145 Hits

Publicatie op:
Tot de dood ons scheidt.

Sinds het licht plots uitging dool ik hier doelloos rond. In het duister tast ik houterig om me heen. Ik zie geen hand voor ogen en de oorverdovende stilte wakkert mijn opkomende angstgevoel alleen maar aan. Langzaam beweeg ik me verder, niet goed wetend waarnaartoe. In de verte zie ik uit het niets een fel licht opdoemen. Als een mot ga ik op het licht af. Het is eigenaardig hoe het in het leven kan lopen. Als ik Helena niet in vertrouwen had genomen was ik hier nooit terechtgekomen. Het begon allemaal een dag geleden. Nadat Daphne, mijn echtgenote, voor de derde keer haar koffer had gecontroleerd was ze eindelijk klaar om te vertrekken. Het was nochtans niet de eerste keer dat ze op zakenreis ging en het zou zeker ook niet de laatste keer zijn. Terughoudend zoende ik haar op haar voorhoofd en zei dat ik haar zou missen. In werkelijkheid was ik dolgelukkig dat ik een paar dagen van die oude heks verlost was. Toen ik met haar huwde hadden haar vrienden haar gewaarschuwd. Een jonge man die trouwt met een veel oudere en steenrijke vrouw. Voor hen was het overduidelijk dat ik alleen maar in haar geld geïnteresseerd was, en ze hadden overschot van gelijk. Het huwelijkscontract dat Daphne door haar advocaten had laten opmaken was geen gebrek aan vertrouwen, maar louter een formaliteit. Dat wist ze me op een bescheiden maar tegelijkertijd overtuigende manier te vertellen. Ik gebruikte al mijn overredingskracht, in de hoop dat ze zonder contract met mij zou willen huwen, maar het mocht niet baten. Zou ik haar verlaten, dan was ik alles kwijt. Sindsdien leef ik in een luxe gevangenis en is Daphne mijn cipier. Nadat ze op zakenreis was vertrokken besloot ik met een paar oude vrienden een avondje te gaan stappen. De vrijheid smaakte net zoals het frisse bier naar meer. In de derde bar waar we binnengingen zag ik haar staan. Ze was alles wat mijn vrouw niet was. Ik zocht en vond al snel oogcontact. Toen ze een paar tellen later op me afgestapt kwam, viel mijn mond bijna letterlijk open. Ze was adembenemend mooi.

‘Ga je alleen maar kijken of krijg ik ook iets te drinken?’

Verbouwereerd bood ik haar een drankje aan. Zonder dat ik er achter moest vragen zei ze mij haar naam. Ik stak mijn hand uit en zei: ‘Aangenaam Helena ik ben Mark.’ We raakten aan de praat en tot mijn verbazing bleek dat we frappant veel dezelfde interesses deelden. De rest van de avond verliep even vlot als ons gesprek. Mijn vrienden ondernamen nog een aantal pogingen om me bij Helena weg te kapen, maar ik wimpelde hen moeiteloos af. Het zou een faliekante leugen zijn moest ik beweren dat ik haar later op de avond alleen maar om haar gezellige babbel voorstelde om bij mij thuis nog een slaapmutsje te komen nuttigen. Ik schrok me een hoedje toen ze daarop positief reageerde. Nog geen uur later vleide Helena haar door God gezegende lichaam in de lederen zetel, die mijn vrouw speciaal uit Italië had laten overkomen. Het betrof een uniek exemplaar en het is één van de vele hebbedingen waar Daphne overdreven bezitterig over is. Om vlekken te vermijden mag ik nooit eten of drank in haar zetel nuttigen. Daar kan ze zich enorm over opwinden. Wat ik die avond op haar pronkstuk van plan was zou haar helemaal over de rooie doen gaan.

‘Die foto’s op de kast, ben jij dat met jouw moeder?’

Ik verslikte me bijna in mijn gin-tonic toen Helena me die vraag stelde. Heel even dacht ik eraan om te liegen. Op zich was dat het eenvoudigste geweest, maar om de één of andere reden besloot ik om haar toch de waarheid te vertellen.

‘Dus je huwde met haar om haar geld. Dat moet niet altijd even gemakkelijk zijn?’

