Loading...
Sprookjes

Sprookjes behoren tot een oude orale traditie en bevatten vaak een zedenles of diepere wijsheid. Het woord sprookje is afgeleid van het middeleeuwse 'sproke', dat verhaal of vertelling betekent. Als ongeschreven vertelling richtte een sproke zich tot ongeletterde volwassenen. Via de orale traditie kregen zij de moraliserende verhalen mee. Tegenwoordig zijn "sprookjes" kinderverhalen met levenslessen.
De bekende sprookjes kennen we natuurlijk allemaal maar we lezen/horen ook graag verhalen die zelf verzonnen zijn. In deze rubriek bieden we de mogelijkheid om zelf verzonnen sprookjes toe te voegen. Gewoon om lekker voor te lezen voor kinderen of wie ze ook maar horen wil.

Wil je ook een sprookje publiceren op Schrijverspunt? Dat is mogelijk door eerst een te loggen. De tekst mag niet meer dan 750 woorden bevatten. 

Sprookjes

De stokkebrauwers

Er was eens een dorp, Brauw geheten. Het lag, beschut door een dijk, bij de zee. Een veilige plek, waar niet zoveel gebeurde. De inwoners waren niet rijk, maar ook zeker niet arm. Er was meestal voldoende te eten en de inwoners gingen iedere week trouw naar de kerk. Ieder dag leek op die daarvoor en de verandering van de seizoenen vormden de enige afwisseling. De meeste Brauwenaren vonden dit wel prettig.

Eigenlijk waren de inwoners van Brauw ietwat op zichzelf. Beter gezegd, de aanwezigheid van vreemdelingen werd niet op prijs gesteld. ‘Kom je niet uit Brauw, dan kom je Brauw niet in.’ Dat was hun motto en namen ze ernstig serieus.

Dit was tot de verre omtrek bekend. Over het algemeen wist men wel beter dan zich in het dorp te wagen.

Voor de zeldzame keren dat Brauw toch onaangenaam verrast werd door de komst van een vreemdeling, waren daar altijd de stokkebrauwers. Deze vechtersbazen hielden hun slagstokken immer in de aanslag. Klaar om erop los te slaan.

Op een mooie, zonnige zondag, de kerk liep net leeg, waagde een vreemdeling zich in het dorp. Lendart, de dorpsoudste, spuugde voor hem op de grond en vroeg de man wat hij moest. De man sprak Lendart met een vreemd accent aan. ‘Ik kom in vrede. Beste mensen van Brauw, ik…’

‘Bah,’ sprak de dorpsoudste, ‘een buitenlander. Je maakt een vergissing door hier te komen, vriend.’

‘Luistert u toch. U bent in groot gevaar.’

Voor de vreemdeling nog een woord kon spreken, kwamen van verschillende kanten mannen met slagstokken aanrennen. De stokkebrauwers. De vreemdeling rende voor zijn leven en kon net ontkomen. De rust keerde al snel weer terug. Iedereen was in een feeststemming. Behalve de oude Kea. De vrouw was bezorgd.

Je zou verwachten dat de vreemdeling zijn les geleerd had, maar een week later kwam hij weer in het dorp. Het was nog vroeg, er waren nog niet veel mensen buiten. ‘Alstublieft, beste Brauwenaren. U bent allen in levensgevaar. Laat mij u toch helpen!’

Opeens was daar een stokkebrauwer, die hem genadeloos hard in zijn rug sloeg. De vreemdeling ging er met rappe spoed vandoor en wist ternauwernood te ontsnappen.

Dat er een vreemdeling het dorp durfde te betreden was een ding, maar dat hij dit een paar dagen weer deed? Hoe durfde hij? Ze hadden zijn hulp niet nodig. De mensen van Brauw zorgden voor zichzelf. Kea maakte zich steeds meer zorgen. Wat nu als de vreemdeling gelijk had en er gevaar dreigde? Zouden ze dan niet willen weten wat voor gevaar dit was? Durfde ze maar op te staan tegen de stokkebrauwers. Ze was niet de enigste. In sommige huizen klonken bezorgde stemmen op. Het zou toch niet echt zo zijn? Maar als het zo was? Wie durfde de stokkebrauwers te trotseren? Die zorgden toch voor het dorp? Ze moesten op hen vertrouwen.

Drie weken later stond de vreemdeling stond de vreemdeling in het midden van het dorpsplein. Alsof hij uit het niets verschenen was. ‘Brauwenaren, voor de laatste keer. U loopt gevaar. Het water komt!’ Veel Brauwenaren keken elkaar ongelovig aan. Hij weer? Durfde hij hen echt voor de derde keer te trotseren? Er waren ook Brauwenaren die begonnen te twijfelen. Zou deze vreemdeling zijn leven drie keer op het spel zetten, als er niets was? Misschien… Daar was Lendart al. ‘Stokkebrauwers, vermoord die…’ Voor de dorpsoudste uit kon spreken, stapte Kea naar voren. ‘Zwijg, oude dwaas. Laat hem uitpraten.’

Lendart ontstak in woede. Hij liet haar opsluiten en beval de dood van de vreemdeling. Voor de ogen van de stokkebrauwers verdween hij in het niets. ‘Magie, ’fluisterde men. Niet te vertrouwen, die vreemdelingen.

Die nacht stak een enorme storm op en verscheen de vreemdeling in Kea’s droom. ‘Je ziel is puur. Waak over de kinderen, als deze nacht voorbij is.’ Voor Kea kon iets kon vragen, was hij weg. Vroeg in de volgende ochtend liep er een stoet verweesde, ontheemde kinderen in de opkomende zon. Achterop liep de oude Kea. Ze zorgde ervoor dat de kinderen bij elkaar bleven. Eindelijk bereikten ze het volgende dorp. Daar vertelden ze over de vreemdeling, die in de nacht gekomen was, als een rattenvanger van Hamelen . Over hoe Kea en de kinderen en hem gevolgd waren, het dorp uit, als betoverd. Ze vertelden over hoe de dijk was verwoest door de storm en hoe Brauw door de zee verzwolgen was. En ze vertelden over de volwassenen van Brauw, die zich niet hadden laten redden door de vreemdeling.

Dit artikel delen?
Pin It
  • Hits: 91

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Nomineer deze schrijver!

Bezoekers van Schrijverspunt kunnen 2 schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de blauwe button te klikken.