Meedoen is gratis!
Schrijfwedstrijd Magie en Tovenaars

Inzenden van een verhaal is mogelijk van 25-2-2019 t/m 25-4-2019 (24.00 uur).

KLIK HIER
om een verhaal
in te sturen.
Uitgeverij Keytree organiseert in samenwerking met Schrijverspunt een schrijfwedstrijd. Als genre voor de schrijfwedstrijd gaan we uit van Fantasy, een genre dat zich kenmerkt door het gebruik van fictieve verhalen, verzonnen wezens en imaginaire werelden.

Als thema voor deze wedstrijd is gekozen voor: Magie en tovenaars.

De voorwaarden voor deelname zijn:

  • Deelname is mogelijk van 25-2-2019 t/m 25-4-2019 (24.00 uur) en alleen voor leden van Schrijverspunt (registratie is gratis!).
  • Verhalen dienen online geplaatst te worden op de website van Schrijverspunt. Je moet hiervoor eerst inloggen.
  • De maximale lengte is 1500 woorden.
  • Je inzending mag nog niet eerder zijn gepubliceerd, zowel op internet of in gedrukte / elektronische media.
  • Het gebruiken van een pseudoniem is toegestaan.
  • Je mag slechts eenmaal deelnemen.
  • Door deelname aan de wedstrijd verleen je Schrijverspunt toestemming om je ingezonden verhaal op de website en in de nog uit te geven bundel te publiceren.
  • Je verhaal is geschreven in de Nederlandse taal.

Wat kun je winnen?

Bij voldoende kwalitatieve inzendingen zal uitgeverij Keytree een bundel uitgeven van de beste verhalen. De redactie van Uitgeverij Keytree en Schrijverspunt bepalen welke verhalen in de bundel worden opgenomen en kiezen de winnaar. Stemmen, likes e.d.zijn welkom maar spelen geen rol in de beoordeling.

Schrijverspunt stelt een boekenpakket samen voor de winnaar. Daarnaast ontvangt de winnaar een gratis exemplaar van de uit te geven bundel.

Hagemans vond de uitgelaten stemming in de bus wel iets weg hebben van het jaarlijkse schoolreisje. De gangmakers van de klas, Jeroen en Stefan, lieten zich steeds opnieuw joelend neerploffen in de rood fluwelen zetels. Sabine, net tien geworden, keek verrukt naar de purper getinte ramen. De twaalfjarige Denny die graag mode natekende, ging helemaal op in het gouden borduursel op het fluweel. Ze waren alweer vergeten dat de bestemming van de rit weinig reden tot vreugde gaf.

Voor Hagemans was het de eerste keer dat hij een groep moest begeleiden naar de biecht. Nadat de Nieuwe Kerk op democratische wijze aan de macht was gekomen, veranderde de maatschappij sneller dan hij kon bijbenen. Nu was er weer een nieuwe wet die het biechten verplicht stelde voor iedere jongere van zes tot zestien. Elk half jaar en onder toezicht van de scholen. Het moreel verval onder de jeugd moest in de kiem worden gesmoord.

Hagemans had zo zijn bedenkingen bij de combinatie van dwang en het opbiechten van zonden. Maar zijn bezwaren hield hij wijselijk voor zich. Wie het waagde kritiek te uiten werd op een moderne manier aan de schandpaal genageld. In de digitale handen van de Nieuwe Kerk had het gezegde ‘iemands doopceel lichten’ een nieuwe, vlijmscherpe betekenis gekregen.

De instructies op zijn polscomputer waren uiterst summier. Er kwam een bus voorrijden zonder chauffeur. Hij was verantwoordelijk voor alle personen op zijn lijst. Op die dag en op dat tijdstip. Sinds de balpen de strijd met het toetsenbord had verloren, gold ‘kortaf’ als de gangbare schrijfstijl. Door het contrast werkte de afsluiter haast vertederend: ‘Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen wit worden als wol.

De bus stopte bij een immens hoge vierkante toren. Hagemans zag er op toe dat niemand in het voertuig achterbleef en stapte zelf als laatste in het felle zonlicht.

Zonder aansporing gingen de kinderen dicht bij elkaar staan, alsof ze bescherming zochten in een groep. Muisstil keken ze omhoog naar de verblindend witte zuil. In het scherpe licht leek de top samen te smelten met de hemel. Er was geen raam te bekennen. Alle aandacht ging uit naar een metershoog kruisbeeld dat zo te zien van goud was. De zon liet de doornenkroon fonkelen boven het smartelijk gelaat van Jezus Christus.

Inge, de jongste van zijn klas, doorbrak de stilte en vroeg op fluistertoon, ‘Is die man vastgeprikt met nagels door zijn handen?’

Tijd voor een antwoord was er niet want Hagemans kreeg een nieuw bericht binnen: ‘Uw klas is toegewezen aan biechtlokaal 37 waar 20 cabines zijn. Elke cabine heeft een biechtcomputer. U moet er over 15 minuten zijn.

De commanderende toon was precies de reden waarom hij zijn polscomputer ook wel de nieuwe ‘slavenarmband’ noemde.

In de centrale hal werd het profiel van Hagemans herkend en een lift liet geruisloos haar deuren open glijden. De hele groep paste er met gemak in. Uit het plafond van de lift daalde een fijne nevel neer met de flauwe geur van gewijd water. Tijdens de snelle opwaartse tocht, die een raar gevoel gaf in de maagstreek, kringelde een sliertje wierook uit een van de wanden.

Hagemans voelde in zijn rechterarm een bijna vergeten reflex. Als klein jongetje moest hij elke zondag bij de ingang van de kerk zijn vingers dopen in een stenen bakje met wijwater. De verplichte tikjes tegen voorhoofd, borst en beide schouders. Hij ontspande zijn vingers en schudde zijn hand om de herinnering kwijt te raken.

De liftdeuren gingen open en zonder overgang stonden ze in een licht overgoten, cirkelvormige ruimte. In het midden stond een platte, ronde sofa van rood fluweel met gouden biezen. Hagemans ging voor en alle kinderen namen plaats, netjes op een rij. Ze keken vanzelf naar de haarfijne omtrekken van de witte deuren die haast opgingen in de even witte muur. Op elke deur blonk een gouden crucifix. Twintig op een rij.

Hagemans ontving een nieuwe opdracht: ‘Spreek de volgende tekst hardop uit.’ Zonder na te denken begon hij voor te lezen.

‘Je mag alleen je onderbroek aanhouden in de cabine. Leg alles, ook brillen en polscomputer, achter je op de bank. Binnen zeg je eerst je naam. Daarna geef je antwoord op alle vragen. Als je helemaal niets zegt, krijg je straf.’

Hagemans keek nog of er stond welke straf. Maar ineens ging alles snel. De kinderen vertrouwden hem. Fluks ontdeden ze zich van kleding en andere zaken. Met een reeks van zachte klikjes sprongen alle deuren open. Elke cabine wenkte met een gouden gloed. Trots liep Jeroen als eerste naar binnen en Stefan liet niet lang op zich wachten.

Achter elkaar kozen alle kinderen als gewillige schapen een eigen cel. Deur na deur sloot zich met een zucht. Voor hij het goed en wel besefte zat Hagemans in zijn eentje op de grote bank, in het stralende licht, omringd door kleurige kinderspullen en een akelige stilte. Een bericht lichtte op. Hij kon niet geloven wat hij las.

In elke cabine was een leugendetector ingebouwd die contact maakte met het lichaam. Als iemand loog of onzin vertelde, volgde een korte stroomstoot. Hetzelfde gebeurde bij hardnekkig zwijgen. Voor elke oprecht opgebiechte zonde kreeg men strafpunten. Het totaal aantal punten bepaalde het voltage van de stroomschok die als boetedoening meteen werd toegediend.

Hagemans wist niet wat hij anders kon doen dan berusten. Alleen met zijn gedachten verloor hij elk besef van tijd.

De klik van de eerste deur die openging klonk als een pistoolschot. Naar buiten kwam Tim, een magere jongen die altijd al een beetje in zichzelf gekeerd was. Hij zag krijtwit en staarde in het niets. Hagemans stak een hand uit maar Tim schrok en weerde hem af. Hij snakte naar adem en barste in tranen uit. Zijn hele lijf schokte van de losgelaten spanning.

Steeds opnieuw opende zich een deur en de ruimte vulde zich met een chaotisch tumult.

Gelukkig had niet iedereen een pijnlijke ervaring achter de rug. Sabine huppelde glimlachend naar de bank en begon zich aan te kleden alsof er niets was gebeurd. Jeroen keek boos en vastberaden alsof hij wilde zeggen, ‘zo gemakkelijk krijg je mij niet klein’.

De kinderen die ongedeerd waren gebleven, bekommerden zich om de anderen die huilden of verdwaasd zaten te kijken. Hagemans was zelf te overstuur om hulp te kunnen bieden. Verslagen keek hij toe terwijl de kinderen elkaar moed inspraken en troost boden. Ze reikten kleding en schoenen aan of legden een arm om de schouder.

Na enige tijd zat iedereen weer aangekleed op de bank en waren de meeste kinderen tot bedaren gekomen. Een paar snotterden nog wat na. Hagemans kreeg het bericht door dat zijn groep aan de biechtplicht had voldaan. De liftdeuren gingen open en opgelucht verlieten ze het vertrek.

Pas in de bus telde Hagemans zijn groep. En nog eens. Hij voelde zijn hart overslaan en werd misselijk. Denny was er niet bij. In paniek rende hij op de deur af die voor zijn ogen dicht ging. De bus begon te rijden.

De hele terugweg, achter purper getinte ramen en zittend op rood fluweel, probeerde Hagemans een zonde te bedenken die zo onvergeeflijk was dat een twaalfjarige er de doodstraf voor kreeg.

Dit artikel delen?
Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 
Teksten en afbeeldingen van deze website mogen alleen met schriftelijke toestemming gebruikt worden. © Schrijverspunt 2019
https://www.lekkerboek.nl/sitemap