104 Hits

Publicatie op:
Een donkere decemberavond
´Ik ga lekker op mijn dooie gemak het huis opruimen´, zegt ze.
Haar man knikt, geeft haar een obligate kus op de wang en vertrekt voor een zakenreis van een paar dagen. De auto knerpt over het grindpad weg. Ze zucht diep. Goddank, even het rijk alleen. Het botert de laatste tijd niet zo tussen hen. Ze is blij een paar dagen alleen te kunnen zijn.

Ze verbaast zich over alle rommel die een mens haast ongemerkt verzamelt en over de vreemde plekken waar je die zoal terugvindt. Zo treft ze onder een bankkussen de gebruiksaanwijzing van een infraroodbril aan. Zou Henk die hebben aangeschaft? Had hij niets over gezegd. Toch eens vragen. Uiteindelijk ploft ze met een boek vermoeid in haar luie stoel en dommelt al lezend in. Als ze wakker schrikt is het donker en etenstijd. Zin koken heeft ze niet. Op de een of andere manier is koken een sociale bezigheid. Je moet iets tegen een ander kunnen zeggen als je in je pannen staat te roeren. Al zijn het maar alledaagse koetjes-en-kalfjes-dingen. Met het maken van twee tosti’s met oude kaas en Ardennerham reduceert ze de maaltijdbereiding tot een absoluut minimum. De oude kaas prikkelt prettig op haar tong en nodigt uit er een rood wijntje bij te drinken. Net als ze de wijn inschenkt klinkt ijselijk gekrijs.

Het doet haar haren recht overeind staan. Een kat! Daarna volgt de oorverdovende stilte van het platteland rond de afgelegen woning, waarvoor zij en haar man nu ruim een jaar geleden hadden gekozen om de stadse hectiek te ontvluchten. Ze kijkt naar buiten of ze de kat ziet. Het is pikdonker. Alleen het licht uit haar woonkamer duwt het duister enkele meters weg van het huis zodat wat grijsgroene contouren van coniferen zichtbaar zijn. Verder niets dan het alles consumerende donker van de zwaar bewolkte decemberavond.

Ze neemt nog een hap van de tosti. Dan gaat het licht uit. Het is alsof iemand een zwarte doek over haar heen werpt. In de stad is er altijd wel wat licht. Hier, op het platteland, kan het aardedonker zijn waarbij er letterlijk geen hand voor de ogen te zien valt. Ze was in de eerste week dat zij er woonden ’s nachts wakker geworden en geschrokken van de duisternis. Ze meende dat ze blind geworden was en moest het licht aandoen om dat idee te ontkrachten. Precies zó beklemmend donker voelt het nu.
Haar telefoon! Die heeft een zaklamp. Waar heeft ze die ook alweer neergelegd? Op de salontafel? Ze loopt in de richting waarin zij de salontafel vermoedt.
‘Au!’
Ze stoot het bijzettafeltje om en daarmee het glas wijn dat kletterend op de plavuizen stuk slaat. Vlekken op de Pers? Enfin, dat is van later zorg. Eerst die telefoon. Na wat tasten vinden haar vingers de gsm inderdaad op de salontafel. Hij is bijna leeg!
Ze ontsteekt het telefoonlampje, loopt naar de stoppenkast en stelt daar vast dat de aardlekschakelaar is uitgesprongen. Ze zet de knop op ‘aan’, maar vrijwel onmiddellijk springt hij weer op ‘uit’. Ergens kortsluiting vermoedelijk. Nou ja, vroeg naar bed dan maar en morgen bij daglicht kijken wat er precies aan de hand is. Opnieuw gekrijs. Ditmaal lijkt het uit de woonkamer te komen. Ze loopt er naar terug. Ze voelt een zuchtje wind alsof er iemand vlak langs haar loopt. Onzin, natuurlijk. In het licht van haar gsm ziet ze de scherven van het gevallen glas en de plas rode wijn op de vloer. Wat een grote plas, denkt ze, totdat de lichtbundel een stukje verder op de poes valt. Ze verstijft. Het arme beest is vreselijk verminkt en haar darmen hangen grotesk uit de opengesneden buik. De rode plas is geen wijn, maar bloed! Haar gil klinkt in haar oren alsof deze uit een andere dimensie komt. Ze kokhalst.
Hoe komt die kat daar? Wie heeft dit gedaan?
‘W-Wie is daar?’, stottert ze met een flinterdun stemmetje.
Stilte.
‘Hallo, wie is daar en wat wilt u?’
Geen reactie.
Wat moet ze doen? De politie bellen? Het internet doet het natuurlijk niet zonder stroom en er is hier buitenaf geen bereik. Tot overmaat van ramp levert de gsm-batterij haar genadeloos uit aan de duisternis. Ze luistert. Niets. Het doodstille donker grijpt haar naar de keel en beneemt haar bijna de adem. Het hart bonkt in haar keel.
Geknars van grind. Voetstappen! Er tjilpt een vogeltje. Vogeltjes tjilpen niet in het donker en ze realiseert zich dat dit het vogelbeeldje in de hal moet zijn dat geluid maakt zodra het beweging registreert via de ingebouwde infraroodsensor. Er is iemand in de hal!
‘Lafaard, laat je zien!’, roept ze met een boosheid die de kracht in haar stem terugbrengt.
Gestommel in de hal. Paniek kolkt in haar halsslagader. Een wapen! Ze moet iets hebben om zich te verdedigen. Op de tast zoekt ze haar weg naar de keuken en het messenblok op het aanrecht. Vlijmscherpe slagersmessen. Ze pakt het grootste en besluit zich in een hoek van de keuken terug te trekken om te voorkomen dat ze van achter wordt belaagd. Zo kan ze genadeloos uithalen naar iedereen die van voren komt.
Er klinkt gehuil van… van een baby! Waar komt die baby ineens vandaan? Het geluid komt uit de hal. Heeft haar belager een baby geroofd? Och arm, het klinkt hartverscheurend. Ze móét die baby helpen! Aarzelend verlaat ze haar schuilplaats. Ze volgt de tastende bevende vingers van haar rechterhand langs de wanden naar de hal, met het mes krampachtig vastgeklampt in haar linker. Bij de haldeur kruipt ze op haar knieën verder in de richting van het geschrei. Ze is nu vlakbij. Ze tast om zich heen. Daar! Ze voelt iets. Het is hard. Het is… Het gehuil komt uit een speaker! Haar ademt stokt als ze zich realiseert dat haar belager haar precies naar een plek heeft gelokt waar hij haar hebben wil.
‘Ik heb je!’, hoort ze de stem van haar man achter zich.
‘Henk?’, vraagt ze verbaasd.
Een moment is ze opgelucht. Tot hij de hand omsluit, waarin zij het mes heeft. Zijn knuist om de hare. Met zijn andere arm houdt hij haar in een ijzeren greep.
‘Henk? Ben jij dat? Wat doe je? Laat me los!’
Geen antwoord.
‘Henk!’
Ze voelt hoe hij de hand buigt, waarin zij het mes heeft. Ze probeert tegen te bewegen. Hij is sterker. Hij beweegt haar hand en dus het mes in de richting van haar lichaam. Ineens is zijn bedoeling duidelijk.
‘Henk, nee!’ gilt ze.
Hij drukt haar vuist met kracht naar haar lichaam. Het mes dringt, als door boter snijdend, surrealistisch gemakkelijk, diep in haar buik. Even voelt zij haar warme bloed stromen tot haar geest het donker van de ruimte aanneemt.

Op het politiebureau praat brigadier Annink de bedroefde echtgenoot bij. ‘Volgens het sectierapport is ze enkele dagen geleden gestorven. Er zijn geen braaksporen aangetroffen. Ze lijkt eerst de hand aan de kat en toen aan zichzelf geslagen te hebben. Vreselijk om uw vrouw bij thuiskomst zo, en zo onverwachts, aan te treffen.’ Hij legt een troostrijke arm om Henk Wanders’ schouders.
‘Er eh… is alleen een klein detail…’, vervolgt Annink.
‘Detail?’ vraagt Wanders met haastige verbazing.
‘Ja’, gokt Annink. ‘Op het mes vonden we een vingerafdruk die niet van uw vrouw is. Voor alle zekerheid willen we graag ook de uwe afnemen’.
Wanders kijkt hem aan. Met grote ogen waarin de paniek gloort die Annink maar al te goed herkent van de heterdaadjes die hij meemaakte.

Een review kan waardevol zijn voor de auteur maar heeft verder geen invloed op de waardering door de jury.

Feedback voor schrijfactiviteiten

Review voor: "Een donkere decemberavond"

16.05.21
Feedback:
was wel te verwachten dat de vrouw op het einde werd vermoord. beetje voorspelbare einde. Ik vind het begin wel leuk geschreven.
  • Schrijfkwaliteit
    3.0/5
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig