Hanne Lemahieu

Zonderlingen

© Hanne Lemahieu op 04.12.2022.

Voor Thoma en Joenivurse
Geschreven door iemand die het goed met u meent

Als u dit leest, heb ik gelijk gehad
Mijn advocaat heeft u gevraagd wat de relatie was tussen Joenivurse en Thoma en u heeft deze vraag juist beantwoord. Anders had hij u deze brief niet gegeven.
Joenivurse, mijn grootmoeder, u leeft nu in weelde als vrouwe Juliana, de toekomstige echtgenote van de keizer van het nieuwe rijk, met Thoma aan uw zijde als heer Edwin, uw meest vertrouwde adviseur.
U weet dat u beiden gereïncarneerd bent.
U herinnert zich beiden de naam die u droeg in een vorig leven. Net als ik zal u uw dood in gedachten herbeleven en u zal zich steeds meer herinneren van dat vorig leven.
Ik laat dit document voor u beiden achter opdat het leven van Heer Edwin niet verduisterd wordt door het schuldgevoel dat Thoma kapot heeft gemaakt.
Het zal u misschien zwaar vallen te geloven wat ik hieronder zal neerschrijven, maar ik zweer u dat het de zuivere waarheid is.

Om de precieze draagwijdte van mijn verhaal te benadrukken is het van groot belang dat ik u vertel wíe ik ben en vooral wát ik ben.
Ik ben De Zonderling.
Ik heb geen broers.
Ik heb geen zussen.
Ik heb geen tweelingbroer.
Ik heb geen tweelingzus.
Ik maak geen deel uit van een tweeling. Of een drieling. Of een vierling, waarom niet?
Ik heb geen ‘-lingen’.
In ben een zonder-ling.
Ik ben geboren op 4 januari 20500, precies tienduizend jaar na de Grote Explosie die de Aarde uit elkaar deed spatten.
Ik behoor tot de zogenoemde Humanen, een klein volk dat zich ontwikkelde op Eneristas, de vierhonderd vijftiende ‘Aardsplinter’ die men ontdekte waar uit resten ozon een nieuwe atmosfeer ontstaan is en dus opnieuw menselijk leven mogelijk is.
Net als alle ‘overlevenden’ zijn wij Humanen mensen die onderhevig zijn aan mutaties omdat we ons aanpassen aan de gewijzigde leefomstandigheden. Humaanse vrouwen ontwikkelen vanaf hun twaalfde levensjaar om de vijf jaar drie tot zes ‘wiegvliezen’ uit elk waarvan na bevruchting twee of meer baby’s geboren kunnen worden.
Joenivurse was mijn grootmoeder. Ze was de eerste vrouw in tienduizend jaar die slechts een kind baarde. Haar dochter Loriana, mijn moeder, volgde haar voorbeeld en mijn geboorte werd als een nog unieker gebeuren beschouwd want in tegenstelling tot mijn grootmoeder op het einde, was mijn moeder sterk, gezond en fysiek perfect in staat om meerdere kinderen te baren.

Joenivurse was een verantwoordelijke, intelligente en mooie vrouw. Ze werkte als oppas voor haar vriendin en diens rijke echtgenoot. Een tweeling kon niet meer verschillend zijn dan hun kinderen. Henric was knap, intelligent, vlot in de omgang en zodoende heel populair. Thoma was een moeilijk kind en kon niet mee op school. Hij was in zichzelf gekeerd en zou een mentale en sociale achterstand hebben.
Henric liet zijn broer vaak links liggen en dat drukte zwaar op de sociaal zwakke Thoma. Alleen bij Joenivurse vond hij warmte en begrip. Maar toen hij ouder werd en zijn gevoelens voor haar langzaam veranderden in vriendschap en tenslotte verliefdheid, nam Joenivurse steeds meer afstand van Thoma.
Enkele weken later ontmoette ze hem toevallig toen hij door haar straat rende, steeds over zijn schouders kijkend alsof hij achtervolgd werd. Volgens getuigen had hij “uitzinnig van vreugde geleken toen een jonge vrouw naar buiten kwam en hem omhelsde.” Joenivurse had geprobeerd om hem te kalmeren en Thoma zou haar handen in de zijne genomen hebben, haar voorhoofd gekust hebben en toen weggerend zijn.
Thoma heeft later in een helder moment aan dokter Dojon verteld wat hij van plan was geweest. Hij zou helemaal alleen een trektocht maken van Aardsplinter 415 tot Aardsplinter 450, op zoek naar de grot waar lang geleden een meesterdief zijn legendarische buit verstopt zou hebben. Noch de dief, noch de buit werden ooit teruggevonden. Thoma wist een bericht voor Henric van diens vriend te onderscheppen waarin deze laatste probeerde om Henric over te halen om toch met hem mee te gaan op een dergelijke tocht. Thoma zag hierin een kans om zijn broer af te troeven en eindelijk uit diens schaduw te treden: hij zou zelf de tocht maken en de fabelachtige grot zien te vinden.

Joenivurse, die zich nog steeds verantwoordelijk voelde voor Thoma, ook al was hij inmiddels achttien jaar en volwassen, rende achter hem aan, de straat door, het plein over, het dorp uit en de velden over. Omdat Thoma niet van zijn plannen wilde afzien, vond Joenivurse dat ze geen andere keuze had dan met hem mee te reizen.
Ze trokken die hele dag, zonder voedsel en water en met niets anders dan de kleren die ze droegen en Thoma’s onstuitbare opwinding die hem voortdreef. Joenivurse wist Thoma genoeg in te tomen om de nacht door te brengen in een verlaten schuur waar ze beschutting vonden tegen de gure wind.
De volgende dag, rond het middaguur, kwamen ze door een afgelegen dorp. Joenivurse had het zo koud in haar zijden jurk en sandaaltjes dat ze weigerde nog verder te gaan.
Thoma leek te beseffen hoe slecht ze ervoor stonden zonder eten, drinken, reserve kledij en geld. Joenivurse vertelde hem streng dat ze zo snel mogelijk terug naar huis moesten gaan. Vervolgens droeg ze hem op om in een nabijgelegen hotel op haar te wachten. Ze zou proberen om haar halssnoer te verkopen opdat ze geld zouden hebben om deze nacht in het hotel te kunnen doorbrengen.
Toen Joenivurse een uur later de bar van het hotel binnenliep, zakte ze bijna door de grond van schaamte. Thoma stond ladderzat op een tafel schunnige praat te verkopen waar zij tot haar ontsteltenis op dat moment het onderwerp van was. In het midden van een wel heel goor refreintje, kruiste Thoma zijn blik die van haar en hij hief een groot glas gin-tonic in de lucht in een toost. De beweging bracht hem uit zijn evenwicht en hij viel met een luide klap van de tafel. Hij probeerde de val te breken door op een van de stoelen rond de tafel te stappen maar daarbij moest hij met zijn hele gewicht een ogenblik op een been steunen en zowel zijn evenwicht als zijn been begaven het onder de drank en de zwaartekracht.
Verschillende gasten snelden toe om hun gevallen makker te hulp te snellen hoewel sommigen van hen zelf nog amper op hun benen konden staan. Joenivurse bleef een ogenblik staan in de deuropening. Twee mannen hielpen Thoma overeind, die naar naam zong en naar haar zwaaide. De ene man vroeg of ze Thoma kende en de ander naar welke kamer ze hem moesten brengen. Joenivurse voelde aan haar zak waar ze het geld dat ze voor haar ketting had gekregen in zat. Het zou amper genoeg geweest zijn om een kleine kamer te betalen, laat staan om zo’n drankgelag te bekostigen. Ze bloosde terwijl ze antwoordde dat ze niet van plan waren geweest om te blijven en dus geen kamer hadden. De man met blauwe, aantrekkelijke ogen en zwart haar, dokter Dojon, knikte naar zijn gezel, Indra Baïo. Ze droegen samen de dronken Thoma de trap op en naar een kamer en Dojon hield de deur van de kamer ernaast open voor Joenivurse. De kamers waren nog niet lang vrij en moesten nog schoongemaakt worden.
Toen Dojon door de gang naar zijn eigen kamer liep, hoorde hij Joenivurse hevig hoesten.
Hij zou het zichzelf nog lang kwalijk nemen dat hij niet door had gehad dat een paar gele haren die onder zijn voeten lagen daar de oorzaak waren van waren.

De volgende ochtend wekte Joenivurse Thoma en liet hem een groot glas water met opgeloste aspirine drinken. Omdat ze zich zelf ook niet lekker voelde, had ze niet zo’n haast om te vertrekken als de avond ervoor en terwijl ze wachtte tot Thoma’s kater voorbij was, viel ze terug in slaap.
Om kwart na tien zaten Joenivurse en Thoma aan een laat ontbijt dat inbegrepen was in de prijs die mr. Baïo de vorige avond had betaald voor hun kamers.
Dojon zat aan een andere tafel de krant te lezen bij een kop straffe koffie.
Het ongewone paar intrigeerde hem al sinds het ogenblik dat Joenivurse de vorige avond de bar van het hotel was binnengekomen. Het was lang geleden dat een hotelgast zo dronken was geworden als Thoma. Dojon had hoopvol vastgesteld dat hij en Joenivurse geen geliefden konden zijn omdat Thoma veel jonger en nogal onvolwassen had geleken en Joenivurse er zeker niet uitzag als een prostituee.
Dojon vertelde later dat hij zich er uiteraard ook over verbaasd had dat het duo zonder enige bagage reisde.
Joenivurse, gehuld in een dikke, witte badjas van het hotel, las Thoma uitgebreid de les over het feit dat hij zomaar van huis weggegaan was en hoe onverstandig het was geweest dat onvoorbereid te doen. Ze eiste dat hij haar vertelde waar hij zo dringend dacht naartoe te moeten gaan.
Dojon zag hoe Joenivurse haar ogen rolde bij Thoma’s antwoord.
Joenivurse was zich er waarschijnlijk nooit bewust van geweest hoe zeer haar ongenoegen doorklonk in haar woorden, maar Thoma werd er diep door geraakt. Het huilen stond hem nader dan het lachen toen Joenivurse haar preek beëindigde en ze in stilte aten tot Joenivurse moest niezen.
Thoma kromp een beetje in elkaar alsof hij een afstraffing verwachtte. Even later stond hij op en liep langs de tafel van de dokter de eetzaal uit. Dojon wierp een blik op Joenivurse die haar neus snoot in een servetje, zuchtte en achter Thoma aan naar de inkomhal van het hotel liep.
Dojon hoorde haar Thoma’s naam roepen en Thoma’s geschreeuwde antwoord: “Je bent wél boos omdat het mijn schuld is dat je zoveel moet hoesten.”
Joenivurse riep Thoma opnieuw maar de jongen was al naar buiten gelopen. De dokter zette de achtervolging in maar Thoma was snel en het was pas drie straten verder dat de oudere man de jongen inhaalde. Thoma was koppig en Dojon beloofde hem dat hij die middag als dessert de grootste ijscoupe zou krijgen die er op de kaart stond als hij meteen mee zou komen naar het hotel, daar meteen naar zijn kamer zou gaan, een bad zou nemen en zou wachten tot Joenivurse hem zou komen opzoeken.
Nadat de dokter hem bezworen had dat Joenivurse niet boos was op hem en Joenivurse dat bevestigd had, gehoorzaamde Thoma.
Joenivurse had de dokter uitgebreid bedankt omdat hij Thoma had teruggebracht en voor de kamers. Daarna zou ze hem toevertrouwd hebben dat ze inderdaad boos was op Thoma omdat zíj nu verkouden was door twee nachten geleden in een schuur te hebben moeten slapen.
Daarop moest ze hevig niezen en Dojon had haar zijn zakdoek aangeboden en haar aangeraden zelf ook een heet bad te nemen.

Joenivurse sloeg het middageten over en sliep tot 16 uur. Mr. Baïo leek het leuk te vinden om Thoma gezelschap te houden en nam hem in de namiddag zelfs mee naar de kleine bowling hall, net buiten het dorp. Dokter Dojon vergezelde hen voor een poos op zijn ronde. Om 17 uur ontmoetten ze elkaar weer in de hal van het hotel. Thoma vroeg hoe het met Joenivurse ging maar dokter Dojon raadde hem af haar op te zoeken opdat ze zou kunnen rusten. Zijn grootste zorg was echter dat Joenivurse misschien griep aan het krijgen was en hij wilde vermijden dat Thoma besmet zou raken.
Thoma interpreteerde zijn woorden echter verkeerd en beging daarmee de eerste, fatale vergissing die hij zich later nog herinnerde en op een betrouwbare manier wist te vertellen aan dokter Dojon die het vervolgens in zijn eigen verklaringen liet optekenen.
Thoma was er nu van overtuigd dat Joenivurse en Dojon allebei tegen hem gelogen hadden en dat Joenivurse héél boos op hem moest zijn als ze hem nu zelfs niet meer wilde zien. Uit balorigheid liep hij de straat op, zich niets aantrekkend van het drukke verkeer.

Ik had lopen rondscharrelen in een steegje tussen vuilnisbakken op zoek naar iets eetbaars toen Thoma me vond. Ik was een zeldzame, jonge, volwassen ligolion, een soort leeuw met een donkere paarsrode vacht en op elke flank een donkergrijze bliksemschicht van de oren tot de staart en grote, gele ogen met blauwe irissen en driehoekige pupillen.
Thoma vond me schattig. Dat effect hebben dieren nu eenmaal op kinderen. Thoma, die vaak dacht en handelde als een kind, was meteen door mij vertederd. Ik liet me gewillig aaien en krabben en volgde hem gewillig toen hij me meetroonde.
Het hele hotel stond natuurlijk in rep en roer en terwijl men naarstig naar hem zocht, sloop Thoma langs een achterdeurtje naast de keukens naar binnen. Ik sloop gedwee achter hem aan, aangetrokken door de heerlijke geuren die uit de keuken kwamen. Maar Thoma wenkte me dringend om hem te volgen en ook al verstond ik geen mensentaal, zijn angst om ontdekt te worden wist hij op een of andere manier wel op mij over te brengen.
Thoma stapte snel en ik moest haast rennen om hem nog bij te houden toen hij de trappen opliep en zelf haast rende tot hij bijna op het einde van een smalle gang bleef staan.
Ik veronderstel dat hij op dat moment op het idee kwam om mij als cadeau te geven aan Joenivurse om het goed te maken.
Intussen lag Joenivurse in haar kamer angstig te wachten. Ze had willen meegaan toen dokter Dojon en Mr Baïo, die een passioneel piloot was, vertrokken om met een kleine shuttle de streek te overvliegen, maar de dokter had haar dat afgeraden. Hij had ’s morgens de familie van Thoma op de hoogte gebracht van de situatie en Thoma’s vader had rond de middag contact opgenomen. Hij zou meteen vertrekken om haar en Thoma te komen ophalen.
Thoma stond een hele tijd besluiteloos voor de deur van Joenivurse haar kamer. Ik was naast hem op de vloer gaan zitten en kwispelde zelfs een beetje met mijn staart. Ik reikte tot net aan zijn middel. Het was bijna hallucinant dat ik, een pas volgroeide wilde kat, zo mak een jongen als Thoma gehoorzaamde.
Misschien was het voorbestemd?
Thoma werd rusteloos terwijl we door de deur heen hoorden hoe Joenivurse lange tijd afwisselend niesde en haar neus snoot. Thoma’s onrust sloeg op mij over en ik kwam overeind. Ik kwispelde niet meer en gromde zachtjes. Thoma fluisterde zenuwachtig dat ik stil moest zijn.
Daarna ging alles zo snel dat het voor Thoma waarschijnlijk niet te bevatten was. Hij opende de deur tot halverwege en gaf mij een duwtje opdat ik naar binnen zou lopen. Ik deed wat hij vroeg maar amper had ik twee stappen gezet of de hel brak los.
Ik had de sterke reuk van een ligolionesse, een vrouwelijke ligolion, opgevangen.
Wij mannetjes verdragen geen soortgenoten om ons heen buiten de paartijd vanaf het moment dat we beginnen vrijen en voor de vrouwtjes moeten vechten.
De geur is te zwak voor mensen om te ruiken en dat verklaart waarom Joenivurse noch dokter Dojon konden weten wat er echt aan de hand was voor het te laat was.
Ik neem aan dat de vorige gast die in de kamer logeerde een jager of een toerist op doorreis was die op safari was geweest in de nabijgelegen jungle. Aan zijn kleren hadden waarschijnlijk haren gekleefd die later in de kamer zijn achtergebleven en die de voor mij onuitstaanbare geur afgaven.
Ik werd eensklaps waanzinnig. Doldriest sprong ik door de kamer, tegen de muren, van de tafel en de kast tegen het plafond en tenslotte op het bed.
Joenivurse is nooit meer wakker geworden voor ik haar met een paar halen van mijn poot openreet en haar organen over het bed en de vloer verspreidde.
Als door het Lot gezonden, kwam dokter Dojon niet veel later binnen.
Met een ontzagwekkende tegenwoordigheid van geest haalde hij kalm een aansteker uit zijn zak, knipte die aan en wierp die naar mij. Mijn pels vatte vuur en ik begon jankend en brullend van pijn opnieuw als een dolle door de kamer te rennen. De dokter nam het lampje van het nachtkastje en beukte daarmee in op mijn kop tot ik dood was. Daarna nam hij het enige wiegvlies dat niet helemaal aan stukken gereten was op, legde het in de wastafel en liet er koud water over stromen tot medische specialisten het zorgvuldig opborgen.
Mijn grootmoeder had grote genegenheid gevoeld voor de dokter en dat zorgde ervoor dat zijn aanraking genoeg was om het vlies te bevruchten en mijn moeder te verwekken.
Onder collega’s opperde mijn grootvader later de mogelijkheid dat Joenivurse nooit meer ontwaakt was omdat ze al overleden was aan ademhalingsproblemen door een allergie aan ligolionessenhaar.
Mijn grootvader had gele haren opgemerkt op Joenivurse haar kleed nadat hij Thoma teruggebracht had naar het hotel. Te laat had hij beseft dat er een verband kon bestaan met haar ‘verkoudheid’ aangezien ze de vorige avond nog niet verkouden was geweest.
Thoma was zwaar in shock. Hij lag opgekruld te beven op de grond naast zijn bed toen mijn grootvader hem vond. De zoektocht werd onmiddellijk afgeblazen en Thoma werd naar het ziekenhuis gebracht waar zijn vader hem spoedig opzocht. Het hele gezin had groot verdriet om de dood van Joenivurse en ze gaven haar een prachtige begrafenis. Mijn grootvader heeft de dienst ook bijgewoond. In een van zijn verklaringen aan de pers heeft hij het volgende laten optekenen; “Ik legde een hand op de schouder van de toen al gevaarlijk depressieve Thoma en zei tegen hem: “Niemand is boos op jou, Thoma. Joenivurse was allergisch. Dat kan niemand kwalijk genomen worden. Maar kijk eens,” Ik toonde hem een fotootje van het bevruchte wiegvlies dat experimenteel werd ingeplant bij een vrouw die bereid was het vlies te dragen tot de geboorte. Thoma’s ogen werd groot. “Wil je mij helpen Joenivurse haar dochter op te voeden?””
Dat heeft Thoma gedaan en hij is als een trotse en gelukkige oude man gestorven.

De Zonderling
4 januari 20533
Aardsplinter 415
Eneristas
Hunna Aquatas

Enthousiast over deze inzending?

We nodigen je graag uit om je mening te geven over deze publicatie. Dat is mogelijk door een commentaar van jou toe te voegen en/of door een waardering te geven. Klik hieronder s.v.p. op het gewenste item!

  • Jouw commentaar toevoegen? Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs. Dat is mogelijk in de tekstbalk

    Voeg hier je commentaar toe...
    You are a guest ( Sign Up ? )
    or post as a guest
    Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

    Wees de eerste om commentaar te geven.

    Je kunt ook een waardering geven voor deze publicatie!
  • Graag jouw waardering voor de kwaliteit van deze inzending: 1=minimaal, 2=matig, 3= voldoende, 4=goed, 5=perfect.
    Schrijf een commentaar
    PLG_VOTE_STAR_INACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVE
     
    Je kunt ook een commentaar toevoegen voor deze publicatie!
  • Toelichting

    Op Schrijverspunt kun je in principe bij elke publicatie, d.m.v. een commentaar en/of een waardering, je mening geven. Alleen als een auteur feedback niet op prijs stelt is de mogelijkheid niet zichtbaar. De praktijk heeft geleerd dat de meeste auteurs feedback op prijs stellen. We nodigen je dan ook graag uit om je mening te geven over een publicatie. Dat is op twee manieren mogelijk:

    Commentaar

    Je kunt jouw commentaar geven op een publicatie of reageren op een ander commentaar of reactie.
    • Je kunt jouw commentaar toevoegen in de tekstbalk (Voeg hier je commentaar toe...) van het blok commentaar. Je commentaar is dan direct zichtbaar. Bij je commentaar kun je b.v. ook een emoji toevoegen.
    • Wil je een reactie toevoegen bij een ander commentaar of reactie? Klik dan bij het betreffende commentaar op 'Reageer'. ook dan verschijnt er een mogelijkheid om je tekst toe te voegen.
    • Elk commentaar is welkom. Dus geef gerust aan als je de publicatie met plezier hebt gelezen, maar ook opmerkingen over de stijl en het taalgebruik van de publicatie worden op prijs gesteld. Een mooie manier voor auteurs om eigen schrijfwerk te verbeteren.
    Commentaren of reacties lezen.
    • Bij elke publicatie kun je de commentaren of reacties lezen. Op de homepagina is daarnaast ook nog eens een overzicht van de actuele commentaren/reacties te vinden.
    • Wil je een bericht ontvangen van nieuwe commentaren/reacties dan kun je dat bovenin het blok Commentaar aangeven bij 'Ontvang een bericht bij nieuwe commentaren' of als je zelf een commentaar of reactie geeft.
    • Wil je alleen de commentaren zien bij een publicatie en geen reacties daarop? Klik dan bovenin het blok Commentaar op 'Inklappen alles'.
    Voorwaarden:
    Schrijvers en dus ook wij stellen een commentaar bij een publicatie erg op prijs. We proberen daarbij de mogelijkheid op Schrijverspunt om feedback te geven liefst zonder regels te laten. Dat vraagt alleen soms wat tolerantie en misschien wat invoelingsvermogen voor de ander. Samengevat respecteer elkaar.
    Is een commentaar of reactie volgens jou ongepast? Door met je muis over het commentaar of de reactie te gaan verschijnt er rechts een vlaggetje. Klik daar op om dit te melden bij websitebeheer.

    Waardering:

    Je kunt  commentaar geven op een publicatie, maar het is ook mogelijk om een waardering in cijfers te geven. Bij een waardering gaat om een beoordeling door jou van de kwaliteit van de publicatie. Je kunt kiezen uit 5 mogelijkheden om op te stemmen. 1=minimaal, 2=matig, 3= voldoende, 4=goed, 5=perfect.  De waardering is anoniem.
Hits: 67
Lekkerboek voor betaalbaar leesplezier
Tweedehands boeken
Nu opruiming!

Lizzie van den Ham: De stagiair

- Klik hier!-

Meer publicaties lezen of zelf meedoen aan een schrijfactiviteit?

Klik op een van de mogelijkheden.