81 Hits

Publicatie op:
Fataal moment
‘Jongens, hij komt bij.’
Er stond iemand in een oranje jas met fluorescerende strepen over me heen gebogen. Ik voelde dat er iets op mijn gezicht was gedrukt. Even keken we elkaar aan. ‘Rustig blijven liggen,’ hoorde ik nog voordat ik mijn bewustzijn weer dreigde te verliezen. Er werd lucht in me geblazen. Iedere ademhaling voelde ik pijn in mijn borstkas. Ik was steenkoud.
‘Hallo, wakker blijven.’ Ik draaide voorzichtig mijn hoofd opzij. Daar lag Els, het meisje waarmee ik sinds drie maanden verkering had. Ik zag dat mensen over haar heen gebogen stonden. Op haar voorhoofd zat een bult, zo groot als een ganzenei. Ze bewoog niet. Ik hoorde geroezemoes. Mijn oude kever werd uit het water getakeld.
 
Even na half tien stonden we op een zaterdagavond in januari 1972 te wachten in de lange gang naar discotheek St. Tropez. Eind jaren zestig was een oud pakhuis in Deventer binnenstad omgetoverd tot een heuse discotheek, waar het sindsdien in het weekend vreselijk druk was.
We gaven onze licht besneeuwde jassen aan het meisje dat in de garderobe stond. Even later worstelden we ons langs de menigte op de dansvloer en liepen het trapje op naar de boot bar. De plek, waar we meestal zaten met onze vrienden.
Een paar maanden eerder leerde ik Els hier kennen. Als ik haar zie, voel ik me anders. Een gevoel dat ik op deze manier nog niet vaak had.
Van ons vriendenclubje zaten alleen Bart en Jeroen aan de bar. Bart en Jeroen lopen nog als vrije jongens rond, op zoek naar ‘een lekker ding’, zoals Bart het zegt.
‘Waar is de rest?’ vroeg ik.
‘Misschien komen ze later’, zei Bart.
Bart en Jeroen hadden hun glas nog meer dan halfvol, maar ik kende de beide jongens goed genoeg om te weten dat het niet lang zou duren voordat ze het glas leeg hadden en bestelde daarom alvast een nieuw pilsje en een lekker wijntje voor Els. Toen ze wat gedronken had van haar wijn, sloeg ze een arm om mijn nek en ging op mijn knie zitten Onder het praten, ging ze af en toe met haar hand door mijn krullen en gaf ze me een kus.
Bart, de moppentapper onder ons, was een mop aan het vertellen over Sam en Moos toen ik hoge nood kreeg en nodig naar het toilet moest.
Ga je mee dansen, Har?’ vroeg Els toen ik na een tijdje terugkwam van het toilet en Bart en Jeroen even weggelopen waren op zoek naar wat vrouwelijk schoon. Langs de dansvloer stonden ze te kijken naar een groepje dat aan het dansen was op een klein podium.
Lang tijd om na te denken, gaf Els me niet. Ze schoof de barkruk aan de kant en gaf me gauw nog een zoen voordat we in de drukte op de dansvloer verdwenen.
De diskjockey draaide vaak soulplaten. Toen we op de dansvloer stonden, had hij ‘Respect’ van Aretha Franklin net opgezet. Daarna draaide hij een paar langzame nummers. Om lekker op te schuifelen.
Het geluid stond zo hard dat we elkaar nauwelijks konden verstaan. Daarom trok Els mij naar haar toe en schreeuwde in mijn oor: ‘zullen we straks ergens anders naar toe gaan? Naar de Stal ofzo?’
Ik vond het al lang goed. Door de drukte was er nauwelijks ruimte om te dansen en voelde ik het natte zweet op mijn rug.
 
De wietdampen kwamen ons op de trap naar de kelder al tegemoet. Langs de steile trap zat een dik koord aan de muur.om je aan vast te houden.
‘The Fifth’, een mix van hardrock en klassieke muziek, van Ekseption klonk uit de luidsprekers.
Toen we de kelder in kwamen, zagen we Rita en Paul in een hoek op een matras zitten. Paul, die meer op de matras lag dan zat, nam een slok van zijn biertje en vroeg: ‘Wil je ook een joint?’
‘Nee, bedankt’, zei ik en haalde mijn pakje Camel tevoorschijn.
Toen ik mijn sigaret wilde aansteken, bleek dat ik mijn aansteker had laten liggen in St. Tropez.
‘Geen probleem’, zei Paul en hield de gloeiende punt van zijn joint tegen mijn sigaret aan.
Paul nam een aantal diepe halen en de rook van mijn sigaret dwarrelde in de lucht. Wiet had ik toen nog nooit gerookt.
Rita en Els waren in korte tijd echte vriendinnen geworden en waren druk met elkaar aan de klets toen Paul me vroeg of ik vrijdagavond de film van Clint Eastwood nog op tv had gezien. Dirty Harry. De film had ik gemist. Paul vond dat het zo’n film was die je een keer gezien moest hebben.
‘Waarom moeten al die figuren in dat soort films vaak ‘Harry’ heten?’ vroeg ik hem. Hij moest lachen.
Opeens stond Els op en vroeg: ‘hoe laat is het eigenlijk? Morgen moet ik al vroeg met Sophie en mijn moeder naar Amsterdam. Naar de Jaap Eden ijsbaan. Sophie doet mee aan het Nederlands kampioenschap kunstrijden.’
‘Het is al redelijk laat, bijna 3 uur.’
Ze schrok dat het al zo laat was. We zochten onze jassen op en liepen naar de auto. Er lag inmiddels een dikke laag sneeuw op de oude kever.
 
‘Hoe lang heb je de auto al?’ vroeg ze toen we net de stad uitgereden waren.
‘Nog niet zolang, een half jaar ongeveer. Direct nadat ik mijn rijbewijs had, heb ik hem gekocht. Voor duizend gulden.’
Eenmaal buiten de stad trok ik af en toe pookje voor groot licht.
Terwijl ik schakelde naar de vierde versnelling, keek ik naar haar mooie benen. De wijzer kroop naar de zeventig kilometer. Ze pakte mijn hand en legde hem tussen haar dijen. Ze deed haar benen iets uit elkaar, zette de stoelleuning iets achter over waardoor mijn vingers haar slipje raakten.
Ik haalde mijn hand weer weg. Het sneeuwde nog steeds lichtjes en de weg langs het kanaal was verraderlijk glad.
‘Wat een schijterd ben je.’ Ze legde haar hand in mijn kruis en begon te wrijven. Ze maakte de knoop van mijn broek open, trok mijn rits naar beneden en ging met haar hand in mijn onderbroek.
Plotseling zag ik de lichten van een auto op ons afkomen. Ik kon de auto niet meer ontwijken, raakte aan het glijden en kwam met een klap in het water terecht.
Het was aardedonker. Ik voelde dat er bloed over mijn gezicht liep. Op de tast zocht ik Els. Op haar voorhoofd voelde ik een grote bult.
‘Els hoe gaat het?’ Geen antwoord. Ik hoorde alleen het geluid van het binnenlopende water.
Ze keek me aan met wijd opengesperde ogen. ‘Probeer rustig te blijven, we hebben nog lucht genoeg.’
Met haar beide handen duwde ze tegen het portier. Het had geen zin. Er stond veel te veel druk op. ‘We moeten wachten tot het water hoger staat, dan de ramen opendraaien en naar buiten zwemmen.’
Het water steeg steeds verder, tot onze navel zaten we al in het water. Toen er nog maar een hoofdlengte ruimte over was tussen het water en het dak van de auto, probeerden we een raampje open te draaien. Het lukte bij beide portieren niet.
‘We gaan verdrinken,’ zei ze met tranen in haar ogen. Het water stond aan haar lippen. Ik zag dat ze dreigde weg te zakken. Ik duwde haar omhoog. ‘Wakker blijven.’
Ook het lampje boven de achteruitkijkspiegel ging uit. Ik voelde dat haar lijf slapper werd en duwde zo hard mogelijk om haar mond boven water te houden.

&caption=www.schrijverspunt.nl" class="popup" onClick="ga('send', 'event', 'socialshare', 'click', 'facebook');"> facebook
  • Het lezen van de dagbladen is in deze zware tijden geen pretje. Alle meningen over corona, het vaccineren en de volgorde waarin en de berichten over de uit de hand gelopen samenscholingen en bijkomende rellen van complotdenkers, oproerkraaiers, stennis zoekers en andere radicale groeperingen, vullen de krant van begin tot het eind. Zo komt het Dagblad van het Noorden vandaag op het voorblad met de kop: ‘Poldercultuur breekt Nederland op bij vaccineren.’ In het artikel komt een hoogleraar farmaceutische economie aan het woord die klaagt over de traagheid waarin het vaccineren in Nederland verloopt. Volgens hem ligt dit aan onze poldercultuur die ertoe heeft geleid dat, naar zijn zeggen, de prioriteitenlijst van de Gezondheidsraad al drie keer is aangepast. Wij zouden, aldus meneer de hoogleraar farmaceutische economie, een voorbeeld kunnen nemen aan Engeland waar de wil van de Britse Gezondheidsraad wet is, of aan Israël waar het leger alles bepaalt. Tot zover geen probleem, ware het niet dat dezelfde professor het niet kan laten om zijn eigen mening over het vaccineren te poneren. Hij stelt voor om net als in Engeland alle beschikbare vaccins toe te dienen en de tweede prik uit te stellen. Ik vraag me af: uitstellen hoezo en hoe lang dan wel? Ook vraag ik mij af: ‘Heeft u, meneer de hoogleraar, hier ook al verstand van? 

    Na alle perikelen in de afgelopen tijd raak ik enigszins gedeprimeerd van alle meningen van betweters die de behoefte voelen om zonder verstand van zaken zo nodig een steentje aan de onzekerheid denken te moeten bijdragen. Als zelfs een hoogleraar economie zich al met de uitvoering van het vaccinatiebeleid gaat bemoeien, waar blijven we dan? Verwijt de pot hier niet de ketel dat die zwart ziet? Zal hij niet doorhebben dat hij nu zelf een van de voorbeelden is van personen die een bijdrage leveren aan de poldercultuur. 

    Misschien ben ik de enige, maar ik verlang zo naar een informatiestop over alles wat met corona te maken heeft. Geen ellenlange artikelen in de kranten en geen praatprogramma’s op tv die volledig gevuld zijn met virusellende. Ik heb zin in iets leuks en als dat niet gaat: mijn kop in het zand, ik snak ernaar

  • " class="popup" onClick="ga('send', 'event', 'socialshare', 'click', 'googleplus');"> google+
  • twitter
  • pinterest
  • Het lezen van de dagbladen is in deze zware tijden geen pretje. Alle meningen over corona, het vaccineren en de volgorde waarin en de berichten over de uit de hand gelopen samenscholingen en bijkomende rellen van complotdenkers, oproerkraaiers, stennis zoekers en andere radicale groeperingen, vullen de krant van begin tot het eind. Zo komt het Dagblad van het Noorden vandaag op het voorblad met de kop: ‘Poldercultuur breekt Nederland op bij vaccineren.’ In het artikel komt een hoogleraar farmaceutische economie aan het woord die klaagt over de traagheid waarin het vaccineren in Nederland verloopt. Volgens hem ligt dit aan onze poldercultuur die ertoe heeft geleid dat, naar zijn zeggen, de prioriteitenlijst van de Gezondheidsraad al drie keer is aangepast. Wij zouden, aldus meneer de hoogleraar farmaceutische economie, een voorbeeld kunnen nemen aan Engeland waar de wil van de Britse Gezondheidsraad wet is, of aan Israël waar het leger alles bepaalt. Tot zover geen probleem, ware het niet dat dezelfde professor het niet kan laten om zijn eigen mening over het vaccineren te poneren. Hij stelt voor om net als in Engeland alle beschikbare vaccins toe te dienen en de tweede prik uit te stellen. Ik vraag me af: uitstellen hoezo en hoe lang dan wel? Ook vraag ik mij af: ‘Heeft u, meneer de hoogleraar, hier ook al verstand van? 

    Na alle perikelen in de afgelopen tijd raak ik enigszins gedeprimeerd van alle meningen van betweters die de behoefte voelen om zonder verstand van zaken zo nodig een steentje aan de onzekerheid denken te moeten bijdragen. Als zelfs een hoogleraar economie zich al met de uitvoering van het vaccinatiebeleid gaat bemoeien, waar blijven we dan? Verwijt de pot hier niet de ketel dat die zwart ziet? Zal hij niet doorhebben dat hij nu zelf een van de voorbeelden is van personen die een bijdrage leveren aan de poldercultuur. 

    Misschien ben ik de enige, maar ik verlang zo naar een informatiestop over alles wat met corona te maken heeft. Geen ellenlange artikelen in de kranten en geen praatprogramma’s op tv die volledig gevuld zijn met virusellende. Ik heb zin in iets leuks en als dat niet gaat: mijn kop in het zand, ik snak ernaar

  • %0A%0Ahttps://www.schrijverspunt.nl/columns/poldercultuur%0A%0A" onClick="ga('send', 'event', 'socialshare', 'click', 'email');"> email
  • instagram
  • Het lezen van de dagbladen is in deze zware tijden geen pretje. Alle meningen over corona, het vaccineren en de volgorde waarin en de berichten over de uit de hand gelopen samenscholingen en bijkomende rellen van complotdenkers, oproerkraaiers, stennis zoekers en andere radicale groeperingen, vullen de krant van begin tot het eind. Zo komt het Dagblad van het Noorden vandaag op het voorblad met de kop: ‘Poldercultuur breekt Nederland op bij vaccineren.’ In het artikel komt een hoogleraar farmaceutische economie aan het woord die klaagt over de traagheid waarin het vaccineren in Nederland verloopt. Volgens hem ligt dit aan onze poldercultuur die ertoe heeft geleid dat, naar zijn zeggen, de prioriteitenlijst van de Gezondheidsraad al drie keer is aangepast. Wij zouden, aldus meneer de hoogleraar farmaceutische economie, een voorbeeld kunnen nemen aan Engeland waar de wil van de Britse Gezondheidsraad wet is, of aan Israël waar het leger alles bepaalt. Tot zover geen probleem, ware het niet dat dezelfde professor het niet kan laten om zijn eigen mening over het vaccineren te poneren. Hij stelt voor om net als in Engeland alle beschikbare vaccins toe te dienen en de tweede prik uit te stellen. Ik vraag me af: uitstellen hoezo en hoe lang dan wel? Ook vraag ik mij af: ‘Heeft u, meneer de hoogleraar, hier ook al verstand van? 

    Na alle perikelen in de afgelopen tijd raak ik enigszins gedeprimeerd van alle meningen van betweters die de behoefte voelen om zonder verstand van zaken zo nodig een steentje aan de onzekerheid denken te moeten bijdragen. Als zelfs een hoogleraar economie zich al met de uitvoering van het vaccinatiebeleid gaat bemoeien, waar blijven we dan? Verwijt de pot hier niet de ketel dat die zwart ziet? Zal hij niet doorhebben dat hij nu zelf een van de voorbeelden is van personen die een bijdrage leveren aan de poldercultuur. 

    Misschien ben ik de enige, maar ik verlang zo naar een informatiestop over alles wat met corona te maken heeft. Geen ellenlange artikelen in de kranten en geen praatprogramma’s op tv die volledig gevuld zijn met virusellende. Ik heb zin in iets leuks en als dat niet gaat: mijn kop in het zand, ik snak ernaar

  • " class="popup" onClick="ga('send', 'event', 'socialshare', 'click', 'linkedin');"> Linkedin
  • Youtube
  • Printen
  • Whatsapp
  • Telegram
  • Een review kan waardevol zijn voor de auteur maar heeft verder geen invloed op de waardering door de jury.

    Feedback voor schrijfactiviteiten

    Review voor: "Fataal moment"

    25.05.21
    Feedback:
    Het begint meteen erg spannend. Daarom heb je vijf sterren verdient
    • Schrijfkwaliteit
      5.0/5
    Show more
    0 van de 0 lezers vond deze review nuttig