Meedoen is gratis!
Schrijfwedstrijd Magie en Tovenaars

Inzenden van een verhaal is mogelijk van 25-2-2019 t/m 25-4-2019 (24.00 uur).

KLIK HIER
om een verhaal
in te sturen.
Uitgeverij Keytree organiseert in samenwerking met Schrijverspunt een schrijfwedstrijd. Als genre voor de schrijfwedstrijd gaan we uit van Fantasy, een genre dat zich kenmerkt door het gebruik van fictieve verhalen, verzonnen wezens en imaginaire werelden.

Als thema voor deze wedstrijd is gekozen voor: Magie en tovenaars.

De voorwaarden voor deelname zijn:

  • Deelname is mogelijk van 25-2-2019 t/m 25-4-2019 (24.00 uur) en alleen voor leden van Schrijverspunt (registratie is gratis!).
  • Verhalen dienen online geplaatst te worden op de website van Schrijverspunt. Je moet hiervoor eerst inloggen.
  • De maximale lengte is 1500 woorden.
  • Je inzending mag nog niet eerder zijn gepubliceerd, zowel op internet of in gedrukte / elektronische media.
  • Het gebruiken van een pseudoniem is toegestaan.
  • Je mag slechts eenmaal deelnemen.
  • Door deelname aan de wedstrijd verleen je Schrijverspunt toestemming om je ingezonden verhaal op de website en in de nog uit te geven bundel te publiceren.
  • Je verhaal is geschreven in de Nederlandse taal.

Wat kun je winnen?

Bij voldoende kwalitatieve inzendingen zal uitgeverij Keytree een bundel uitgeven van de beste verhalen. De redactie van Uitgeverij Keytree en Schrijverspunt bepalen welke verhalen in de bundel worden opgenomen en kiezen de winnaar. Stemmen, likes e.d.zijn welkom maar spelen geen rol in de beoordeling.

Schrijverspunt stelt een boekenpakket samen voor de winnaar. Daarnaast ontvangt de winnaar een gratis exemplaar van de uit te geven bundel.

Schrijfwedstrijd Magie en Tovenaars

Ravenheer

Het was nu precies acht weken geleden dat de ouders van Brarn waren overleden aan de pest. Aangezien hij het enigst kind was erfde hij hun leen, een groot stuk land van de Koning waar ook mensen op wonen en werken. En Brarn? Die was nu ineens de baas van al deze mensen. Hij was nu de heer van een eigen leen en hij was nog maar twintig jaar oud. Hij hielp zijn ouders wel eens mee met taken zoals de belasting innen voor de Koning en andere kleine taken. Brarn had zwart kort haar, groene ogen en was redelijk lang en slank. Verder droeg hij een simpele blauwe tuniek en een zwarte broek met eronder bruinen laarzen. “Heer Brarn, het is tijd voor uw zwaardvechtersles”  klonk het zachtjes vanuit de ingang van de eetzaal waar hij stilletjes voor zich uit zat de staren. “Zijn de boodschappers van de koning dan al langs geweest om te melden dat de pest nu officieel voorbij is?” vroeg Brarn aan het dienstmeisje dat zojuist de hoek om gekomen was. Het meisje schuifelde wat ongemakkelijk heen en weer terwijl ze zei “De pest is al drie weken officieel  afgelopen heer. Heeft u uw papieren niet doorgekeken?”. “Dat komt nog wel.” mompelde Brarn zachtjes terwijl hij opstond, om uit zijn slaapvertrekken zijn zwaard te halen. Op zijn weg naar zijn slaapvertrek bedankte hij het dienstmeisje dat ze hem had geroepen, want hij wist maar al te goed dat zijn leraar er een hekel aan had om lang te wachten. Het kasteel was groot en vooral leeg nu dat zijn ouders er niet meer waren. Natuurlijk hingen er wel overal grote wandkleden aan de muren, stonden er oude ridderharnassen in de gangen en brandden er fakkels aan de muren. Buiten stond zijn  zwaardvechtleermeester hem ongeduldig op te wachten. “Je bent laat Brarn” zei hij.
“ Sorry meester, het zou niet weer gebeuren” antwoorde Brarn en zijn zwaardvechtles begon.

“Ga in de beginhouding staan Brarn. Zo ja. Ga in de spreidstand staan en zet je linker of rechter been voor, in de aanval houding. Je zwaard op je schouder ja goedzo. En dan nu vanuit je beginpositie gaan we aanvallen, terwijl je linker of rechterbeen op zijn plek blijft staan.”. Brarn stond amper goed of zijn leermeester schreeuwde al “Aanval van voren, probeer hem af te wijken!”. Dit lukte en voordat Brarn klaar was met het ontwijken van deze aanval kwam er weer een nieuwe schreeuw van zijn zwaardvecht leermeester: “ bovenhandse slag!” en Brarn ontweek ook deze slag weer makkelijk. Maar echt tijd om op adem te komen had Brarn ook weer niet, want daar kwam alweer de volgende opdracht. “Combinatie, zijwaartse slag met een steek!”. Gevold door nog een paar snelle anderen combinaties. Zo gingen Brarn en zijn meester nog wel even door en het was dan ook al bijna tegen etenstijd toen Brarn klaar was met zijn zwaardvecht training. Hij bedankte zijn leermeester voor de les, stak zijn zwaard in de schede en ging naar binnen. Eenmaal binnen vroeg hij aan een dienstmeisje of ze een bad voor hem wilde klaarmaken en of ze dan ook maar meteen al de papieren van de werkkamer van zijn vader wilde halen. Het dienstmeisje knikte en liep weg.

In de eetzaal stond een heerlijk geurende schotel van varkensvlees klaar, met als bijgerecht gepofte aardappels in de schil en een karaf met wijn. Brarn keek de eetzaal rond, het was er nu best wel stilletjes nu dat zijn ouders er niet meer waren dacht hij zo. Ook in dit deel van het kasteel was alles mooi gedecoreerd met wandkleden en in de hoek stond een grote openhaard om de grote eetzaal te verwarmen. Terwijl hij zat te eten bladerde hij de overige papieren door die hij nog had liggen. Het waren voornamelijk veel condoleancebrieven van dorpsbewoners en heren van andere lenen die de ouders van Brarn goed kende. Brarn maakte zich soms wel zorgen over het leen, zijn leen nu. Want hoe kon hij goed zijn mensen helpen en hoe kon hij een goede leenheer zijn als hij zelfs al de officiële brieven die hij kreeg niet opende of beter gezegd amper aanraakte. Zo las hij net pas een brief waar in stond dat de belastingen aan de koning hoger zouden gaan worden. Deze mededeling was van een paar dagen geleden alweer geweest zag Brarn aan de datum die boven de brief stond geschreven. Hij zuchtte eens diep, nam een slokje wijn en legde de brief op de gelezen stapel. Hij zou morgen wel iemand naar het dorp sturen om te laten mededelen dat de belastingen hoger waren geworden. En met die gedachte at hij zijn eten verder op en ging hij na zijn slaapvertrek toe.

Het leen waarvan Brarn de heer was, was niet echt groot maar ook niet echt klein. Zo hadden ze in het dorp vier herbergen, twee bakkerijen, drie groenteboeren en een slagerij. Om het dorp lagen de boerderijen met het bijbehorende land, en daaromheen lag een groot bos. Dit bos was voor de helft ook nog van Brarn. In dat bos, het deel dat niet bij het leen van Brarn hoorde, leefde een druïde. Driskell was zijn naam. Driskell was zevenendertig jaar oud, hij had kastanje bruine haren, grijze ogen en droeg een lichtbruin gewaad en een staf. Om zijn middel droeg hij een stuk touw, daarin zaten zowel aan de linker als de rechter kant twee schedes met werpmessen. Deze wapens droeg hij om zichzelf te verdedigen mocht dat nodig zijn, maar meestal gebruikte hij een van de werpmessen om zijn eten te snijden. Driskell was al een tijdje in dit leen en wat hij zag dat beviel hem helemaal niet. Natuurlijk hadden veel lenen het zwaar te voorduren gehad na de pest. Er waren veel boeren, soldaten en gewone burgers overleden en Driskell deed wat hij kon om mensen weer te genezen met zijn vele natuurlijke kruiden, zalfjes en drankjes. Maar ook hij kon niet veel doen tegen deze vreselijke gemene ziekte. Nu was hem toevallig te oren gekomen dat in dit leen de leenheer en zijn vrouw waren overleden aan de pest en dat hun twintigjarige zoon het leen had geërfd. Wat Driskell ook had gehoord en waar hij minder tevreden over was, was dat de jonge leenheer een sloddervos was en alles uitstelde tot het laatste. Zo las hij zijn brieven niet of nauwelijks, zodat de nieuwtjes die de Koning naar hem stuurde ook laat bij zijn burgers aankwamen. Driskell wilde deze jonge leenheer wel beter leren kennen dus besloot hij om naar het kasteel te gaan.

Het was Driskell gelukt om het kasteel in te komen met een smoes en hij stond nu voor de  jonge heer van het kasteel. “Ik  ben Driskell de druïde, en ik heb gehoord dat u uw leen verwaarloosd jonge kasteelheer. Dus zeg ik u dit: reis het land rond en kijk hoe de anderen heren hun leen en hun mensen behandelen. Overdag vlieg je het land door als een raaf, maar in de avond word je weer jezelf. Tijdens je reis zul je geen ravenvlees eten, anders ben je voor altijd een raaf.’’. En zo gebeurde het dat Brarn veranderde naar deze woorden van de druïde. Niet meteen in een raaf, dus hij deed er in het begin nog wel lacherig over en riep de bewakers om deze verwarde oude man mee te nemen. Maar Driskell zei dat het niet nodig was en dat hij al wel zelf het kasteel zou verlaten.

Het was nu inmiddels al drie weken geleden dat de Druïde Brarn had vervloekt. En zoals deze was Brarn in een raaf veranderd en trok hij als raaf van leen naar leen om de opdracht van de druïde uit te voeren. Het was avond en Brarn was weer zichzelf geworden, hij zat in het bos wat voor zich uit te staren. Hij had precies gedaan wat de druïde hem had opgedragen. Hij was naar verschillende lenen gevlogen, maar was ook in zijn eigen leen gebleven. Op een dag zat hij bij het raam van een van de vier herbergen van zijn eigen leen, hij kon een gesprek volgen van twee mannen die zaten te praten. “Die jonge heer van ons maakt er ook maar een zooitje van zeg. Ik heb gehoord dat zelfs de Koning er moe van begint te worden.” waarop de andere man zei: “Alles was beter toen de oude leenheer nog leefde, deze jongen denkt alleen aan zwaardvechten en daar goed in worden.”. Met tranen in zijn ravenogen had Brarn zitten luisteren en nu hij zo terug dacht aan dit gesprek moest hij eerlijk bekennen dat alles inderdaad beter was toen zijn ouders nog leefde, zonder zijn ouders wilde hij geen mens meer zijn. Brarn’s maag die rommelde, hij had honger. Toen hoorde hij het gekraai van een raaf, hij pakte zijn zwaard en dode het dier, roosterde het boven een vuurtje om het vervolgens op de eten. Hij wilde geen heer meer zijn. 

 

Dit artikel delen?
  • Hits: 36

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 
ZOEKEN?