Welkom op Schrijverspunt

De Schrijversplek

Lezers en schrijvers voor feedback...

Allen,
 
Ik ben al even op zoek naar een manier om mijn werk te delen met enkele mensen. Collega's schrijvers die elkaar kritisch en eerlijke feedback willen geven.
 
Ook ik schrijf een boek (Hoera! Nog eentje die schrijft!). Een boek dat ik ook wil laten uitgeven, maar het schrijfproces is nu dusdanig geëvolueerd dat ik dit graag met enkele gelijkgestemden had gedeeld, mensen die ik (heel misschien) ook iets verder kan helpen.
 
De vele sites van commerciële schrijvers die graag willen helpen heb ik reeds doorscrolled, maar ik begrijp dat het reeds honderden euro's kost om je werk eens te laten lezen en dat je dan nog iets dieper mag tasten als je de nodige feedback wenst. Ik heb daar alle begrip voor, maar mijn begrip is momenteel groter dan mijn bankrekening.
 
Ik begrijp ook dat deze (best knappe, overzichtelijke en leerrijke site!) wel die kans biedt (met gelijkgeschrevenen in contact komen) maar dat die laatstgenoemden hier eigenlijk zo goed als niets delen.
 
Of ik kijk er over, in de uren die ik op deze site reeds rondwandelde is het mij alvast niet opgevallen waar dit dan plaatsvindt.
 
Daarom doe ik hier een poging. Blaat het niet... Dan is het geen schaap.
 
Bij deze ga ik een poging wagen om een stukje van mijn schrijfsel, welk momenteel bijna 90.000 woorden bedraagt, met jullie te delen. Ook al heb ik geen idee wie jullie zijn en of al iemand dit hier zal opmerken.
 
Korte intro, mijn boek gaat over BDSM (ik hoor al enkele nekharen opspringen) maar is een totaal andere kijk op dit onderwerp dan wat daar (binnen mijn ervaring, en die betekent wel iets) over te lezen valt. Tot mogelijke teleurstelling van sommigen zal je geen zwepen, boeien, geen leder of andreas kruisen terugvinden in deze pagina's. Er wordt zelfs niet in geneukt (van een spoiler gesproken!)... Het is een diep psychologische benadering die hopelijk velen iets zal verduidelijken en waarmee ik sommigen antwoorden hoop te geven.
 
Laat ik toch maar starten. Dim het licht wat rond je. Snuif de geur op van regen en grote bomen...
 
 
 
 
- - -
 

Elk lied heeft zijn tempo. Zoals elk mens.

Pijn is een grote controverse. Het is een signaal van ons lichaam om aan te tonen dat er iets mis is, een bijna ondragelijk gevoel bij een groot verlies, maar pijn kan ook genot zijn. Een intens sterk hoogtepunt dat zich langzamer opbouwd en verder uitdeind dan een kleine dood.

Pijn gaat vaak samen met angst. Soms ligt het verschil tussen leven en geleefd worden in de controle die je over deze eigenschappen hebt. Of zij over jou…

Elkeen ervaart op zijn manier. Elk mens is anders.

Om dit leven te begrijpen dien je eerst te weten wie in jouw schaduw huist.

Ik verwacht niet dat jij hier nu begrijpt wat je hier leest. Maar heb wat geduld.

Dit is mijn leven. Lees, leer en leef.

Als het jou iets interesseert tenminste. Ik ken jou niet en heb ook geen interesse in jou. Jij bent een gemiddeld mens. Opgevoed door een maatschappij en een cultuur gebaseerd op onderdrukking en angst. Een cultuur die jou gevormd heeft tot iets wat jij vermoedelijk helemaal niet bent. Iemand die mooi wandelt op het platgetreden pad, geleid door heersers, pausen en taboes die maar langzaam wegsmelten.   

Ik benijd jou niet.

En heb geen nood aan jouw begrip.

Ik kan jouw schaduw zien.

En heel misschien sta jij ooit daar. Om te luisteren naar jouw lied, om te stappen in jouw tempo.

Om jouw schaduw. Om te buigen tot licht.

Dit is geen sprookje, geen magie of new age idealisme. Wij zijn geen groep maar elk eigen individuen. Ik hoef geen huisjes omver te duwen en respecteer jouw oordeel.

Maar het is moeilijk te schrijven over wat anderen niet willen zien.

Tegelijk, wat is makkelijk?

Wat is jouw pijn?

 

 

 

 

 - - -

 

 

 

 

Ik.

Ik schrijf hier mijn verhaal.

Samen met dat van anderen. Maar samen is het toch dat van mij.

Ik kijk de schriftjes na.  Schik alles, mooi gestructureerd, en zet de dozen netjes op elkaar.

Dat is wie ik ben. 

Nood aan controle.

Brenger van structuur. 

Duidelijkheid. 

Rust.

Ik ben een Dominant.  Een sadist.  Een pervert. Met heel veel liefde. Met waarden en normen. 

En mijn eigen code.

Dit zijn woorden.  Mijn woord is mijn kracht. 

Ik ben een Man. Die in zijn hele leven niemand tegengekwam wiens woord zoveel waarde had. 

Mijn woord is wie ik ben.

Mijn kostbaarste bezit.

Mijn geld, mijn huis, de medailles die ik nooit gekregen heb, zelf mijn liefdes zijn ondergeschikt aan mijn woord.

Mensen zijn woordenloos, op een aantal uitzonderingen na.

Brokkelende bakens In een woordeloze wereld.

Een wereld die zo anders kan.

Maar niet wil.

 

 

 

 - - -

 

 

 

 

 ·         Helena.

Uitgesmeerde vuile aquarel en wat goud geglinster veranderden het zicht op de vallei van het ene moment op het andere van een expressionistisch schilderijtje tot een troosteloos landschap.

Maart in al zijn contrasterende kwetsbaarheid spreidde vijftig tinten kleur in enkele seconden tijd tot een heel verhaal.

Rillend koud in de natte schaduwpartijen van de oude bomen. Maar hier achter het glas van de oude veranda was het zalig. Haar vermoeide ogen sloten zich langzaam. Een moment van stil genot terwijl ze de zon haar hals liet likken met zijn warm fluwelen tong.

Genot.

Donkergrijze wolken die nu als versneld tegen een zomerblauw canvas raasden. De diepe spiegels der plassen in het grind van de veel te grote tuin waar het groen uit de koude aarde kroop als hongerige handen in deze sputterende tijd van tegenstellingen.

Drie maanden.

Drie maanden sinds haar vader met een ongepaste zucht haar wereld verliet en haar helemaal alleen, hier waar zij geboren was, ook weer achter liet.

Hier. Op zijn domein waar hij niet weg wou gaan en waar hij haar veel te lang gegijzeld had nadat zij zich eindelijk uit zijn greep had losgerukt.

De oude smeerlap.

Een leven.

Veel te lang.

Toen hij zijn laatste adem uitblies kwam zij terug tot leven.

Hoe bevrijdend dood kon zijn.

Voor het eerst in lange tijd ontspande haar lichaam zich en hoorde zij zich lachen.

Ze was mooi als ze lachte.

Bijna zo mooi als wanneer ze droevig keek.

40 lentes.

Wie had zoiets ooit bedacht?

Ze verjaarde tussen kerst en nieuw en leefde nu dus haar 39ste.

Toch?

Dit jaar had ze haar mooiste verjaardagcadeau gekregen.

Van iemand die nooit gaf.

Omdat hij zoveel had gehad dat het niets was geweest…

Juist één week voor haar verjaardag had hij haar voor de zoveelste te-veel keer tot hem geroepen.

Ze had echt wel haar best gedaan hem niet op te merken en dat hielp ook steeds vaker.

Maar deze keer was ze na zijn tweede poging opgesprongen. Als een kat die een hond rook.

Zijn roep was anders. Niet die typische arrogantie, zelfs geen minachting.

Het was geen blaf.

Maar een toonloze kras van een oude ekster in nood.

Met een kloppend hart had ze voorzichtig de deur geopend van zijn geïmproviseerde kamer en keek naar de stervende pluimen die haar niet eens opmerkten.

De rat die haar ooit had toegeschreeuwd dat zij enkel leefde om hem te gehoorzamen…

De man die zij haatte.

Die haar levenssap had weggezogen.

En nu nog enkel kraste in de muur naast zich.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Witte kiezeltjes knetterden tegen het glazen dak het gouden randje van het weidse canvas stuk.

De warme tong vergeten.

Hagel was ook mooi. Koude parels uit miljoenen oesters.

De zee was koud.

Maar alles was warm in verhouding met vader.

 

In de verte zag ze een fietser de helling oprijden.

Te laat.

14u was de afspraak geweest en 14u was al even voorbij.

Ze voelde al het begin van minachting voor de man die niet op tijd kon komen.

Een sollicitatie is een visitekaartje. Te laat zijn een statement.

Het stoorde haar. Maar ook niet zo.

Hij was de eerste die zich kwam aanbieden en zij was niet gehaast.

Een keuze moet je rustig kunnen maken.

 

 

 

 

 

Tot voor kort was er geen twijfel geweest.

Een vanzelfsprekende zekerheid.

Het huis was hem.

Een hoop herinneringen die je liever wegduwde in het donkerste hoekje.

Ze was nooit ergens gelukkiger geweest dan in de stad. In haar kleine veilige rijhuis met haar eigen, goed geïsoleerde kamertje. Met de anonieme melancholie van haar eigen cello.

 

Maar hoe meer ze plande het grote huis te verkopen hoe meer die zekerheid versmolt tot iets nieuws wat altijd was geweest.

Het klaarde haar steeds meer dat ze eigenlijk wel van dit huis kon houden. Dat ze hier, nu de duivel eruit was geweerd, meer rust zou hebben dan in de stad.

 

Plots was zoveel anders.

De mogelijkheid te spelen voor deze grote bomen die haar zo lang hadden gekend. De statige sequoia met zijn sponzige bast die ze zo graag streelde en kneep. Haar vriend die aan zijn basis als een hooivork splitste tot een plaatsje waarin ze zich vaak had opgekruld.  

Het concert stond al gepland. De datum was nog niet zeker maar ze had het al beloofd.

Privé.

Enkel voor hen.

Op de oude trappen, vlakbij het droge fonteintje van dit statige huis welk zij zolang had gehaat maar nu vergeven had omdat het rot was weggesneden.

En het huis, zoals iedereen, ook een tweede kans verdiende.

 

Het huis.

Het rattenkasteel.

Zoals zij en Leo het stiekem hadden genoemd.

 

 

 

 

 

 

De sukkel was al naast zijn pedaal getrapt en slingerde heel even vervaarlijk heen en weer. Maar bleef toch, met veel moeite, de baan op.

In dit seizoen kon je tussen de boomkruinen kijken en zag je de lange omhoogslingerende oprit.

Het was fijn het ventje zo te zien. Het sterkte haar positie. Niet dat ze dat zo nodig had, maar hier, zo dicht bij dit huis, durfde haar zekerheid nog barsten tonen.

Van hieruit was het niet te zien maar ze wist dat de man naar adem hapte.

Het deed haar denken aan een beeld welk ze onlangs op internet had gezien. Een fascinerend filmpje van een opmerkelijk visgerecht in Azië.

Een best grote glinsterende karper werd onder luid jolijt spartelend vers uit het water gehesen en tot zijn kieuwen in de kokende olie gehouden. Begeleid door de muziek van de sissende olie en arrogant gelach werd zijn hele lijf krakend gefrituurd.

Maar het hoofd bleef leven.

De mooi krokant gefrituurde rug werd meermaals ingekerfd zodat het vlees er bijna afviel alvorens te worden geserveerd op een bedje van frisse groentjes en een stukje citroen. Waarna, ter vermaak van zijn weldoeners, een klein scheutje alcohol werd geschonken in de grote bek waarop het dier wanhopig, met wijd opengesperde ogen wanhopig begon te happen.

De hersenen konden blijkbaar gedurende die tijd zonder de constante bloedtoevoer van een kloppend hart. De mond, ogen, alles zag er bijzonder fris en springlevend uit.

Met achter zich een gefrituurd en dampend lijf.

En wat knisperend fris groen.

Het filmpje had haar mateloos gefascineerd. Keer op keer herbekeken.

En nu zag het opnieuw.

Een man, of was het toch een jongen, die schitterde in de juist heel even teruggekeerde zon, wanhopig spartelend. Tevergeefs.

Fascinerend hoe een mens toch werd voortgedreven door hopeloze dingen.

Warm. Koud. Pijn. Geluk.

Zweetdruppels. Frustrerende inspanning.

Rillingen der hopeloosheid.

 

Medeleven had ze niet.

Daarvoor was het te mooi.

 

 

 

De liefkozingen van de zon samen met de film die zich voor haar afspeelde brachten haar even terug naar vroegere tijden.

En in een flits hoorde en zag ze zichzelf luid gillend de helling afrijden.

De adrenaline van het gevaar.

De wind die haar jurkje ruw openduwde en zij…

Die haar beentjes spreidde.

Een half leven terug, op een moment dat ze ook leefde.

 

Sinds die tijd gilde ze niet meer.

 

 

 

 

 

 

 

De grote deuren van de veranda openden zich moeizaam knarsend over de ruwe, natte arduin.

Ze wandelde de trap af en keek hoe de kleine fietser groter werd.

Een lange grijze winterjas en een donkerblauwe muts.

De inspanningen en het zonnetje waren niet de ideale combinatie.

Ze zag ze nog niet maar de zweetdruppels waren ongetwijfeld al aardig ongemakkelijk.

Nog één grote bocht.

 

Maar tot haar verbazing reed hij de baan af, door het gras, door de oude statige rododendron vol trotse bloemknoppen die al veel te lang die lente aanmoedigden. Recht door haar gras.

Hoe wist dit ventje van haar baantje wat al jaren niet meer zichtbaar was?

Haar vader was altijd boos geweest wanneer hij zag dat zij met haar fietsje de weg afsneedt en door het gras, door de struiken zo naar het Rattenkasteel reed... 

Het maakte sporen in het gras en als je wat doortrapte bleef je wiel pattineren…

Maar die sporen waren al vele jaren weg. Onzichtbaar in haar verleden.

Tot nu.

 

Waar haalde die vlegel het vandaan om zo door haar tuin te klieven?

Zij had geen nood aan die luie, slordige, lompe slungel maar zag er de humor wel van in.

Ze lachtte luid in zijn richting. Niet voor hem doch puur voor zichzelf.

Het geluid van zijn fiets steeds dichterbij, samen met dat van zijn lichaam, het natte gras, de takken, struiken en alles wat hem ervan weerhield bij haar te zijn.

Zo dadelijk zou hij vanuit de struiken tevoorschijn komen op enkele meters voor haar.

En zij, zij zou hem bruut wegsturen.

De helling af.  

Wheee!

Ze had zich al even omgedraaid toen ze enkele meters achter haar zijn fiets hoorde remmen in het grind.

Ze wou hem niet zien. Die beslissing was reeds gemaakt toen ze het stipje had zien verschijnen. De show was leuk geweest. En mocht leuk blijven.

"Hey!", hoorde ze de ongemanierde onverlaat enthousiast naar haar roepen.

Geen blik waardig. 

Het was wel genieten.

Ze genoot ervan om hem niet aan te kijken. 

Ze hield hem liever vast, gevangen in haar fantasie. Zoveel boeiender dan realiteit.

Ze bleef stoer staan.

"Naar beneden zal een stuk vlotter gaan.", haar stem stil genoeg om juist nog hoorbaar te zijn voor hem, of misschien ook niet.

Ze speelde.

Haar regels.

Misschien had hij haar begrepen, of misschien ook niet. 

Twijfel was zoveel harder dan duidelijkheid...

"Hoe bedoel je?".

Zijn stem was schor door de inspanning, ouder dan ze had ingeschat. 30? 40? Of toch twintig?

Als ze zich omdraaide zou ze het zien. Maar dan was het plezier weer weg.

"De afspraak was 14u." 

Toonloos. 

Perfect.

Nors. 

Kort. 

Goed zo…

"Ik was even gaan schuilen", hij hijgde, zijn keel was uitgedroogd, geen conditie, "voor de hagel daarjuist, en ik moet toegeven", het visje hapte zuurstof, "dat ik getwijfeld heb om tot hier te komen." 

Dat zal wel. 

Loosers hebben nood aan afwijzing.

Anders zijn ze niet echt.

“Ik heb niets voor jou. Geniet van de terugrit, het is bergaf en het zonnetje schijnt.”

En met een glimlach en een lekkere rilling sloot ze in één best galante zwier de weerbarstige deur van de veranda achter zich.

Hij zei nog wat, best luid. Maar zij luisterde niet meer.

De rush van het kleine drama liet zijn adrenalinesporen na in haar opgewonden lichaam.

Hormonen. Zo heerlijk als je hun geheimen kende.

Ze voelde een zekere grootsheid.  Een drang om te creëeren, een drang ook naar melancholie.

Haar absoluut favoriete emotie.

De houten veranda kraakte onder haar voeten.

Dit was haar wereld, haar teugels. Haar zweep.

Een mooi gekraak.

Ze stapte de hal door en zette een stap op de bombastisch donker eiken trap die een luide pang liet horen.

Haar huis.

Ze genoot van de paukeslag doorheen de gang van de trap die ooit haar pols had gebroken.

Als kleine meisje was ze, met haar zachte vilten pijama van de brede trapleuning gegleden, iets wat ze wel vaker deed als er niemand in de buurt was. Maar deze keer was het lint van haar kamerjas ergens vastgeraakt en had haar met een ruk losgetrokken en de diepe afgrond ingejaagd.

Ze herinnerde nog het moment van impact.

De doffe klap. 

De angst. 

Niet de pijn. 

Ook niet de angst voor de pijn.

Maar de angst voor haar vader wiens vloek ze al hoorde vanuit de living.

Juist voor ze het bewustzijn verloor.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Haar grote trots stond op de Mezzanine.

Hoewel de muziekkamer waar de vleugel stond veel beter was voor haar huid. Onder de vleugel stond een humidor die de kamervochtigheid op een 55% hield en een fijn afgestelde thermostaat die de temperatuur zo constant mogelijk hield, aangepast aan het seizoen. Ook voor Anna, haar cello, was dit haar favoriete rustplaats. Maar om te spelen hield Helena van variatie. Verschillende omgevingen gaven verschillende kleuren, de hal gaf iets meer euforie of kon de ijlheid wat versterken. Buiten voor het huis paste dan beter voor de bescheidenheid en kleinheid te benadrukken. Elke ruimte had zijn timbre.

Elke situatie zijn klank.

Een klein streepje zon dat van tussen de zware gordijnen gleed schilderde een bijna religieus teder aura rond het silhouette van haar cello. 

Haar vinger streelde de warme lijn van het hout. De verschillende houstoorten hadden elk hun doel.  Esdoorn, ebbenhout, het fragiele bovenblad van spar.  De kam van spiegelhout.  De kostbaar pernambuk strijkstok met de zo fragiele schapendarm snaren die eigenlijk nog onvoldoende waren ingespeeld… Elk stukje had zijn eigenheid en structuur.

Schapendarm was zoveel warmer, en zij hield juist van het extra werk welk haar collega’s ervan weerhielden.  Schoonheid had moeite en pijn nodig.

Ze had ook twee strijkstokken met fijne staaldraad, één ervan was zelfs afgewerkt met goud. Maar die had ze thuisgelaten.  Voor een concert was de zekerheid van betrouwbare backups een noodzaak maar een minimale uitweg van onverwacht falen was zoveel fijner. Daarom hield ze ook zo van halve noten, die juist naast of in een mooi akkoord waren geplaatst.

De subtiliteit van de kleine imperfectie. Want niets was zo akelig saai als “correct”.  

Ze nam Anna, haar houten prinses, liefdevol in haar iets te kleine handen en duwde haar neus in haar holte.

De geur van het lichtjes opgewarmde hout vulde haar met een klein golfje van geluk.

 

 

 

 

Helena wandelde met Anna goed vastgeklemd naar de stoel die ze zojuist buiten in het zonnetje had gezet. 

Naast de stoel stond een klein fragiel mooi tafeltje in Napoleontische stijl, ze hield van het keizerlijk koperen inlegwerk op het zo mooi roste mahoniehout, de golvingen en krullen en de coquette pootjes.  En op dat tafeltje speelde het zonlicht in een fraai glas met een klein beetje vloeibaar goud.

Yamazaki.

Een halve eeuw oude Japanse whisky waarvan ze de eerste fles twee jaar terug in Osaka had gekregen van Yokui, een betoverende violiste voor wiens familie zij tijdens een korte tour had gespeeld. Heel mooie mensen die een erg diepe indruk op haar hadden nagelaten.

Ze hield van Japan. Een land van orde, van respect. Een volk dat zichzelf niet als centrum zag maar als geheel. Een land van structuur. Eén grote compositie waarin elk eerbiedig zijn plaats innam. Met een eeuwig respect voor verfijning.

Ze hield van de contrasten, de kracht in structuur die zoveel dichter bracht maar ook de afstand die deze cultuur zo typeerde. Het contrast van het afgelijnde tegenover de sensuele vrouwelijkheid van hun geisha’s.  De zakelijke maar ook schoolse strenge aflijning tegenover de meest perverse situatues die rijkelijk aanwezig waren daar waar niemand ze kon zien.

Ze hield ook van de rituelen.  En van aardse, oude dingen. 

Zoals in deze whiskey. De geur van turf, de delicate Japanse Mizunara eik, kruiden, bloesems, peren en in de verte wat vanille.

Zoals de trilling van één klank een heel verhaal kan vertellen, kon ook een geur dat voor haar. Maar ook de lijn van een haar op de badrand deze ochtend had haar een weg getoond die ze een tijdje had bewandeld.

De zware luchtvochtigheid kon haar of Anna niet deren in haar volgende ritueel.

Het stemmen van het instrument. 

Het stemmen van de strijkstok.

En het vinden van de juiste stemming.

De start van de magie.

De perfecte trilling.

Een na de ander.

Het geluk.

Klanken die van heel diep kwamen zwelden aan en stierven uit…

 

 

"Helena."

Het kwam een minuut later.  Door de stilte van het nazinderen der laatste noten heen.


Toegevoegd in Gevraagd op 11 december 2017 at 11:18

Replies (3)

Schrijverspunt: Voor schrijvers, door schrijvers!