Leden in de spotlight:

Schrijver, Lezer
Schrijver, Lezer
Schrijver
Schrijver

Welkom op Schrijverspunt

De Schrijversplek

De betoverende slang (1)

1 Frederik was op weg naar huis. Hij was net naar het stadje naast zijn dorp geweest om een krant voor zijn vader te kopen. Frederik is een jongen van 16 met zwart kroezelhaar en blauwe ogen. Hij is tenger gebouwd en is nogal op zichzelf van karakter. Hij wandelt elke dag van zijn thuis naar het stadje voor een krant voor zijn vader. Dat is een wandeling van ongeveer een half uur. Frederik is een goede jongen, als vader iets vraagt dan doet hij dat ook. Zijn vader kan soms zich heel kwaad maken sinds de moeder van Frederik is gestorven. Hij is aan de drank geraakt. Dit heeft veel invloed gehad op Frederik. Vroeger was hij een goedgemutste jongen maar tegenwoordig leeft hij vaak in angst omwille van zijn vader. Op school lachen ze hem uit omdat hij altijd in kledij loopt die eigenlijk te klein is voor hem. Vader verdoet al het geld dat ze hebben op aan drank en Frederik loopt dan ook rond met kledij die al 2 maten te klein is. Dat hij een grote bril moet dragen en volstaat met puistjes doet ook niet veel goeds aan de hele zaak. "Was ik maar een held" dacht Frederik nog, "dan zou mijn vader wel wat beter gezind zijn en ze mij niet zo pesten op school." Hij was bijna thuis en zag het huis al van ver opdoemen in het landschap. Het huis was groot en in verval geraakt maar Frederik herinnerde zich nog de goede tijd, van wanneer zijn moeder leefde. Toen stonden er overal bloemetjes en de raamkozijnen waren altijd mooi geverfd. Nu stond het huis daar, verwilderd, met klimop die tegen de muren groeide en raamkozijnen waarvan het hout al schimmel had en bijna rot was. "Leefde moeder nog maar." dacht Frederik. Inmiddels was hij al aangekomen en trok hij de deur stilletjes open.
 
Hij hoopte dat vader zou slapen. Binnen in de hal hing het vol met schilderijen. Vele van die schilderijen waren schilderijen van mensen uit de familie. Frederik liep niet graag door de hal. Hij had altijd het gevoel dat de mensen op de schilderijen hem aankeken. Hij liep dan ook vlug door zonder naar de schilderijen te kijken. Eens hij aangekomen was in de keuken sloeg de angst hem in zijn schoenen. Vader zat aan de tafel en keek hem recht aan. "Wel, waar heb je gezeten!" bulderde vader. "Ik ben je krant gaan halen." zei Frederik en hij wou de krant uit zijn achterzak halen. Vader sloeg opeens hard op de tafel, waardoor de lepeltjes die erop lagen een sprongetje in de lucht maakte. Frederik schrok zo hard dat hij de krant liet zitten waar deze zat. "Met jou ben ik ook niks "schreeuwde vader, "je had al veel vroeger voor de krant kunnen gaan dan had je nu al lang het gras kunnen aan het afrijden zijn! Om nog maar te zwijgen van de afwas, wanneer dacht je die te gaan doen?!" Frederik barstte in tranen uit en liep naar zijn kamer. Vader trok zijn neus is op en ging naar de koelkast die gevuld was met bier. Hij nam er een flesje uit en opende het. Daarna nam hij een teug en zei: "Met dat snotjong ben je ook niks" Hij zuchtte en ging terug aan de keukentafel zitten. Ondertussen was Frederik al aangekomen op zijn kamertje. Het was een klein kamertje met een dakraampje. Soms zette hij een stoeltje onder het dakraam zodat hij er net kon uitkijken. Dan keek hij naar de andere huizen en beeldde hij zich in dat hij daar woonde. Maar nu, nu liet hij zich op het bed vallen en snikte er op los. Toen hij zich draaide om op zijn rug te gaan liggen voelde hij de krant nog in zijn achterzak steken. Hij nam hem eruit en zijn oog viel op een artikel: BETOVERENDE SLANG GEVONDEN IN ENGELAND. Hij las het artikel. "Betoverende slang gevonden in Engeland. Iedereen die ze aanraakt veranderd in steen. Onmogelijk om te vangen. Niemand weet van waar de slang komt. Naar het schijnt leeft ze in het donkere bos dat bekend staat in de streek als heksen bos. Dringend hulp gezocht. Frederik droogde zijn tranen en dacht er verder niet veel over na. Hij draaide zich terug om en probeerde wat te slapen. Vandaag kon vader achter zijn krant fluiten, dacht Frederik.
 
Toen het al wat later was geworden, omstreeks 13 uur werd Frederik wakker. Hij had een leuke droom gehad. Hij had gedroomd dat hij naar Engeland was gereisd en de slang had weten te vangen. Toen was hij een held die over de hele wereld bekend was geworden. "Was dat maar waar", dacht Frederik nog en stond op. Hij ging terug naar beneden, stilletjes. De trap was gevaarlijk, de onderste trede kraakte altijd. Rond dit uur lag vader altijd te slapen omdat hij teveel gedronken had. Dan sliep hij zijn roes uit in de keuken aan de keukentafel. Veel stond er niet meer van meubilair. Vader had alles verkocht om zijn drankprobleem te kunnen betalen. Zo stond er in de keuken niet meer dan een koelkast en een tafel met twee stoelen. Gekookt werd er niet. Frederik leefde al maanden op brood en gebakken vis. KRAK!
 
"Oh nee" dacht Frederik en bleef verstomd staan op de onderste trede van de trap. "Hoe kon ik nu zo dom zijn!" Vanuit de keuken kwam een luid gebrul: "Snotjong! Waarom maak je zoveel lawaai, je weet verdomd goed dat ik nu lig te slapen! Wacht maar tot ik daar ben dan geef ik je een goed pak rammel!" Frederik wachtte er niet op en liep snel door de hal naar buiten. Eens buiten gekomen liep hij zo snel hij kon de weidelanden in. Hij was al ver genoeg, vader kon hem nooit meer inhalen, maar de angst was zo diep in zijn lichaam geslagen dat hij bleef lopen. Tot hij opeens over een steen viel die op de weg lag. Hij barstte in tranen uit op de grond. "Ik kan dit niet meer aan" snikte Frederik, "er moet dringend iets gebeuren, zo kan het niet verder!"
 
Opeens stond er een vrouw voor hem. "Frederikje toch" zei ze, "alles komt wel goed." "Wie ben jij en hoe weet jij mijn naam?" stamelde Frederik. Hij stond op en klopte het stof van zijn kledij. "De vrouw keek hem aan en zei: "Hier, neem dit amulet, je gaat het nodig hebben." Frederik keek naar het amulet dat eruitzag als een slang en waar een blauwe gloed vanaf kwam" Hij stak zijn hand uit en nam het amulet aan. Toen hij het vast had bekeek hij het wat beter. Door de slang zat een zwaard. En het was van dat zwaard dat een blauwe gloed kwam. Achter het zwaard hing een schild en ook van dat schild kwam een blauwe gloed. "Hij keek terug op en wou vragen wat dit te betekenen had, maar de vrouw was spoorloos verdwenen. Er waren niks anders dan weilanden in de omstreken, maar nergens was de vrouw te bespeuren. Hij hoorde de stem van de vrouw in zijn gedachten nog steeds: "Je gaat dit nodig hebben" Frederik stak het amulet snel in zijn broek en ondervond dat de krant daar ook nog stak. "Ik zal deze maar naar vader brengen" dacht Frederik, "anders vermoordt hij me nog.” Onderweg bleven de woorden van de oude vrouw in zijn hoofd spoken. Wie was ze? Welke betekenis had het amulet? En waar was ze opeens naartoe? Het leek wel alsof ze in het niets was verdwenen. Antwoord kreeg hij niet op die vragen en hij zette zijn weg voorts naar thuis.
 
Terug aangekomen bij het huis stond zijn vader al in de deuropening te wachten. "Oh nee, hier gaan we" dacht Frederik. "Waar is mijn krant?! "tierde vader. Frederik haalde snel de krant uit zijn achterzak maar terwijl hij dit deed viel het amulet ook uit zijn achterzak. Vaders blik verstomde. "Van...vanwaar...vanwaar heb je dat gehaald?" vroeg vader stilletjes. "Een oude vrouw heeft het me gegeven" zei Frederik. "Maar...maar...dat kan niet..." zei vader en hij werd lijkbleek. "Dit amulet is van je over grootmoeder die al enige tijd overleden is, het was enig in zijn soort en ze is ermee begraven, kom maar eens mee." Frederik volgde zijn vader de hal in, het leek wel of zijn vader opeens nuchter was geworden van de schok. Hij nam Frederik mee naar 1 van de schilderijen in de hal. "Ki...Kijk maar..." stamelde vader, " hier op dit schilderij staat ze met haar amulet, ze vertelde altijd dat het een groot geheim bewaarde en dat het op een zekere dag van veel belang zou zijn voor de wereld. Wij geloofden haar nooit want ze had nogal excentrieke ideeën. Ze geloofde in leven na de dood en van die zaken. Belachelijke dingen eigenlijk. Maar nu, nu sta jij hier met het amulet? Enig in zijn soort, haha, daar had je ons weer goed mee bij het snuitje over grootmoeder!" Frederik keek naar het schilderij en werd nog bleker dan zijn vader. "Dat is de vrouw die mij het amulet heeft gegeven" zei hij tegen vader. Vader stopte met lachen en werd bleker met de minuut. "Oh nee" zei vader "dan is de tijd gekomen" Hij ging naar de keuken en nam een flesje bier en ging aan de keukentafel zitten. "Gekke over grootmoeder toch, haha, ha...ha…ha... h.… zucht" Hij bleef roerloos zitten en voor zich uitkijken. "Is alles oké vader" vroeg Frederik nog maar zijn vader verroerde zich niet en bleef stil vooruitkijken. Frederik hoorde de oude vrouw weer in zijn gedachten "Je gaat dit nog nodig hebben" en vervolgens hoorde hij zijn vader mompelen aan tafel: "de tijd is gekomen..." "Waar gaat dit toch allemaal over?" dacht Frederik. Hij dacht opeens terug aan het artikel uit de krant over de betoverende slang die iedereen in steen veranderde. Zou dit amulet iets daarmee te maken hebben? Hij besloot vlug naar de bibliotheek te gaan in het stadje naast zijn dorp, om te zien of hij daar iets kon opzoeken op het internet over het amulet.


op september 11 at 11:11

Reacties (0)

Schrijverspunt: Voor schrijvers, door schrijvers!