Meedoen voor leden is gratis!
Schrijfwedstrijd De Zwarte Agenda
meedoen

Inzenden van een verhaal is mogelijk van 1 mei t/m 20 juli 2018 (24.00 uur).

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Onuitgeslapen begon Jasper met het voorlezen van de namen uit de zwarte agenda. Zeis ving de namen in zijn gedachten en ging vervolgens op stap. Zeis’ geheugen voor namen was fabuleus. Eén keer gehoord en hij onthield ze voor de rest van zijn bestaan en maakte nooit fouten. Hij was lang en mager met ogen die diep in zijn kassen lagen en liep slungelachtig.

‘Bert van der Zee half vier, Marie van Zutten vier uur, Jasper Spraakwater half vijf, Rena….’ Zeis merkte de hapering en keek met een onbewogen gezicht naar de jongeman. Jasper keek met een lijkbleek gezicht terug, herpakte zich en ging verder met ‘Renate van Gebak half vijf en als laatste oom Gerrit om vijf uur.’ Gerrit had geen vaste verblijfplaats, maar Hein wist meteen wie Jasper bedoelde.

Zeis’ werkdag eindigde meestal om half zes. En dat vond hij lang genoeg, want het was toch niet niks zo’n dag vol gereis en deadlines. Het moment deed hem niets, nee dat was zijn werk en daarvoor was hij op aarde. Vaak was een duwtje genoeg en viel men plots van de trap of voor de trein of het was een kwestie van afmaken dat al eerder was ingezet. Meestal nam Zeis het openbaar vervoer, maar het liefst ging hij te voet en soms met de fiets. Men bemerkte hem zijdelings op terwijl hij recht op zijn doel af ging. Men voelde zijn aanwezigheid via een koude rilling, kippenvel of een licht dat even knipperde, waarna ze hem automatisch de rug toekeerden. Kleine kinderen begonnen te huilen, honden te blaffen en poezen te blazen. Zeis leek onverstoorbaar, alleen werd het halen van deadlines lastiger door de toenemende verkeersdrukte ook al werd daar door de planning rekening mee gehouden. Te laat komen was een doodzonde.

Jasper was vanaf jongs af aan groot gebracht in het voorlezen van namen van personen die die dag zouden sterven. Het talent hiervan was van vader op zoon overgegaan, waarbij Zeis aan een half woord genoeg had. Want in dat woord, al in de beginletter die werd uitgesproken door Jasper, lag de ziel van de ongelukkige, zodat Zeis meteen wist om wie het ging en eenvoudigweg geen fout kon maken.

Jaspers stem trilde en haperde nooit, tot vandaag. Het uitspreken van de namen was een simpel proces: de naam werd uitgesproken en dat was het. De spreker merkte niets, maar bij het verlaten van de naam uit zijn mond gebeurde er voor een goed luisteraar wel wat, dan kwam in een flits het zijn van die persoon naar voren en dat was genoeg voor Zeis, die voldoende info had om de juiste persoon te vinden.

Hij had dit goed betaalde bijbaantje nu sinds zijn 12e en was net 21 jaar geworden. Het verdiende voldoende om in een tweedehands Peugeot RCZ rond te rijden. Vooral bij het stappen viel Jasper op in deze goed gepoetste sportwagen. En dat allemaal door dat kwartiertje namen noemen iedere ochtend, maar dan ook echt iedere ochtend vanaf het krieken van de dag, zelfs in het weekend en op vakantie. Ook met griep hoorde men Jasper ‘s ochtends voorlezen. Zeis had nooit vakantie.

Zeis had de hapering gemerkt, maar het ging hem niet om de naam, maar om het ware van de mens dat als een soort foto naar hem toe kwam. Hij was verrast, maar ook niet meer dan dat. Hij wist dat er wel weer een opvolger zou komen voor Jasper Spraakwater, maar was toch aan de jongen gehecht geraakt. Hij had gevoel voor zijn werk en maakte nooit een fout en dat was verdomd belangrijk in deze business.

Zeis was altijd op zoek naar zijn prooi en hield van de uitdagingen, dag in en dag uit. Ook de omgang met mensen en vooral de laatste blik op hun gezicht gaf hem energie. Door die laatste, pijnlijke, verraste, maar óok vaak opgeluchte blik van: ik hoef niets meer in dit leven, kreeg Zeis zijn energie. Maar de laatste tijd werd zijn ergernis groter en zijn geestkracht kleiner.

Hij had al jaren zijn vaste werkplek met daarin een drietal grote steden, echt grote steden van meer dan een half miljoen inwoners en dat was vrij overzichtelijk, maar helaas moest Zeis dikwijls richting het platteland en daarin zat zijn irritatie. Hij was de afgelopen periode een paar keer bijna te laat door zijn keuze voor het openbaar vervoer terwijl ze weer eens aan het staken waren of gewoon te laat en dat gaf stress. De opstellers van de agenda hielden bijna overal rekening mee en zorgden dan wel voor een Uber als alternatief, maar dan moest hij wel altijd mee als bijrijder of medepassagier. Chauffeurs zagen hem niet of wilden hem niet zien en keken de andere kant op als Zeis langs liep en dan moest hij vaak met gevaar voor eigen leven in de auto springen. Daar werd hij toch wat te oud voor. Zeis had ook geen rustige invloed op de chauffeur die voelde dat er iets ongewoons aanwezig was in de taxi en steeds harder ging rijden om zo snel mogelijk op plaats van bestemming te komen.

Bert van der Zee was een makkie, hij werkte en woonde in de stad en ging vroeger naar huis omdat hij om kwart over drie een afspraak had bij de tandarts voor een zenuwbehandeling en met de metro reisde. Zijn vrouw zou in tranen zijn, maar ja het was zijn tijd. Een klein duwtje was genoeg om hem voor de trein te krijgen. Marie van Zutten was lastiger, aangezien ze al een week ziek in bed lag en niet van plan was daar de komende dagen uit te komen. Marie woonde net buiten de stad, was alleenstaand en had gelukkig veel vriendinnen die haar hielpen en zelfs bleven slapen om haar te vertroetelen. Zeis belde meerdere keren aan en pas na een minuut of vijf kwam er een zeer grieperige Marie aan de deur, waarna ze met waterige ogen in haar verfomfaaide badjas keek wie er had gebeld. Na links en rechts te hebben gekeken liep ze vermoeid weer naar boven, wat Zeis voldoende mogelijkheden gaf achter haar aan te lopen. Marie voelde zich nog beroerder en vloekte binnensmonds over die rot kinderen. De twee paracetamols die ze vervolgens in een glas water deed en een paar seconden later innam deden haar de das om, aangezien Zeis die had gebruikt om een beetje arsenicum aan toe te voegen. De politie dacht later dat ze zelfmoord had gepleegd en haar vriendinnen verweten die stap aan eenzaamheid.

Toen Zeis plots Jasper in gedachten kreeg wist hij dat het bijna half vijf was. Hij nam de bus richting Jaspers huis in de stad en liep vervolgens vijf minuten heen en weer voor zijn huis en belde twee keer aan. Jasper wist wat er ging gebeuren en zou zo wel open doen dacht Zeis. Na een lange minuut ging de deur inderdaad open. ‘Dag Zeis’, zei Jasper met een trillende stem, is het zover?’ Zeis knikte.

Jasper was de enige persoon die Zeis ooit echt in de ogen keek en dat gaf hem een prettig gevoel. Hij kreeg een brok in zijn keel en deed Jasper een voorstel.

De volgende ochtend bij het krieken van dag waren de rollen omgedraaid. Zeis nam de namen door, Jasper luisterde en ging op pad. Blij dat hij nog leefde.

Dit artikel delen?
Pin It
Ook gek op korte verhalen?
schrijfwedstrijd agenda

Wil je ons ook ontmoeten op de sociale media?

Teksten en afbeeldingen van deze website mogen alleen met schriftelijke toestemming gebruikt worden. © Schrijverspunt 2018