In de schaduw van zijn takken

© Lisette van Eerten op . Geplaatst in Verhalenwedstrijd

Het eerste wat hij voelde waren de blikken van anderen. Later zou hij beweren dat hij een vreemde kriebel in zijn nek gevoeld had, of tintelingen over zijn rug, maar dat was niet waar. Hij bleef zich volledig onbewust van het wonderlijke proces dat zich in zijn lijf te voltrok, totdat hij, schichtig om zich heen kijkend om te testen of men daadwerkelijk naar hém keek, zijn eigen spiegelbeeld in een winkelruit vond.

 

Hij stond toevallig naast een modezaak die haar nieuwe voorjaarscollectie toonde, linnen broeken en kleurige jurken. Zijn blik gleed langs een bloemmotief in groen en oranje. Men had het tafereel in de etalage opgeleukt met verse takken kronkelwilg en forsythia. Zo kwam het dat hij zelfs geconfronteerd met zijn weerspiegeling niet direct bevatte welke eigenaardigheid men in hem nastaarde. Wellicht was dat ook omdat het niet zo eenvoudig te bevatten was. Iets hield zijn blik echter gevangen terwijl hij reeds aanstalten maakte zich weg te draaien. In die beweging dwong het spiegelbeeld hem te herkennen wat er gaande was. Enkele takken draaiden immers met hem mee.

 

Ze kronkelden uit zijn kraag en krulden achter zijn oren omhoog en opzij. Hij schudde kort zijn hoofd en zag de takken deinen en hun blaadjes ontvouwen. Frisgroen lenteblad. Het rook naar de tuin van zijn oma, waar hij als kind na een eeuwigheid van binnenskamers naar de regen staren eindelijk in losgelaten werd. Bruine veterschoenen had hij gehad, een groene kabeltrui. De verzamelde tantes hadden gezegd dat hij zo zoet was, zo rustig en stil en dat hij nu fijn even naar buiten mocht, want dat hadden jongens toch eigenlijk nodig, en moeder had geglimlacht terwijl ze hielp met de rits van zijn jas en ze had haar zussen verteld dat hij een bijzondere jongen was en dat hij altijd zulke bijzondere verhalen kon verzinnen.

 

Iemand riep iets in het voorbij fietsen. Hij kon het niet verstaan, maar wist dat over hem ging. Over de boom die uit zijn schouders groeide. Zoiets was in de dorpsstraat niet eerder vertoond. Nu zijn aandacht eenmaal naar zijn transformatie getrokken was, merkte hij plots ook de zachte stuwing onder zijn rugpand op. Dusdanig gefascineerd dat gêne hem niet kon weerhouden, ontdeed hij zich ter plekke nog van zijn jas en zijn shirt. Enkele struiken ontrolden zich na deze bevrijding, rododendron en skimmia, leek het. Daartussenin herkende hij het lange slanke blad van narcissen en de korte dikke bladeren van tulpen. Jong gras spriette uit zijn broekband. Hij keek over zijn schouder en verbaasde zich matig. Het voelde hem eigenlijk heel natuurlijk aan.

 

De menigte die zich vanzelfsprekend rond dit schouwspel verzameld had, staarde, wees en vertelde het verder. Het gerucht van de man met de tuin op zijn rug verspreide zich snel en men reisde van heinde en verre naar zijn woonplaats om zijn perk te bewonderen. Men wilde zijn bloemen plukken of tussen zijn struiken poseren. Eenmaal ontving hij een verzoek voor een bruidsreportage, eenmaal boodt een hoveniersbedrijf een make-over aan. Overdonderd door de aandacht en de vele vragen, wist hij er eerst geen enkele te beantwoorden. In de loop der jaren echter, zou hij zijn verhaal vormen en in de schaduw van zijn eigen takken vertellen aan diegenen zich zich graag bleven verwonderen.