Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 
22 Foto hoofd Hanneke voor achterflap 2013 07 P7260841 Cropped VERY small De vragen die mijn leven en mijn literaire werk beheersen,vinden hun oorsprong in mijn zevende levensjaar, toen ik met mijn ouders naar Tunesië verhuisde. Wij gingen in Sousse wonen, de derde stad van dat land en ik ging naar een Franse school. Deze taal veroverde langzaam mijn ziel, hoe ik me er ook tegen verzette. Ik kreeg nieuwe levensvragen zoals: waarom gooien kinderen stenen naar mij? Waarom ben ik zo anders? De moeilijkste vraag was wel: wie ben ik eigenlijk? Ik kreeg de welbekende identiteitsproblemen van een buitenlander. In mijn pubertijd verwoorde ik mijn verwarring zo: “Ben ik Nederlandse, Française of Tunesische?”.

Het antwoord was natuurlijk: ik ben mezelf en ik ben een persoon uit drie culturen. Maar ik had toen geen flauw idee wie en wat ik was. Toch had ik op mijn zevende een belangrijke ervaring. Ik las al veel en op een dag, net na mijn aankomst in Sousse, las ik een boek uit de serie Pinkeltje waarin hij last van heimwee had. Ik begreep iets: in een boek vertel je iets over jezelf! Dat wilde ik ook! Ik ging op mijn hurken zitten en begon aan een lage, bruine houten tafel, die op een wit Tunesisch tapijt stond, het verhaal van de verhuizing te schrijven. Net als Pinkeltje had ook ik heimwee. Ik probeerde erover te schrijven.

Op mijn achttiende kreeg ik een nieuw antwoord op mijn identiteitsvraag: ik wilde naar Parijs om Franse Taal en Letterkunde te studeren aan de Sorbonne. Toen ik een scriptie mocht schrijven, wist ik eindelijk wat ik echt wilde: ik wilde onderzoek doen en promoveerde op drie werken van Frederik van Eeden.
In het jaar 2000 kwam ik terug naar Nederland en werd docente Frans in het middelbaar onderwijs. Korte tijd na mijn terugkeer pakte ik opnieuw mijn pen op maar ditmaal schreef ik over mijn jeugd in Tunesië. De verhalen die ik als zevenjarige al wilde vertellen, namen vorm aan in mijn hoofd en op papier. De stenen die de kinderen naar mij gooiede, de invloed op mijn persoon door het kolonialisme, de armoede, de identiteitsvragen: alles kwam op papier te staan in een manuscript dat ik De hete pan noemde. In een opwelling heb ik deze eerste versie naar De Geus gestuurd. Ik kreeg een afwijzing, maar in de vorm van een persoonlijke brief waarin mijn goede en minder goede kanten werden belicht. Daardoor aangemoedigd, stuurde ik later mijn werk naar een manuscriptbeoordelaar en ging aan de slag met de zeer uitgebreide feedback. Ik moest vooral leren herschrijven, had ik ontdekt. Er was nog iets anders: ik wilde niet autobiografisch schrijven maar een roman leren schrijven.

Ondertussen gaf Tunesië mij nieuwe vragen want er ontstond een revolutie, de Arabische Lente. Ik was er ondersteboven van. Ik was ook woedend, omdat ik een manuscript had voltooid waarin ik over het ongenoegen van “mijn Tunesische landgenoten” had geschreven wat echter nog niet goed genoeg was om aan de buitenwereld te geven. Ik besloot hard te werken en veel te herschrijven. Iemand uit mijn omgeving zei tegen mij: “Waarom zou je niet schrijven over het Tunesië van nu? Als iemand dat land kan begrijpen, dan ben jij het wel.” Ik vond het heel pretentieus om te denken dat ik iets intelligents kon vertellen over deze revolutie, maar toch stapte ik in het vliegtuig om te gaan kijken in Tunesië hoe het met familie, vrienden en Tunesië zelf ging. Ik ben nog meerdere malen naar mijn land gegaan voor research. Zo ontstond mijn debuutroman Tanja’s Reizen die een goede recensie van Biblion kreeg, veel werd ingekocht en veel is uitgeleend. Momenteel laat het verhaal me nog steeds niet los, want ik ben het helemaal aan het herschrijven in het Frans (Let op: niet aan het vertalen!).

Er lag nog een ander avontuur op mij te wachten: het uitgeven van een gedichtenbundel. Rond het jaar 2005 schreef ik uit het niets plotseling meer dan vijftig gedichten over mijn identiteitsproblemen en de vroege dood van mijn moeder. Ik uitte mijn innerlijke wereld van drie landen in mijn gedichten. Ook hier besloot ik een manuscriptbeoordelaar in te schakelen om te kijken wat het waard was en hoe ik het kon verbeteren. Na veel schrijven, weggooien, feadback vragen, bleven er dertig gedichten over. Die heb ik toen vertaald naar het Frans. Een Franse dichter en manuscriptbeoordelaar adviseerde mij ze te publiceren en vertelde ook dat mijn gedichten niet aanvoelden als een vertaling. Zo ontstond mijn tweetalige gedichtenbundel De Rode Adem, ofwel, Le Souffle Rouge, die ik onlangs in eigen beheer heb uitgegeven bij uitgeverij boekenbent.

Je kunt meer lezen over mij op www.hanneketerhoven.nl
Een review van De Rode Adem, Le Souffle Rouge is te vinden op bol.com
Dit artikel delen?
Pin It
Lezerspunt
schrijfwedstrijd agenda

Wil je ons ook ontmoeten op de sociale media?

Teksten en afbeeldingen van deze website mogen alleen met schriftelijke toestemming gebruikt worden. © Schrijverspunt 2018