SF & Fantasy

SCHRIJFACTIVITEIT: SF & FANTASY

Science fiction en Fantasy vallen beide onder een speculatief fictiegenre waarin veel elementen, personages en instellingen worden gecreëerd uit verbeeldingskracht en speculatie in plaats van uit de realiteit en het dagelijks leven. Er is echter een duidelijk verschil tussen science fiction en fantasy. Science fiction is gebaseerd op wetenschap en technologie en geeft daarom scenario's weer die op een dag waar zouden kunnen zijn. Fantasie daarentegen heeft betrekking op veel bovennatuurlijke elementen en vindt plaats in een wereld die niet bestaat en nooit kan bestaan.
Bij een SF of Fantasyverhaal geven we de voorkeur aan een zelfstandig leesbaar verhaal van maximaal 1000 woorden.

Klik voor alle schrijfactiviteiten in het menu op SCHRIJFACTIVITEITEN.

  • DEZE INZENDING:
  • Waardering
  • Hits
    286

De Zwarte Yogi

Publicatie: | Gerrit Spriet

Het schip liep al goed voel. Er was veel schoon volk.

Er waren honderden zitplaatsen tussen de statige muren van een kathedraal waarin vele eeuwen hun verhaal hadden uitgestort. Nogal wat van die plaatsen waren gereserveerd voor prominenten allerhande. Staatslieden en politici. Bekende ondernemers. Artiesten.

Sommige mensen hadden programmaboekjes bij, velen ook niet. Ouder volk hield vast aan concertgewoontes van weleer. Zij die zo gerimpeld waren dat ze leken te stammen uit de tijd waarin de kathedraal was gebouwd, hadden er meestal eentje bij. Zij op wie de moderne tijd meer invloed leek te hebben, vonden dat de media hen voldoende ingelicht had.

In het koor werd de piano gestemd. Een chromatisch omhoog kruipende toon die zelfs met de hulp van Gods muren het geroezemoes niet oversteeg. Ook de stewards waren druk in de weer. Eerbare overblijfsels van een voormoderne tijd werden naar hun plaats begeleid. In groepjes of alleen ging jonger volk naar een vrij plekje op zoek.

De dag begon al stevig te vorderen. Het gouden licht waarmee de Vader door gekleurde ramen de hele dag zo vurig de muren, de pijlers en de uitgesleten vloer van zijn huis had verlicht, maakte plaats voor een grauwe schemer waaraan zelfs Hij zich elke dag onderwierp.

Toen iedereen een plaatsje had gevonden, had de schemer al goed ingezet. Wat aan licht van buiten overbleef, toverde het immense bouwwerk om tot een halfslachtig, grauw grijs. De tijd van de pianist was aangebroken.

Nadat de organisatoren via de microfoon die de oude bisschop -die statig plaats had genomen op de eerste rij- hen ter beschikking had gesteld, het publiek hadden begroet, betrad hij het podium onder een applaus dat van de muren sprong als een krekel van het gras. Je zag duidelijk dat de man uit de Kaukasus kwam, of misschien wel de Krim. Je voelde het in de opbouw van zijn stap, in de trekken van zijn gelaat.

Toen de kunstenaar aan het lange, zwartgelakte instrument had plaatsgenomen, werd het eindelijk stil. Handen strekten zich uit. Vingers betastten het klavier.

Toen stak hij van wal. Met gejaagde overtuiging ontbrandde de klamme lucht van Gods oude huis met Prokofiev’s Diabolische Suggestie.
Het was een werk dat velen kenden, een werk ook, dat al decennia in West en in Oost werd opgevoerd. Ontelbare keren had het stuk concertzalen in lichterlaaie gezet. Maar in het Huis waar het die avond werd gebracht, daar was het de eerste keer. In muisstille bewondering van wat plots voelde als een eeuwenoud publiek, vlogen vingers steeds sneller over het driftig kloppende klavier. Het stuk werd met zoveel kracht, zoveel overgave gebracht, dat zelfs de pilaren, de muren en de eeuwenoude vloer van het duivelse vuur verzadigd raakten.

Ook de fundamenten, waarvan niemand zeker was of ze bij het bouwen van de kathedraal waren aangelegd, of dateerden van een nog oudere, ongekende tijd, trilden ervan. En daar was het, diep begraven in de krochten van de tijd dat hij, geprikkeld door het wild om zich heen slaande spel, uit zijn sluimer ontwaakte.

Zelfs de oudste krokodillen in het schip hadden hem nooit gekend. Zo lang al was de mensheid haar schaduw vergeten. Ook hij was zijn bestaan al vele eeuwen vergeten.

Maar nu ontwaakte hij. Kwam het bewustzijn dat hij bestond, terug. En nog voor Prokofiev’s stuk ten einde was, nog voor het publiek er wild enthousiast voor had geapplaudisseerd, steeg datgene waar zij die zo enthousiast de handen tegen elkaar sloegen, al lang geen weet meer van hadden, rees datgene wat al die tijd begraven had gelegen in de plooien van de tijd, de wereld tegemoet.

Het applaus was net gestild, de pianist had zich pas weer aan de toetsen gezet, of de meest gevoelige zielen begonnen in het koor een soort trilling van de lucht waar te nemen.

Het begon vrij eenvoudig. Het begon met een punt. Een zwart punt dat uit het niets leek voort te komen. Maar daar bleef het niet bij. Al snel werd een punt een lijn. Een zwarte lijn die zich vanuit dat bovenste, eerste begin naar beneden toe uitstrekte. Een meter. Anderhalve meter. Twee meter. Drie meter. Je kon er je vinger niet op leggen wat het was. Was het zwarte lucht? Een soort zwarte energie?

Vanop de achterste banken verstoorden de eerste kreten van toeschouwers die, eerder dan de dinosauriërs op de eerste rijen, van dit bizarre schouwspel getuige waren, intussen de wankele klanken van het tweede stuk. Alsof ze hun soortgenoten wilden waarschuwen. En voor je het wist, schreeuwde iedereen het uit.

Eindelijk stopte de zwarte lijn met aanlengen. Iedereen, waaronder nu ook de pianist, hield de adem in. En zie! Een lijn werd een vlak. Een lichtzwart vlak. Een canvas dat als door onzichtbare handen vanuit de lijn werd uitgerold in de ijle, starre lucht. Op het naar rechts uitrollende doek, dat wel van lucht zelf leek gemaakt, meenden de toeschouwers de contouren waar te nemen van een archaïsch wezen dat op een mens geleek, maar dan gemaakt van schaduw. Maar voor het vage wezen duidelijk afgelijnd zichtbaar werd, rolde het in de lucht gespannen doek zich alweer op.

Opnieuw zagen honderden aan de grond genagelde toeschouwers niet meer dan een lijn. Een pikzwarte lijn getekend in de ijle, grauwe lucht. De zaal bleef muisstil. En zie, weer ontrolde zich van links naar rechts een canvas van vibrerende, zwarte lucht. En opnieuw, ditmaal wat helderder, verscheen de vage, duistere figuur. In de hal brak nu een tumult los van jewelste. Geschreeuw. Gejoel. Angst. Paniek. Opnieuw werd het canvas wat verder tot een lijn herleid. Toeschouwers, stadhouders en staatslui hielden de adem in. En zie als een donkere vlek uit in de ijle lucht Gods strekte zich het canvas een derde keer uit in Gods ijle lucht.

Ditmaal rolde het canvas zich niet meer op. Ditmaal kon iedereen helder en goed een zwarte schaduw zien waarvan ze het bestaan al lang waren vergeten of nooit hadden vermoed. In meditatie verzonken, met lang doorvlochten, wilde haren zat daar, knieën wijd, een figuur die zo zwart was dat hij wel gemaakt leek van pek. Een soort vermenselijking was het, een belichaming van de Nacht. Een wezenloze angst maakte zich van de toeschouwers meester. Mensen waren niet langer mensen. Het waren wild joelende apen. Alsof ze, teruggevoerd naar het begin van een geschiedenis waarvan ze de vergissing intussen voelden, hun menszijn vergaten.

Plots klonk er, wie weet van waar, een luide gong. Vanuit het in de lucht gespannen canvas stuurde ze een vloedgolf de kathedraal in. Het doorboorde iedereen in merg en in been. En de zwarte figuur, die scherpte de blik. Richtte op zijn gezicht. Onbewogen keek hij die de mensen leken te zijn vergeten, zijn publiek, zijn in doodsangst verkerende toeschouwers, in de ogen. Nu was het niet langer duidelijk wie wie bezag. Wie wie in de ogen keek.

De zwarte yogin begon zich van het canvas los te maken. Er was nog een ogenblik, een moment van collectief gekoesterde hoop. Hoop dat wat een overblijfsel leek uit een lang vervlogen, voormoderne tijd, de wereld dan toch niet zou betreden. Dat het wel weer zou worden opgerold. Vergeten. Maar die hoop, die bleek ongegrond. Onstopbaar, onverstoord maakte de schaduw zich van het canvas los. Trad het toe tot het hier en het nu.

De lucht begon heviger te trillen. Een nieuw tijdperk diende zich aan. Je kon het niet aanwijzen maar je voelde het. Je ervoer het. Ditmaal zonder de naamloze, zwarte figuur rolde het canvas zich weer op. Het werd een lijn. Een lijn werd een punt. En het punt loste zich op in de trillende lucht. Weg was de drager van wat eerst een vaag vermoeden was geweest, dan een onheilspellende belofte, en wat zich ten slotte tot een waanzinnige onmogelijkheid had ontpopt. Weg was dat laatste sprankeltje hoop dat het allemaal maar een nare droom was, een schim geëtst op onwezenlijk papier.

Nu bleef enkel nog het in de lucht zwevende, zwarte embleem over. Als een oeroud symbool hing het daar, onbewogen, onvervaard.

Op dat moment ontvlamde in wat eens mensen waren geweest, een primordiale, diabolische angst. Een blinde paniek. Behalve de meest ervaren staatslui kroop, rolde, vluchtte iedereen over elkaar heen.

En zie, de zwarte aanwezigheid begon alle uithoeken van de oude kathedraal te verkennen, en daarbij vormden zelfs de dikste pilaren geen obstakel. Moeiteloos bewoog het heerschap zich doorheen vloer, muur en pilaar, alsof hij niet alleen de mensen, maar de wereld waarin hij was beland wilde kennen, bezien. Alsof hij nog ijler, nog ouder was dan zelfs de starre lucht.

Wild over elkaar denderend, raasden de wild joelende primaten intussen weg uit het huis van de Heer. Kleren verscheurd. Gelijken vertrapt.

Zij die achterbleven merkten dat de schaduw opnieuw de stenen leek in te trekken. Naar de fundamenten afdaalde van een bouwsel waarvan niemand ooit de schaduw had vermoed. En terwijl ze zagen hoe de zwarte yogin door de oude kathedraal werd opgeslorpt, terwijl ze zagen hoe wat de schaduw zelf leek van de tijd, de grond in zakte, meenden ze een vaag gebulder te ontwaren waarvan niemand wist of het stemde uit de hemel of de hel.

Langzaam daalde de rust weerom neer. Alsof ze ontwaakten uit een nare droom, keken de overblijvers met nieuwe ogen om zich heen. En wat ze zagen, dat was een slagveld. Overal lagen lijken of zielig kermende wezens die wel nog de aanblik hadden van mensen, maar het eigenlijk niet meer waren.

***

Toen hulpdiensten kort daarna de hal betraden, stelden ze vast dat bij de aanwezigen genodigden -staatslui, politici- waren geweest waarvan de kisten soms wel tientallen jaren terug ter aarde waren besteld.

Of de wereld ooit nog dezelfde zou zijn, dat durfde niemand te hopen.

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Reacties:

Iedere bezoeker kan een reactie geven! Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs. Wil je automatisch een bericht ontvangen bij een reactie? Klik op de + boven de reacties.
09.01.22
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl van deze inzending.
Het kan nog wel wat worden verbeterd denk ik, al was het maar met de eerste zin (ik vermoed dat voel vol moet zijn). Waar je het wezen aardig hebt opgebouwd qua spanning mis ik dat enigszins bij de reacties van de mensen. Die schieten meteen in de stress/paniek, ook als er op het oog nog niet echt iets aan de hand lijkt te zijn behalve een vreemde show. Als je dat wat meer had opgebouwd, dan denk ik dat het verhaal nog in kracht had kunnen winnen. In elk geval niet slecht!
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
09.01.22
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl van deze inzending.
Het kan nog wel wat worden verbeterd denk ik, al was het maar met de eerste zin (ik vermoed dat voel vol moet zijn). Waar je het wezen aardig hebt opgebouwd qua spanning mis ik dat enigszins bij de reacties van de mensen. Die schieten meteen in de stress/paniek, ook als er op het oog nog niet echt iets aan de hand lijkt te zijn behalve een vreemde show. Als je dat wat meer had opgebouwd, dan denk ik dat het verhaal nog in kracht had kunnen winnen. In elk geval niet slecht!
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Ook gratis meedoen aan een schrijfactiviteit? We publiceren je inzending voor minimaal 12 maanden. Meedoen is mogelijk door in te loggen en dan bovenin de pagina op de rode balk te klikken. Nog geen lid? Aanmelden is gratis.