Skip to main content

Ontvangen inzendingen

De Sleutel

  • Vanja Codee

Het was een koude herfstochtend, de bladeren gleden als muzieknoten over het voetpad. Emma had zich stevig ingepakt en was naar buiten gelopen. Ze sloeg haar warme sjaal snel om haar nek en blies in haar handen die al bijna blauw zagen van de kou. ‘Stom vergeten, om die handschoenen mee te nemen,’  Ze wilde zich omdraaien om terug naar binnen te lopen tot ze haar vriendin Sofie tegenkwam.  'Ik zag je net naar buiten gaan, en dacht…’ Emma wilde reageren maar haar vriendin was haar voor. ‘ Laten we verder lopen, en trouwens, hier heb je van mij even een paar handschoenen.’  Ze liepen met zijn beide op de stoep, staken over bij het zebrapad en gingen richting het park. Emma ging daar altijd heen, maar toch was deze ochtend anders.


Sofie liep verder tot Emma wat, zag glinsteren onder een stapel bladeren. De sleutel lag half verborgen onder de gevallen bladeren, alsof hij al jaren op ontdekking wachten.  Ze bukte zich en schoof met haar handen de bladeren wat aan de kant om de sleutel op te rapen en bekeek hem nieuwsgierig. "Hé, kijk daar." Een sleutel. "Waar zou deze van zijn?" vroeg Emma aan haar vriendin, Sophie, die met haar meeliep.

Sophie keek naar de sleutel en haalde haar schouders op. "Geen idee, maar het ziet eruit als een oud exemplaar." " Misschien opent het wel een geheime deur naar avontuur."

Emma lachte en stopte de sleutel in haar zak. ‘We kijken vanmiddag wel wat deze sleutel allemaal voor ons in petto heeft.’ grijnsde Sofie. Emma knikte braaf terug.


Die middag aan de theetafel had Emma al opgezocht wat voor huis of appartement die sleutel kon zijn. Het leek waarschijnlijk van de oude bibliotheek te zijn. Sofie ontdekte dat het een antieke sleutel was met ingewikkelde gravures op het handvat. Het mysterie begon haar nieuwsgierigheid te prikkelen.

Emma wees haar vriendin erop dat ze beiden naar het pand zouden gaan en de sleutel daar gingen testen. Als er iemand hen zou vragen over een vermiste sleutel, zouden ze de sleutel netjes overhandigen aan de eigenaar.  Ze dronken hun thee op en gingen op pad.


Haar intuïtie was juist: de sleutel paste perfect in het oude slot van de verlaten bibliotheek aan de rand van de stad. Met aarzeling draaide ze de sleutel om en hoorde ze een zachte klik. De deur van de bibliotheek kraakte open, onthullend een wereld vol vergeten boeken en stoffige archieven. De geur en het aangezicht van dode spinnen kwamen hen beiden tegemoet. Het was om misselijk van te worden.  ‘Ben mijn kostzakje vergeten.’ stamelde Emma.

Terwijl haar vriendin naar binnen stapte, keek Emma in het rond of niemand hen had gezien. 


Achter de deur bevonden zich hoge boekenkasten die tot aan het plafond reiken. Die kasten, gevuld met een schat aan boeken, van klassieke literatuur tot zeldzame historische naslagwerken, waren het hart van het gebouw. De geur van oud papier en leer mengde zich met de lichte houtgeur van de kasten, wat een gevoel van tijdloze geleerdheid opriep.

 Een klein raam met uitzicht op een rustige binnenplaats liet natuurlijk licht binnen, dat speels danste over de muren.  Sofie liep verder en zag in de verte een klein oud kantoor. Emma kwam naderhand ook voorzichtig binnen en trok de deur achter zich dicht.  De sleutel stopte ze in haar jaszak.

Het kantoor, genesteld in een rustige hoek van de oude bibliotheek. De ruimte was bescheiden, niet meer dan een paar vierkante meter groot, maar elk element was zorgvuldig gekozen om maximale functionaliteit in deze beperkte ruimte te bieden. Het donkerhouten bureau viel bij binnenkomst meteen op. Het is oud, met subtiele kerven en inkepingen die verhalen leken te vertellen van talloze uren besteed aan studie en schrift. Op het bureau stond een kleine, maar efficiënte kaarsenhouder die  je met een lucifer aan kon steken. waarna de walm van oud papier, leer en kaarsvet door je neus je tegemoet kwam.

Op het bureau lag een oud dagboek, een spin had zich tegoed gedaan aan het papier en er waren wat poepjes achtergebleven. ‘Moet je hier kijken.’ zei ze. Terwijl Emma door de verlaten gangpaden dwaalde, ontdekte Sofie een oud dagboek dat schijnbaar eeuwenlang onaangeroerd was.  ‘Dit is wel bijzonder om te lezen,’ vertelde Sofie. 'De eigenaar van dit gebouw heeft iets ontdekt hier, waarbij hij de sleutel heeft weggegooid.' Emma zag enkele oude kasten vol met boeken staan en hoorde maar half wat haar vriendin vertelde. ‘Kom zo naar je toe, ik ga een lichtknopje zoeken, ik ze niets.’ reageerde Emma.  


Sofie las verder in het dagboek wat haar erg interesseerde: 

Er zijn drie sleutels om hen te vinden. De eerste sleutel is de geur, een bitterzoete geur die zich verspreidt. De tweede sleutel is te vinden in de kelder. Daar hangt een schilderij met het portret en de naam erop van de beheerder die er woont. De derde sleutel is cryptisch en zegt dat het te vinden is onder de zolen van je schoenen. Want daar is het verblijf!


Emma kwam even later binnen en zag Sofie helemaal opgaan in het dagboek.  Ze stootte haar vriendin aan en bewoog met haar hoofd richting de buitendeur. ‘Kom we gaan er maar gauw vandoor straks worden we betrapt en zitten we met de gebakken peren.’ Sofie moest lachen, pakte een kleine boekenlegger die ze vond naast de kandelaar en sloeg het dagboek dicht. ‘Ik neem hem mee of ik laat het hier, wat zal ik doen, Em.'  vroeg Sofie vastberaden het dagboek gewoon mee te nemen want wie zou het anders missen, de oud-eigenaar misschien. Emma nam haar vriendin aan de arm en ze verlieten het kantoor. ‘Vertel straks maar wat je hebt gelezen in het dagboek.’ gaf ze aan. Sofie knikte en draaide zich even achterom of er niemand was die hen had gevolgd.  Plots zagen ze een spoor van water lopen. Sofie wees naar het waterspoor en trok Emma met zich mee. ‘Moet je kijken, dat is waarschijnlijk de kelder waar de tweede sleutel te vinden is.’  Beide dames liepen richting de kelder en volgden het waterspoor waar ze uiteindelijk bij een groot gapend gat uitkwamen. 


Gedreven door een mix van angst en fascinatie, keken beide dames in de diepte van het heldere water en zagen een ongebruikelijke, met water gevulde ruimte - een verlaten, onderwater balzaal. Terwijl Emma over de rand tuurde, gleed de sleutel die ze altijd bij zich droeg uit haar zak en verdween met een plons in het water beneden. Sofie schrok en trok meteen haar schoenen uit. ‘Sorry, door mijn fout zijn we nu hier beland.’ Emma schudde haar hoofd maar keek haar vriendin gerustgesteld aan. ‘Welnee, het is maar een sleutel.’  Zonder te aarzelen sprong Sofie het water in, vastbesloten de sleutel voor Emma terug te krijgen. Emma veegde de waterspetters van haar gezicht en hoopte maar dat haar vriendin terug zou komen. ‘Oh, Sofie, Sofie. 'Kom alsjeblieft snel boven…’  Emma begon zachtjes te bidden.  


Sofie zwom dieper en dieper, de verloren kelder in en schraapte met haar vingers over de koude, gladde vloer totdat ze uiteindelijk de sleutel te pakken kreeg.  Maar toen ze zich omdraaide om terug te zwemmen, zag ze iets wat haar bloed deed stollen. Uit de diepte kwam een rottend lijk omhoog, zijn ledematen bewogen traag en onnatuurlijk in het water en zijn lege oogkassen staarden haar aan.

Sofies hart bonkte in haar keel, de angst verlamde haar bijna. Maar ze herinnerde zich de kracht en de moed die ze tot nu toe had getoond en met een diepe ademhaling begon ze te zwemmen, zo snel als ze kon, weg van de grijpende handen van het lijk.Elke slag bracht haar dichter bij het oppervlak, maar het lichaam leek haar te volgen, vastberaden haar mee te nemen. 


Na het korte gebed, ademde Emma diep in en dook met haar hoofd in het water. Ze knipperde zachtjes en merkte dat ze onder water kon zien. De muren waren bedekt met afbladderende fresco's en doffe wandtapijten, en de gouden kroonluchters hingen aan het plafond. Plots zag ze Sofie schreeuwend naar lucht happen  omhoog komen. Sofie bereikte de oppervlakte, hijgend en sputterend. Het lijk kwam achter haar aan en bewoog steeds sneller. Sofie zag het lijk met grote ogen aan.  Met adrenaline trok Emma haar vriendin uit het water, haar hele lichaam trilde van zowel de kou als de schrik. 


Emma trok haar jas uit en schoof die over haar vriendin heen, waarna ze beiden richting de buitendeur liepen. Na de buitendeur geopend te hebben, staken ze bibberend de straat over tot ze aan de overkant waren. 'Ik ga nooit meer van mijn leven deze bibliotheek in.’ Emma bekommerde zich over haar vriendin. Eenmaal aan de overkant keken ze terug naar het oude gebouw.  Tot hun verbazing was er geen bibliotheek meer, maar een bouwval. Naast het gebouw stond een bordje met grote letters “GESLOTEN”  Emma en Sofie keken elkaar verbijsterd aan.  was dit een droom of?  Sofie opende haar hand, maar ook de sleutel bleek spoorloos verdwenen. ‘Nu gauw weg hier, terug naar Huis daar zijn we Thuis.’ 

 
  • Hits: 27