Skip to main content

Ontvangen inzendingen

De hazeleters

  • Tudor Schleurholts

Huub de hazeleter slingert een rondje door de bomen. Met zijn klauwen haakt hij zich vast in de schors van een bast. Hij tuurt de weilanden af en ziet in de verte een boerderij met koeien en schapen, ze zijn allemaal aan het braken. Huub maakt nog twee slingers en springt op het gras. Hij voelt het koudere gras aan zijn voeten.
Zijn harde nagels laten een spoor achter in het zand. Hij hupt in de richting van de boerderij. Eerst moet hij over een hek. Een kip loopt bij de boerderij heen en weer. Met zijn snavel klopt de kip op een molsgang, op zoek naar het zwarte dier.

‘Waarom doe je dat?’ vraagt Huub

‘Zou je wel willen weten. Tok,’ zegt de kip

Ergens uit de diepte van de grond komt geluid, het is de mol die preekt.

“Heb je Pekkel de kip weer. Die wil ons weg hebben omdat we alle wormen opeten.

Een kip die zoveel wormen eet. Daar is hij toch niet voor gemaakt. Kunnen zijn darmen daar wel tegen?’

‘Tok. Tok. ‘

‘Hè, nu zijn de kinderen weer wakker,’ reageert de mol.

De kip heeft bruine veren met wit er tussendoor. De hazeleter maakt een grote hup en met zijn tanden tilt hij het dier bij één poot op. Tussen de veren zitten witte donshaartjes. De roze huid kan hij door de veren heen zien. De poten hebben leerachtige schubben. De kip maakt

groene-witte ontlasting. De kip kijkt de hazelaar aan. De roze kippenkam heeft bijna dezelfde kleur als de randen van de kippenogen. De kip fladdert, er komt een muf ruikend luchtje vanaf. Als deze de neus van Huub bereikt, zet hij de kip weer op de grond.

 “Wat een muffe  lucht. Je zou per acuut vegetariër worden.  Een kip kant en klaar in de supermarkt is toch lekkerder.’

De muffe lucht blijkt de druppel te zijn die de maag van Huub doet overlopen. Er klinkt een knorrend geluid. Huub kijkt naar zijn buik, gaat naar het weiland en voegt zich bij de brakende koeien en schapen die hij zag toen hij een rondje slingerde.

Als zijn maag leeg is zet hij zijn weg voort naar de boerderij. Voor de schuurdeur kijkt hij nog even opzij. Niemand te bekennen. Rechts zit een kleinere deur waar hij doorheen gaat. Uiteindelijk besluit hij naar de woonkamer te gaan. Door een kier in de muur ziet hij een mens. Het heeft een blanke huid met donshaartjes erop. Als het de vingers beweegt zie je de huid over de botten en gewrichten bewegen. De randen van de ogen zijn lichter van kleur dan de oorschelpen. Net als bij de kip. Moeten we ze allebei opeten?

‘Mensen kan je niet in de supermarkt kopen,’ denkt Huub.

De mens komt in zijn richting en Huub denkt aan de TV serie Vie, waar ze mensen in vriezers van slachthuizen ophangen, ze verpakken als kippenbouten, in supermarkten leggen, en verkopen. Hij verstopt zich achter een doek dat over de deur heen hangt. De mens loopt door en gaat naar buiten. Huub gaat verder naar binnen. Hij doorzoekt een aantal kasten totdat hij bij de kast is met het broodbeleg. Daar staat het. Een pot hazelnootkaas. Gauw stopt hij het in zijn buidel, springt door het raam, en hupt terug naar het bos.

     Huub en Ho-hazeleter zijn de enige hazeleters in het bos, hun thuis. Ooit waren ze met zijn vieren, maar ze hebben acht hazelaren gekapt en de andere twee hazeleters zijn naar elders vertrokken. In het bos gaat Huub naar zijn verzamelplaats. Daar legt hij de pot hazelnootkaas in de grond en haalt de twintig hazelnoten die daar lagen eruit. De hazelnoten stopt hij op andere plaatsen in de grond. 

