Meedoen is gratis!
Schrijfwedstrijd Magie en Tovenaars

Inzenden van een verhaal is mogelijk van 25-2-2019 t/m 25-4-2019 (24.00 uur).

KLIK HIER
om een verhaal
in te sturen.
Uitgeverij Keytree organiseert in samenwerking met Schrijverspunt een schrijfwedstrijd. Als genre voor de schrijfwedstrijd gaan we uit van Fantasy, een genre dat zich kenmerkt door het gebruik van fictieve verhalen, verzonnen wezens en imaginaire werelden.

Als thema voor deze wedstrijd is gekozen voor: Magie en tovenaars.

De voorwaarden voor deelname zijn:

  • Deelname is mogelijk van 25-2-2019 t/m 25-4-2019 (24.00 uur) en alleen voor leden van Schrijverspunt (registratie is gratis!).
  • Verhalen dienen online geplaatst te worden op de website van Schrijverspunt. Je moet hiervoor eerst inloggen.
  • De maximale lengte is 1500 woorden.
  • Je inzending mag nog niet eerder zijn gepubliceerd, zowel op internet of in gedrukte / elektronische media.
  • Het gebruiken van een pseudoniem is toegestaan.
  • Je mag slechts eenmaal deelnemen.
  • Door deelname aan de wedstrijd verleen je Schrijverspunt toestemming om je ingezonden verhaal op de website en in de nog uit te geven bundel te publiceren.
  • Je verhaal is geschreven in de Nederlandse taal.

Wat kun je winnen?

Bij voldoende kwalitatieve inzendingen zal uitgeverij Keytree een bundel uitgeven van de beste verhalen. De redactie van Uitgeverij Keytree en Schrijverspunt bepalen welke verhalen in de bundel worden opgenomen en kiezen de winnaar. Stemmen, likes e.d.zijn welkom maar spelen geen rol in de beoordeling.

Schrijverspunt stelt een boekenpakket samen voor de winnaar. Daarnaast ontvangt de winnaar een gratis exemplaar van de uit te geven bundel.

Schrijfwedstrijd Magie en Tovenaars

De parelketting van Emma

“Tot ziens Anna, je bent van harte welkom!”

Alle leerlingen van de Lichtenbergschool pakken elk hun bezem en zwaaien vliegend boven de auto.  

Anna doet het raampje open en roept: “Ik maak er een spreekbeurt over, en dan ik wil ook graag leren vliegen!”

“Weet je wat Anna, kom maar eens een keer terug met je klas, dan kun jij aan al je vriendjes laten zien hoe je een parelketting maakt van snot en muizenkeutels!”

Anna geeft de professor een hand. Emma krijgt een stevige omhelzing en alle anderen worden begroet.

“Anna? In het vervolg geen poes meer uit de boom halen?”, zegt de professor..

“Het is niet te zien, dat het snot gemaakt is.”

Anna hoort het wel maar wijst naar de parelketting “Kijk mama! Hier zie je een de keutels zitten.”

Vol trots kijkt Anna naar de slinger. “Mag ze die zomaar meenemen?”, vragen de vader en moeder tegelijk aan Emma.

“Och lieverd, ik ben zo blij dat we je weer terug hebben. Professor heel erg bedankt.”

“Ik zat met mijn jurk vast aan een tak in de boom van de buren. Mimi zat in de boom, ik wilde haar eruit halen.”

“Waar was je dan? We hebben je overal gezocht.”

De vader en moeder kijken de professor ongeloofwaardig aan. “Dat klopt. De valk heeft haar hier naartoe gevlogen.”

“Papa! Ik heb gevlogen met de vogel!”, zegt Anne alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.

De vader en moeder van Anna kijken elkaar met een opgetrokken neus aan. De professor vertelt: “Emma kan sieraden maken van snot met muizenkeutels.”

“Het is een ketting van snot en muizenkeutels.”

De moeder tilt haar op en zegt: “Lieverd, we waren zo ongerust. Waar was je? Laat eens kijken wat heb je gemaakt?”

“Mama, mama, kijk dit heb ik gemaakt samen met Emma!”, huilend van blijdschap vliegt ze haar moeder om de hals.

Vanuit het kelderraampje ziet ze de benen van haar moeder. Ze gaat de trap af en rent het lokaal uit.

“Wauw dit is echt gaaf!” Ze bekijkt de parels van dichtbij.

“Zie je wel dat de muizenkeutels in de diamantenparels zitten?”

“O! Wauw, wat mooi.” Met open mond staat ze naar de ketting te kijken.

“Emma trekt de haak omhoog? En houdt de slinger tegen het licht.”

“Zeven, acht, negen…,tien!”

“Wauw wat een mooi gezicht”, zegt Anne met een super enthousiast gezicht.

De stoom dwarrelt over de rand van de hoge kookpot.

“Kun jij al tellen? Zullen we samen tot tien tellen?”

Moet je opletten Anna, ik gooi een streng snot in de pan en dan mag jij een schep muizenkeutels erbij gooien. Moet je opletten wat er dan gaat gebeuren.”

“De professor heeft een glazenscherm geplaatst zodat je niet in de kookpot kunt vallen. Het is hier veilig.

“Wat een stank!”, roept Anna, terwijl ze haar neus dichtknijpt. “De hond laat wel eens een scheet, maar dit is tien keer erger.” Daar moeten ze samen om lachen.

“Kom ga maar op de hoogste tree staan dan kun je goed zien wat er gebeurt. Houd je maar vast aan de leuning. Even je neus dicht Anna, dit stinkt.” Ze moeten er allebei van hoesten.

“Ja dat is mijn vader.” Als ze een lokaal binnen stappen haalt Emma een grote emmer uit de kast. Ze neemt de emmer mee de trap op.

“Dat is het huis van de burgemeester.”

Anna kijkt in het rond en weet niet wat ze ziet: “Wat is het hier mooi! Ik ben nog nooit op dit kasteel geweest.  Vanuit mijn slaapkamer kan ik het kasteel zien.” Ze gaat bij het raam staan en wijst met haar wijsvinger en zegt: “Kijk! In dat witte huis naast de kerktoren, daar woon ik.”

“Goed gedaan kinderen”, zegt de professor tegen zijn leerlingen, “ik ben trots op jullie dat jullie in zo’n korte tijd zo goed hebben leren vliegen. Ik zal de politie bellen dat wij Anna hebben gevonden.”

“Dat is goed Emma, dat is een fantastisch idee.”

“Zal ik samen met haar een ketting maken”, vraagt Emma aan Bromelia.

“Zo te zien had Anna dorst.”

“Zo zou je het wel kunnen noemen. Heb je honger, of wil je iets drinken? Kom ga maar met mij mee.” Bromelia loopt naar de keuken van het kasteel en schenkt limonade in een beker. Anna neemt het van haar aan en drinkt het in één teug  leeg.

Anna kijkt vreemd om zich heen en vraagt: “Is dit een heksenschool?”

“Poes Mimi wilde ik uit de boom halen en toen merkte ik dat ze vast zat”, zegt ze huilend en rillend. Een leerling had een deken gepakt en om haar heengeslagen. 

“Hoe komt het dat jij bent weggelopen?”

“In het dorp aan de Hoofdstraat op nummer tien.”

“Vertel eens Anna: waar woon je?”

“Anna”, zegt ze snikkend.

Bromelia ontfermt zich over het meisje en vraagt vriendelijk: “Hoe heet jij?”

Heel voorzichtig zet de valk haar op de grond. Een paar rood omrande ogen en een spierwit gezichtje kijkt angstig om zich heen.

“Professor kijk!”

Emma heeft het gehoord en zoeft alweer richting het kindje. Haar jurk is inmiddels alweer opgedroogd door de zon die hoog aan de hemel staat. In de verte horen ze een huilend geluidje aankomen. Iedereen houdt de adem vast als ze zien dat de valk het meisje met zijn klauwen aan de jurk vast heeft.

“Vraag het aan Emma, zij heeft daar een goed gevoel voor.”

“Dat is een goed idee. Als het meisje er maar niet van schrikt.”

“Ik heb de valk gestuurd, kan hij iets voor jullie betekenen?”

“Professor! We hebben het meisje gevonden. Zij zit hoog in een boom met haar jurk vast aan een tak. We kunnen haar er niet uitkrijgen.”

Net als ze zich hebben omgedraaid landen de kinderen stuk voor stuk op het plein.

Emma kijkt de professor vreemd aan. Hier had ze niet opgerekend. Het is best eng als zoveel ogen je aankijken. Ze voelt de spanning in haar buik, maar denkt gelijk aan het meisje dat ergens alleen zit te verkleumen. Door de druppen heen, die van haar haren vallen op haar gezicht, kijkt ze iedereen aan. Ze haalt diep adem en zegt: “Hallo allemaal, terwijl ik net moest schuilen voor de onweersbui, zag ik op een flyer dat er een meisje van vijf jaar wordt vermist. Ze draagt een rood jurkje, ze heeft lang blond haar en blauwe ogen”, ze kijkt de professor aan en gaat verder, “denk aan de regels, maak geen ongelukken, ik weet dat jullie het allemaal kunnen. Kom heelhuids terug. Jullie gaan in groepjes van vier vliegen, en denk erom bijelkaar blijven.” Emma krijgt een goedkeurend knikje van de professor. Alle leerlingen staan klaar om te vertrekken. De ogen van de professor worden vochtig als hij zijn leerlingen door de lucht ziet vliegen. En dat te bedenken dat ze twee weken geleden nog niet konden vliegen. De professor fluit tussen zijn tanden. Zijn mutsje waait plotseling op de grond als de valk vanachter aankomt vliegen. Hij seint de valk in om uit te kijken naar de leerlingen en ook naar het kleine meisje. De valk vliegt meteen weg, hij weet precies wat hij moet doen. De professor slaat een arm om zijn vrouw heen en zegt: “Kom Bromelia, wij gaan een kopje thee drinken.”

“Emma heeft jullie iets te vertellen.”

Hij doet het fluitje in zijn mond en nog geen tel later staan alle leerlingen van de Lichtenbergschool bij elkaar op het binnenplein.

“Dank je Emma.”

“Alstublieft professor.”

Terwijl Emma het kasteel binnen rent, zwiepen haar natte haren en de kletsnatte jurk om haar heen. Haar voetafdrukken komen op de stenen.  Ze grijpt het fluitje van het haakje in het kantoor van de professor.

Professor wrijft over z’n baard en zegt: “Haal mijn fluit maar even uit mijn kantoor, wil je dat doen?”

“Tijdens het schuilen heb ik gelezen op een flyer dat er een klein meisje wordt vermist. Zullen we haar gaan zoeken?”

“Ja Emma, wat is er?”

“De bui viel plotseling uit de lucht, ik was iets te laat om te schuilen, maar tijdens de onweersbui stond ik onder een luifel van een winkel. Professor mag ik u iets vragen?” Emma wrijft over de pijnlijke schouder.

“De landing moet in het vervolg iets rustiger Emma”, waarschuwt professor Augustinus, “ik was erg ongerust. Heb je nog kunnen schuilen tijdens de onweersbui?”

De regen striemt haar in het gezicht. Ik ga toch voor de zekerheid onder een luifel staan. Wat is dat, wat hangt daar aan de deur van de winkel? Och wat een schattig meisje! Oké, daar moet professor meer van weten. Gelukkig, het is nu weer droog. Hoe moet ik ook alweer opstijgen? O ja zo! Wauw het gaat heel goed, het gaat fantastisch. Ik zie het kasteel al. Nu moet ik nog zien te landen. Mijn voet iets naar achteren en…, bam, ai…, dat was iets te hard.

De parelketting van Emma.

Dit artikel delen?
  • Hits: 38

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 
ZOEKEN?