Ze keek me geïntrigeerd aan toen ik haar antwoordde dat ik vaak droomde over hoe ik de keel van mijn vrouw langzaam dichtkneep. Het was dan misschien niet de subtielste maar wel de kortste weg naar haar fortuin. Mijn vrees dat Helena na mijn biecht gillend de woning zou uitstormen bleek ongegrond, integendeel zelfs. Ze lachte haar parelwitte tanden bloot en wreef met haar zijdezachte handen over mijn wang.

‘Misschien dat we samen wel een oplossing kunnen bedenken voor jouw probleem.’

Ze knipoogde speels naar mij terwijl ze één voor één de knopen van haar blouse losdeed. Haar lichaam was nog mooier dan ik in mijn stoutste dromen had durven dromen.

‘Moest dat mogelijk zijn, graag dan.’

Elegant stond ze op. Ik keek schaamteloos toe hoe ze haar gin-tonic in één teug soldaat maakte en enthousiast volgde ik haar voorbeeld. Wanneer ook mijn glas leeg was stak ze haar ranke handen naar me uit.

‘Ik veronderstel dat je hier in dit paleis vast en zeker ergens een bed hebt staan?’

Toen ik rechtkwam werd ik een lichte tinteling in mijn hoofd gewaar. Ik ging er toen vanuit dat het door de drank kwam, maar nu weet ik wel beter. Hand in hand gingen we naar de slaapkamer. Bij iedere stap die ik zette leek het alsof ik minder stevig op mijn benen stond. Ik was dan ook enorm opgelucht toen ik me eindelijk in bed kon laten vallen. Daar lag ik dan,  op mijn rug in het midden van het grote bed, op Helena te wachten. Nadat ze al mijn kledij vakkundig had uitgetrokken kwam ze zonder enige vorm van gêne bovenop me zitten. Het leek een droom die uitkwam. Wist ik veel dat die droom al snel in een nachtmerrie zou veranderen. Net zoals voorheen in de woonkamer stak ze haar beide handen naar me uit. Toen ik haar handen wou vastnemen wist ik niet wat me overkwam. Ik kon mijn armen niet meer bewegen. Erger nog, ik kon mijn hele lichaam niet meer bewegen. Ik was van kop tot teen verlamd.

‘Het verdovende middel dat ik in je drank heb gedaan werkt eindelijk.’

Duizend vragen spookten door mijn hoofd, maar ik kreeg geen woord over mijn lippen. Helena boog sensueel over me heen. Eerst zoende ze me speels in mijn hals en dan fluisterde ze zacht in mijn oor.

‘Heb je het nog niet door? Onze ontmoeting was opgezet spel. Jouw vrouw verdacht jou ervan dat je haar beu was en dat je alleen nog bij haar was om haar geld. Ze vreesde zelfs dat je, mits de nodige motivatie, in staat zou zijn om haar iets aan te doen. Daarom kwam ze naar mij toe. Ze wou zekerheid en die heb je haar vanavond gegeven.’

Weer gaf ze me een zoen, ditmaal vol op mijn mond. Daarna ging ze terug rechtop zitten. Verschrikt keek ik toe wanneer ze het hoofdkussen met beide handen stevig vastnam.

‘Slaap wel lieve schat.’

Langzaam drukte ze het kussen op mijn gezicht. Radeloos trachtte ik om haar van me af te duwen, maar mijn lichaam werkte daar niet aan mee. Eerst voelde ik een drukkend gevoel op mijn borstkas, daarna leek het alsof mijn hoofd in duizend stukken uit elkaar zou spatten. Toen ging het licht uit.


&caption=www.schrijverspunt.nl" class="popup" onClick="ga('send', 'event', 'socialshare', 'click', 'facebook');"> facebook
  • Het lezen van de dagbladen is in deze zware tijden geen pretje. Alle meningen over corona, het vaccineren en de volgorde waarin en de berichten over de uit de hand gelopen samenscholingen en bijkomende rellen van complotdenkers, oproerkraaiers, stennis zoekers en andere radicale groeperingen, vullen de krant van begin tot het eind. Zo komt het Dagblad van het Noorden vandaag op het voorblad met de kop: ‘Poldercultuur breekt Nederland op bij vaccineren.’ In het artikel komt een hoogleraar farmaceutische economie aan het woord die klaagt over de traagheid waarin het vaccineren in Nederland verloopt. Volgens hem ligt dit aan onze poldercultuur die ertoe heeft geleid dat, naar zijn zeggen, de prioriteitenlijst van de Gezondheidsraad al drie keer is aangepast. Wij zouden, aldus meneer de hoogleraar farmaceutische economie, een voorbeeld kunnen nemen aan Engeland waar de wil van de Britse Gezondheidsraad wet is, of aan Israël waar het leger alles bepaalt. Tot zover geen probleem, ware het niet dat dezelfde professor het niet kan laten om zijn eigen mening over het vaccineren te poneren. Hij stelt voor om net als in Engeland alle beschikbare vaccins toe te dienen en de tweede prik uit te stellen. Ik vraag me af: uitstellen hoezo en hoe lang dan wel? Ook vraag ik mij af: ‘Heeft u, meneer de hoogleraar, hier ook al verstand van? 

    Na alle perikelen in de afgelopen tijd raak ik enigszins gedeprimeerd van alle meningen van betweters die de behoefte voelen om zonder verstand van zaken zo nodig een steentje aan de onzekerheid denken te moeten bijdragen. Als zelfs een hoogleraar economie zich al met de uitvoering van het vaccinatiebeleid gaat bemoeien, waar blijven we dan? Verwijt de pot hier niet de ketel dat die zwart ziet? Zal hij niet doorhebben dat hij nu zelf een van de voorbeelden is van personen die een bijdrage leveren aan de poldercultuur. 

    Misschien ben ik de enige, maar ik verlang zo naar een informatiestop over alles wat met corona te maken heeft. Geen ellenlange artikelen in de kranten en geen praatprogramma’s op tv die volledig gevuld zijn met virusellende. Ik heb zin in iets leuks en als dat niet gaat: mijn kop in het zand, ik snak ernaar

  • " class="popup" onClick="ga('send', 'event', 'socialshare', 'click', 'googleplus');"> google+
  • twitter
  • pinterest
  • Het lezen van de dagbladen is in deze zware tijden geen pretje. Alle meningen over corona, het vaccineren en de volgorde waarin en de berichten over de uit de hand gelopen samenscholingen en bijkomende rellen van complotdenkers, oproerkraaiers, stennis zoekers en andere radicale groeperingen, vullen de krant van begin tot het eind. Zo komt het Dagblad van het Noorden vandaag op het voorblad met de kop: ‘Poldercultuur breekt Nederland op bij vaccineren.’ In het artikel komt een hoogleraar farmaceutische economie aan het woord die klaagt over de traagheid waarin het vaccineren in Nederland verloopt. Volgens hem ligt dit aan onze poldercultuur die ertoe heeft geleid dat, naar zijn zeggen, de prioriteitenlijst van de Gezondheidsraad al drie keer is aangepast. Wij zouden, aldus meneer de hoogleraar farmaceutische economie, een voorbeeld kunnen nemen aan Engeland waar de wil van de Britse Gezondheidsraad wet is, of aan Israël waar het leger alles bepaalt. Tot zover geen probleem, ware het niet dat dezelfde professor het niet kan laten om zijn eigen mening over het vaccineren te poneren. Hij stelt voor om net als in Engeland alle beschikbare vaccins toe te dienen en de tweede prik uit te stellen. Ik vraag me af: uitstellen hoezo en hoe lang dan wel? Ook vraag ik mij af: ‘Heeft u, meneer de hoogleraar, hier ook al verstand van? 

    Na alle perikelen in de afgelopen tijd raak ik enigszins gedeprimeerd van alle meningen van betweters die de behoefte voelen om zonder verstand van zaken zo nodig een steentje aan de onzekerheid denken te moeten bijdragen. Als zelfs een hoogleraar economie zich al met de uitvoering van het vaccinatiebeleid gaat bemoeien, waar blijven we dan? Verwijt de pot hier niet de ketel dat die zwart ziet? Zal hij niet doorhebben dat hij nu zelf een van de voorbeelden is van personen die een bijdrage leveren aan de poldercultuur. 

