Loading...

Schrijfwedstrijd Magie en Tovenaars

Ook heksen maken foutjes

© Cindy Hovius op . Geplaatst in Magie en Tovenaars

"Knibbel knabbel knuistje..." begin ik mijn ochtend standaard als ik wakker word. Geen idee waarom ik dat na zevenhonderd jaar nog steeds doe, het zal wel een jeugdherinnering zijn. Met een zwaai spring ik uit bed en rek me uit. Gisteren kwam mijn buurman aan de deur met de vraag of ik een drankje had dat hem wat aantrekkelijker kon maken. Zelf heb ik geen zin om mijn geheim te delen, maar ik heb gewoon 'ja' gezegd omdat ik weet hoe moeilijk je deze dagen nog aan een klus komt. Omdat ik mijn eigen drankje nog niet op heb schrik ik weer als ik in de spiegel kijk. Ik zie eruit als minstens zestig, en dat terwijl ik er gisteren nog enorm goed uitzag voor mijn leeftijd. Snel slik ik het paarse goedje door en dan loop ik naar mijn keuken. In de reflectie van het raam zie ik mijn rimpels verdwijnen en mijn haar verliest de grijze gloed weer. "Zo, da's ook weer opgelost" zeg ik tegen mijn spiegelbeeld.  
 
Die middag klop ik bij de buurman aan. Ik weet niet eens zijn naam, en hij de mijne niet. Ik ben nogal op mezelf hier, maar de mensen in de buurt weten me toch wel te vinden als de reguliere medicijnen niet werken. Hij doet meteen open, alsof hij bij de deur heeft zitten wachten. "Is het nu al klaar?" vraagt hij, terwijl hij verlekkert naar het flesje staart dat ik in mijn linkerhand heb. "Ja, het is klaar. Maar we hebben het nog niet over de prijs gehad gisteren." 
-"Mij maakt echt niet uit, zolang ik er maar weer uitzie als toen ik twintig was." Ik houd mijn lach in, want dit kan nog wel eens mijn beste klant gaan worden. Ik heb expres wat minder salamanderoog gebruikt, zodat het voor hem lijkt alsof het drankje langer werkt dan het eigenlijk doet. "Oké, dan geef ik je een speciale prijs omdat dit de eerste keer is dat je naar me toe kwam voor hulp. Vijf euro." De buurman straalt, hij heeft natuurlijk geen flauw idee of het wel werkt, maar vijf euro kan hij vandaag wel missen.  
 
Ik ben nog een twee minuten binnen of ik hoor een keihard gejuich. Ik amuseer me natuurlijk kostelijk, want ik weet dat hij er over twee dagen weer uitziet als zijn eigen zelf. Ik pak mijn boekje met spreuken erbij en zoek naar iets dat ik al lang niet meer gedaan heb. Ik mag dan wel een heks zijn, ook wij moeten regelmatig herhalen om de magie niet te verliezen. Mijn moeder zat eens twee weken in het gips met beide armen, dus die heeft geluk. Die kan nu zelfs met haar tenen iemand in een kakkerlak veranderen. Maar ik heb nog nooit iets gebroken, dus ik moet het allemaal met mijn handen doen. Terwijl ik aan het bladeren ben valt mijn oog op een briefje. Het is een heel klein briefje, zo klein dat ik het met mijn lange nagels niet op kan pakken. Ik zwaai met mijn pink en het briefje ontvouwt zich. De letters zijn zo klein dat ik toch mijn vergrootglas er maar even bij pak.  
 
"Wat het leven je ook mag brengen, stap nooit onvoorbereid door de spiegel." 
 
Wat een onzin. Alsof ik dat niet al honderd keer gedaan heb, zonder problemen. Wie heeft dat briefje hier in hemelsnaam ingestopt? Mijn moeder komt misschien eens in de vijftig jaar langs. Misschien was het mijn vader. Die vindt mijn handeltje maar één grote zwendel, ook al werken de spreuken echt. Hij is al lang geleden opgehouden met toveren omdat hij van mening is dat je mensen geen verwachtingen mag geven die je toch niet waar kan maken. Hij komt vaak langs, maar dan alleen om te praten. Hij wil mijn keuken nooit in, omdat hij dan weer in de verleiding komt. Hij is echter een meester in dingen verstoppen op plekken waar ik nooit zou zoeken. De laatste keer dat ik een opfriscursus heb gedaan is alweer vijf jaar geleden, dus hij heeft vijf jaar lang gewacht op mijn reactie. Nou, die krijgt hij lekker toch niet.  
 
In de badkamer ga ik voor de lange spiegel staan. Ik weet precies hoe ik erdoorheen moet, maar nu ben ik een beetje angstig. Wat als mijn vader wél gelijk heeft, en ik al honderd keer een fout heb gemaakt? Ach, misschien kan ik ze de honderdeneenste keer wel allemaal rechtzetten. Zonder te aarzelen stap ik erdoorheen en dan ben ik plotseling weer terug in mijn geboorteland. Hier verandert nooit iets. Op welke manier zou het gevaarlijk zijn, dan? Ik sta in een drukke straat met allemaal leuke winkeltjes. Van links en rechts komen er van allerlei soorten wezens voorbij, maar ik ken er geen één. En dan zie ik het plotseling. Ik ben er al! Ik sta al in mijn favoriete winkel met een pot met salamanderogen in mijn hand. Ieder normaal mens zou waarschijnlijk een hartaanval krijgen, ik ben alleen maar heel verbaasd. Dit is me nog nooit overkomen, dat ik mezelf al zag voordat ik binnen was. En ik koop ook precies wat ik nodig heb! Kordaat stap ik de straat over, waarbij ik bijna omver word gereden door één of andere malloot op een centaur. Dit spelletje blijft me irriteren, want waarom zou je op je vriend gaan zitten als je ook zelf benen hebt? Als ik de winkel binnenkomt kijkt Adamo me heel verbaasd aan. "Wat een toeval, jij en je spiegelbeeld tegelijkertijd in mijn winkel! Dat gebeurt anders nooit." Meteen ben ik op mijn hoede. Hoezo, gebeurt dit wel vaker dan? Hoe weet hij dat ik het niet ben, dan? En waarom heeft niemand mij hiervan ooit op de hoogte gebracht? Adamo ziet mijn angstige gezicht en hij haalt zijn schouders op. "Dat krijg je met spiegelbeelden, die gaan ook hun eigen gang." Mijn gevoel zegt me dat hij iets voor me achterhoudt. Heeft zij hier dan een heel eigen leven, en hoe kan het dat we elkaar nu kunnen spreken? Andere Ik kijkt me vriendelijk aan. "Ik wist dat je deze nodig had, want ik hoorde hoe jij die buurman van je voor de gek aan het houden was." 
-"Ik houd helemaal niemand voor de gek, ik doe gewoon mijn werk!" snauw ik. Adamo en Andere Ik wisselen een blik van verstandhouding. Ik ben zo boos dat ik de winkel uitstorm en meteen het bushokje weer in ren. Hijgend sta ik in mijn badkamer. Boos roep ik mijn vader. "PAPA, JE MOET NU TEVOORSCHIJN KOMEN!" 
 
Binnen een paar seconde gaat de deurbel. Ik loop naar de voordeur en wil al een hele tirade beginnen, maar dan staat de buurman voor de deur. Opeens ben ik weer heel trots op mijn kunsten, want hij ziet er écht goed uit. De buurman omhelst me stevig en ik weet niet waar ik mijn armen moet laten dus ik wapper maar een beetje met mijn handen. Ik moet hem nu eigenlijk vertellen dat hij er overmorgen weer oud uitziet, maar ik weet zeker dat ik hem dan teleurstel. Dan zie ik mijn vader de hoek om komen. Hij heeft zijn 'normale-mensen-kleding' weer aan en ik zie dat hij zich heel ongemakkelijk voelt. Hij kijkt lachend hoe ik aan het wachten ben tot de knuffel over is. "Zo, heb je weer iemand blij gemaakt?" vraagt hij als de buurman me eindelijk loslaat. Die schrikt zich een hoedje en krijgt een rood hoofd van schaamte. "Hoi pap, leuk dat je er bent. Dit is Finn, de buurman. Hij kwam even dankjewel zeggen." Toen ik zag hoe leuk hij er nu uit ziet herinnerde ik me opeens ook zijn naam. Finn stamelt wat woorden die mijn vader en ik allebei niet kunnen verstaan en loopt dan snel terug naar zijn eigen huis.  
 
"Je hebt me nooit vertelt dat mijn spiegelbeeld daar gewoon lekker rond kan zwerven zonder dat ik weet wat ze doet!" begin ik het gesprek. Mijn vader lacht een beetje, maar kijkt snel weer ernstig. "Ik heb wel al honderd keer vertelt dat je niet zomaar terug kan gaan zonder consequenties." Ik zucht. Dat is waar, maar mijn moeder woont daar ook en... Wacht eens even... "Gaat mijn spiegelbeeld ook op bezoek bij mama?!" ik gil nu echt hard, en al het ongedierte onder de bank schiet naar de keuken. "Ja natuurlijk, jij en je spiegelbeeld zijn misschien niet dezelfde persoon, maar je moeder is op jullie allebei gesteld." 
-"Maar waarom hebben jullie zo lang niets verteld, dan?"  
"Omdat je oud en wijs genoeg bent om zelf je keuzes te maken. Maar nu weet je het. En naar wat ik zojuist buiten aantrof weet je ook heel goed dat je het ook in deze wereld wel redt."

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief