153 Hits

Publicatie op:
Amore fatale

Een constant geloei van ambulances die in nachtelijk Italië doodzieke mensen vervoeren, vechtend voor hun leven, terwijl aan de overkant een stroom blauwe zwaailichten af en aan gaat met doodskistenvervoer, vergeefs op zoek naar plek in overvolle mortuaria: die beelden van Italië in angst tijdens de eerste lockdown zullen nooit meer van mijn netvlies verdwijnen. 
Ik zie totaal verlaten steden, een enkeling daargelaten die buiten de beperking van tweehonderd meter van zijn huis mag zijn voor boodschappen of medische doeleinden. Op twitter gaan filmpjes rond van buren die op hun balkons met geïmproviseerde instrumenten, zoals pannendeksels en pollepels in volstrekte harmonie met elkaar het verzetslied Bella Ciao zingen. Ik heb nog nooit zoiets moois gehoord. De tranen stromen over mijn wangen. Het is middernacht, 4 april 2020. Ik heb net het laatste nieuws op de Italiaanse televisiezender Rai1 gezien. Ik mis Angelo meer dan ooit. 

***
Het is zwoel die avond in 1988. Samen met een medestudente van de cursus Italiaans die we  die zomer volgen, zit ik te borrelen op een brug in Florence met uitzicht over de wereldberoemde Ponte Vecchio. 
We zien vanuit onze ooghoeken twee jongens aan de overkant van de brug lopen. Zoals we inmiddels gewend zijn, slaan we er geen acht op, ook niet als ze stil blijven staan. De voorste van de twee valt mij op vanwege zijn gestalte, zijn houding, zijn kleding, eigenlijk door alles. Hij is langer dan de gemiddelde Italiaan, heeft donkere krullen tot over zijn schouder en ziet eruit als een hippie, maar dan gedistingeerder. Er is iets aandoenlijks in zijn manier van lopen dat mijn aandacht vangt. Zijn hele verschijning is anders dan die van de doorsnee Italiaan - waarvan ik doorgaans niets moet hebben. Ik kijk even op, vang zijn blik terwijl hij recht op mij afkomt. Ik wil nog wegkijken, hem negeren. Het is al te laat. Bij het horen van zijn openingszin “je raadt nooit hoe ik heet”, vergeet ik prompt al mijn voornemens. Ik snak naar contact en kan alleen maar naar hem kijken. Hij heet Angelo, is student filosofie en ik heb het inderdaad nooit geraden. Wat ik evenmin kon bevroeden is dat hij vanaf dat moment in mijn leven zou blijven en dat mijn liefde voor hem zich in mijn hart zou nestelen als een van mijn meest dierbare bezittingen. We waren vanaf dat moment onafscheidelijk en haalden bij elkaar een passie naar boven die grensde aan volstrekte gekheid.

Toen ik aan het eind van die eeuwigdurende zomer terug naar Nederland moest, kon ik alleen maar huilen. De hele weg terug in de trein was ik in blinde paniek omdat ik niet meer zonder Angelo kon. Al kon Angelo mij nooit fysiek trouw blijven, het plekje dat we in elkaars hart innamen, was wel exclusief.
In iedere relatie die ik na hem kreeg, ben ik op zoek geweest naar een stukje van hem. Soms vond ik de gelijkenis in een lange donkere krullen, dan weer meende ik zijn loopje en typische gebaren in een ander te herkennen of vond ik mijn troost in iemand die bijna net zo typisch filosofisch kon uitweiden als Angelo. Veel later ben ik er pas achter gekomen dat het gedrag van Angelo dat ik zo aandoenlijk vond, niets anders was dan een keiharde chemische reactie op het overmatige gebruik van drank en tranquilizers. Daar bleef hij wel fysiek trouw aan. Door de jaren heen hebben we altijd contact gehouden, al hadden we elkaar op een gegeven moment ruim eenentwintig jaar niet meer gezien, hij  koesterde onze herinneringen, van foto’s, cassettebandjes en brieven tot gebrande dvd’s, mailtjes en Spotify-linkjes. 

