Skip to main content

Ontvangen inzendingen

Charlotte

  • Miriam Ootjers

5

 

Het was koud. Het berijpte gras omarmde zijn blote voeten in een ijzige greep terwijl hij door de tuin naar het voederhuisje liep. Een Vlaamse gaai fladderde verstoord weg van het lege netje dat gisteren nog vol pinda's zat. Hij trok het netje los en controleerde het voederhuisje. Ook leeg. Mooi.

Met gesloten ogen keerde hij zich om naar het huis en opende ze pas weer toen hij een halve draai gemaakt had. Hij had het tuinhekje niet gezien. Ook mooi.

Langzaam liep hij over het gras terug. Voor de tuindeur bleef hij nog even staan, tot zijn voeten zo koud waren dat hij ze niet meer voelde. Toen hij de drempel over stapte, stootte hij zijn rechtervoet tegen de dorpel. Dat zou hij voelen als de koude verdoving uit zijn voet getrokken was, maar het kon hem niet veel schelen. Als de pijn te erg werd, zou hij op deze vrieskoude ochtend in januari gewoon weer in het gras gaan staan tot alle gevoel uit zijn voeten verdwenen was.

Eenmaal binnen keek hij naar het tonnetje waar het voer voor de vogels in gezeten had, maar dat nu leeg was. Hij ging aan de keukentafel zitten, trok een lijstje naar zich toe en streepte 'vogelvoer' door.

 

4

 

De volgende ochtend schonk hij het laatste restje melk uit het pak in een glas en dronk dat in één teug leeg. Hij bekeek de inmiddels bijna lege koelkast, deed de keukenkastjes open en knikte tevreden toen bleek dat ook de houdbare melk op was.

Hij drukte het melkpak plat en liep naar buiten om het in de container te gooien. De kou drong door zijn nachthemd en prikte in zijn huid. Bij de container hield hij zijn handen even op het bevroren deksel voordat hij het optilde. Twee handafdrukken bleven achter in het laagje ijs toen hij terugliep naar het huis.

Eén, twee, drie stappen en de ogen sluiten. Maar hij had grotere stappen genomen dan anders, en het tuinhek schoof zijn blikveld binnen. Snel sloot hij zijn ogen, maar het was al te laat.

Achter zijn oogleden stond het hek open, in een moment van onachtzaamheid niet op de grendel gezet. De armen vol boodschappen, een doosje eieren daar vervaarlijk boven op balancerend, een sprintje naar de tuindeur voordat de zwaartekracht het won, en de natte klets van eieren op de tegels omdat het aanrecht net iets te ver weg bleek. Hij had de glibberige rommel opgeruimd terwijl hij zich afvroeg hoe andere alleenstaande ouders het deden, al die ballen in de lucht houden. Hij hield een doosje eieren niet eens heel. Het tuinhekje was hij vergeten.

Hij schudde het beeld van zich af, leunde even tegen de koude tuindeur, haalde diep adem en ging naar binnen. Op het lijstje streepte hij 'melk' door.

 

3

 

Ze zouden vroeg in de ochtend langskomen. De zakken vol kleding stonden al klaar in de gang toen hij de trap afkwam na de zoveelste doorwaakte nacht.

De dag daarvoor had hij grote, ondoorzichtige vuilniszakken uit het gootsteenkastje opgediept, had even met de eerste zak geworsteld tot hij zag dat de opening aan de andere kant zat en was toen alle kledingkasten langs gegaan. Snel had hij alle kleding bij elkaar gegraaid en in zakken gestopt.

Bij zijn trouwpak bleef zijn hand een paar millimeter voor de stof hangen, alsof zijn lichaam in opstand kwam tegen deze rigoreuze opruiming. Toen had hij een mouw gegrepen en het pak in de al bijna volle zak gepropt. De altijd zo voorzichtig behandelde stof kreukte en mengde zich met een hippe jaren zeventig blouse en een zonnebloemgeel jurkje met beertjes. Woest had hij de zak dichtgetrokken en hem bij de andere zakken in de gang gezet. Vijf propvolle zakken in totaal. Toen waren de kasten leeg.

Nu zette hij ze aan de straat. Op pantoffels dit keer, als hij hondenpoep aan zijn voeten kreeg, wist hij dat hij dat er toch niet af zou wassen.

Aan de keukentafel staarde hij even naar de doodse kamer in het doodse huis. Geen kraakje of zuchtje hoorde hij, geen leven, geen vertrouwd gevoel meer van thuis. Zelfs de demonen in de muren waren stil. Hij keek naar het lijstje en streepte 'kleding' door.

 

2

 

'Komende woensdag? Prima. Ik zorg er voor dat u zo kunt doorlopen. Ja, alles wat u van waarde acht mag mee. Bedankt, u ook.' Hij verbrak de verbinding, legde de telefoon terug op de keukentafel en maakte toen de fout op te kijken. Door het tuinraam keek hij over het hek dat de tuin scheidde van het openbare plantsoen. Daar lag de vijver. Zijn ogen zogen zich vast aan het water, dat in de afgelopen vrieskoude winterdagen bedekt was met een laagje ijs, dik genoeg voor de eenden die rustig wachtten op de dooi.

Eendjes. Charlotte was dol op de eendjes.

Hij probeerde te knipperen, maar zijn oogleden reageerden niet. Zijn nek zat vast alsof iemand zijn hoofd vasthield. Het open tuinhek. Het groene spoor van warme, blote kindervoetjes in het bevroren gras. Het rustig kabbelen van het water in het wak.

Zijn oren vulden zich met stilte. 'Houd altijd je kinderen in het oog in de buurt van water.' Dat stond in de folder die hij eens gelezen had. Daarin stond ook dat jonge kinderen niet spartelen of schreeuwen als ze in het water belanden, ook al was het maar een paar centimeter in een zwembadje in de tuin. Ze verdronken in stilte. 'Tuinhek dicht!' riep hij dus naar iedereen die achterom liep als ze op bezoek kwamen. 'Tuinhek! Dicht!'

Hij ademde diep in, schudde met zijn hoofd en verbrak daarmee de verlamming. Met vochtige ogen keek hij naar het lijstje en streepte een vertroebelde 'kringloop' door.

Hij bleef net zo lang aan de keukentafel zitten tot het buiten donker werd. Met zijn hoofd op zijn armen viel hij in een onrustige slaap.

 

1

 

De spierpijn maakte hem wakker. Even gedesoriënteerd keek hij de keuken rond.

Toen liep hij naar de woonkamer, haalde een leeg vel papier uit de printer legde dat op tafel. Een pen legde hij er naast. De hele dag bleef hij naar het witte vel kijken, slechts een paar keer onderbroken door een bezoek aan de wc.
Toen het buiten donker werd pakte hij het vel, verfrommelde het tot een bal en smeet het door de keuken. Hij trok het lijstje naar zich toe en kraste zo lang en hard over het papier tot 'brief' niet meer leesbaar was.

 

0

 

Onder protest van zijn spieren kwam hij die ochtend overeind van de bank. Hij rekte zich uit en begon aan een langzame ronde door het huis. Hij ging van ruimte naar ruimte, van de zolder naar de ouderlijke slaapkamer, de kinderkamer en naar de garage, waar hij even staarde naar de plaats waar de grote gezinsauto had gestaan. Van de gang liep hij naar de woonkamer naar de keuken. Daar legde hij het lijstje in het midden van de keukentafel. En streepte 'Hans' door.

Op blote voeten en in zijn nachthemd liep hij de tuindeur uit, het gras over. Hij opende het tuinhek, liep naar de vijver, over het ijs en stapte het wak in dat hij zo zorgvuldig open had gehouden die koude dagen. Het ijskoude water sloeg de adem samen met alle herinneringen, pijn en verdriet uit zijn lichaam. Met zijn laatste kracht zette hij zich met zijn voeten af op de bodem en schoof onder de dikke laag ijs op weg naar zijn dochter.

 
  • Hits: 102