?' vroeg ik. Ik hoopte vurig dat mijn andere zus in de keuken zou blijven.
Ze haalde haar schouders op. 'Zijn gangetje. Je ziet er goed uit.'
Dat kon ik van haar niet bepaald zeggen. Ik probeerde te glimlachen, maar mijn kaak sputterde tegen.
Helga fabriceerde nog een sigaret. Met haar magere, bleke handen trok ze een pluk tabak uit het zakje en rolde het strak in een vloeitje. Zonder filter, net als mama vroeger. De tabak die niet in het vloeitje terecht was gekomen, veegde ze achteloos van haar benen op de vloer. Ik heb nooit sjekkies leren draaien en wilde haar juist vragen of ik er ook een mocht toen de andere gasten een voor een de woonkamer binnendruppelden. Ik verloor haar en haar sigaret uit het oog. Iemand gaf me een flesje bier, lauw. Het maakte me niet uit. Ik sloot mijn ogen en nam een grote slok. De rest van de avond ging in een waas van slechte, door mijn flatgenoot uitgekozen achtergrondmuziek en oppervlakkige gesprekken aan me voorbij.

Helga had ik niet meer gezien. Het enige bewijs van haar aanwezigheid was het glas waaruit ze had gedronken, vegen donkerrode lippenstift op de rand, kleverige restjes wijn in dezelfde kleur op de bodem. Het stond de volgende morgen nog op tafel, naast een leeg schaaltje olijven dat ze gebruikt had voor haar sigarettenpeuken. Een compositie voor een stilleven van ons verleden. Alleen leefde Helga dat verleden nog steeds. Haar laatste sigaret was maar voor een kwart opgerookt. Ik haalde hem uit het schaaltje, brak het stuk dat met olie doordrenkt was af en stak het restant aan met een gaspit van het fornuis. Mama deed dat ook altijd. Als kind was ik als de dood geweest dat haar mooie, blonde haren in brand zouden vliegen.
Ik zoog de rook diep mijn longen in en hoestte. Ook mijn andere zus was de avond ervoor vertrokken zonder dat ik haar behoorlijk gesproken had. Mevrouw M verdient haar brood met het tegenovergestelde van wat ons met de paplepel is ingegoten. Wij stellen geen vragen, dat leerden we al vroeg.

Gisteren belde mijn andere zus weer. Deze keer nam ik zonder aarzelen meteen op. Mijn andere zus huilde aan de andere kant van de lijn. En terwijl Jet vast nog niet naar school was, schonk ik mezelf een flink glas rode wijn in. Ik stopte de honderd euro om vandaag te mogen praten terug in de keukenlade.
Mama heeft gelijk, er valt niets te zeggen.  

 

 

 
  • Hits: 33