110 Hits

Publicatie op:
Verkoeveren

Verkoeveren  - Roy van der Zwaard

‘… ogen opendoen?’

Hij voelt hoe hij langzaam gewiegd wordt, hij zweeft een beetje, gewichtsloos, hij ligt in een zwembad en dobbert op zijn rug in de rondte. Hij wil zijn hoofd wat dieper in het water drukken, zodat zijn oren net ónder zijn en hij de stemmen alleen nog maar gedempt kan horen, maar zijn achterhoofd ontmoet weerstand. Hij grijpt naar zijn nek maar er gebeurt niets, zijn arm wil niet uit het water komen. Waar zijn die armen eigenlijk? Hij is zwaar en licht tegelijk, dat moet hij Isolde vertellen, hij is het zwaartelicht en nee, hij doet zijn ogen niet open, je weet niet wat zonlicht met het zwaartelicht doet. Er zijn dingen waarvan je wéét dat je ze niet weet en er zijn dingen… ding-èn; ding en wat? Dingen. Er zijn ook dingen waarvan je níet weet dat je ze niet weet. Jezenieweet, jussemie-weet, just Amy wait, en net als hij bedenkt dat hij een goeie tekst en een goed ritme gevonden heeft, hij hoort al het pieuw-pieuw-pieuw van een gitaartje erbij, voelt hij  hoe een haai in zijn vinger bijt. Hij hapt naar adem.

‘Het spijt me, meneer Bakker, ik moest u een pijnprikkel toedienen om te kijken of u al weer bij bewustzijn bent.’

Nu heeft hij zijn ogen wel open. Boven hem is het wit. Gordijnen. Bedhekken.

‘Wordt u maar rustig wakker. Weet u waar u bent?’ 

Piep-piep-piep, het is geen gitaar. Het is voor je hart. Hoe heet zo’n ding, een monitor.

‘Ziekenhuis.’

Het lijkt niet op zijn eigen stem.

‘Heel goed. U bent op de verkoeverkamer tot u klaar bent om straks naar zaal te gaan. Ik ben Sharon. Heeft u ergens pijn?’

Hij schudt zijn hoofd. Hij hoort het schuren van het kussen bij zijn oren, chsss, chssss, als kwastjes over een drumstel.

‘U zit nu nog onder de morfine. Ik doe een soort afstandsbediening in uw hand, als u erin knijpt komen ik of één van mijn collega’s meteen langs.’ 

Goed Sharon. Mooie naam. Er was toch een actrice die ook zo heette? Hij probeert zijn benen te spreiden. Lukt niet. Waarom zou je dat ook willen? Hij zweeft nog steeds een beetje en hij ligt hier best. Opperbest zelfs. Hij hoeft niks en hij kan niks. Maar hij leeft toch. Zou dit morfine zijn? Of is dit zen? Dan is hij superzen. Supersuperzen. Hij heeft zich nog nooit zo tevreden gevoeld. Dit mag wel eindeloos duren.

Sharon. Hoe heette die andere, die de hele operatie naast hem gezeten had? Knappe meid, die zuster. Zeg je dat nog zo?

Hij denkt aan de boor die drilde in zijn schedelpan, terwijl hij de hele operatie wakker was en er toch niks van voelde. En dan die stroomdraden, die elektrodes, die ze in zijn hersenen gestoken hadden. Elke keer als de dokter ‘stimulus’ zei, had hij tintelingen gevoeld, alsof zijn hersenen van binnen bruisten als champagne en even overliepen. Dus daarom heette het diepe hersenstimulatie. En net na het moment dat de dokter weer ‘stimulus’ riep, was zijn trillende hand stilgevallen. Zijn voet ook. Alsof er een schakelaar was omgezet. Weg Parkinsontremor. Niet een beetje weg, helemaal weg.

Eindelijk. Operatie geslaagd.

De zuster boog zich over hem heen.

‘Ik ga uw spraak testen om te kijken of de elektrode daar niets aan heeft veranderd. Kunt u mij nazeggen: de bolle bakker bakt de beste bruine broodjes?’

De bolle Bakker verstond hij, en nog voordat ze helemaal uitgesproken was haperde ze.

‘Sorry meneer Bakker, het is een standaardzinnetje, ik…’

De bolle Bakker. Hij had erom moeten lachen en zei het zinnetje netjes na.

Als hij zijn ogen open doet, voelt hij dat zijn mond weer kan glimlachen. Dat is alweer wat. Hij probeert zijn tenen te bewegen. Ze buigen, heen en weer, ze zwaaien langzaam iemand uit. Hij tast naar het belletje.

‘Mijn handen doen het. Ik kan met mijn tenen wiebelen.’ fluistert hij tegen niemand. ‘Mijn handen doen het.’

En hij kan praten! Goddank geen hersenbloeding eraan over gehouden.

Sharon helpt hem rechterop en geeft hem wat te drinken.

‘Hoe is het met de pijn?’

Zijn hoofd voelt aan alsof iemand keihard op zijn schedel drukt.

‘Wat zal ik ervan zeggen.’

Hij doet zijn ogen open. Is hij toch weer weggedommeld blijkbaar. Hoofdpijn. En licht hier.

Wát een koppijn. Hoort dit erbij?

Hij tast naar het belletje en als een geest uit de fles staat Sharon in een paar seconden naast zijn bed.

‘U mag bijna naar zaal, alle controles zijn goed. Wat kan ik voor u doen?

‘Hoofdpijn.’

Alsof er met een gloeiende ijzeren staaf in zijn kop gepookt wordt. Hier gaat iets niet goed.

‘Het is heel normaal dat u na de operatie wat pijn voelt. De spieren rond uw schedel hebben een opdonder gehad.’

Ze snapt het niet, dit zijn geen spieren, het zit ín zijn hoofd.

‘Niet normaal.’

‘Zolang u nog een beetje kan dommelen zoals het afgelopen uur, vinden wij de pijn acceptabel.’

Ze aarzelt even. ‘Als u op een schaal van nul tot tien mag aangeven hoeveel pijn u heeft, wat zou u dan zeggen?’ 

Hij kijkt haar aan en als hij ’tien’ zegt, gaan haar wenkbrauwen omhoog.

‘Ik zal aan de dokter vragen of u nog wat pijnstilling kunt krijgen.’

‘Schat, kun je me horen?’

Als hij zijn ogen opent zit Isolde aan de linkerkant van zijn bed. Fijn. Hij is in een andere zaal. Hoe is hij hier gekomen? Heeft hij blijkbaar toch weer geslapen. De hoofdpijn is weg. Goddank. Hij wil iets zeggen maar zijn mond wil niet. Zijn gezicht voelt stijf. Er hangt iets kouds bij zijn rechtermondhoek. Kwijl.

‘Ik ben zo blij dat je weer wakker bent. De operatie is gelukt, hoorde ik.’

Hij probeert met zijn rechterhand de tranen van haar wangen te vegen. Gaat niet. Kan zijn hele rechterarm niet bewegen. Het tintelt ook een beetje rechts.

Nog even slapen.

Als hij weer wakker wordt, heeft hij dorst.

‘Whiskey.’

Praten lukt weer.

‘Wat zeg je, schat?’

‘Blozende druiven. In de raamhals.’

Isolde kijkt verbaasd. Zo moeilijk is het toch niet, hem iets te drinken aangeven.

‘Erik, gaat het wel?’

Ja, het gaat wel. Het was een zindelijke dag, hier in de sushicompagnie. Nee, ziekencompagnie.

‘Ik was in de nachtblauwe passage. Best ver fietsen om mijn hoofd te verklemmen.’

Hij knikt, het werkt weer in de machinekamer.

‘En er waren vergadervogels,’ hoe moet hij dat nu zeggen, ‘die hebben een dwarsdiepe pion gebrand.’

Terwijl de prullenmannen met vijfduizend volt donkerrood liepen te rauzen, en bijna het licht uitging!

‘Erik!'

Hij draait zijn hoofd weer naar Isadora, zijn paradijsvogel. Niet Isadora. I-sólde. Met lekkende venstertjes.

'Ik ga een dokter halen.'

Hij kijkt haar na terwijl ze de kamer uitbeent. Nog steeds een dansbaartje.

Daar is ze alweer. Met een spook op pootjes. Eens kijken hoe die de route verduurt.  

‘Meneer Bakker, hoe gaat het met u?’

‘Klasse.’

‘Heeft u pijn?’

Hij denkt even na.

‘Ik hang razend aan het gras.’

‘Kunt u even uw tanden laten zien?’

Hij gromt. Wat denkt die fucker van jasmijn nou eigenlijk wel.

‘Ik wil graag dat u uw beide armen optilt met de binnenkant van uw handen naar boven.’

Takel, takel, stapvoets.

‘Dat is uno, señor. De andere dinges is een futloze superflop.’   

Het jasmijnspooksel draait zich naar Isolde. Niet binnensmonds kussen. Straks slaat hij je de pica-pica in zijn grijnzende solojurk!

‘We gaan een nieuwe CT-scan maken Ik vrees dat uw man...'

Aha, zie jurkmans opeens bleu kijken!


Een review kan waardevol zijn voor de auteur maar heeft verder geen invloed op de waardering door de jury.

Feedback voor schrijfactiviteiten

Review voor: "Verkoeveren"

22.05.21
Feedback:
Goed geschreven, goede opbouw, het verhaal nam me tot op het einde mee.
  • Schrijfkwaliteit
    5.0/5
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
21.05.21
Feedback:
Mooi verhaal
  • Schrijfkwaliteit
    4.0/5
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig