Met de noorderzon

© Kimberly Ouwerkerk op . Geplaatst in Verhalenwedstrijd

Hemelsbreed kan het niet meer dan vier meter zijn, maar het huis lijkt onbereikbaarder dan ooit. Zijn blik glijdt naar de tak die ter hoogte van zijn hart uit zijn borst steekt en naar de blaadjes aan het uiteinde van die tak waar de bloeddruppels als in slow motion vanaf druipen. Een paar keer knippert hij met zijn ogen om er zeker van te zijn dat hij het goed ziet, maar dit maakt het juist erger wanneer de tak niet weggaat en de bloeddruppels, zijn bloed, nog feller rood worden. Zijn romp durft hij niet te bewegen en hij wordt van alle kanten in de gaten gehouden: van voren door de kat die op de mat van zijn achterdeur ligt (waar jij gaat, ga ik ook) en van boven door de vogels die hem met felle ogen indringend aanstaren. We houden je in de gaten. Wegvluchten kan niet, want voordat je bij het tuinhek aankomt, zijn wij al vooruit gevlogen om alle ontsnappingsroutes te blokkeren. Dat lijken ze te zeggen in ieder geval. Hij voelt zich zwak van het bloedverlies en van de angst die zijn hart doorboort. De afgelopen dagen had hij zich opgesloten in zijn huis, maar op het laatst was dat niet meer houdbaar; het eten in huis raakte op en alle bezorgers worden bij de grens van zijn tuin opgevangen voordat ze zijn voordeur kunnen bereiken. Deze avond waagde hij het er dan toch op en zette de eerste voorzichtige stappen zijn tuin in voor een krop sla en een paar eieren. Na drie stappen grepen de takken van de boom hem en hoe hard hij zich ook verzette, uiteindelijk werd hij meegesleurd en in de houdgreep genomen. Omdat het buiten pikdonker is, verwacht hij dat het nog wel even duurt voordat de eerste voorbijgangers hem opmerken en hem met medeleven aanstaren en bestoken met goedbedoelde tips.

Een geping luider dan het geluidsprofiel van zijn telefoon trekt zijn aandacht en voor zijn ogen verschijnen de woorden van een appje.

Hi Frans, alles goed?
Luister, de markt trekt weer aan en de tijd is nu perfect om een koper te zoeken voor de Hint PD8. We hebben vertegenwoordigers van een paar grote softwarebedrijven gesproken en die zien mogelijkheden voor ons product. Als je het realistisch bekijkt, wordt het nu te groot voor ons. We kunnen niet snel genoeg meegroeien met de vraag en verliezen momentum door ons gebrek aan schaalbaarheid. Als we niet snel zijn, is een concurrent ons voor en eindigen we met niets. Laten we morgen samen lunchen in De Brasserie en dit verder bespreken.
Groet, Vincent en Arnout.


De woorden branden voor zijn ogen en hij knippert de tranen in zijn ogen weg. Net zoals de woorden uit het niets verschenen, verdwijnen ze weer uit het zicht zonder dat hij er controle over heeft. Zo brengt hij de nacht door, terwijl hij nadenkt over de mooie dingen die hij van plan was te maken en die nu steeds onmogelijker lijken te worden. Hij is er zo dichtbij, een paar weken, meer heeft hij niet nodig, maar ze komen van alle kanten op hem af, grijpen zich aan hem vast en laten hem niet meer los. Hij is niet sterk genoeg om overeind te blijven en niet dapper genoeg om zich los te rukken.

Wanneer het buiten weer licht wordt, ziet de boom er veel minder overweldigend uit. Groot is de boom nog steeds, maar in het daglicht torent hij minder benauwend over hem heen. Boven hem zijn de vogels vrolijk tjilpend met hun kinderen in de weer alsof hij geen deel uitmaakt van hun leven. Nu hij ook zijn romp weer kan bewegen, voelt hij zich zo vrij als een vogel die steeds hoger klimt tot hij boven alle bomen uitsteekt en zo ver kan reiken als de Noordkaap, waar hij landt op een vlakte met dor gras en een enkele struik. Vrij van alle bomen die hem kunnen grijpen.
Vanuit de verte ziet hij Vincent en Arnout naar hem zwaaien en hij begeeft zich richting de simpele tent met campingstoelen om samen met hen een broodje gerookte zalm met dillesaus te eten. Ze spreken over hun plannen voor zijn bedrijf en over het aanbod van een concurrent om hem uit te kopen; een aanbod dat zij als investeerders volledig steunen omdat het ze in staat stelt de samenwerking in ieder geval met een beetje winst te beëindigen. Rondom grazen de rendieren zonder zich iets aan te trekken van wat de mensen bezighoudt en hoog in de lucht vliegen de roofvogels, die vanwege het gebrek aan hoge bomen en gebouwen van grote afstand zichtbaar zijn. Als hij naar beneden kijkt, ziet hij ter hoogte van zijn hart een bolling onder zijn trui. De tak steekt inmiddels minder ver uit, maar straalt met de kracht van een neon uithangbord: hier is Frans, ga je gang met hem, hij kan er toch niets tegen doen.

Hij tekent het contract dat hem uitkoopt en let er goed op dat de essentie van zijn bedrijf, de toegevoegde waarde die in zijn hoofd zit, buiten de scope van het contract valt. Zijn investeerders krijgen hun geld en vervagen langzaam uit beeld. Met het restant betaalt hij zijn schuldeisers terug en de roofdieren verdwijnen achter de horizon. Ook de rendieren houden het voor gezien en trekken verder naar het zuiden, waar het gras groener is en waar de eeuwige dag plaatsmaakt voor een moment van rust. Voordat ze volledig uit het zicht verdwijnen, ziet hij nog net hoe de voorste door zijn voorbenen zakt en neerstort. De rest van de kudde klapt ook in elkaar als marionetten waarvan de meester zijn handen aftrekt en de touwtjes loslaat. Het zuiden zullen ze nooit bereiken. Het broodje gerookte zalm met dillesaus heeft plaatsgemaakt voor een paar jonge vogeltjes die in het lage gras dartelen rond een nestje met eieren, moederziel alleen, niet in staat om zich te beschermen tegen het hongerige zoogdier dat een oogje op ze heeft.

Verhalenwedstrijd