***

Over drie weken zou ik eindelijk weer naar hem toegaan. Corona gooit echter roet in het eten. Met de tranen nog op mijn wangen app ik hem om te vragen hoe hij deze lockdown ervaart. Ik mis hem. Het is even na middernacht. Kleine kans dat hij nog wakker is. Sinds kort is hij definitief afgekickt. Het contact met hem is daardoor anders geworden, lichter. Alles in mij uitschreeuwen dat ik hem mis, al ben ik nog steeds gewend mijn gevoelens voor hem voor me te houden. Zoals een echte filosoof betaamt vond hij het vroeger sentimentele onzin om te zeggen dat je van iemand houdt of dat je iemand mist. 

Hee liefje, appt hij terug. Wat ben ik blij dat jij nog wakker bent! Ik kan niet slapen. Ik wou dat je hier was. Jij bent echt een van de weinige personen waarvan ik weet dat ze er altijd voor mij zal zijn. 
Ik ben inderdaad de enige die hem ondanks zijn verslavingen nooit heeft laten vallen. Ik mis je zo enorm, vervolgt hij. Op dat moment slaat de vonk opeens in alle hevigheid opnieuw over. Nu hij is afgekickt en we allebei alweer sinds een tijdje vrijgezel zijn, ligt de wereld voor ons open. In de maanden die volgen gaan we volledig in elkaar op.  Van ‘s ochtends vroeg tot ’s avonds laat hebben we contact met elkaar. Als een van ons ‘s nachts niet kan slapen, blijkt de ander op dat moment eveneens wakker te liggen. Dat is pas pure liefde, aldus Angelo. 

In juni gaan eindelijk de grenzen open. Ik boek een vlucht. De nacht voor vertrek zijn we zo zenuwachtig om elkaar weer te zien, dat we beiden uren voor de wekker wakker worden. Hij stapt om half vijf ’s ochtends op de bus om mij in Rome van het vliegveld op te kunnen halen. Als ik ben geland zetten we locatiedelen live aan. Met bonzend hart zien we op onze mobieltjes hoe we elkaar steeds meer naderen. We hebben mondkapjes op en zijn al maanden gewend afstand te houden van anderen. Een fractie van een seconde duurt dat maar, dan laat ik mijn bagage uit mijn handen vallen. Mijn mondkapje hangt aan één oor als een nutteloos flapje te wapperen. Zonder een woord vallen we elkaar in de armen. Angelo tilt mij op terwijl hij mij overlaadt met tedere zoenen, onder luid applaus van de omstanders. 

Met de huurauto doorkruisen we de laars in nog geen drie uur tijd, van het vliegveld van Roma-Fiumicino naar de Adriatische kust. We komen aan bij zijn huis waar hij straks een welkomstdiner zal houden voor gezamenlijke vrienden. Terwijl Angelo in de keuken bezig is, pak ik in de slaapkamer mijn koffer uit. Ik richt het gedeelte van de kast in, dat hij speciaal voor mij heeft vrijgemaakt en ga naar de badkamer om te douchen. Mijn feestjurk hang ik uit aan het haakje aan de deur, naast een Hello Kitty handdoek, die van zijn inmiddels volwassen dochter was. Wat schattig dat hij die nu voor zichzelf gebruikt. Er ligt een schone handdoek klaar. Ik mag zijn ochtendjas gebruiken. Nadat ik uitgekleed ben, steek ik mijn neus diep in de blauwe badstof en snuif zijn geur op. Het voelt allemaal zo vertrouwd en ik voel me enorm welkom. Dan valt mijn oog op iets in het bidet. Ik doe net of ik het niet zie en stap onder de douche. Als ik uitgedoucht ben, sluit ik mijn ogen en hijs mij in mijn feestjurk. Ik knip het licht van de badkamer uit en sluit zacht de deur. Met een glimlach begroet ik het inmiddels gearriveerde gezelschap. 
Als ik later die avond naar de wc ga is de injectiespuit weg. Het opgedroogde bloed verried dat het een gebruikte was. En Angelo? Die zal nooit te weten komen dat ik zijn grootste geheim ken. 


Een review kan waardevol zijn voor de auteur maar heeft verder geen invloed op de waardering door de jury.

Feedback voor schrijfactiviteiten

Review voor: "Amore fatale"

18.05.21
Feedback:
Ik vind het een heel mooi verhaal. En daarom krijg je van mij 5 sterren.⭐️⭐️⭐️⭐️⭐️
  • Schrijfkwaliteit
    5.0/5
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig