Meedoen voor leden is gratis!
Schrijfwedstrijd De Zwarte Agenda
meedoen

Inzenden van een verhaal is mogelijk van 1 mei t/m 20 juli 2018 (24.00 uur).

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Grijze wolken hangen boven de velden, in de verte ziet hij tussen de regendruppels door een goederentrein rijden. Het is vier uur, elke dag rijdt die trein voorbij om vier uur. Iedere dag zit hij daar aan zijn raam te wachten op het avondmaal, kijkend naar het drukke leven aan de andere kant van het glas. Een leven waar hij al lang geen deel meer van uitmaakt. Terwijl hij zijn voeten warmt aan het vuur dat hij net heeft aangemaakt denkt hij terug aan zijn jeugd, herinneringen waar hij zich krampachtig aan blijft vastklampen en die hij heeft bewaard in zijn zwarte agenda. 

Negentienvijftig, de koude nasmaak van de oorlog, die hij maar wat graag uit zijn geheugen zou bannen, maakte plaats voor warmte. Op een zomerse avond kruisten ze elkaar onder de heldere gloed van een straatlantaarn. Buiten hen was er geen levende ziel te bespeuren, het maanlicht wierp zijn zilveren gloed tussen de bomen, vogels floten een liefdesliedje. Het enige dat hij hoefde te doen was haar naam vragen. “Hoe heet je?” stamelde hij toen hij genoeg moed had verzameld. “Sorry?” Vroeg het meisje dat in tussentijd al enkele meters verder was gewandeld. “Ik vroeg me af hoe je heet” Vroeg hij dit keer met iets meer zelfzekerheid in zijn stem. “Ik heet Anna” zij het meisje. 

Anna, of zo staat het toch in die zwarte agenda. Hij twijfelt, hij twijfelt aan alles, aan alles wat hij maanden geleden bij de psycholoog had opgeschreven. Buiten de herinneringen in die agenda blijft alleen de smaak van de gruwel, de herinnering aan die wreedheden over. Hij scheurt de bladzijde over Anna uit zijn agenda en gooit ze in de likkende vlammen. Terwijl de kamer zich langzaam vult met rook blijft hij pagina’s wegscheuren, net zoals zijn herinneringen de afgelopen tijd uit hem werden weggerukt. Hij scheurt, en scheurt en scheurt. 

Negentienvijfenzestig, een foto die tussen de bladzijden stak, trekt zijn aandacht. De foto van een jongen, een jongen die in de verste verte niet meer lijkt op de oude man die in zijn rolstoel naar treinen zit te kijken. Naast hem staat een beeldschone vrouw en twee schattige kinderen. Die foto was genomen voor hun vakantiehuisje in Limburg. De Zondagse kleren van hun twee zonen hingen vol modder van de voetbalwedstrijd die ze net hadden uitgevochten. En ze waren gelukkig, dat was van hun gezicht af te lezen.

Hij kijkt op uit zijn agenda, en gaat op zoek naar zijn vrouw. Het vuur van de lakens die hij in brand had gestoken heeft zich verspreid over het hele bed, de rook die de kamer vult zorgt ervoor dat hij amper nog kan ademen. Hij ziet haar niet, hij kan zijn vrouw niet vinden in de rook die hem omsingelt. De kamerdeur zwaait open en twee verplegers komen in paniek binnen. Terwijl de ene tevergeefs een bluspoging onderneemt sleurt de andere de rolstoel mee naar een veilige plaats. 

Terwijl de verpleger een zuurstofmasker op zijn gezicht plaatst ziet hij twee mannen op hem afstormen. Zijn twee zonen, die sinds de dood van hun moeder zo vaak mogelijk bij hem langskomen, kijken hem geschokt aan. Hij kijkt terug, hij kijkt met lege ogen, hij glimlacht, begroet hen vriendelijk, maar herkent hen niet, niet meer. Hij kijkt naar de foto die hij uit de brand heeft kunnen redden en vraagt zich in stilte af wanneer zijn zonen nog eens op bezoek zouden komen, en samen met hem naar de treinen zouden kijken.

Dit artikel delen?
Pin It
Ook gek op korte verhalen?
schrijfwedstrijd agenda

Wil je ons ook ontmoeten op de sociale media?

Teksten en afbeeldingen van deze website mogen alleen met schriftelijke toestemming gebruikt worden. © Schrijverspunt 2018