     De hazeleters leven enkel van hazelnoten. Er zit alles in wat ze nodig hebben om te leven, eiwitten, vitamines en onverzadigde vetten. Dit kunnen ze lang bewaren. Ingewikkelde maaltijden hebben ze niet nodig. Ze eten vijf hazelnoten per dag. Omdat ze op deze manier niet veel tijd nodig hebben om te eten gaan ze vaak op pad.

     Op een dag is er een groep mensen in het bos. Ze staan bij de hazelnootbomen en rapen de noten van de grond. Ze plukken de bomen kaal. Zo zijn er niet genoeg noten meer voor de hazeleters. 

Huub en Jo bedenken een plan en besluiten bij de gemeente in te breken.

Ze fietsen naar de stad en aan het einde van de straat, waar het gemeentegebouw staat, kruipen ze onder twee auto’s. Ze haken zich met hun nagels eronder vast en rijden mee tot voor de ingang van het gemeentegebouw. Daar stappen ze in de lift en gaan via het liftdak naar de liftschacht. Ze klimmen omhoog naar de verdieping waar de kamer met het gemeenteplan ligt. Alle deuren zijn open. Ze pakken het bestemmingsplan en strekken het uit op een tafel. Jo pakt hun stempel. Het is een stempel van een hazelaar-boom. Ze beginnen de juiste plaatsen op het bestemmingsplan uit te zoeken en bestempelen deze. Na tweehonderd stempels vouwen ze het bestemmingsplan weer op en leggen het terug in de kast. Om wat te ontspannen na de inbraak gaan ze naar het strand.

     Ze doen een strandwandeling. Er drijft een grote hazelnoot in zee, zo groot als een voetbal. Huub vist de noot uit het water. Met een steen slaan ze erop totdat hij barst. Teleurgesteld kijken ze naar de inhoud. Geen grote hazelnoot. Wel een brief.

 

Beste hazeleters,

Al vijftig jaar proberen we andere hazelaars te bereiken om jullie uit te nodigen naar hazelnooteiland. Op het vaste land ben je nooit zeker van voldoende hazelnoten. De mens kapt en plant, je weet nooit hoe het er volgend jaar uitziet. Er zijn zelfs hazeleters die kippen hebben moeten eten uit hazelnoot gebrek. Op woensdag 20 november om één uur in de nacht vaart hier de hazelnootboot voorbij. Niemand kan de boot zien, tenzij je een echte hazeleter bent. De noot gaat tot aan het strand en wacht daar dertig minuten.’

Op 20 november wachten Ho en Huub in de duinen, het is twee minuten voor één. Vol verwachting turen ze over het water. In de verte verdwijnen de sterren en de maan achter donkere wolken. Een lichtflits komt uit het water en glijdt als een waterski naar het niets. Er komt een grote golf aan. Als de golf neerslaat blijkt er een grote hazelnoot in te hebben gezeten. Langzaam drijft de noot verder naar het strand. Dan klapt een deel van de noot open. Huub en Ho gaan naar de noot en stappen in. Ver, ver, ergens in de oceaan, komen ze bij hazelnooteiland aan. Het is een kilometers grote drijvende hazelnoot, waarop zand, rotsen, en hazelaars zijn. Een drijvend eiland voor hazeleters. Hun ideale plaats, maar toch denken vele hazeleters weleens terug aan het vaste land. Konden we het er maar beter maken, dan konden we daar leuk op vakantie.

     Twee jaar later hebben Huub en Ho door een bezoekje aan hun oude woning op het vaste land vernomen dat de gemeente hun veranderde bestemmingsplan heeft uitgevoerd. Er zijn veel meer hazelaars en men zoekt geen beukennootjes meer, maar hazelnoten. Ook zijn er hazelnootkwekerijen ontstaan. In plaats van vitaminepillen zenden ze nu vanuit Holland hazelnoten naar ontwikkelingslanden. Met vol geluk in hun hart keren Huub en Ho terug naar hazelnooteiland en vertellen het goede nieuws. Een gejuich echo’t op het tempo van de golven.

 
  • Hits: 23