Verhalenwedstrijd

Verhalenwedstrijd ´Onder de boom´

Schrijverspunt organiseert weer een spannende schrijfwedstrijd! Dit keer is het thema

Onder de boom’.

Het genre is vrij, zolang er ergens in het verhaal maar op de een of andere manier iets (of juist niets?) onder de boom is. Hoe? Dat is aan jou! Staat er een gouden stoel? Een kabouterhuisje? Zit er iemand? Heeft er iets gelegen? Laat je van de beste schrijfkant zien en schrijf een origineel verhaal. Zowel schrijfvaardigheid als originaliteit wordt gewaardeerd. Vanzelfsprekend heeft je verhaal geen schrijffouten… (Tip: Kijk ook eens naar de artikelen over schrijven op de website van Schrijverspunt!)

De afgelopen keren was het niveau van de inzendingen hoog, dus doe je best!

De jury bestaat uit:

  1. Wouter Grootenboer (Redactie Schrijverspunt)
  2. Irene van Wesel (Tekst & Inzicht)

De voorwaarden voor deelname zijn:

  • Deelname is mogelijk van 15 mei t/m 31 juli 2019 (24.00 uur).
  • Verhalen dienen online geplaatst te worden op de website van Schrijverspunt. Je moet hiervoor eerst inloggen en een gratis account aanmaken.
  • De maximale lengte is 1250 woorden.
  • Je inzending mag nog niet eerder zijn gepubliceerd, zowel op internet of in gedrukte / elektronische media.
  • Het is niet mogelijk verhalen nog te wijzigen na inzending, corrigeren van fouten doe je dus het beste voordat je het inzendt!
  • Het gebruiken van een pseudoniem is toegestaan.
  • Het thema ‘Onder de boom’ moet in het verhaal worden gebruikt.
  • Je mag slechts eenmaal deelnemen.
  • Door deelname aan de wedstrijd verleen je Schrijverspunt toestemming om je verhaal in de nog uit te geven bundel te publiceren.
  • Je verhaal is geschreven in de Nederlandse taal.

Bij voldoende kwalitatieve inzendingen zal Schrijverspunt een bundel uitgeven van de beste verhalen.

Wat kun je winnen?

Schrijverspunt stelt een boekenpakket samen voor de winnaar. Daarnaast ontvangt de winnaar een gratis exemplaar van de uit te geven bundel.

De bundel kan tot de verschijningsdatum met 10% korting worden aangeschaft via de webwinkel van Schrijverspunt.

Na de verschijningsdatum wordt de bundel zowel bij Schrijverspunt als bij de boekhandel zonder korting verkocht.

Meedoen is nog mogelijk:
Dagen
:
Uren
:
Minuten
:
Seconden
Meedoen van:
15 mei t/m 31 juli
2019

Het meisje met de paraplu

   Daar stond ik, onder een wilgenboom, mijzelf af te vragen of de regen ooit zou stoppen.
   Het was koud en donker en ik kreeg spijt dat ik mijn paraplu vanochtend thuis had gelaten. Ik keek op mijn horloge. Eigenlijk had ik al een half uur geleden thuis moeten zijn en Emiel zou wel denken dat ik moest overwerken. Maar ik wilde nog niet naar huis. Na een hele dag in dat muffe kantoor van mij gezeten te hebben, had ik langer dan die tien minuten die ik naar huis liep nodig in de buitenlucht, ook al kwam het momenteel met bakken uit de hemel vallen.
   Mijn ogen werden getrokken door een meisje dat in haar felgele regenjasje van de schoot van haar moeder sprong en voor het parkbankje wild in de plassen begon te springen. Ze gierde het uit van de pret en er verscheen een glimlach op mijn gezicht. De moeder zag mij en lachte vriendelijk terug.      Opeens rende het meisje terug naar haar moeder en stond ze op haar teentjes om haar moeder iets te vragen. De hand van de moeder greep naar iets dat naast het bankje lag. Ze toverde een kleine gele paraplu tevoorschijn, die het meisje vrolijk openklapte en in de lucht zwaaide.
   De glimlach op mijn gezicht verdween en mijn hart leek een slag over te slaan. Wat leek ze verdomd veel op Varsha. Ik had mijzelf nog zo beloofd niet te veel aan haar te denken en de laatste paar maanden ging het ook goed. Eerst deed zo'n beetje alles mij aan haar denken en nu gingen er soms uren voorbij zonder dat zij in mijn hoofd opdoemde. Aan de ene kant liet het mij schuldig voelen, aan de andere kant was ik blij dat ik mij weer op mijn werk kon concentreren.
   Het was nu bijna vier jaar geleden dat we op vakantie naar Spanje waren. Het was voor ons de tweede keer, maar deze keer vond Varsha het extra leuk, omdat haar oom, tante en neefje Luca meegingen. Ze genoot het meest van onze tijd op het strand. Soms lag ze dagen in de zee en dan nog kreeg ze er geen genoeg van.
   Het luid gejoel van het meisje in het gele regenjasje bracht mij terug onder de wilgenboom. Ze zwierde met de paraplu en liet de regendruppels op haar handpalmen terechtkomen. Precies zoals Varsha, toen zij haar leeftijd was, alleen had zij geen geel parapluutje. Die van haar was lichtblauw, met grote witte stippen erop en haar laarsjes hadden precies dezelfde kleuren. Emiel had bijna een roze voor haar gekocht, maar Varsha had daar een hekel aan. ‘Alleen stomme meisjes houden van roze!’ had ze tegen haar vader geroepen. ‘Ik hou alleen van blauw!’ Ze was zo koppig.
   Dat was ook duidelijk te merken tijdens onze laatste vakantie. De temperatuur was misschien wel hoog, maar die bewuste dag zou de wind toenemen aan de Spaanse kust. We hadden haar nog net niet gesmeekt om met ons mee te gaan naar de stad om lekker te gaan winkelen. Ze had haar kleine hoofd geschud en standvastig gezegd: ‘Ik ga met Luca naar het strand.’
   Er knaagde toch iets aan mij, toen mijn zus en haar man ons beloofden dat ze goed op haar zouden passen. Vooralsnog besloten Emiel en ik de stad in te gaan en speciaal voor Varsha een cadeautje te kopen. We kochten een knuffel in de vorm van een koala. Ze was dol op alle soorten beren, maar haar favoriet was veruit de koala. Voor Luca namen we een pandabeertje mee.
   Ineens krijste het meisje met de gele paraplu het uit. Ze huilde tranen met tuiten, hoewel dat natuurlijk moeilijk te zien was in de regen, maar haar moeder gaf haar al een dikke, troostende knuffel. In mijn ooghoek zag ik nog een net een fietser achter de bosjes verdwijnen. Hij was door een plas gereden, vlakbij het meisje, waardoor zij een plens koud water in haar gezicht had gekregen. Al snel was het meisje het weer vergeten en dartelde ze vrolijk verder door de plassen.
   Nadat we ongeveer twee uur gewinkeld hadden, werd Emiel gebeld door mijn zwager. Ik had geen idee wat hij vertelde, maar aan het gezicht van mijn echtgenoot te zien was het foute boel. Terwijl we als gekken een taxi zochten en de chauffeur bevolen haast te maken naar het strand, vertelde Emiel mij dat mijn zus en haar man Varsha niet konden vinden. Hun zevenjarige zoon kwam ineens huilend uit het water gerend, maar van Varsha ontbrak elk spoor.
   Eenmaal op het strand, nog voordat we mijn zus hadden gevonden, gingen mijn ogen als twee dwazen langs de hele zeekust, opzoek naar een negenjarig meisje met donkere krullen. Toen we weer verenigd waren met mijn zus vertelde ze dat Luca haar voor het laatst wat dieper water in had gezien. Met verschrikte blikken keken Emiel en ik naar de zee. Die was ruig en absoluut niet geschikt voor jonge kinderen. Zo snel als onze benen konden rennen sprintten wij naar het water, en terwijl ik niet verder ging dan tot ik met mijn middel in de zee stond, dook Emiel meters verder de diepte in.
   Het enige dat ik voelde was angst en onmacht. Het was zwaar om mij in het wilde water te begeven en na lang gezocht te hebben keerde ik terug naar de kust. Op het strand zakte ik in elkaar, terwijl ik mijn zus beschuldigend vroeg hoe dit had kunnen gebeuren. Terwijl ze haar armen om mij heen sloeg vertelde ze snikkend hoe zeer het haar speet. ‘Oh, nee…’, zei haar man opeens, terwijl hij met een verstarde blik naar het water keek.
   Ik voelde dat ik langzaam mijn rug tegen de stam legde. Het meisje was gestopt met springen en dansen en leek nu zelfs een beetje te rillen van de kou. Ze rende naar haar moeder en stond opnieuw op haar teentje om haar moeder iets te vertellen. Vervolgens stond de moeder op.
   ‘Daar ben je!’ Opeens zag ik twee bekende blauwe ogen voor mijn neus. ‘Ik heb je overal gezocht! Je zou al toch al een uur geleden thuiskomen?’ zei Emiel op gefrustreerde toon. ‘Ik maakte me zorgen!’ Mijn ogen keken alleen maar naar het meisje in de gele regenjas die, met in haar ene hand de paraplu en in haar andere de hand van haar moeder, over het pad voorbij de boom liep.
   Emiel volgde mijn ogen en samen keken we hoe het meisje uit ons zicht verdween. Zijn boze gezicht verdween en maakte plaats voor begripvolle blik. ‘Oh, Amaya…’, zuchtte hij. ‘Laat haar los…’ Maar ik wilde haar niet loslaten. Ik wilde haar in mijn armen nemen en dicht tegen mij aandrukken.
   Emiel kwam bij mij onder de boom staan en hield mijn gezicht in zijn handen. Hij keek mij indringend aan, zonder iets te zeggen. Hij hoefde ook niets te zeggen, ik wist dat hij er altijd voor mij zou zijn. Toen sloot hij mij in zijn armen en in zijn nek herkende ik de geur van Varsha.
   Daar stond ik dan, onder een wilgenboom, mijzelf af te vragen of de pijn ooit zou stoppen.
 
Dit artikel delen?
Pin It
  • Hits: 69

Login of registreer om een reactie te plaatsen