Meedoen voor leden is gratis!
Schrijfwedstrijd De Zwarte Agenda
meedoen

Inzenden van een verhaal is mogelijk van 1 mei t/m 20 juli 2018 (24.00 uur).

Gebruikerswaardering: 4 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter inactief
 

De straat was bezaaid met takken en bladeren. De heuvels rouwden om hun verlies. Midden op de weg lag een dikke boom machteloos in tweeën geknakt. Het regenwater sijpelde er mistroostig langs. Grijze wolken gleden over ons heen.

We stonden samen in de voortuin. De enorme schade van de orkaan drong nog niet tot mij door. Mijn zintuigen waren verstomd door het wanhopige geschreeuw van de natuur. De buurvrouw aan de overkant van de straat kwam ook naar buiten, samen met haar zoon en zijn vriendin. Het twee meter hoge hek van haar oprit was tegen de grond gesmeten. Bovenop het hek lag een witte motorboot. Mijn dochter en ik liepen ernaartoe. Verbluft bekeken we de boot. 
“Een boot! Het is een boot! Hij vloog zó door de lucht!” jammerde de buurvrouw. 
“Een geluk dat hij onze auto niet heeft geraakt,” zei haar zoon nuchter. 
“Waar kwam die vandaan?” vroeg haar schoondochter. 
“Uit de lucht! Echt, zo uit de lucht!” jammerde de buurvrouw weer. Ze gooide haar beide handen in de lucht en gebaarde schuin omhoog naar de grauwe, donkerbruine heuvel achter ons.

Bovenop de heuvel stonden drie huizen met moeite overeind. Twee ervan hadden geen dakbedekking meer. Ik staarde naar het dakgeraamte en liet het gesprek van de buren langs mij heengaan, totdat het geratel van een winkelkarretje ons onderbrak. Ik keek op. Een jongeman in een bezweet shirt duwde het karretje voort. Het was gevuld met flessen water, chips, sigaretten, en een tiental blikjes groenten. “Worth-Your-Money is het dak en een muur kwijt! Ik ben meteen gaan inslaan!” grijnsde de jongeman. De zoon en zijn vriendin barstten in gejubel uit. Behendig tilden ze het karretje langs de boot over het hek. Ze verdwenen in het huis en kwamen een paar minuten later met het lege karretje weer naar buiten. “Haal wat rijst voor me,” glimlachte de buurvrouw zwakjes. Sprakeloos keek ik de uitgelaten jongeren na die haastig de straat uitliepen.

Het begon zachtjes te regenen. Ontdaan keek ik naar mijn huis. We konden er niet meer naar binnen. Onze dakbedekking was weggewaaid en alle kamers stonden blank. Ik keerde mij naar de buurvrouw en hoopte dat ze ons misschien bij haar binnen zou uitnodigen. Maar ze had het te druk met de boot. “Hoe krijgen we deze nou weg? Hoe vinden we de eigenaar?” vroeg ze onthutst aan mijn dochter. Mijn dochter haalde haar schouders op. Ze had nog geen woord uitgebracht.
“Wacht even,” zei ik. Ik klom over de rand van de boot. Achter de passagiersstoel zat een klein kastje. Met moeite kreeg ik het open. In het kastje lag een zwarte jaaragenda van 2016 en een gebruiksaanwijzing van een reddingsvest met de opdruk Lifesaver since 1925. Ik legde de gebruiksaanwijzing terug en opende de agenda. Op de eerste bladzijde waren de personalia met blokletters ingevuld: John Daniëls. Een adres stond er niet bij, wel een telefoonnummer. Ik viste mijn telefoon uit mijn broekzak. Het scherm toonde geen bereik. Met een zucht stopte ik de telefoon weer terug.

“Heb je iets?” De buurvrouw gluurde opgewonden over het randje van de boot.
“Ja…” mompelde ik. Ik sloeg de agenda dicht en wendde mij tot de buurvrouw.
“Ken je ene John Daniëls?”
“John Daniëls, John Daniëls…” peinsde de buurvrouw. Plots lichtte haar ogen op. “Ja, ja, er woont een Daniëls in dat oranje huis daar!”
Ze wees weer naar de heuvel. Ik volgde haar blik. “Oké, laten we gaan,” zei ik tegen mijn dochter. Met de agenda in mijn hand liepen we weg.
“Zeg hem dat hij zijn boot vandaag nog moet komen halen!” riep de buurvrouw ons met haar schelle stem na.

Zwijgend liepen mijn dochter en ik over het pad naar boven. De takken en bladeren knisperden onder onze schoenen die inmiddels doorweekt waren van het regenwater dat over het asfalt naar beneden stroomde. Op het pad lag een metalen golfplaat dat de miezerregen deed kletteren. Iets verderop lag het kadaver van een herdershond, bedolven onder een rotsblok. In de berm zagen we een dode leguaan met zijn tong uit zijn bek. Binnen een paar dagen zou de hitte de stank van dode dieren overal verspreiden.

Onverwachts klonk de klaagzang van een vogel. Mijn dochter stond abrupt stil.
“Hoorde je dat?” Mijn dochter keek me vragend aan. In haar donkere ogen zag ik mijn eigen spiegelbeeld. “Ja”, fluisterde ik.
“Het leeft nog.”
“Ja.”
Mijn hart bonsde. Het trieste landschap benauwde me. Een sterke ontsnappingsdrang welde in mij op. Op zoek naar afleiding opende ik de zwarte agenda. Ons tempo vertraagde terwijl ik door het boekje bladerde.
“21 januari, twee uur, tennis met Gerard.” las ik hardop.
“Pap, doe dicht, dat is privé,” reageerde mijn dochter geërgerd. Ik negeerde de opmerking.
Sommige dagen waren doorgestreept dus sloeg ik een paar bladzijdes om.
"8 maart, vijf uur, bestuursvergadering. 9 maart, herdenking 50 jaar IC.” 
De drie dagen erna waren doorgekruist.
“Wat denk je dat dat betekent?” vroeg ik aan mijn dochter. Ik duwde de agenda onder haar neus, met mijn wijsvinger op de potloodstrepen.
“Pap…” waarschuwde ze me zachtjes.
“Kom op zeg,” reageerde ik fel, “doe toch niet zo heilig. Wat wil je dat ik dan doe, de dode lichamen langs de weg tellen?! De takken oprapen?! Mezelf de kop inslaan zodat de bulderende echo van de orkaan eindelijk stopt?!” Ik was overstuur en kon het niet langer verbergen.
Mijn dochter sloeg haar ogen neer en zweeg. Koppig bladerde ik verder.
“20 mei, begrafenis...” Met moeite kon ik de tekst lezen. De dag was met een dikke viltstift doorgestreept. “Begrafenis Anna.” De twee opvolgende weken waren eveneens doorgekruist. Ik sloeg een aantal bladzijdes om, mijzelf afvragend hoe John Daniëls eruit zou zien.
“13 juni, Fred op bezoek... Kijk toch eens, weer anderhalve week doorgestreept,” mompelde ik hardop.

We bereikten het oranje huis. Voorzichtig stapten we over het glibberende hek dat net als die van onze buurvrouw op de grond lag. Het huis stond er verslagen bij. Een kokosboom had een gat in het dak geslagen. In de tuin lagen enkele kokosnoten verspreid in de modder. Op de veranda zat een oude man in een rieten leunstoel. “John Daniëls?” riep mijn dochter.
De man keek op. Zijn gerimpelde gezicht was bedekt met levervlekken. Ik zwaaide met zijn agenda in de lucht. “We hebben uw boot gevonden!” riep ik. De man keek weer voor zich uit en toonde nauwelijks emotie. “En uw agenda!” voegde ik eraan toe.
“Ah, mijn agenda…” bromde hij afwezig. Hij stond op en liep het huis binnen. Ik opende het hekje van de veranda en snelde achter hem aan. Een muffe, vochtige stank drong mijn neusgaten binnen. De woonkamer was bezaaid met puin. Een omgevallen boekenkast lag scheef op de natte vloer. Ik bukte om een doorweekt fotoalbum op te rapen. De man verdween in zijn slaapkamer.

Enkele minuten later kwam hij terug met eenzelfde zwarte agenda en een potlood in zijn hand. Hij bladerde naar de dag van vandaag, 6 september 2017, en zette twee dikke strepen.
“Weer een dag dat ik liever niet had geleefd,” fluisterde hij gebroken. Een traan rolde over zijn wang.

Dit artikel delen?
Pin It
Ook gek op korte verhalen?
schrijfwedstrijd agenda

Wil je ons ook ontmoeten op de sociale media?

Teksten en afbeeldingen van deze website mogen alleen met schriftelijke toestemming gebruikt worden. © Schrijverspunt 2018