De herfst is begonnen!
Weer tijd voor van alles....
Schrijverspunt geeft samen met jou je boek uit!
Ontvang een royalty, geen eigen kosten!
Voor schrijvers door schrijvers
Gezocht: columnisten, bloggers en verhalenschrijvers
Kijk bij extra schrijfmogelijkheden
Gezocht: nieuwe columns voor Schrijverspunt!
Je boek te koop in alle boekenwinkels
Voor € 7.50 per maand
Sprookjeswedstrijd Schrijverspunt
van 1-8-2018 t/m 15-10-2018

In deze rubriek geven een selecte groep schrijvers een persoonlijke terugblik over de voorafgaande periode. Daarvoor zijn in principe geen beperkingen dus dat is mogelijk als column, anecdote, analyse, etc. Kortom vrijheid voor de schrijver.

Terugblik. Een heftige terugblik. Deze keer. 19 april 2014. It’s a beautiful day. The sun is shining. Het wordt een mooie dag. Ik voel het. Ik voel me goed. Paasboodschapjes doen. Lekkere hapjes. Chocolade paaseitjes. Jammer dat ik die niet naar mijn dochter kan brengen. Mijn dochter van zestien. Zij verblijft in Rotterdam. Bij vrienden. Ik stuur haar een appje (en een foto van de zojuist gekochte paaseitjes) met de mededeling dat ik deze paaseitjes helaas niet kan brengen, maar dat ik wel een klein bedrag aan zakgeld heb overgemaakt. Daarmee kan ze zelf lekkere dingetjes kopen.

Zingend in de auto breng ik mijn zoon van dertien naar de zorgboerderij. Het is klokslag twee uur dat we daar aankomen. En ook dat is goed. Goede timing. Daar houdt mijn zoon van. Vervolgens rijd ik met de volumeknop op dertig naar een dorpje verderop. Jayh zingt luidkeels met mij mee: ‘Een hele mooie dag. Een hele mooie dag’. Oh nee. Natuurlijk niet. Ik zing luidkeels met Jayh mee. Breng een bezoekje aan mijn lieve vriendin uit Kosovo. Een vriendin van het verleden. Vijf jaar niet gezien. Erg gezellig. Bijkletsen. Bijlachen. Bijhuilen. Heerlijk. Goed gevoel. Zo rond vijf uur wordt het tijd om afscheid te nemen. We spreken gauw weer wat af. Maken nog even een selfie van ons tweetjes. Voor op facebook. Leuk. Mijn lieve dochter laat via facebook weten dat ze het een leuke foto vindt. Liken heet dat. Geloof ik.

Het wordt een heerlijke dag. Ik voel het. Het is zaterdag. Zomaar een zaterdag. Zaterdagavond. Stapavond. Heb twee kaartjes geregeld. Voor de voorstelling van Huub Stapel. One man show. Mannen komen van Mars; vrouwen van Venus. In de Martiniplaza. Met wie ik zou gaan, was nog een verrassing. Ook voor mezelf. Sinds kort heb ik er een hele lieve vriendin bij: Lexa. Zij vertelt mij vrijwel elke dag dat ik ‘mateloos populair’ ben. Zelf zie ik dat anders. Doch dat terzijde. Ik kon kiezen. Een hoop mannelijke kapers op de kust. Ik zocht. En ik vond. De leukste. De leukste man van de provincie Groningen. Mooi dichtbij. The chosen one. En hij was direct enthousiast. Wilde graag met mij mee. Spontaan. Puur. Origineel. Date geregeld. Avond geregeld. Date nummer zeven. Lucky number seven. En ik had er zin in. Zin in een leuk avondje theater. Gelachen. Erg gelachen. Buikpijn van het lachen. Goed gevoel. De juiste persoon voor die avond. Die had ik. Naast mij. Dikke vette prima. In de pauze van de voorstelling werd ik overspoeld door een onbestemd gevoel Pijnlijk. Dat ook. In mijn onderbuik. Zou er iets zijn? Iets met mijn kinderen? Met mijn ouders? Met andere dierbaren?

Mijn mobiele heb ik – ondanks andersluidend advies – aan laten staan. Die avond. Die avond waarop alles veranderde. In de pauze. Dus. Mijn mobiele had mij niets te vertellen. Nog. Nog niet. Tegen het einde van de voorstelling hoorde ik mijn mobiele. Een zachte ringtone steeg op uit mijn tas. Straks. Dacht ik. Straks. Naar gevoel. Bij het ophalen van de jassen vertelde mijn voicemail mij dat ik met spoed contact moest opnemen met de politie in Hoogezand. Een vreemdsoortige – nooit eerder gevoelde – allesoverheersende trilling maakte zich van mij meester. Wat zou er zijn? Zou er wat zijn? Zou er bij mij ingebroken zijn? Had ik misschien de strijkijzer aan laten staan en stond mijn huis in de hens? Of zou mijn zoon van de zorgboerderij zijn weggelopen?

Ook mijn vriendin had mij een paar keer trachten te bellen. Zou er iets met haar zijn? De link naar Rotterdam, naar mijn dochter, maakte ik toen nog niet. Die afstand was te ver. Wel had ik een paar dagen daarvoor gedroomd. Zoals ik wel vaker droom. Heftig. Ook deze droom was heftig. Deze droom. Deze droom ging over mijn meisje. Ze sprong. Een enorme sprong. Niet in Rotterdam. Ze sprong. Van de Martinitoren. Mijn Martinitoren. Niet best. Helemaal niet best. Met fatale afloop. Mijn dochter was dood. In mijn droom. Slechts een droom. Wel een hele heftige. Maar gelukkig slechts een droom.

Het verbaasde me dan ook niet dat ik te horen kreeg met spoed de politie in Rotterdam te bellen. Ik was voorbereid. Op het ergste. Door mijn droom. Een droom die wel eens werkelijkheid zou kunnen worden. Mijn hele wezen trilde. Mijn hele wezen zocht. Zocht naar mijn meisje. Kon haar niet vinden. Geen antwoord. Stil. Geen gevoel. Het is zo stil in mij. Vind mijn meisje niet. Trillen. Zenuwen. Gemengd met kalmte. Algehele rust. Of toch niet. Niet helemaal.

Dood. Een gedachte. De dood. De dood liet me niet los. Laat me niet los. Dat ik die avond de juiste partner bij me had, dat blijkt. Voelde me feilloos aan. Ongekend. Kende hem net een paar uur. Maar wel heel fijn. Ben vrij pragmatisch ingesteld. Altijd. En overal. Wilde even niet autorijden. Ook dat werd begrepen. In de auto naar zijn huis schoot er een tsunami van vragen en gevoelens door mijn lijf. Wat als? Als wat? Veel telefoontjes gepleegd. Met dank aan mijn date. Ik had op geen andere plek willen zijn. Op dat moment. Op dat akelig moment.

En er kwamen geen tranen. Geen tranen voor mij. Praktisch denken. Daar ben ik goed in. Het nieuws verspreidde zich snel. Nu.nl, Hart van Nederland, 112Rotterdam, 112Hoogezand, De Telegraaf en teletekst: ‘Meisje valt van zesde verdieping in Rotterdam’. Dramatisch ongeluk. Heftig. Maar geen tranen. Nog steeds geen tranen. In plaats daarvan regelde ik de opvang voor mijn zoon. Moest ik de korfbalwedstrijd van zondag afzeggen. Opa en oma bellen. Ziekenhuis bellen. Intensive Care bellen. Politie Hoogezand bellen. Politie Rotterdam bellen. Vriendin bellen. Mijn baas appen, zodat hij het dramatisch nieuws niet in het nieuws moest horen of van iemand anders. Zusje bellen. Mijn zusje. Mijn zusje ging met me mee. Mee naar Rotterdam. Mijn nieuwbakken Lexa-maatje zorgde voor aandacht en begrip. Zoals Huub Stapel ons eerder die avond reeds vertelde. Er werd voor me gezorgd. Broodjes werden gesmeerd. Thermoskan koffie gemaakt. Blikjes energydrink. Voor onderweg. Onderweg naar Rotterdam. En indien nodig zou mijn Lexa-maatje met me mee zijn gegaan. Naar Rotterdam. Voelde me wel bezwaard. Bezwaard dat ik hem nu al deelgenoot moest maken van mijn sores. Het was niet anders. Op zo’n moment. En juist op zo’n moment word ik emotioneel.

Negativiteit. Daar kan ik mee omgaan. Daar kan ik heel goed mee omgaan. Het is de positiviteit. De positieve aandacht waar ik veel moeite mee heb. Een traantje kwam. Nog een traantje kwam. Even wegpinken dan maar. Ben toch maar een heel vreemd mens. En dan. Het vervolg. Toen wij naar Rotterdam vertrokken. Vertrokken wij naar Rotterdam. Midden in de nacht. Naar mijn meisje. Was op alles voorbereid. Was op het ergste voorbereid. Vond mijn meisje niet. Vond mijn meisje nog steeds niet. Niet in mijn wezen. Hoe zou ze eraan toe zijn? Dood? Net als in mijn droom? Rond de klok van vier uur kwamen we aan. Midden in de nacht. Erasmus Medisch Centrum. Sophia Kinderziekenhuis. Intensive Care. Kamer 1. Toeters en bellen. Vele apparaten en slangetjes, alsook de lieve Rotterdamse intensivisten, hielden mijn meisje in leven,. Mijn meisje leeft. Maar daar is ook alles mee gezegd. Kasplantje. Mijn meisje ligt stil. Heel stil. Te stil. Mijn meisje is stil. Heel stil. Te stil. En alles staat stil. Opeens opent ze haar ogen en zegt zachtjes: ‘Hoi mam!’ De mooiste woorden die ik in mijn hele leven heb gehoord.

Mijn dochter leeft nog. Een dergelijke val van zeshoog overleeft werkelijk niemand. Mijn meisje wel. Een beschermengel moet haar gered hebben. Misschien wel zeven van die engeltjes. Heb wel een rotgevoel. Nuchter blijven Christientje. Niet verzwakken. Relax. Hier en nu. Sterk zijn. Zoals altijd. Het komt goed. Zoals het altijd goed komt. Rotterdam zorgt. Mijn meisje leeft. Wees blij. Ze leeft. Een leven lang. Haar leven lang. Het komt goed. Toch? Ooit. Liefde en geduld overwinnen alles. En die twee factoren zijn in overvloed aanwezig. Op korte termijn hoop ik mijn meisje naar Groningen te halen. Als het wat beter gaat. Er is nog een lange weg te gaan. De weg naar Groningen. Er gaat niets boven Groningen.

En terwijl ik in het Ronald Mc Donald huis mijn gedachten opschrijf, hoor ik op de radio een liedje. Slechts een moment. Een moment van zwakte. Veroorzaakt door een liedje. Zomaar een liedje dat mijn tranen wel even laat vloeien:

I’ll be with you, I’ll be waiting for you

On the other side, on the other side

And the winds that blow they’ll guide you home

Get you through the night, get you through the night

It will all be right, it will all be right …

Dit artikel delen?
Pinit Fg En Rect Red 20

Graag je mening

Dit artikel is passend in deze rubriek - 1 stemmen
10
Dit artikel handhaven (tzt NIET verwijderen)? - 3 stemmen
30
%

Elk kwartaal verwijderen we een aantal artikelen. HELP ONS MET KIEZEN. Je kunt ons helpen door je mening te geven. Zo heb je invloed op de inhoud van Schrijverspunt.Je kunt ook een reactie geven.

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Rating StarRating StarRating StarRating StarRating Star
 

Wil je ons ook ontmoeten op de sociale media?

Teksten en afbeeldingen van deze website mogen alleen met schriftelijke toestemming gebruikt worden. © Schrijverspunt 2018