Skip to main content

Ontvangen inzendingen

De Wegloper

  • Michelle Noordeloos
Ik voel de wind langs me heen gaan, het zweet staat op mijn voorhoofd en mijn hart is aan het razen. Ik ben aan het rennen, zoals ik al mijn hele leven doe. Toch is het dit keer anders, voor het eerst ren ik niet ergens van weg, maar ergens naar toe.
Ik voel mijn voeten op het harde asfalt neerkomen. Ik heb nog een stuk te gaan. Ik probeer te focussen op mijn bestemming, maar mijn gedachten dwarrelen steeds terug naar de eerste keer dat ik weg rende.
Ik rende door een park, deze leek op het park waar ik nu doorheen ren. Ik was thuis altijd het vergeten kind en op een dag had ik er genoeg van. Ik rende weg. Ik wist niet waar ik heen ging, maar ik wilde niet terug. Het eerste waar ik toen kwam was een park in de buurt. Ik hield van dat park, het was er zo rustig en stil: alleen ik en de natuur. Ik rustte daar uit in mijn eigen gemaakte hut. De hut was niet heel bijzonder, maar ik kon daar wel al mijn zorgen kwijt. Het was de eerste plek waar ik me thuis voelde. Ik ben daar maar vijf minuten gebleven voordat ik verder rende. Ik moest en wilde rennen totdat ik ver genoeg was, zodat mijn ouders me nooit zouden vinden. Ik ben blijven rennen totdat de vader van mijn beste vriend me had gevonden en mij naar huis bracht.
Vanaf toen stond ik bekend als een probleemkind: ik spijbelde van school, ik was nooit bij mijn ouders thuis en ze wisten ook niet waar ik was. Door mijn gedrag begon school zich met mij te bemoeien en kwamen ze achter hoe ik thuis werd behandeld. Zij hebben de kinderbescherming erbij gehaald en na een lang proces heeft de kinderbescherming mij uit dat huis gehaald. Ik heb daarna mijn familie nooit meer gezien en ben van plan dat ook zo te houden 
 
Opeens merk ik dat ik het park uit ben gerend, zo diep was ik in mijn gedachten verzonken. Het zweet staat op mijn rug en ik stop even om op adem te komen. Ik kijk even op mijn horloge en zie dat ik geen tijd meer heb, dus ik ren weer verder.
Ik ren door een rijke buurt met mooie villa's. Ik herken deze buurt. Tussen die huizen staat het huis van het pleeggezin dat mij uiteindelijk heeft gehouden. Voordat ik bij hen kwam wonen, heb ik bij twee andere gezinnen gewoond, maar deze konden mij niet aan. Ik bleef maar rennen, wegrennen. Ik heb het niet echt graag over die periode, want deze twee gezinnen waren nog erger dan wat ik had meegemaakt bij mijn ouders. Ik nader de villa van mijn laatste pleegouders.
Zo te zien zijn ze niet thuis, niet dat ze dat ooit waren. Dat was waarschijnlijk ook de reden dat ik bij hen gebleven ben. In onze relatie was er nauwelijks liefde, ik was hun trofee om te laten zien wat voor aardige en goede mensen ze waren. Dit bracht voor mij een dak boven mijn hoofd, eten, zakgeld en het belangrijkste: vrijheid. Meer was er voor mij niet nodig. Ik had daar een huis, geen thuis. 
 
Ik passeer de laatste villa van de straat. Ik ben weer in gedachten verdwaald. Mijn therapeut zegt dat het goed is om over mijn verleden na te denken en zo deze te verwerken. Maar het kan mij niet meer schelen, het verleden kan stikken! Als ik niet door ren heb ik zometeen geen toekomst meer!
 
Ik steek een paar keer over en maak een paar bochten, waardoor ik in het winkelcentrum kom. Ik ben er bijna!
Ik ren langs de winkels zo naar het midden van het winkelcentrum. In het midden is er een plein met een fontein. Het is een redelijke moderne fontein die in kleine stroompjes uitloopt over dit plein. Vaak komen er stelletjes om een papieren bootje in de fontein te laten drijven. Als het bootje in een van de vertakte stroompjes gaat, zou blijken dat de persoon waarmee je het bootje hebt gemaakt je zielsverwant is.
Dit is een heel schattig idee, maar in de praktijk was het nutteloos. Als je wist hoe je een goed bootje moest maken en je kon zien waar de stroming heen liep, dan had je bijna honderd procent succes dat het bootje op de juiste plek kwam. Waren relaties maar zo makkelijk. Volgens deze fontein heb ik drie zielsverwanten. Ze zijn allemaal rot geëindigd met aardig wat drama.
Dankzij de eerste relatie en mijn verleden met mijn families, heb ik de andere twee relaties verpest. Waarom? Omdat ik bang was. Bang om het serieus te maken, bang dat ik mij veilig zou voelen om daarna een mes in mijn rug te krijgen. Bang om me thuis te voelen. Ik voel dat ik deze gevoelens weer terug krijg, maar ik schud ze weg.
Ik ren langs de laatste winkels en sta bijna voor het treinstation. Nu is het anders, ik ben een paar jaren ouder, wijzer en dapperder. Tenminste, dat is wat ik mijzelf vertel. Ik voel mijn benen slapper worden van al dat rennen. Ik stop niet. Ik kan niet stoppen, nog niet. Ik ben er bijna.
 
Ik nader het treinstation.
Gelukkig heeft dit station maar twee perrons waar ik zo op kan rennen, dus dat doe ik ook. Ik ren perron één op en zie dat de trein aankomt rijden. Ik sta stil en begin druk om me heen te kijken. Ik weet dat ik op tijd ben, maar toch ervaar ik de angst dat ik gefaald heb. Plotseling zie ik haar. Zij die ik zoek. Mijn tweede helft!
De wereld begint langzaam om mij heen te draaien. Het angstige gevoel verdwijnt als sneeuw voor de zon en het maakt ruimte voor geluk. Ik voel automatisch een glimlach op mijn gezicht komen en ik loop naar haar toe.
Wanneer ik bij haar ben, kijkt zij mij recht in de ogen en zij begint ook te lachen. Haar ogen schitteren als kleine sterretjes.
‘Waar bleef je?’ ‘Je was bijna te laat!’
‘Sorry, ik was de tijd vergeten’, antwoord ik terug.
De trein rijdt ons langzaam voorbij en remt af om te stoppen.
Ze lacht om mijn antwoord en pakt mijn hand vast.
‘Klaar voor ons nieuw begin?’, vraagt ze.
‘Natuurlijk’, antwoord ik, ‘want bij jou ben ik eindelijk thuis.’
 
  • Hits: 38