75 Hits

Publicatie op:
Willie Wortel

De laatste dozen had ik ingepakt. Wat een zooi kon een mens bewaren. Alsof ik de laatste jaren als hoarder had geleefd, al was dat naar mijns inziens allerminst het geval. Ik was nu eenmaal gek op spullen, simpel als wat. Een liefhebber, zo zou je me kunnen noemen. Geen ‘hebberd’. Ik wist tenslotte waar mijn prioriteiten lagen. Mijn focus had jarenlang gelegen op het verzamelen van miniatuur modelauto’s. Iets waar ik later, als ik ‘groot was’, veel geld aan zou verdienen. Niets bleek minder waar. Hoppa, daar gingen mijn laatste autootjes als nieuw verpakt in het materiaal waarin ik ze ooit had gekocht. Ik zag hoe de verhuizers mijn laatste spullen in de vrachtwagen laadden. Op weg naar een ander leven, bij iemand die vast veel minder om het prul zou geven dan ik.

“U hoeft niets te tekenen,” hoorde ik achter me. Ik draaide me een kwartslag om.

“Wij handelen dit verder af. Als u de woning nu zou willen verlaten, dan kunnen de sloten worden vervangen.”

Van enige emotie in de stem van de man was geen sprake. Hij krabbelde zakelijk iets in zijn omslagmap, waardoor hij een interessant voorkomen had. Desalniettemin was dit de man die mij zojuist naar een onbekende bestemming stuurde in een nieuw en daarmee uitzichtloos bestaan. Ik pakte mijn koffer, rechte mijn rug, stak mijn borst vooruit en liep met stevige pas langs de interessant ogende man. Het zeggen van gedag kon er vandaag niet af, al was het mijn eer te na om alles door andere mensen te laten bepalen in mijn eigen huis. Want mijn eigen huis, dat was het tenslotte nog zo’n twee minuten lang. Verder had ik al veel verloren. Ik was ‘de grip op mijn leven kwijtgeraakt’, zoals men dat zo mooi kon zeggen en ik besefte me dat het lichtknopje in de hal wellicht nog het enige was waar ik op dat moment zelf over kon beslissen. Aanlaten of uitzetten? Ik twijfelde een fractie van een seconde toen het licht uitging. Ik verliet mijn veilige haven en baande me een weg naar de grote boze buitenwereld.

“He, Ferry! Tijd niet gezien man!”

Ik draaide me gedachteloos om. Zin om te praten had ik niet, met wie het ook mocht zijn.

“Hoe is het met je?”

De man die me zojuist enthousiast had aangesproken kwam me onbekend voor.

“Ik hoorde van Esther dat je je huis bent uitgezet.”

Tuurlijk, mijn zus had weer zitten kletsen. Ik zag hoe de man als een betweterige Willie Wortel over zijn fiets hing en me met één oog dichtgeknepen, uit bescherming tegen de felle zon, aankeek. Hij was een stuk kleiner dan ikzelf en kennelijk was ook zijn mensenkennis beduidend lager. Benul dat ik de man niet kende was er niet. Te betwijfelen viel ook of hij doorhad dat ik totaal niet op zijn inmenging zat te wachten. Tenminste, die al dan niet aanwezige wetenschap deed hem zijn verhaal niet indammen.

“Je hoort tegenwoordig niet anders. De deurwaarder weet je zo te vinden. Vooral als je domme keuzes maakt. En ja, voor je het weet sta je dan met je koffer op straat.”

Hij knikte met zijn hoofd richting mijn koffer om aan te duiden waar hij het over had. Ontkennen kon ik het niet, maar uitleg over mijn eigen situatie was overbodig. Ik voelde hoe de irritatie de overhand begon te nemen. Waar bemoeide deze ‘Willie’ zich mee? Nog even en hij zou me overmatig verder de les lezen om te voorkomen dat ik me nogmaals in een dergelijke situatie zou gaan begeven. Verrassing, ook daar zat ik niet op de wachten. Ik wist inmiddels beter, maar keuzes had ik naar mijn mening niet gehad. Het was het lot geweest dat had bepaald. De man wist opmerkelijk genoeg slechts een minuscuul gedeelte van mijn hele achtergrond. Nog een reden om het gesprek zo snel mogelijk te staken.

