Voor schrijvers, door schrijvers
  • Schrijfwedstrijd ‘De rode koffer’

    Schrijverspunt organiseert weer een spannende schrijfwedstrijd! Dit keer is het thema: ‘De rode koffer’

    Het genre is vrij, zolang er ergens in het verhaal maar op de een of andere manier een rode koffer in voorkomt. Hoe? Dat is aan jou! Laat je van de beste schrijfkant zien en schrijf een origineel verhaal. Zowel schrijfvaardigheid als originaliteit wordt gewaardeerd. Vanzelfsprekend heeft je verhaal geen schrijffouten… (Tip: Kijk ook eens naar de artikelen over schrijven op de website van Schrijverspunt!)

    De afgelopen keren was het niveau van de inzendingen hoog, dus doe je best!

    De jury bestaat uit:

    • Wouter Grootenboer (Redactie Schrijverspunt)
    • Edith Eggenkamp ©Inspiratiewater (Voormalig panellid)
  • Voorwaarden

    • Deelname is mogelijk van 15 mei t/m 31 juli 2020.
    • Verhalen dienen online geplaatst te worden op de website van Schrijverspunt. Je moet hiervoor eerst inloggen en een gratis account aanmaken.
    • De maximale lengte is 1250 woorden.
    • Je inzending mag nog niet eerder zijn gepubliceerd, zowel op internet of in gedrukte / elektronische media.
    • Het is niet mogelijk verhalen nog te wijzigen na inzending, corrigeren van fouten doe je dus het beste voordat je het inzendt!
    • Het gebruiken van een pseudoniem is toegestaan.
    • Het thema ‘De rode koffer’ moet in het verhaal worden gebruikt.
    • Je mag slechts eenmaal deelnemen.
    • Door deelname aan de wedstrijd verleen je Schrijverspunt toestemming om je verhaal in de nog uit te geven bundel te publiceren.
    • Je verhaal is geschreven in de Nederlandse taal.
  • Wat kun je winnen?

    Bij voldoende kwalitatieve inzendingen zal Schrijverspunt een bundel uitgeven van de beste verhalen.

    Schrijverspunt stelt een boekenpakket samen voor de winnaar. Daarnaast ontvangt de winnaar een gratis exemplaar van de uit te geven bundel.

    De bundel kan tot de verschijningsdatum met 10% korting worden aangeschaft via de webwinkel van Schrijverspunt. Na de verschijningsdatum wordt de bundel zowel bij Schrijverspunt als bij de boekhandel zonder korting verkocht.

Meedoen is (nog) mogelijk:
Dagen
:
Uren
:
Minuten
:
seconden

Ellepijp

“Ben je bang dat het gebroken is?”

“Nee, daar ben ik zeker van.”

*

Het voelt alsof er mieren in de gleuf tussen mijn arm en het gipsverband kruipen. Ik verbijt de jeuk en laat mijn voorhoofd ter verkoeling tegen het raam rusten. Mijn gebroken arm als een stilleven in mijn schoot. Tijdens de verhuis had hij breed gelachen. Dit zou mijn plekje worden. “Eindelijk een vensterbank die voldoet aan zijn omschrijving: een bank.” Ik had met mijn benen languit gestrekt een kussen achter mijn rug geschoven. Me geïnstalleerd als een Griekse Afrodite. De plek werd heilig. Twee verdiepingen hoog keek ik neer op de dagelijkse bedrijvigheid van onze straat: enkelingen zwaarbeladen met boodschappentassen, fietsers slalommend tussen het vertraagde verkeer, de tram als een grote geleedpotige. Het hevig krioelen van een kolonie die ik vermaakt van achter een glazen loep gadesloeg. Netelige onderwerpen werden hier vermeden; de vensterbank werd stilzwijgend voorbehouden voor verpozing. 

*

De slaapkamer is een lieflijk decor. Het is krap, zei mijn moeder toen ze zich er de eerste keer als was het een spelonk in wrong. Het is knus, zeiden wij, de rode koffer onder het bed schuivend zodat ze er niet over zou smakken, op de bedenkelijk krakende vloer. De kamer baadt in wit licht en heeft rode accenten. De aankleding modieus maar tijdloos, precies zoals we ooit over gehaktballen beklonken in een IKEA-restaurant. Eigenlijk wilde ik liefst de hele showroom slaapkamer kopiëren en in ons huis plakken, het straalde gezelligheid en succes uit, maar hij vindt tweedehandsspullen waardevoller. Bovendien ook goedkoper. Ik zal de redenering nooit begrijpen. Hoe de afgedankte spullen van een onbekende plots waardevol zijn. Ik gaf toe. Ons langverwachte huisje werd een vol van compromis, dat zich weerspiegelde in de nieuwe en oude spullen. De slaapkamer is vandaag, op mijn arm na, volledig intact. De enige factor van verderf zijn de muizen die op valavond schielijk tevoorschijn komen, maar dat telt niet, ze zijn er al sinds de allereerste dag dat we introkken. Alsof ze ruiken wanneer iets op instorten staat. 

*

De eerste weken waren uitzonderlijk vermoeiend. Het was de uitputting van al die jaren pendelen die ons opeens overviel. Hij zei: “We hebben nu zoveel tijd samen”, maar we sliepen voornamelijk. Ik links naast de vensterbank, hij rechts bij de deur. ‘s Nachts klauterde ik over hem heen om naar het toilet te gaan. Met de witte deken opgetrokken tot aan zijn kin leek hij een vredig lijk, berustend. Zo keek hij overdag nooit, dan was zijn gezicht verwrongen als een opgedroogd washandje, weer moeilijk in de plooi te krijgen. Het kwam door de aanpassing, meende hij. Ik wist dat mijn aanwezigheid de oorzaak was, de ongelukkige bemiddelaar. Terug in bed gekropen, zoog mijn lichaam zich vast aan zijn warmte. Het was geen natuurlijke symbiose van twee organismen die samenleefden, daarvoor hadden we te veel tijd apart doorgebracht. Hij geworteld in zijn gewoontes, ik in de mijne. Hij wilde terugkeren naar iets vertrouwds, ik verlangde ongeduldig naar vooruitgang. Na drie jaar in de VS te werken, gebruikte hij woorden zoals ‘smashing’ en ‘mighty’, en over samenwonen ‘exhausting’. Het leek alsof we nog steeds in verschillende tijdzones leefden. Terwijl hij iedere ochtend vroeg herrees, bleef ik nog lang suffen onder de deken, met het rumoer van de ontwakende straat op de achtergrond. Het was op een van deze ochtenden dat ik van het bed op de vensterbank klom. Daar zag ik hem in de verte de straat uit lopen. Schouders droevig voorovergebogen, zijn zwarte krullen dansend. De rode koffer volgeladen achter zich aan galopperend over de kasseien. 

*

In het weekend zagen we elkaar als we afspraken met vrienden. Soms kwam hij op een doordeweekse avond en speelden we Risk. We kusten elkaar en af en toe bleef hij ook slapen. Dan klauterde ik ‘s nachts weer over hem als de berg die ik reeds veroverd had, waarvan iedere rimpel me bekend was. Hij had een nieuwe woning gevonden in een bosrijke omgeving en dat beviel hem fantastisch. Het enige minpunt, zo zei hij, waren de spinnen die zich in alle spleten en hoekjes van het huis nestelden. Daar kon ik als stadsmuis niet over meespreken. “Kom toch op bezoek.” Ik groef mijn stapschoenen op uit de kast en waagde me op de tram die daags langs het huis dendert. Het was een kluwen van overstappen, maar ik geraakte er, de groene rand van de stad. 

*

Ik betrad zijn huis met de hoop van een bakvis op haar eerste afspraakje. Klaar me opnieuw bereidwillig en flexibel op te stellen, de lege plaats naast me in bed te vullen, maar tijdens de rondleiding die hij me gaf, verloor ik de hoop als een lekgeprikte stressbal waar het zand uit sijpelt. Het fonkelnieuwe interieur verblindde me. Een imposante hoekzetel met kakigroene sierkussens pronkte ongegeneerd in de woonkamer. Een driehoekig glazen bijzettafeltje met daarop kleine cactussen en een onaangeraakte geurkaars. Een duur espressomachine zoals in de reclame. Prachtige designstoelen en drie klokken ingesteld op verschillende tijdzones in de wereld, maar vooral de boeken. De microbiologische kookboeken, de meditatiebijbels, de pseudowetenschappelijke tijdschriften. Ik besefte: hij was niet enkel van adres veranderd. Moedig onderdrukte ik de opwelling om als een ekster al deze glinsterende voorwerpen met mijn klauwen te verzamelen voor mijn eigen nest, dat in vergelijking met deze pracht en praal op een stoffig museum leek. Leefde ik al die tijd in een tot leven gewekte twijfel, het decor van een film noir? De vulkaan barstte in zijn slaapkamer die overigens veel groter was dan de nis waarin ik slaap. Mijn mond spuwde magma. Ik verweet hem te veel, verschroeide alles dat we hadden opgebouwd. De vruchtbare grond een verre en onwerkelijke toekomst. Ik wilde me omdraaien, hem alleen laten in de ravage. In mijn haastige tred bleef mijn voet haken achter een een voorwerp dat langs zijn bed slingerde. Pijnlijk belandde ik op mijn rechterarm, die boog als een rietje. De rode koffer grijnzend naast me.

*

“Ben je bang dat het gebroken is?” “Daar ben ik zeker van.” Hij bracht me naar de dichtstbijzijnde spoedafdeling en rende als een geschrokken haas terug naar zijn holletje. Nadien hoorden we niets meer van elkaar. Ellendige ellepijp. De traumachirurg zei: “Dit wordt een langzaam genezingsproces.”

Dit artikel delen?
  • Hits: 60
(De gemiddelde waardering is 5 door 1 stem(-men)

Login of registreer (gratis) om een reactie te plaatsen