Loading...
Verhalenwedstrijd

Verhalenwedstrijd ´Onder de boom´

Schrijverspunt organiseert weer een spannende schrijfwedstrijd! Dit keer is het thema

Onder de boom’.

Het genre is vrij, zolang er ergens in het verhaal maar op de een of andere manier iets (of juist niets?) onder de boom is. Hoe? Dat is aan jou! Staat er een gouden stoel? Een kabouterhuisje? Zit er iemand? Heeft er iets gelegen? Laat je van de beste schrijfkant zien en schrijf een origineel verhaal. Zowel schrijfvaardigheid als originaliteit wordt gewaardeerd. Vanzelfsprekend heeft je verhaal geen schrijffouten… (Tip: Kijk ook eens naar de artikelen over schrijven op de website van Schrijverspunt!)

De afgelopen keren was het niveau van de inzendingen hoog, dus doe je best!

De jury bestaat uit:

  1. Wouter Grootenboer (Redactie Schrijverspunt)
  2. Irene van Wesel (Tekst & Inzicht)

De voorwaarden voor deelname zijn:

  • Deelname is mogelijk van 15 mei t/m 31 juli 2019 (24.00 uur).
  • Verhalen dienen online geplaatst te worden op de website van Schrijverspunt. Je moet hiervoor eerst inloggen en een gratis account aanmaken.
  • De maximale lengte is 1250 woorden.
  • Je inzending mag nog niet eerder zijn gepubliceerd, zowel op internet of in gedrukte / elektronische media.
  • Het is niet mogelijk verhalen nog te wijzigen na inzending, corrigeren van fouten doe je dus het beste voordat je het inzendt!
  • Het gebruiken van een pseudoniem is toegestaan.
  • Het thema ‘Onder de boom’ moet in het verhaal worden gebruikt.
  • Je mag slechts eenmaal deelnemen.
  • Door deelname aan de wedstrijd verleen je Schrijverspunt toestemming om je verhaal in de nog uit te geven bundel te publiceren.
  • Je verhaal is geschreven in de Nederlandse taal.

Bij voldoende kwalitatieve inzendingen zal Schrijverspunt een bundel uitgeven van de beste verhalen.

Wat kun je winnen?

Schrijverspunt stelt een boekenpakket samen voor de winnaar. Daarnaast ontvangt de winnaar een gratis exemplaar van de uit te geven bundel.

Deelnemers aan de wedstrijd kunnen de bundel met 10% korting aanschaffen via de webwinkel van Schrijverspunt.

Meedoen van:
15 mei t/m 31 juli
2019

Het grootse gebaar

2 december 1944

Ze staarde gedachteloos naar de bodem van de theebus en schudde vervolgens de laatste kruimels thee in het hete water. Het was zo’n beetje het enige waarmee ze de koude, die beslag van haar hele lichaam had genomen, wist te verdrijven – al was het maar voor even.

Sophie wilde aan de keukentafel gaan zitten, toen ze zich plots weer herinnerde dat ze die twee dagen geleden hadden opgestookt. Kolen, hout, het was allemaal even schaars geworden en ze moesten toch iets doen om niet te bevriezen. Dus had ze David met pijn in haar hart de toestemming gegeven om haar oma’s eikenhouten tafel in stukken te hakken. Daarmee verdween het laatste houten voorwerp dat in huis te vinden was, in de gulzige vlammen die voor even verlichting brachten. Maar hoe uitzichtloos de situatie ook zou worden, Sophie had David plechtig laten beloven om de grote boom, die zijn takken als een beschermengel over hun kleine tuin uitspreidde, met geen vinger aan te raken. De boom was daar door haar voorvaderen geplant en stond symbool voor de liefde van haar familie.

De machtige boom was ook het enige dat haar nog restte van haar familie, ze waren één voor één weggevallen. Het had Sophie dan ook heel wat moeite gekost om afstand te doen van de familiesieraden die ze zo koesterde, maar hoe hadden ze anders aan eten moeten komen? David had er gelukkig nog een redelijke prijs voor kunnen krijgen op de zwarte markt.

Hoewel de ellende Sophie soms zo bij de keel greep dat het verleidelijk was om het op te geven en zich vredig te laten meevoeren naar het land van de eeuwige rust, had ze zich tot nu toe op de een of andere manier toch door de aaneenrijging van zwartgallige dagen heen weten te slaan. En dan was daar nog die extra reden die haar op de been hield, haar de kracht gaf om deze schijnbaar eeuwigdurende oorlog door te komen. Ze hield de dampende mok voor haar gezicht en keek naar haar licht bollende buik. De gedachte aan het prille leven dat in haar groeide, ontlokte haar een kleine glimlach. Ze hoopte maar dat David snel zou terugkomen met goed nieuws. Er gingen geruchten dat de bezetter snel terrein verloor.

Sophie zette net de warme mok aan haar lippen toen de deur openvloog. David kwam lijkbleek en buiten adem binnengestormd. “Ze … ze … komen …”, kon hij met moeite uitbrengen. Hij sommeerde haar om snel het hoogstnoodzakelijke bijeen te pakken. Terwijl Sophie geschrokken naar de slaapkamer snelde, hoorde ze de achterdeur dichtslaan. “David?” Maar er kwam geen antwoord. Snel klikte ze de kleine koffer dicht waarin ze haastig de weinige kleren die ze nog bezaten, had gepropt. Ze wilde hem net opnieuw roepen, toen hij binnenkwam. Ze keek naar zijn handen die onder de modder zaten, maar nog voor ze ernaar kon vragen, werd er hard op de deur geklopt.

“Aufmachen!” klonk het dreigend. Sophie zette een stap in de richting van de deur maar David hield haar tegen. Op datzelfde moment hoorden ze hoe de deur met een luide knal werd ingetrapt. Sophie werd ruw aan de kant geduwd en moest met lede ogen aanzien hoe vier soldaten in Duitse uniformen zich op haar echtgenoot stortten en hem hardhandig meesleurden. Wanhopig probeerde ze zich aan hem vast te klampen maar hij keek haar indringend aan en schudde zijn hoofd. Aarzelend liet ze hem los. Ze zag hoe ze hem richting een legertruck duwden en hem met harde stoten van hun geweerkolven in zijn rug aanmaanden om in te stappen. Toen de truck in beweging kwam, zag ze nog net hoe David een weids gebaar met zijn armen maakte, alsof hij haar iets duidelijk wilde maken. Maar wat?

Voorjaar 1950

Het was een prachtige lentedag. De vogels zongen alsof hun leven ervan afhing en een aangenaam bloesemparfum drong Sophies neusgaten binnen. Het herinnerde haar aan die eerste hemelse zomer die ze samen met David had doorgebracht. Ze kon zich nog helder voor de geest halen hoe hij een kleed in de schaduw van de grote boom had uitgespreid en voorzichtig haar hand had vastgepakt. Ze hadden uren gepraat alsof ze elkaar al jaren kenden en ze had van zijn aanwezigheid genoten. Zijn twinkelende ogen en gulle lach hadden op slag haar hart veroverd.

Het uitbundige geschater van de kleine Benjamin bracht haar in één ruk terug naar het heden. Zo hard als zijn kleine beentjes hem dragen konden, rende de kleine jongen achter een vlinder aan. Ze keek weemoedig toe hoe hij het uiteindelijk opgaf en naar haar toe kwam. Sophie sloeg haar armen om hem heen en snoof zijn geur op. Wat leek hij toch op zijn vader.

“Mama, mag ik schatgraven?” Ze knikte instemmend en volgde hem naar het kleine schuurtje in de tuin. Sophie voelde hoe zijn kleine handje zachtjes in haar hand kneep.
“Ik heb gedroomd over papa die zei dat er een schat onder de boom begraven ligt”, fluisterde hij. Sophies adem stokte in haar keel. Ze zag hoe Benjamin zijn armen wijd uitstrekte en even dacht ze dat haar benen het zouden begeven. Met trillende handen pakte ze het kleine schepje en de grote schop die gebroederlijk naast elkaar stonden en wankelde richting de grote boom. De kleine jongen keek zijn moeder verwonderd aan maar volgde haar zonder vragen te stellen. In stilte begonnen ze te graven. Al snel stootte Benjamin met zijn schepje op een metalen doosje. Sophie groef het met haar blote handen uit en zette het voor haar en Benjamin in het gras neer. Ze ademde diep in en opende voorzichtig het deksel. Daar op de bodem van een oud koekblik lag de zilveren rammelaar die ze voorgoed verloren had gewaand. De tranen stroomden over haar wangen. Sophie sloeg haar ogen ten hemel en zag hoe de takken van de boom zich geruststellend over haar en hun zoon uitstrekten.
Dit artikel delen?
Pin It
  • Hits: 37