Loading...
Terugblik

In deze rubriek geven een selecte groep schrijvers een persoonlijke terugblik over de voorafgaande periode. Daarvoor zijn in principe geen beperkingen dus dat is mogelijk als column, anekdote, analyse, etc. Kortom vrijheid voor de schrijver.

Terugblik

En de wereld staat stil ...

De wereld stond stil. Op dat moment. Op het moment dat mijn kind stierf. Dood. Zomaar. Ongevraagd. Ineens. Weg. En ik wilde schreeuwen. Huilen. Met dingen smijten. Vluchten. Maar in plaats daarvan: totale bevriezing. Ik stond stokstijf en stil. Net als de wereld om me heen. Mijn hart klopt. Dat is dan ook het enige dat mij vertelt dat ik nog in leven ben. Een enorme denkbeeldige mokerhamer slaat op me in. Mijn hoofd bonkt. Mijn oren suizen. Het bloed raast veel te snel door mijn lijf.  De vitale functies in mijn lijf doen het dus nog. Met de dood van mijn kind ging ook ik, althans een groot gedeelte van mij, dood. Ik ben boos. Ze hebben mijn kind gestolen. Afgenomen. Van de uren en dagen erna kan ik me weinig herinneren. Iedereen praatte. En ik hoorde niets. Ik zat verdoofd in mijn favoriete stoel. De stoel waarop mijn kind zo graag zat. Als een bevroren bevend konijntje dat als toeschouwer fungeert.

Ik kijk in de spiegel. Ik ben niet meer ik. Ik ben er niet meer. Ook ik verdween. Althans de persoon die zich tot dat moment in mij schuilhield. Ik kan er niets anders van maken. De automatische piloot wordt ingeschakeld. Het masker opgezet. Ik mag niet opgeven. Ik heb een man. En ik heb nog een kind. Maar ik besef dat de liefde voor mijn nog in leven zijnde kind niet zo groot is als mijn verdriet om mijn gestorven kind. Een vergelijking die ik eigenlijk niet mag maken. Maar ach. Laat me maar even. Laat me maar even alleen. Met al mijn verdriet. Zoveel pijn. Het is schier ondraaglijk. Niemand begrijpt me. En ik begrijp niemand. De man wan wie ik zielsveel heb gehouden begrijpt mij niet. We zijn de weg kwijt. De weg naar elkaar. Terwijl ik de voorgaande regels typ betrap ik mij erop dat ik in de voltooid verleden tijd spreek (of beter nog: schrijf). En dat voelt niet fijn. Ook dat doet zeer. Terwijl mijn wereld is gestopt, gaat hij gewoon door. Ik snap dat niet. Praten lukt niet. Troosten niet. Aanraken al helemaal niet. We zitten op een totaal andere frequentie. Enerzijds bewonder ik zijn kracht maar anderzijds voel ik verraad. En schuld. Het ligt aan mij. Dat is duidelijk. Ik doe het zelf. Maar dan nog ziet hij niet wat er van binnen nog over is van mij. Destructief. Zelfdestructie.

Tegelijkertijd besef ik dat ieder mens een dergelijk immens verdriet op zijn of haar eigen manier dient te verwerken. Daar komt geen samenzijn aan te pas. Mijn God. We zijn de weg heel eventjes kwijt. En ik hoop zo dat we de weg weer zullen vinden. Ik schop. En ik trap. En ik duw. Ik duw mensen verder en verder weg. Ik moet geen mensen. Geen mensen om me heen. Even. De spiegel huilt met me mee. Of ben ik dat zelf? Het kastje ernaast lokt. Ik open het kastje en kijk. Een hoop ‘pammetjes’ momenteel in huis. Om rustig te worden. En om rustig te blijven. Om te kunnen functioneren in de maatschappij. Maar wat als. Wat als ik ook dood ben? Verlang ik naar de dood? Neen. Eigenlijk niet. Mijn taak hier is nog niet volbracht. Verlang ik naar mijn kind? Jazeker! Meer dan naar wie dan ook. Ik wil mijn kind terug! Dit mag niet. Dit is zo … zo … zo … oneerlijk.

Ik ben enorm beschadigd. Total loss is een betere omschrijving. Wat heeft het nog voor zin? Heeft het leven nog zin? Mijn besluit staat vast. Ik ga. Ik ga mijn kind achterna. Naar die andere dimensie. Wat daar overigens ook van zij. Niemand hier heeft iets aan mij. Ik ben van generlei waarde. Ik doe mensen alleen maar verdriet met mijn verdriet. Met een zacht trillende hand pak ik een handjevol ‘pammetjes’ en ik slik ze door. Dat was niet zo moeilijk. Zo dat is maar gebeurd. En nu maar wachten. Wachten totdat ik het andere dimensiestation bereik. Waar  ik eindelijk mijn kind weer in mijn armen kan sluiten. Het wordt warm in mijn hoofd. Ik kan niet meer denken. Ik zak dieper. En dieper. Weg. Weg ben ik. Heerlijk. Ik voel geen pijn. Een aantal dagen later word ik wakker. Totaal verdoofd. Versuft. Mijn hoofd knalt bijna uit elkaar. Ik leef nog. Is mijn ergerlijke ontdekking. Praten kan ik niet. Nog steeds niet. Wat kan ik doen? Niets. Machteloos. Nutteloos. Reddeloos. Ja. Gek word ik ervan.

Inmiddels zijn we meer dan een jaar verder. En het verdriet houdt niet op. Wordt ook niet minder. Het gemis blijft. Gaat dit ooit over? Zal ik me ooit beter voelen? Ik kom tot het besef dat ik de enige ben die dat kan veranderen. Dat zal ik zelf moeten doen. Dat heb ik zelf in de hand. Als ik geen zin meer heb in het leven, dan heeft het leven van mijn kind ook geen zin gehad. Zo simpel is het. Mijn lijf. Mijn hart. Mijn ziel. Al deze zaken liggen als losse puzzelstukjes voor me op tafel. Mijn kind heeft mij niet zo verdrietig willen maken. Mijn kind wil mij zeker niet zo verdrietig zien. En mijn kind kan er uiteindelijk niets aan doen. Maar ik wel. Luctor. En het ‘et emergo’ moet nog gebeuren.

Kom op! Recht je rug. Zoekende ben ik nog steeds. Zoekende naar mijn kind. Zoekende naar het onmogelijke. En het onmogelijke is niet mogelijk. Dat weet ik. Zelf zal ik de puzzelstukjes één voor één moeten oprapen. En er weer één geheel van moeten maken. Het zwarte randje rond mijn hart zal altijd blijven. De kunst is om dingen en mensen weer te zien. In het juiste perspectief. Waaronder mijzelf. Waaronder mijn lieve man. Die er uiteindelijk ook niets aan kan doen. En ook alleen is met al zijn verdriet.  En de rest van de wereld. Het leven van mijn kind is voorbij. Dat van mij zal zwaar zijn. Maar mijn leven is nog niet voorbij. Ik zal trachten het maximale eruit te halen. Uit het leven. Voor mijn kind.

Dit artikel delen?
Pin It
  • Hits: 468

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Nomineer deze schrijver!

Bezoekers van Schrijverspunt kunnen 2 schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de blauwe button te klikken.