Voor schrijvers, door schrijvers
  • Schrijfwedstrijd ‘De rode koffer’

    Schrijverspunt organiseert weer een spannende schrijfwedstrijd! Dit keer is het thema: ‘De rode koffer’

    Het genre is vrij, zolang er ergens in het verhaal maar op de een of andere manier een rode koffer in voorkomt. Hoe? Dat is aan jou! Laat je van de beste schrijfkant zien en schrijf een origineel verhaal. Zowel schrijfvaardigheid als originaliteit wordt gewaardeerd. Vanzelfsprekend heeft je verhaal geen schrijffouten… (Tip: Kijk ook eens naar de artikelen over schrijven op de website van Schrijverspunt!)

    De afgelopen keren was het niveau van de inzendingen hoog, dus doe je best!

    De jury bestaat uit:

    • Wouter Grootenboer (Redactie Schrijverspunt)
    • Edith Eggenkamp ©Inspiratiewater (Voormalig panellid)
  • Voorwaarden

    • Deelname is mogelijk van 15 mei t/m 31 juli 2020.
    • Verhalen dienen online geplaatst te worden op de website van Schrijverspunt. Je moet hiervoor eerst inloggen en een gratis account aanmaken.
    • De maximale lengte is 1250 woorden.
    • Je inzending mag nog niet eerder zijn gepubliceerd, zowel op internet of in gedrukte / elektronische media.
    • Het is niet mogelijk verhalen nog te wijzigen na inzending, corrigeren van fouten doe je dus het beste voordat je het inzendt!
    • Het gebruiken van een pseudoniem is toegestaan.
    • Het thema ‘De rode koffer’ moet in het verhaal worden gebruikt.
    • Je mag slechts eenmaal deelnemen.
    • Door deelname aan de wedstrijd verleen je Schrijverspunt toestemming om je verhaal in de nog uit te geven bundel te publiceren.
    • Je verhaal is geschreven in de Nederlandse taal.
  • Wat kun je winnen?

    Bij voldoende kwalitatieve inzendingen zal Schrijverspunt een bundel uitgeven van de beste verhalen.

    Schrijverspunt stelt een boekenpakket samen voor de winnaar. Daarnaast ontvangt de winnaar een gratis exemplaar van de uit te geven bundel.

    De bundel kan tot de verschijningsdatum met 10% korting worden aangeschaft via de webwinkel van Schrijverspunt. Na de verschijningsdatum wordt de bundel zowel bij Schrijverspunt als bij de boekhandel zonder korting verkocht.

Meedoen is (nog) mogelijk:
Dagen
:
Uren
:
Minuten
:
seconden

De cirkel is rond

Friedrich van Bilderbeek wenste een praktische koffer. De partijleider stemde in en liet een rode koffer bezorgen bij Friedrich thuis. Rood, omdat dat de kleur van de NSB was. Wat aardig van de heer Mussert was, was dat hij het stamboeknummer van Friedrich in de koffer had laten ponsen. Friedrich liet zijn vrouw Sophia de wolfsangel naaien in de bekleding van de koffer. Iedere keer wanneer hij de koffer opende, herinnerde het embleem van de partij hem eraan dat hij met belangrijke staatszaken bezig was.

Dit was de situatie ten tijden van de Tweede Wereldoorlog. Van Bilderbeek maakte een fout en werd doodgeschoten door een lijfwacht van Mussert. De koffer stond op dat moment in zijn woning, in de hal bij de kapstok. De schoonmaakster zette hem op zolder. Daar bleef de koffer liggen totdat een kleinkind op de koffer stuitte bij het uitruimen van de woning. Het driehoekige symbool rukte hij uit de binnenvoering van de koffer. Hij schaamde zich voor zijn opa. Maar de koffer was mooi en praktisch, dus die hield hij voor eigen gebruik. Hij paste perfect op het imperiaal van de auto en reisde mee door heel Europa. Iedere keer wanneer hij de koffer opende, herinnerde de gescheurde stof hem aan de klootzak die zijn opa was geweest. Zijn oma was zo verstandig geweest om direct na de oorlog te hertrouwen en de naam van haar nieuwe echtgenoot aan te nemen. Zo kwam het dat hij nu Marcel van Dijk heette.

Tijdens zijn laatste trip naar Joegoslavië, in de regio die nu bekend staat als Servië, raakte hij de koffer kwijt. Hij had de auto geparkeerd en was op zoek naar een hotel voor de nacht, toen een drugskoerier de koffer op het imperiaal opmerkte en niet aarzelde. Net wat hij nodig had. Zijn opdracht was om tien kilo cocaïne te vervoeren naar Tjechië. ‘Niemand smokkelt drugs in een opvallende koffer, want daarmee trek je de aandacht,’ verklaarde hij aan zijn maat, ‘dus dat is juist wat wij moeten doen.’ De tien kilo cocaïne lag op de bodem van de koffer, eroverheen de kleding van Marcel van Dijk.

Niets in deze wereld is wat het lijkt, zo ook de partij drugs. Wat een straatwaarde van circa een half miljoen euro moest hebben, bleek door de lage kwaliteit slechts een derde waard. De overdracht voorbij de Tsjechische grens vond plaats op een afgelegen bouwterrein. De enige verlichting was die van de koplampen van de zes auto’s. En natuurlijk werd de partij gekeurd. Een klein likje, een snuifje. En toen een hoofdschuddend nee. Ne. Niet goed. Er werden pistolen gericht. Raoul was slechts een koerier, maar er landden toch twee kogels in zijn hoofd. Een van de kogels kwam aan de achterkant van zijn schedel eruit en schampte de koffer. Nu had de koffer naast een gebrandmerkt NSB grootboeknummer, een gescheurde binnenvoering waar ooit de wolfsklem had gezeten en striemen van het imperiaal, nu ook een mooi, rond gat. De koffer ging mee met de Tsjechische bende, werd leeggeroofd, en belandde bij het afval.

Petr haalde elke week het vuilnis op. Hij vond de koffer en schonk hem als verzoeningsgebaar aan zijn schoonmoeder. Ze hadden ruzie gemaakt, om de kleur van een urn nota bene, en Petr wist dat hij aan zet was om het goed te maken. Nathalia di Rosso, oorspronkelijk van Italiaanse afkomst, had een vlammend karakter. Ze vond de koffer geweldig. Petr had een stukje leer over het kogelgat gelijmd en daaroverheen een sticker van Italië geplakt. Hij wist wel hoe hij zijn schoonmoeder moest paaien. (Net zoals hij wist hoe hij haar op de kast kreeg.) Hij gebruikte een spuitbus om de tweedehandslucht weg te krijgen, zoals autohandelaren een oude auto als nieuw kunnen laten ruiken. Ze kookte spaghetti alle Carbonara voor hem, omdat ze oprecht blij was met het gebaar, en praatte honderduit over Italië. ‘Misschien moeten we daar een keer heen gaan, jij, ik en Marina.’ Petr zag het niet zo zitten om met zijn schoonmoeder en vrouw naar Italië af te reizen, maar besloot toch mee te gaan. Uiteraard ging de rode koffer mee. Maar wat niemand had verwacht, was dat de douanehond de rode koffer van de band blafte. Cocaïne. Duidelijke sporen. En toen de douanier de koffer volledig binnenstebuiten haalde, kwam ook het kogelgat weer in beeld. Verdacht. Dat de vuilnisman had geprobeerd de geur te maskeren, was voor de politie het teken dat hij er meer van wist. Nathalia di Rosso was woedend op haar schoonzoon, om zo onverantwoord om te springen met hun levens. Petr belandde in de cel. Het huwelijk tussen Petr en Marina strandde. De koffer was in beslag genomen en stond geruime tijd stof te vangen op een politiekantoor. Totdat er weer eens de bezem doorheen werd gehaald en de koffer voor de tweede keer bij het vuilnis belandde.

In de buitenwijken van Napels woonden veel arme mensen. De kinderen werden overdag de straat opgestuurd om producten te verzamelen die verkocht konden worden. Franco ging meestal naar de vuilnisbelten. Hij hield niet van stelen, omdat hij er niet goed in was. Het was weerzinwekkend wat mensen soms weggooiden. Vorige week leverde de stereotoren nog twintig euro op. De rode koffer was zo ontdekt. Onopvallend was niet een van de kenmerken van het ding. Franco sleepte hem achter zich aan naar huis, nadat hij gevuld was met andere bruikbare spullen. Zijn moeder was blij en stuurde haar oudste zoon de deur uit om het kleingoed te gaan verkopen. De koffer hield ze achter, omdat ze de droom had om ooit nog eens naar Rome af te reizen.

Franco en zijn broertjes hadden al snel ontdekt dat je met een koffer prima kunt spelen. Een voor een lieten de kinderen zich erin opvouwen, gingen de gespen dicht, en werden ze naar een plek gezeuld die ze moesten raden. Door het kogelgat kon je gluren, maar meer dan een boom of voordeur zagen ze niet. Zonder context was het ondoenlijk om te bepalen waar ze waren. Franco bleek er goed in en raadde van de tien keer drie keer goed.

De koffer bleef bij Franco. Hij was eraan gehecht geraakt. Toen Franco vierentwintig jaar was, ontmoette hij tijdens een vlucht naar Amsterdam een mooie meid die zijn vriendin werd. Lotte van Dijk was haar naam, een nazaat van Van Bilderbeek. Franco trok bij haar in in het kleine appartement in Amsterdam en uiteraard ging ook de rode koffer mee. Lotte had een haat-liefde verhouding met het ding, maar wist niet waarom. Als Franco niet thuis was, had ze de neiging om de koffer bij het vuilnis te zetten. Ze deed het nooit. Haar liefde voor Franco won het van haar intuïtie. Wel knipte ze uit nieuwsgierigheid steeds de koffer open, voelde ze aan het leer, rammelde ze aan de sloten en snoof ze de typische lucht op. De sloten waren inmiddels verbogen door het gewicht van de kinderen die er jarenlang in hadden gezeten.

Op een dag zou de code 1480 haar opvallen, subtiel bij de gespen in het leer gedrukt, en zou ze na een intensieve speurtocht op internet ontdekken wat de herkomst van de koffer was. Ze wist niet dat zijzelf een nakomeling van Van Bilderbeek was, maar ze dwong Franco wel om de koffer bij het grofvuil te zetten.

Aan alles kwam een eind.

Dat had de koffer inmiddels ook geleerd.

Tot die tijd was de koffer in ieder geval weer even thuis.

Dit artikel delen?
  • Hits: 33
(De gemiddelde waardering is 5 door 1 stem(-men)

Login of registreer (gratis) om een reactie te plaatsen