Schrijverspunt geeft samen met jou je boek uit!
Ontvang een royalty, geen eigen kosten!
Gezocht: columnisten, bloggers en verhalenschrijvers
Kijk bij extra schrijfmogelijkheden
Je boek te koop in alle boekenwinkels
Voor € 7.50 per maand
Voor schrijvers door schrijvers
Gezocht: nieuwe columns voor Schrijverspunt!
De herfst is begonnen!
Weer tijd voor van alles....
Sprookjeswedstrijd Schrijverspunt
van 1-8-2018 t/m 15-10-2018
Meedoen voor leden is gratis!
Sprookjes schrijfwedstrijd

meedoen

Inzenden van een sprookje is mogelijk van 1-8-2018 t/m 15-10-2018 (24.00 uur).

Tjoep is een kabouter. Dat wil zeggen, hij lijkt op een kabouter. Hij heeft alles wat een normale kabouter moet hebben. Een baard, een puntmuts, een kaboutermoeder, een

kaboutervader en een kabouterbroer. Niks mis met Tjoep, zo lijkt het. Maar niets is minder waar. Tjoep is namelijk heel groot, veel te groot voor een normale kabouter.

Tjoep is niet altijd zo groot geweest. Hij begon na zijn geboorte als elke andere kabouter, zo groot als een mensennagel. Maar al snel bleek dat Tjoep anders was dan zijn broer en kaboutervrienden. Want waar iedereen stopte met groeien toen zij zo groot waren als een mensenpink, groeide Tjoep maar door. Hij groeide verder tot een ringvinger en toen hij uiteindelijk uitgegroeid was, was Tjoep zo groot als een mensenmiddelvinger.

Op de kabouterschool werd hij gepest. Ze riepen ‘reus’ naar hem, of ‘lange’. Hij paste al snel niet meer in de schoolbankjes, zijn fiets werd te klein en op een normale wc kon hij al snel niet meer zitten……Met alle gevolgen van dien. Hij liep altijd met zijn schouders naar voren om zich kleiner te maken. Maar dat hielp niet, iedereen zag dat Tjoep geen normale kabouter was.

Tjoep zelf vond het verschrikkelijk om zo groot te zijn. Zijn ouders deden ontzettend hun best om Tjoep zo normaal mogelijk te behandelen. Ze maakten steeds een groter bed voor hem en een grotere stoel voor aan tafel. Ze vertelden Tjoep dat het hen niets uitmaakte dat hij zo groot was, ze hielden toch wel van hem. Ze verhuisden zelfs naar de allergrootste paddenstoel van het bos, toen Tjoep hun oude paddenstoel niet meer in of uit kwam.

In al die tijd dat Tjoep maar bleef groeien, had hij een hele goede vriend, Tjap. Die schold hem nooit uit voor ‘lange’ of ‘reus’. Tjap bleef altijd aardig. Het maakte Tjap niets uit dat Tjoep zo groot was. Tjap vond dat Tjoep namelijk de aardigste jongen was die hij kende. En de grappigste. Tjap moest altijd ontzettend lachen om Tjoep. Tjoep maakte als enige in de klas grapjes waar je echt om moest lachen. Geen grapjes om andere kabouters voor schut te zetten. Of grapjes die eigenlijk helemaal niet grappig waren, maar alleen maar werden gemaakt omdat de grapjas dacht dat hij daar stoer van werd. Zoals Tjiep altijd deed. Tjiep dacht dat ‘ie stoer was omdat er andere kabouters om hem lachten. Maar ze lachten juist niet omdat ze het grappig vonden, maar gewoon omdat ze Tjiep een beetje gek vonden. Maar dat had Tjiep dan weer niet door. Maar Tjoep, die maakte grapjes die voor iedereen leuk waren. En daarom vond Tjap, Tjoep zo leuk.

Tjoep vond het ontzettend fijn dat hij zo’n goede vriend had. Tjap was heel sportief en werd altijd als eerste gekozen bij de gym. En dat terwijl Tjap was geboren met maar een half mutsje. En als het mutsje van een kabouter kapot is, betekent het dat ze snel kunnen omvallen. Maar Tjap niet. Die was zo goed in sport en die had zo goed geoefend, dat het niet uitmaakte dat hij maar een half mutsje had. Tjoep vond het reuze knap.

Toen Tjoep weer eens verdrietig was omdat hij geen normale kabouter was, ging hij met Tjap kijken welke klasgenoot dan eigenlijk welk normaal was. Want Tjap met zijn halve mutsje was eigenlijk ook niet echt normaal. En Tjiep, die praatte eigenlijk veel te hard en was soms gemeen. En die mooie Tjikke met haar lange blonde haar vanonder haar puntmuts, die liep een beetje mank.

En Tjalle, die had roze haar dat nogal vloekte bij haar rode mutsje. En Tjabbe, Tjoeke en Tjolle hadden heel veel sproeten. En Tjoeke had daarbij ook nog eens een hangend mondje! En Chantal, die had natuurlijk een hele rare naam voor een kabouter.


Eigenlijk kenden Tjoep en Tjap niemand die helemaal normaal was. Zelfs niet toen ze gingen kijken naar BK’ers. Bekende Kabouters. Iedereen had wel iets geks. En als ze niks geks aan de buitenkant hadden, waren het meestal gewoon heel onaardige kabouters.

Toen Tjoep echt geen enkele normale kabouter kon opnoemen, vond hij het een stuk minder erg om zo groot te zijn. Eigenlijk is het wel handig. Hij kan eikeltjes uit de boom plukken in plaats van te rapen van die vieze grond. En hij kan zonder ladder het dak van die hele grote paddenstoel schoonmaken!

Tjoep besloot vanaf toen weer rechtop te gaan lopen. Ver boven iedereen uit!

Dit artikel delen?
Pinit Fg En Rect Red 20

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Rating Star BlankRating Star BlankRating Star BlankRating Star BlankRating Star Blank
 
sprookjeswedstrijd

Wil je ons ook ontmoeten op de sociale media?

Teksten en afbeeldingen van deze website mogen alleen met schriftelijke toestemming gebruikt worden. © Schrijverspunt 2018