Meedoen voor leden is gratis!
Sprookjes schrijfwedstrijd
Meedoen is niet meer mogelijk!

Inzenden van een verhaal is mogelijk van 1 mei t/m 20-07-2018 (24.00 uur).

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

‘Ik weet het niet!’

‘Je weet het wel!’

‘Ik weet het echt niet,’ huilt de man van rond de vijftig die, voorovergebogen in de stoel hangt, zijn handen vastgebonden achter zijn rug, striemen licht geronnen bloed langs zijn slapen tergend langzaam naar beneden druppelend, zijn kalende schedel nat van het zweet. Met veel moeite richt hij zijn hoofd een beetje op en kijkt met van doodsangst doordrongen en om genade smekende ogen naar zijn aanvaller.

‘Ik geef je nog één kans,’ gromt de in jeansbroek en -hemd getooide vrouw met lange blonde haren, die, een zweep in haar rechterhand, een soort tandartsentang in haar linker, met trage, dreigende stappen weer naar de man toekomt en haar hand opheft om een nieuwe zweepslag op zijn blote benen neer te laten komen.

‘Wie heeft John vermoord?’ snauwt ze.

‘Ik ken geen John.’

‘Je kent wel een John, iedereen kent een John,’ roept ze met overslaande stem, terwijl haar ogen vuur lijken te spuwen.

‘Ik ken écht geen John,’ huilt de man opnieuw met brekende stem. Zijn ogen draaien wild van links naar rechts, ze flitsen van de opgeheven hand met de zweep naar de andere hand waar een zo mogelijk nog pijnlijker wapen in verscholen zit, naar de deur een paar meter achter de vrouw.

‘Je kan niet ontsnappen,’ gromt de vrouw. ‘En niemand kan je horen. De enige manier om hier levend uit te geraken, is mij te vertellen wie John vermoord heeft.’

‘Ik weet het écht niet,’ schreeuwt de man. ‘Geloof me toch, ik ken geen John, ik weet niet wie er vermoord zou zijn, ik weet niets.’

De vrouw houdt haar stap in en laat de zweep een paar centimeter zakken. Bedachtzaam kijkt ze de man aan.

‘Wie is jouw contactpersoon?’ vraagt ze op iets rustiger toon, terwijl haar donkere ogen de man priemend opnemen.

‘Wat bedoel je?’ huilt de man, die merkt dat de vrouw hem misschien toch lijkt te geloven, maar tegelijk beseft dat deze nachtmerrie nog lang niet voorbij is.

Zijn smekende woorden lijken te weergalmen tegen de kale muren van de duistere ruimte waar hij in terecht gekomen is. Hij herinnert zich echter niet hoe hij hier beland is, het laatste wat hij weet, is dat deze vrouw hem op weg naar zijn werk aansprak, vroeg of hij vuur had, en toen ging het licht plots uit. Hij vermoedt dat ze hem op één of andere manier verdoofd moet hebben en hem naar hier gesleurd heeft, maar kan moeilijk geloven dat deze vrouw hem alleen kan dragen, maar van een handlanger is er tot nu toe nog geen spoor te bekennen geweest.

‘Je weet goed genoeg wat ik bedoel,’ haalt een vreselijke snauw van de angstaanjagende vrouw Dave uit zijn warrige dromen, terwijl ze de hand met de zweep weer opheft en ook de tang in Daves richting duwt. Hij huivert en rilt over zijn hele lichaam en meent te voelen dat hij in zijn eigen broek aan het plassen is, maar weet niet meer zeker of dit echt is, de controle over zijn lichaam is hij al even kwijt, het vocht kan evengoed van het angstzweet gekomen zijn. Op een vreselijke manier kan het hem ook niet meer schelen, mocht het echt zijn.

‘Dat weet ik niet,’ huilt hij. ‘Ik weet echt niet waar je het over hebt. Ik ben een gewone boekhouder, ik werk in een groot boekhoudkantoor, ik werk voor klanten in heel het land, ik heb heel veel contactpersonen bij die klanten, maar ik weet niet wat je bedoelt, ik ken geen John en ik ken zeker niemand die vermoord is of die een opdracht gegeven zou hebben om iemand te vermoorden.’

‘Wie heeft er iets over een opdracht gezegd? Dat heb ik niet vermeld,’ brult de vrouw die een sprong voorwaarts maakt, nu op twee centimeter van Daves neus staat, de tang op de grond laat vallen en Dave met haar linkerhand bij de keel grijpt. De klauw van haar hand is ongewoon sterk en beneemt Dave de adem.

‘Wat weet jij van die opdracht? Vertel? Wie heeft jou de opdracht gegeven om John te vermoorden.’

Even wordt het zwart voor Daves ogen, deels door de steeds groter wordende druk op zijn keel, deels door de snel groeiende angst die nu elke vezel in zijn lichaam verlamt, elke zenuw tot het uiterste doet spannen en alle zuurstof uit zijn lichaam opslorpt.

‘Wie!’ roept de vrouw opnieuw, terwijl ze de greep licht lost, beseffend dat ze hem nog niet wil doden.

‘Ik weet het niet,’ klinkt raspend uit Daves keel. ‘Ik weet echt niets. Ik weet niets van een opdracht, dat was een veronderstelling, ik weet het niet, ik kwam tot een conclusie, ik weet het niet, echt niet.’

De vrouw blijft hem indringend aankijken, haar ogen lijken pekzwart terwijl ze zonder knipperen in Daves ogen boren. Haar adem blaast gloeiend heet in zijn gezicht, het zweet breekt hem nog meer uit en Dave voelt hoe hij nu echt het bewustzijn dreigt te verliezen.

De vrouw laat Daves keel nu helemaal los, doet een paar stappen achteruit, kijkt, zoekt en vindt op de tafel aan haar linkerkant wat ze nodig heeft en komt, gewapend met een vlijmscherpe scalpel en een grote tang terug naar Dave.

‘Ik vraag het nu echt niet nog een keer, wie heeft John vermoord? Ik wil het nu weten of het eindigt hier.’

Dave zucht en kijkt de vrouw met grote ogen aan. Hij beseft dat het geen zin meer heeft. Hij weet dat de vrouw vastberaden is om iets uit hem te sleuren, dat ze hem niet gelooft, wat hij ook zegt.

‘Ik weet het niet,’ zucht hij haast onhoorbaar, terwijl hij de vrouw berustend aankijkt. ‘Ik weet het echt niet.’

‘Ok dan,’ knikt de vrouw. ‘Ik geloof je,’ zegt ze op zachte toon, terwijl Dave de blik in haar ogen ziet veranderen. Het is echter geen blik van geloven, geen blik van verlossing, het is een vreselijke blik die Dave zonder omwegen vertelt wat er gaat gebeuren, die Dave bevestigt dat het hier en nu voor hem ophoudt.

‘Waarom?’ vraagt hij nog bijna onhoorbaar, maar de vrouw antwoordt niet meer. Ze staart een ogenblik naar het mes, verlegt haar blik naar Dave, knikt kort droef en snijdt met een bliksemsnelle uithaal Daves levensader in zijn keel door. Ze wendt zich af, alsof ze niet kan zien wat ze net aangericht heeft, blijft zo roerloos staan tot alle geluid van Daves doodsstrijd is gaan liggen en loopt dan naar de andere kant van de ruimte.

‘Deze is het ook niet,’ zucht de vrouw, terwijl ze met zorgvuldige vingers en een indrukwekkend gevoel van eerbied een kleine, zwarte agenda uit de grote kast tegen de achterwand haalt en met vaste hand en een rode pen een dikke streep door Daves naam trekt, waarna ze even over de lederen kaft streelt, de zwarte agenda weer met een liefdevol gebaar sluit en zacht opnieuw in de kast legt.

‘Op naar de volgende,’ fluistert ze bijna onhoorbaar, waarna ze nog een laatste, ongeïnteresseerde blik op het levenloze lichaam van Dave werpt, hem in het klaarstaande bad met ongebluste kalk laat zakken, zich uitkleedt, haar kleren mee in het bad gooit, een propere jeans en net t-shirt aantrekt en naar buiten loopt, op zoek naar de volgende naam in haar kleine, zwarte agenda.

Dit artikel delen?
Pin It
Een link naar jouw website op Schrijverspunt
sprookjeswedstrijd

Wil je ons ook ontmoeten op de sociale media?

Teksten en afbeeldingen van deze website mogen alleen met schriftelijke toestemming gebruikt worden. © Schrijverspunt 2018