Voor schrijvers, door schrijvers
  • Sprookjes

    Sprookjes behoren tot een oude orale traditie en bevatten vaak een zedenles of diepere wijsheid. Het woord sprookje is afgeleid van het middeleeuwse 'sproke', dat verhaal of vertelling betekent. Als ongeschreven vertelling richtte een sproke zich tot ongeletterde volwassenen. Tegenwoordig zijn "sprookjes" kinderverhalen met levenslessen.
    De bekende sprookjes kennen we natuurlijk allemaal maar we lezen/horen ook graag verhalen die zelf verzonnen zijn. In deze rubriek bieden we de mogelijkheid om verzonnen sprookjes te lezen of toe te voegen. Gewoon om lekker voor te lezen voor kinderen of wie ze ook maar horen wil.

  • Meedoen?

    Wil je ook een sprookje publiceren op Schrijverspunt? Dat is mogelijk door eerst in te loggen (lid worden is gratis). De tekst mag niet meer dan 750 woorden bevatten. 
  • Beoordelen

    Schrijvers stellen je waardering en/of commentaar bij een artikel erg op prijs!

    Een artikel beoordelen? Breng dan s.v.p. een stem uit  door op de gewenste(1-5) ster te klikken. (5 sterren is de hoogste waardering)

Sprookje

Jouw sprookje hier toevoegen?

Sluierlingen

In den beginne …

Ik dank jullie voor jullie aanwezigheid.

Lang geleden… Heel lang geleden… Meerdere duizenden jaren geleden leefden op aarde allerlei wezens naast en met elkaar. Ze woonden in verschillende werelden. Deze werelden waren van elkaar gescheiden door dimensiebarrières, obstakels en hindernissen. Niet alles was er peis en vree. Twisten, ruzies, vechtpartijen en zelfs oorlogen werden onderling uitgevochten. De plaats waar de onmin doorgaans plaats vond, was de mensenwereld. Deze was het meest centraal gelegen tussen de verschillende dimensies. Vandaar dan ook middenaarde genoemd. Deze onmin werd steeds na verloop van tijd bijgelegd. Van nature uit, werd na elk conflict de eigen wereld opnieuw opgezocht. Geschillen werden zo beslecht. Overeenkomsten werden gesloten. Oplossingen werden steeds gezocht en gevonden. Vaak werden consensussen gesloten. Maar, het ontvlamde vuur bleef echter altijd smeulen. Echt oplossen was er dus ook niet bij. Meerdere van deze volkeren kennen we misschien nog uit oude legenden en verhalen. Om er maar enkele van op te noemen; Basilisks, Centaurs, Cyclopen, Draken, Dwalingen, Dwergen, Elfen, Golems, Gorgonen, Oreaden, Reuzen, Saters, Sluierlingen, enz.

Haekon de tovenaar…

En toen was er Haekon. Hij was de zoon van Hoakan. Hij was een tovenaar uit het eifelgebergte. Hij had zijn leven gewijd aan het bestuderen van deze vervlogen en mystieke wezens. Zijn kennis en bevindingen archiveerde hij op perkamentrollen alsook in zelf gebonden boeken. Door de opkomst van de inquisitie en de daarmee gepaard gaande jacht op tovenaars en heksen was hij echter genoodzaakt zich met zijn ganse hebben en houden te verbergen, te verdwijnen. Hij trok zich terug, diep terug, in de beboste bergen van de Eifel. Zijn vader had hem tijdens de jacht deze bossen leren kennen. In de buurt van het eiland Krummenauel lag de ingang van een diepe kloof. Erg diep onder de grond mondde deze kloof uit in een grot. Dit werd zijn nieuwe werkplaats waarin hij zich installeerde. Enkel de belangrijkste documenten had hij kunnen meenemen. Maar hij was ontsnapt en dat was het belangrijkste. Alles was hier te vinden wat hij nodig had om te overleven. Een bron van waaruit een klein riviertje ontstond. Het meanderde tussen het labyrint van rotsblokken door, om zo na meerdere kilometers zijn weg naar buiten te vinden en onder enkele struiken uit, in het meer uit te monden. Op de oevers van dit beekje was door de loop der tijden heen, begroeiing ontstaan. Er waren meerdere mossoorten terug te vinden. Ze vormden op vele plaatsen in de grot een waar tapijt. Het was er fris en de luchtvochtigheid was erg hoog. Een groenig en gelig fluorescerend licht, dat door enkele paddestoelsoorten verspreid, maakte het geheel toch mysterieus. Het leek wel alsof men bij het binnenkomen in deze grot een dimensiebarrière had overschreden. Het was er niet duister. Het was er niet licht. Schaduwvlekjes dansten een eigen leven op de wanden.

Niemand was gevolgd. En nu dan …

Haekon verbarricadeerde zijn grot ter hoogte van de ingang. Liet de zoldering letterlijk instorten. Daarna sloot hij ze verder af door ze regelrecht dicht te metsen. Niets of niemand kon er nog in of uit. Hier begon hij zijn kluizenaarsleven. Door de stilte van deze locatie, maar zeker ook door het dagdagelijks eten van zwammen en mossen, kon hij zijn cerebrale energie en telepathische vermogen uitbreiden en versterken. Een echt dagritme was langzaamaan verdwenen. Momenten van meditatie en rust volgde elkaar in een onophoudend ritme op. Door de krachtige inwerking van bepaalde hallucinogene paddestoelen werd zijn mentale kracht dusdanig versterkt, dat hij zijn geest tot buiten het gebergte kon laten treden. En opnieuw ontmoette hij die oude verhalen. De oorsprong of de waarheid ervan was bij vele al lang niet meer te achterhalen. Maar ze waren mooi, droefgeestig, ja soms intrigerend

Het Sluierlingenlied…

Op een dag, had hij alle aanwezige soorten zwammen gemengd tot een maaltijd. Een echte vieze brij die ondanks het wansmakelijke uitzicht, toch voedzaam bleek. Vlot ging hij over van een concentratiefase naar een tranceperiode. Door zelfhypnose startte hij zo een nieuwe meditatieve fase. Uren, dagen bleef hij onbeweeglijk zitten. Zijn ogen gefixeerd op een denkbeeldig punt op de grotwand. Het ganse lichaam slap, nagenoeg levenloos. Alle inwendige energie gestuurd naar zijn mentale kracht.

En dan plots … een bepaald ogenblik hoorde hij een oud, zeer oud lied. Het was opgetekend in een oude vervlogen taal. Deels herkende hij ze. Het verhaal werd in gedachte gezongen. Hij had meerdere tranceperiodes nodig om de eerste woorden te kunnen ontvangen, ze te kunnen begrijpen. Vaak wijzigde de volgorde of de toonaard zich. Soms was het gewoon te zwak om ze te kunnen ontvangen. Het was duidelijk dat dit oude lied door een niet menselijk wezen gezongen werd. Hij werd door anderen Reiziger genoemd. Zijn gedachten-vormende spraak, was in de oude elfentaal. Blijkbaar werd dit lied ooit geschreven in die oude elfentaal, het Quenya. De maker was een “ciryaquend”( Zeeman, schipper, quen = persoon) van het volk der “Fánaquendi”( Witte elfen, doorschijnende elfen, bleke elfen). Hij bezong in dit “fánalindale”( Muziek van de witten elfen) de laatste reis van een volk. Het volk was verdwenen uit het “Turindië” (Koninkrijk), ze hadden dit koninkrijk verlaten. Ze waren al dat geruzie en gekrakeel beu. Al te velen van hun volk hadden het leven gelaten. Dit volk had resoluut gekozen voor het vertrek. Hun vijanden zullen het ongetwijfeld een vluchten benoemd hebben. Andere elfenvolkeren zullen het ervaren hebben als een gemis, een tekort. Pijn, pijn en nog eens pijn, dat is wat ze ervaren hebben bij hun vertrek. Het was nodig, het was een zucht naar zelfbehoud. Lange tijd nadien hebben ze nog contact gehouden met de andere clans en volkeren. Maar ook dit stierf langzaam uit. Het verdween. Tot op een dag er niets meer was.

Op een ander hemellichaam werd een nieuwe leefwereld gevormd. Het duurde lang voordat er van een nieuwe thuiswereld kon gesproken worden. Door de loop der tijden heen werden zij de “Haldalië”, de Sluierlingen genoemd.

Haekon noteerde wat hij kon ontvangen van het lied. Het was in verschillende strofen opgedeeld. Elke strofe behandelde een ander aspect van het leven der Sluierlingen. Het werd voor hem een regelrechte wegwijzer. Een blik door tijd en ruimte heen. Het eerste deel van de tekst ging als volgt:

“Gezongen lied over witte elfen”

“Elfen die woorden uiten zonder te spreken

het sluierlingenschip dat ik zag

in de nacht dat ik het zag

het schip vloog met lichte vleugels”

De eerste strofe behandelde het verlaten van hun Koninkrijk en de vlucht door de nacht. Het elfenschip met zijn transparante vleugels droeg het volkje weg van hier. Het was hard. Voor allen een zielespijnlijke ervaring. En weg waren ze, ver weg.

Een regelrechte ruimtevlucht. Altijd verder en verder weg. Gedragen door het ruimtelijke niets. De onzekerheid tegemoet.

“Het vloog in de donkere nacht

de maan en de zon voorbij

de elfen reisden zeer lang

de sneeuwwitte wereld”

De nieuwe wereld werd bereikt. Geen mooie zonnige planeet, maar wel een koude en schrale nieuwe thuis. Geen zonlicht enkel een diffuus zicht.

“Land onder het ijs

een wereld vol met water

mijn huis in hetwelk ik leef

is een verborgen woning”

“Sluierlingen”

Het lied beschreef dus hun vertrek, de vlucht en de aankomst op de nieuwe planeet. Hun bestemming was bereikt. Het volk noemt zich vanaf nu, sluierlingen; “Haldalië”. En het lied klonk luid, in al zijn stilte, in het hoofd van Haekon. Als we goed nadenken dan vinden we deze wereld ook terug. Hij is er hoor … zoek maar.

Rudy De Ridder

Auteur en uitgever

Dit artikel delen?
  • Hits: 123
(De gemiddelde waardering is 1.5 door 2 stem(-men)

Gebruikerswaardering: 2 / 5

Ster actiefSter actiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Reacties   

# RE: SluierlingenHans Van Battel 31-12-2019 16:34
Leuk begonnen, mist naar mijn gevoel een echte pointe...
# SluierlingenRudy DE RIDDER 01-01-2020 20:43
Thanks voor je FB.
Ik denk dat je gelijk hebt. Ik heb dit verhaal reeds tientallen jaren in mijn hoofd, voldoende voor meerdere honderden pagina's, maar als puntje bij paaltje komt is het dit wat ik maar op papier krijg.
Groetjes
Rudy

Login of registreer om een reactie te plaatsen

Inzendingen in deze rubriek:

Hoogste beoordeling

Top 3 : De laatste 3 maanden

Meeste hits

Top 3 : De laatste 3 maanden

Top 3 : Totaal