Meedoen voor leden is gratis!
Sprookjes schrijfwedstrijd
Meedoen is niet meer mogelijk!

Inzenden van een verhaal is mogelijk van 1 mei t/m 20-07-2018 (24.00 uur).

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Daar ligt het! Wat zou het moeten kosten? Ik druk mijn neus plat tegen de etalageruit om te kunnen ontcijferen wat er op het smoezelige prijskaartje staat geschreven. Ik kan het natuurlijk niet lezen. Het handschrift is te bibberig en het kaartje ligt omgekruld half verscholen achter een boek. Ik leg mijn wang tegen het koele glas en probeer schuin naar binnen te kijken. Het heeft geen zin in hoeveel bochten ik mij ook wring.  Ik kan met de beste wil van de wereld niet lezen wat de prijs is. Frustrerend. Het enige wat ik hier doe is mezelf voor gek zetten voor het oog van de wereld. Nou ja wereld? Welke wereld? Er is geen mens op straat. Naarden-Vesting is een aardig plaatsje, maar teveel “vesting” en te weinig leven. Wat dat betreft had ik net zo goed thuis kunnen blijven.

Wanneer gaat die winkel eigenlijk open. Helemaal niet meer vandaag? Aan koopzondag zullen ze hier vast niet doen. Ik rammel aan de deurklink, maar helaas, een wonder blijft uit. Ik kan moeilijk de ruiten hier ingooien en geld achterlaten met een briefje er bij. Sterker nog, ik heb niet eens een pen bij me.  Zonde ook van die mooie oude glas-in-lood- ruitjes. En dan dat gezeur dat je er van krijgt. Politie, verzekering, misschien zelfs wel een rechtszaak.

Ik staar nogmaals naar binnen. Het prijskaartje blijft zich plagerig verstoppen. Het boekje zelf lonkt nog steeds. Het is zo klein dat ik het eerst helemaal niet heb zien liggen, maar iets in mij zei dat ik nog maar eens een keer  langs die etalage moest lopen, dus dat heb ik gedaan. Het zonlicht weerkaatste schel in de ruit, zodat ik een reflex  mijn ogen had samen geknepen, waardoor ik het opeens zag liggen. Het had naar mij geknipoogd en ik knikte vastbesloten terug. Ik was verkocht.  Het heeft zo moeten zijn. Mijn verzamelaarsbloed borrelt en bruist. Ik weet, dat ik niet eerder zal rusten voor ik dit pronkjuweeltje goed en wel letterlijk in mijn zak heb. Al met al sta ik hier nog steeds voor deze Tweedehands Boekhandel, niets wijzer geworden en nog geen stap verder gekomen.

De eigenaar is waarschijnlijk niet eens aanwezig of zit ergens boven koffie te drinken en een broodje te eten. Weet hij veel dat ik me hier sta te vergapen aan de zwart leren miniatuur agenda in het klepdoosje. Het boekje zelf heeft duidelijk betere tijden gekend. Ooit. Eens. Grijswitte schimmelige vlekken ontsieren de eens zo prachtige zwarte krokoprint. De gouden sierletters van het woord “Agenda” zijn afgebladderd. Vreemd genoeg ziet het potloodje er wel uit alsof het nog nooit gebruikt is. Helemaal in tact lijkt het. Je zult zo’n bijzonder setje krijgen, alles bijpassend en tot in de details uitgewerkt. Ik ben zo benieuwd wat er allemaal in staat. Gedichten? Gedachten? Misschien gebruikt als dagboekje. Echt een klein hebbedingetje voor in een damesbureau van een rijke vrouw. Wie weet van wie het is geweest. Een mens met een normaal inkomen zou zoiets nooit kunnen betalen. Kan ìk het eigenlijk wel betalen? Of kom ik dan in het rood te staan? Mijn wangen beginnen te gloeien bij deze gedachte. Dat is zo’n boekje, hoe mooi ook, toch niet waard. Ik wil me omdraaien om gauw weg te lopen van deze verleiding, helemaal weg uit dit plaatsje. Dan hoor ik opeens een schurend geluid boven mijn hoofd alsof er iets van ijzer verschuift. Ik kijk op, recht in de brillenglazen van een al wat oudere man met grijswit haar.  Zijn stem klinkt even krakerig als het scharnier van het smalle raampje, waar hij zijn hoofd door heeft gestoken. “Kan ik u ergens mee helpen?” Ik doe een stap naar achteren van het smalle stoepje af en probeer hem uit te leggen waar ik voor kom. Hij schudt zijn hoofd, kan mij blijkbaar niet verstaan. “Wacht u even, dan kom ik naar beneden.” Het raampje klapt dicht. Een paar minuten later klingelt het vertrouwde geluid van de ouderwetse deurbel. Een sfeerschepper uit voorbije tijden. Een kleine wat gezette man begroet mij. “Komt u er dan maar even in. Het mag eigenlijk niet, maar vooruit. Ik zag u zo lang staan en heen en weer lopen. En regels zijn er om overtreden te worden. Wat wilde u zien?”

Het is erg aardig van hem om me binnen te laten. Ik vraag me alleen wel af waarom hij zo moet  grijnzen als ik hem vertel, dat ik voor de zwarte krokodillenleren mini-agenda in het doosje kom met het gouden potlood. Wat dat potlood betreft helpt hij mij meteen even uit de droom. Dat blijkt noch van goud, noch oud. De prijs valt mij wel 100 procent mee: 50 Euro. Dat is te doen. 

Of ik het wil bekijken. Ja natuurlijk. Reuze benieuwd. Het rugbandje ligt een beetje los. Dieprode schutbladen met een gouden motief van bloemranken  glanzen mij tegemoet. Op het voorblad vertellen prachtige sierletters dat de agenda voor het jaar 1880 heeft toebehoord aan een “Anna”. Deze Anna is op 1 januari 1880 dolenthousiast begonnen met het noteren van diverse gebeurtenis-sen. Dat heeft ze blijkbaar iets langer dan een week volgehouden.  De tiende januari staat er enkel “koud vandaag.” Meer niet. Ik had het kunnen zijn! Ik blader voorzichtig het boekje door, vind wat spreuken, verjaardagen, een rekening, recepten voor “vischgerechten”, gedroogde bloemblaadjes, een gedichtje. Zelfs een paar vlugge berekeningen met fikse potloodkrassen onder het totaal. Ik voel iets van teleurstelling, maar wat verwacht ik te vinden? Een tot nog toe onbekende schets van Vincent van Gogh of een ander beroemd schilder? De boekhandelaar wipt op zijn tenen en kijkt me afwachtend aan. Nog altijd met een grimas op zijn gezicht. Wat zou die man toch hebben? 

Op weg naar huis kom ik er achter. De recepten, droogbloemen en de kruideniersrekening flitsen voorbij zoals het landschap langs de ramen terwijl ik het boekje doorblader stiekem hopend op iets aparts. Hé, wat was dat? Het leek wel een oude schets. Gejaagd blader ik terug. Natuurlijk kan ik het niet vinden. Ha hier is het! In een kleine potloodcirkel bovenop een grotere grijnzen enorme tanden mij aan. Ik lees het bijschrift in prachtige hanenpoten; een zin, die ik niet meer gauw zal vergeten. “Kun je lache met sùkke tande.” Ik schiet in de lach. De echo schalt door de bijna lege treincoupé. Dan kijk ik verschrikt om mij heen. Ach, wat zou het. Er is toch nauwelijks een hond.

Dit artikel delen?
Pin It
Een link naar jouw website op Schrijverspunt
sprookjeswedstrijd

Wil je ons ook ontmoeten op de sociale media?

Teksten en afbeeldingen van deze website mogen alleen met schriftelijke toestemming gebruikt worden. © Schrijverspunt 2018