    Misschien ben ik de enige, maar ik verlang zo naar een informatiestop over alles wat met corona te maken heeft. Geen ellenlange artikelen in de kranten en geen praatprogramma’s op tv die volledig gevuld zijn met virusellende. Ik heb zin in iets leuks en als dat niet gaat: mijn kop in het zand, ik snak ernaar

  • %0A%0Ahttps://www.schrijverspunt.nl/columns/poldercultuur%0A%0A" onClick="ga('send', 'event', 'socialshare', 'click', 'email');"> email
  • instagram
  • Het lezen van de dagbladen is in deze zware tijden geen pretje. Alle meningen over corona, het vaccineren en de volgorde waarin en de berichten over de uit de hand gelopen samenscholingen en bijkomende rellen van complotdenkers, oproerkraaiers, stennis zoekers en andere radicale groeperingen, vullen de krant van begin tot het eind. Zo komt het Dagblad van het Noorden vandaag op het voorblad met de kop: ‘Poldercultuur breekt Nederland op bij vaccineren.’ In het artikel komt een hoogleraar farmaceutische economie aan het woord die klaagt over de traagheid waarin het vaccineren in Nederland verloopt. Volgens hem ligt dit aan onze poldercultuur die ertoe heeft geleid dat, naar zijn zeggen, de prioriteitenlijst van de Gezondheidsraad al drie keer is aangepast. Wij zouden, aldus meneer de hoogleraar farmaceutische economie, een voorbeeld kunnen nemen aan Engeland waar de wil van de Britse Gezondheidsraad wet is, of aan Israël waar het leger alles bepaalt. Tot zover geen probleem, ware het niet dat dezelfde professor het niet kan laten om zijn eigen mening over het vaccineren te poneren. Hij stelt voor om net als in Engeland alle beschikbare vaccins toe te dienen en de tweede prik uit te stellen. Ik vraag me af: uitstellen hoezo en hoe lang dan wel? Ook vraag ik mij af: ‘Heeft u, meneer de hoogleraar, hier ook al verstand van? 

    Na alle perikelen in de afgelopen tijd raak ik enigszins gedeprimeerd van alle meningen van betweters die de behoefte voelen om zonder verstand van zaken zo nodig een steentje aan de onzekerheid denken te moeten bijdragen. Als zelfs een hoogleraar economie zich al met de uitvoering van het vaccinatiebeleid gaat bemoeien, waar blijven we dan? Verwijt de pot hier niet de ketel dat die zwart ziet? Zal hij niet doorhebben dat hij nu zelf een van de voorbeelden is van personen die een bijdrage leveren aan de poldercultuur. 

    Misschien ben ik de enige, maar ik verlang zo naar een informatiestop over alles wat met corona te maken heeft. Geen ellenlange artikelen in de kranten en geen praatprogramma’s op tv die volledig gevuld zijn met virusellende. Ik heb zin in iets leuks en als dat niet gaat: mijn kop in het zand, ik snak ernaar

  • " class="popup" onClick="ga('send', 'event', 'socialshare', 'click', 'linkedin');"> Linkedin
  • Youtube
  • Printen
  • Whatsapp
  • Telegram
  • Een review kan waardevol zijn voor de auteur maar heeft verder geen invloed op de waardering door de jury.

    Feedback voor schrijfactiviteiten

    Review voor: "Tot de dood ons scheidt."

    03.06.21
    Feedback:
    einde van het verhaal vind ik erg verassend
    • Schrijfkwaliteit
      4.0/5
    Show more
    0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
    03.06.21
    Feedback:
    Beste Alain, een technisch-kritische opmerking: in dit verhaal van 1188 woorden gebruik je maar liefst 205 persoonlijke voornaamwoorden, waarvan er 116 betrekking hebben op de ik-figuur. Pas in de zevende zin komt het woordje ik niet voor. Dit komt de leesbaarheid niet ten goede.
    61 keer ik
    39 keer haar
    32 keer mijn
    31 keer ze
    18 keer me
    9 keer je
    5 keer we
    5 keer mij
    • Schrijfkwaliteit
      3.0/5
    Show more
    0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
    03.06.21
    Feedback:
    Dit verhaal leest heel natuurlijk. Mooie plotwending. Merci voor deze bijdrage, erg leuk
    • Schrijfkwaliteit
      4.0/5
    Show more
    0 van de 0 lezers vond deze review nuttig