Voor schrijvers, door schrijvers
57 inzendingen in deze rubriek

Ook jouw tekstbijdrage is welkom en meedoen is gratis.

Volksverhalen

Sprookjes behoren tot een oude orale traditie en bevatten vaak een zedenles of diepere wijsheid. Het woord sprookje is afgeleid van het middeleeuwse 'sproke', dat verhaal of vertelling betekent. Als ongeschreven vertelling richtte een sproke zich tot ongeletterde volwassenen.

De bekende sprookjes kennen we natuurlijk allemaal maar we lezen/horen ook graag verhalen die zelf verzonnen zijn. In deze rubriek bieden we de mogelijkheid om zelf verzonnen sprookjes of een fabel toe te voegen. Gewoon om lekker voor te lezen voor kinderen of wie ze ook maar horen wil.

Klik hier
Eerst inloggen of (gratis) aanmelden s.v.p. om je artikel in te zenden.
(klik op de button om in te loggen of je aan te melden)

44 Hits

Publicatie op:
Het lelijke meisje
 

Er was eens een lelijk meisje, Bianca genaamd. Ze had een heel mooie mama en een heel lelijke papa. Maar de papa was al heel zijn leven rijk en hij was een man.
Kleine meisjes zien zichzelf niet echt. De spiegels zijn veel te hoog opgehangen; je moet al die lange benen hebben van de volwassenen. Maar ze was wel heel erg slim. Op haar rapport had de lerares geschreven: “Flink!”. Van oma en opa en van oom Janus had ze zakgeld gekregen. Op haar verjaardagsfeestje had ze een zelfgeschreven sprookje voorgedragen en tante Anja had geapplaudisseerd en geroepen: “Jij wordt de nieuwe Andersen!”. Wie was dat ook weer? Ze zou even googelen. Dat kon ze ook al.
Toen ze eens bij de scouts samen met Fien een grapje had uitgehaald – echt maar een grapje!: ze hadden Emma’s haar tijdens haar slaap in knopen gelegd – was Emma, eens wakker, in woede uitgevaren: “Hoe durf jij, lelijkerd?!”. Het had haar niet kunnen schelen. Ze was tenminste slim. Meisjes konden vervelend zijn voor mekaar. Jongens deden dat niet; zoiets interesseerde hen niet.
Toen kwam die morgen. Waar was haar mama? Die kamde altijd haar haar. Ze moest het zijn vergeten. Dan deed ze het maar zelf. Lag het goed zo? Ze sprong en zag even zichzelf in de spiegel. Hoe kwam dat? Zo hoog had ze nog nooit kunnen springen. Of was ze opeens veel groter geworden? Dan maar een stoel bijgehaald.
De kreet die ze toen slaakte, ontging de mensen, omdat die al zozeer aan horrorfilms gewend waren geraakt, ook al omdat de kreet in de breedte geneutraliseerd werd door allerlei koterijen of opgeslokt door autogetoeter. Maar naar boven bereikte hij ongehinderd de hemel.
Daar was het intussen een zootje. De hele instelling was failliet. De duivel, de engelen, de tovenaar, de kobold, Sinterklaas, zwarte piet … ze hadden de concurrentieslag met Disney en Pixar compleet verloren. Iedereen verveelde er zich te pletter. Nu wou het toeval dat Djinn de Verkleder – omdat hij in zijn glorietijd allerlei gedaantes kon aannemen – (hij lag lui te zonnen onder de hoogtezon) de kreet opving. Wat een buitenkans! In één twee drie was hij omgetoverd tot de jeugdpsychiater bij wie het geschokte meisje, dat zichzelf had gezien, zich met haar ouders had aangediend.
Terug in de hemel kreeg hij met zijn verhaal uiterste bijval. Er gebeurde al zo weinig en wie nog eens na zo’n expeditie gerepatrieerd raakte, werd met veel vragerij ontvangen als een teruggekeerde Columbus.
Ondanks zijn twijfelachtige reputatie was Djinn geen slechte kerel. Al was zijn methode niet meer van deze tijd, dat vond althans de heel geïnteresseerd luisterende Magica. Ook in zijn glorietijd had het hem aan psychologisch inzicht ontbroken. Hij had immers gemeend het meisje te kunnen bijstaan door haar te confronteren met de beperkingen die haar lelijkheid meebracht. Hij had breed opgesomd wat ze nooit zou kunnen worden: mannequin, covergirl, Hollywoodactrice, miss België, … met de bedoeling te eindigen met een mooie noot wat een slimme meid al niet in petto had. Helaas had een nieuwe, nog vreselijker kreet zijn opsomming onderbroken en had hem vierklauwens terug de hemel ingejaagd. Hij had het echt goed bedoeld: de gewenste gelukstoestand, meende hij, kon alleen bereikt worden door de innerlijke verzoening met de onvermijdelijke realiteit. Hij had een dik, zelfs voor hemelingen onverstaanbaar woord laten vallen: stoïcijns.
De toehoorders waren – ook door hun hoge leeftijd – intussen weggesuft, maar niet de fee Magica, die de reputatie had van allerliefste tante. Zo benaderde je toch niet een kwetsbaar meisje van die leeftijd!
Zo gebeurde dat de oude dame nog eens in haar koets was gestapt, die ze – jong geleerd, nooit ontwend – met een magisch woord uit een pompoen had getoverd, en zich op weg had gezet naar de aarde naar Bianca. Onderweg ruilde ze haar koets met al te knokige oude knol wel in voor een flitsende sportwagen.
Ze stelde ze zich voor aan Bianca als de tante uit Amerika – bedacht zich te laat dat Trump daar president was – maar niet getreurd: in de kortste tijd veroverde ze het hart van het eenzame lelijke meisje. Wou ze geen tochtje mee in de flitsende sportwagen? Ze kreeg cadeautjes waar de vriendinnen alleen maar van konden dromen. Ze kleedde zich in ruches, stak ringetjes aan al haar vingers, kreeg een blauw behaatje met bijpassend slipje, wat rouge op haar wangen … tot ze zichzelf opnieuw in de spiegel zag: al dat nieuwe moois beklemtoonde alleen haar afschuwelijke lelijkheid.
Ze begon tante Magica bittere verwijten te maken. Wat leverden al die geschenken op? Ze werd er alleen maar treuriger van. Ze wou van haar lelijkheid af!
Nu stond Magica voor een reuze probleem. Denk nu niet dat toveren zo’n klusje van niemendal is. Je maakt niet zomaar iets uit niets. Een brood koop je met centen. Een sportwagen met een massa geldstukken. Zelfs een koets uit een pompoen. Je kan niet zomaar eindeloos onbeperkt toveren. Toveren was een onderschatte job; er kwam veel lering bij kijken.
Bianca had geen oor voor argumenten. Ook niet toen Magica haar om haar slimheid prees. Wat kon haar dat slimme gedoe schelen, als ze zo’n lelijk smoel bleef houden.
Na eindeloos gekibbel waren ze uiteindelijk uit de sportwagen gestapt bij de grote vijver in het stadspark. Magica vroeg Bianca om de schoonheid van welk wezen ze zichzelf wel zou willen inruilen.

Kijk, op de vijver is plotseling een zwaan neergestreken. Ze lijkt duidelijk te genieten van de bewonderende blikken van de wandelaars. “Hoe mooi!”, roepen de kinderen. Wat verder staat een groepje jongens. Ze leunen tegen de bomen met hun handen in de zakken. Met blikken en commentaar volgen ze de meisjes, die ze taxeren, en, als het de moeite loont, volgen fluitgeluiden. Ze stoten mekaar aan. Pestkoppen. Ze zien de zwaan en iemand gooit een keitje. Raak! “Kwak!” “Kwak!” Wat een domme vogel …

    


Feedback voor schrijfactiviteiten

Review voor: "Het lelijke meisje"

Ook graag je review voor een van de oudere inzendingen...

  • De drie Webbetiers (311) Martin Reekers 22-04-2020

    Er was eens, niet zo lang geleden, een land waar de mensen leden aan een vreselijke virale ziekte, zonder dat zelf in de gaten te hebben. De koning van het land had samen met zijn concubine de heks...

    Lees meer: De drie Webbetiers