“Zeg Willie.”

“Willie?”

“Ja, jij.”

Ik keek de man neerbuigend aan. Niet eens bewust. Dat had je nu eenmaal als je lang was en, toegevend, een imponerende houding wist aan te nemen. Iets wat nu goed van pas kwam. De man keek verbaasd. Eindelijk was hij stil. Al vroeg ik me af of het mijn woorden waren geweest die ervoor hadden gezorgd dat hij zijn mond sloot. Vast niet. Het was meer het spreekwoordelijke ‘met een mond vol tanden staan’.

“Ik moet gaan. Nog een fijne dag.”

Ik had me omgedraaid en de man, nog altijd hangend over het stuur van zijn fiets, verontwaardigd achtergelaten. Mij alsmaar nakijkend. Prima. Al voelde ik mezelf inmiddels allesbehalve prima. De irritatie sudderde door in mijn hoofd. ‘Domme keuzes’ had hij gezegd. Domme keuzes? Had deze Willie zich in mijn verleden beter staande gehouden dan ik? Had hij geweten wat te doen als je je vrouw met kinderwagen onder een vrachtwagen ziet verdwijnen? Wist hij hoe om te gaan met het verdriet? De woede? Het gevoel van onmacht? Ik had de gloeilamp van de echte Willie Wortel het liefst door ‘mijn Willie’ zijn strot heen willen duwen. Zo hard, zo ontzettend hard dat hij zou weten hoe het voelt als je ineens de controle verliest over alles wat je lief is. Wat een ongelooflijke betweter. Mijn hart begon sneller te kloppen en de druk in mijn borstkas nam toe. Diep inademen, dacht ik. Ik keek met ogen tot spleetjes geknepen recht voor me uit en tuitte mijn lippen om frisse lucht tot me kunnen nemen. De brandende zon deed mijn huid zweten. Ik voelde hoe de temperatuur in mijn lichaam steeg. Hoe het bloed door mijn aderen stroomde. Ik zag hoe de vlekken voor mijn ogen begonnen te dansen en ervoer hoe mijn benen gevoelsmatig veranderde in zacht geworden boter. Met een bons belandde ik op de harde stenen ondergrond waarop ik zojuist mijn eerste stappen naar een nieuw bestaan had gezet. De weg die net met enige tegenzin nog toegankelijk was, maar die nu was veranderd in één groot obstakel. Mijn lichaam leek magnetisch vast te zitten aan de tegels waarop ik lag en mijn bewegingsloze lichaam nam de onbegrijpelijke woorden van Willie en het toenemende geluid van de sirenes in zich op. Wellicht had God gelijk gestraft. De gloeilamp die ik zojuist nog toe had willen dienen bij de held die mij nu in leven probeerde te houden, leek mij persoonlijk de volledige controle te ontnemen. Had ik zijn betrokkenheid verkeerd ingeschat? Of dat nu wel of niet zo was, ik wist plots dat opgeven niet tot mijn mogelijkheden mocht behoren.

Een moment later voelde ik hoe het stugge materiaal van een brandcard mijn lichaam op deed vangen. Het was niet de beste start van een nieuw bestaan, maar het besef was er inmiddels meer dan ooit. Waar ergens licht uit werd gedaan, zou een ander lichtpunt snel verschijnen.


Een review kan waardevol zijn voor de auteur maar heeft verder geen invloed op de waardering door de jury.

Feedback voor schrijfactiviteiten

Review voor: "Willie Wortel"

04.06.21
Feedback:
Begin is wel leuk maar daarna vind ik het wat minder maar op het einde word het wel wat spannender.
  • Schrijfkwaliteit
    3.0/5
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
04.06.21
Feedback:
Goed verhaal met verrassend einde. Vlotte schrijfstijl en daardoor prettig leesbaar.
  • Schrijfkwaliteit
    5.0/5
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig