271 Hits

Publicatie op:
'Witte' druiven

‘Natuurlijk weet ik wat er op dat bord staat. Ik heb het zelf geschreven.’

      ‘Er staat ”zoete” witte druiven met een “knapperig” schilletje, groenteman.’

      ‘Wat is daar mis mee?’

Mijn groente en fruit koop ik meestal in de supermarkt. Eigenlijk alle boodschappen, want waar vind je nog gespecialiseerde winkels die tegen een redelijke prijs een goede kwaliteit leveren? En in de anonimiteit winkelen heeft wel zijn voordelen. Al koop je maar een trosje druiven, de zelfscan rekent gewoon met je af. Maar als ik een betere tros druiven wil en het me kan permitteren, ga ik soms naar de ‘groentejuwelier’, die nog net niet in plaats van ‘anders nog’ durft te vragen of dit alles is.

      Een groenteman bij wie het bittere doorgekweekt lijkt terwijl het uit het witlof is verdwenen. En dat is nu juist een ‘bittertje’ waar ik wel van houd. Maar ik hoef niet een tijdrovende uitleg waarom dat zo is gekweekt van hem aan te horen, om zo de leegte van zijn bestaan en dure groentewinkel op te vullen. En waarom de radijs minder scherp smaakt dan vroeger en waarom de witte verdwenen lijkt te zijn, weet ie dan weer niet.  

‘Of daar wat mis mee is zal ik niet te beweren, groenteman. Dat doet u zelf, maar daarover heb ik zo dadelijk wat te beweren. Wat ik bedoel: het is nog maar de vraag of witte druiven bestaan, want ze zijn doorgaans geel of groen. ‘Witte’ had dus terecht tussen aanhalingstekens kunnen staan, hoewel je dat nooit zo geschreven ziet, omdat het begrip ‘wit’ voor een gele of groene druif algemeen wordt aanvaard. Waarschijnlijk omdat Jan Publiek denkt dat witte wijn geperst wordt van de ‘witte’ druif. Wat ook niet waar is, want voor witte wijn – die eerder lichtgeel is – gebruikt men wel degelijk de rode of blauwe druif. Zolang je je maar niet vergist en vóór de vergisting het velletje van de most scheidt.’

      ‘Ik drink geen wijn. Als u het niet erg vindt, ik moet verder. Wat kan ik voor u…’

      ‘Maar daar gaat het mij niet om. Kijk eens naar “zoete” en “knapperig”. Wie of wat citeert u?’

      ‘Citeren…? Niemand.’

      ‘Juist. Of liever gezegd, onjuist. Tussen enkele aanhalingstekens had gekund, maar dan bedoelt u iets wat niet de bedoeling is.’

      ‘Wat is niet mijn bedoeling?’

      ‘Dat u uw druiven door het gebruik van aanhalingstekens als cynisch zoet en dus als zuur kwalificeert en idem dito als knapperig, dus hard. Waarbij ik mij afvraag of cynisch zoet niet tussen aanhalingstekens hoort – enkele wel te verstaan – vanwege de ‘overdrachtelijkheid’. Een woord dat zeker aanhalingstekens verdient omdat het niet bestaat. Maar waar het op neerkomt, is dat u met uw schrijfwijze op dat bord onbedoeld beweert dat, zoals gezegd, uw druiven zuur zijn met een hard schilletje en dus niet te pruimen; vraag maar aan uw vrouw. Waarmee ik uw vrouw niet associeer met laatstgenoemde fruitsoort, want ‘pruim’ – in dit geval wel tussen enkele aanhalingstekens omdat de vrucht wordt benadrukt, en/of naar zichzelf verwijst – is zowel een mannelijk als vrouwelijk zelfstandig naamwoord.

      Nee, ik bedoel dat vrouwen meer van zoet houden dan mannen, en zij bij uitstek degenen zijn die daadwerkelijk kunnen beoordelen of uw druiven een ‘zoetje’ dan wel een ‘zuurtje’ hebben, hoewel je tegenwoordig voorzichtig moet zijn om dat te beweren. De mensen zijn zo zuur!’

      ‘Zeg zuurpruim, wilt u mijn vrouw erbuiten laten? Gefermenteerde rare druif!’

      ‘In dit geval zou ik voor rozijn kiezen. Gecursiveerd wel te verstaan, anders krioelt het van de enkele aanhalingstekens in één zin. Niet fraai. Fijn dat u “rare” zegt. Want ik zou door dat gezever van u bijna de snijbonen vergeten, terwijl dat toch geen vergeten groente is.’

      ‘Van mij? Nou ja. Weet u dat er ook vergeten fruit is?’

      ‘Ach ga weg.’

      ‘Wat dacht u van een kweepeer?’

      ‘Kweepeer? Is dat lekker?’

      ‘Nee. Zuur. Maar altijd nog beter dan wat ik u nu ga geven.’

      ‘Gratis?’

      ‘Ja. Gratis, cadeau en voor niets.’

      ‘Hoewel ik niet van de stijlfiguur tautologie ben gecharmeerd, ben Ik wel benieuwd…’

      Toen het licht uitging belandde ik in de bak met eigenheimers… Even later kwam ik met een pijnlijke kaak weer bij. En een zak snijbonen en een tros witte druiven op mijn buik.

      ‘Geef maar een tientje voor de druiven en de snijbonen. Die muilpeer krijgt u van mij.’


Een review kan waardevol zijn voor de auteur maar heeft verder geen invloed op de waardering door de jury.

Feedback voor schrijfactiviteiten

Review voor: "'Witte' druiven"

15.05.21
Feedback:
grappig verhaal
  • Schrijfkwaliteit
    4.0/5
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig