Meedoen is gratis!
Schrijfwedstrijd Magie en Tovenaars

Inzenden van een verhaal is mogelijk van 25-2-2019 t/m 25-4-2019 (24.00 uur).

KLIK HIER
om een verhaal
in te sturen.
Uitgeverij Keytree organiseert in samenwerking met Schrijverspunt een schrijfwedstrijd. Als genre voor de schrijfwedstrijd gaan we uit van Fantasy, een genre dat zich kenmerkt door het gebruik van fictieve verhalen, verzonnen wezens en imaginaire werelden.

Als thema voor deze wedstrijd is gekozen voor: Magie en tovenaars.

De voorwaarden voor deelname zijn:

  • Deelname is mogelijk van 25-2-2019 t/m 25-4-2019 (24.00 uur) en alleen voor leden van Schrijverspunt (registratie is gratis!).
  • Verhalen dienen online geplaatst te worden op de website van Schrijverspunt. Je moet hiervoor eerst inloggen.
  • De maximale lengte is 1500 woorden.
  • Je inzending mag nog niet eerder zijn gepubliceerd, zowel op internet of in gedrukte / elektronische media.
  • Het gebruiken van een pseudoniem is toegestaan.
  • Je mag slechts eenmaal deelnemen.
  • Door deelname aan de wedstrijd verleen je Schrijverspunt toestemming om je ingezonden verhaal op de website en in de nog uit te geven bundel te publiceren.
  • Je verhaal is geschreven in de Nederlandse taal.

Wat kun je winnen?

Bij voldoende kwalitatieve inzendingen zal uitgeverij Keytree een bundel uitgeven van de beste verhalen. De redactie van Uitgeverij Keytree en Schrijverspunt bepalen welke verhalen in de bundel worden opgenomen en kiezen de winnaar. Stemmen, likes e.d.zijn welkom maar spelen geen rol in de beoordeling.

Schrijverspunt stelt een boekenpakket samen voor de winnaar. Daarnaast ontvangt de winnaar een gratis exemplaar van de uit te geven bundel.

Onder het neerdalende stof en gruis na de klap, bewoog niets. Alles wat restte na het doven van de vuurstorm was de stilte van de dood. Waar een ogenblik geleden nog de strijdbare stemmen van tovermeesters en hun hulpjes had geklonken en magie de lucht gevuld. Vanaf gepaste afstand aanschouwde D’goan het resultaat van zijn laatste bezwering. Verbijsterd staarde de zwarte magiër naar zijn handen, draaide ze opengesperd rond. Ongelofelijk. Hij wist hoezeer zijn macht gegroeid was, maar dat hij de witte cirkel zo eenvoudig zou vernietigen? Niemand had toch kunnen vermoeden dat de oude meester, Gindreon en zijn kring van tovermeesters zich zo zouden verrassen. Het besef van zijn macht deed de man even duizelen. Zijn gedachten gingen terug naar een dag, lang geleden. D’goan had wanhopig voor hen gestaan, smekend hem op te nemen in hun kring. Ze hadden hem uitgelachen en weg gestuurd, hadden zijn gave bespot. Waarmee hem geen andere keuze had gerest dan te kiezen voor de zijde van de zwarte magie. In de duisternis die hij sindsdien had betreden, was zijn macht gegroeid.

Nu hij eindelijk de wraak had waarop hij al die jaren op had gewacht, moest D’goan zeker weten dat de oude meester dood was. In gedachten gleden zijn ogen over het slagveld. Ah, daar zag hij de man al liggen. Zijn grijze haren verwildert en verschroeit om hem heen. Zijn gewaad niet langer smetteloos wit, maar geschroeid en besmeurd. Plots zag de zwarte magiër beweging tussen de doden. Vlakbij het lijk van Gindreon. Onwillekeurig spreidden zijn zilverkleurige ogen zich. Leefde er nog iemand? Het meisje kwam rillerig overeind. Ze moest zo’n jaar of zeventien zijn, dacht D’goan, terwijl hij zijn lange, zwarte haar uit zijn gezicht wreef. Afwezig bestudeerde hij haar. Ondanks haar prille leeftijd, was ze al een mooie vrouw aan het worden, met haar lange, blonde lokken en mooie welvingen. Ze staarde hem met felle, blauwe ogen aan. Vluchtig gebruikte hij zijn gave om haar aura af te tasten. Ze bezat de gave ook, al was die zeer zwak bij haar. ‘Wat een dwaze speling van het lot, dat al die machtige mannen dood zijn en zo’n zwak meisje als jij nog leeft,’ fluisterde D’goan. De man spreidde zijn rechterhand en een vlam verscheen, om net zo snel weer te verdwijnen. Waarom zou hij zijn energie verspillen aan een onbeduidend persoontje. Met een smalende grijns op zijn gelaat, wende hij zich van haar af en vertrok. Tijd voor veranderingen. Eenzaam tussen de doden, bleef het meisje achter. Het beeld vervaagde.

De herinnering aan die dag verdringend, staarde Launora de man voor hem ijzig aan. Ze kon nauwelijks geloven dat ze hem eindelijk onder ogen was gekomen. D’goan. Het haar van de zwarte magiër was weliswaar iets gaan grijzer, maar verder leek hij in die negentien jaar niet verandert te zijn. Ontstemd keek de magiër haar aan. ‘Zou je niet eens aan de kant gaan, vrouwtje?’ siste hij neerbuigend. Onbewogen keek ze hem recht in de ogen . D’goan ervoer een sensatie die hij lange tijd niet had ervaren, nervositeit. Hij kon zich niet herinneren wanneer de laatste keer was dat iemand hem in de ogen had durven kijken en dan leek deze vrouw ook nog eens recht in zijn ziel te kunnen kijken. Strengt schudde hij het gevoel van zich af. Geagiteerd knarste hij met zijn tanden en wilde haar ruwweg aan de kant duwen, maar opeens zag hij het. ‘Het onbeduidende meisje.’ Ze had zich vlakbij Gindreon bevonden destijds. Dat was de laatste keer geweest dat iemand hem in de ogen keek, ze had net zo fel gekeken als nu. Eindelijk legde hij de link tussen dit meisje en de tovermeester. Momenten van stilte verstreken. Toen grijnsde D’goan vals. ‘Wat is er meisje? Ben je nog steeds boos omdat ik de oude meester heb gedood? Voel je jezelf nu sterk genoeg om wraak te komen nemen?’ Hij tastte haar aura af en bemerkte met een kille glimlach dat haar gave nauwelijks was gegroeid in die jaren. ‘Gindreon? Nee…’ ze schudde walgend haar hoofd.

Herinneringen aan de ellende van de jaren die achter haar lagen, likten aan Launora geest. Het kostte moeite om zich te focussen. Hoeveel onschuldigen waren er zonder proces gestorven, sinds de witte cirkel was gedood? Zonder veel poespas had D’goan de macht gegrepen en sindsdien regeerde hij met ijzeren hand over het land. Iedere pasgeborene met de gave, had hij persoonlijk gedood. Iedereen die ook maar openlijk durfde te twijfelen aan zijn leiderschap, was zonder meer geëxecuteerd. Het land ging gebukt onder armoede, honger en vooral angst. En dan de verhalen over al die onschuldige jongedames die hij gevangen hield in zijn paleis. Zoveel ellende, zoveel leed had deze man veroorzaakt. Opeens voelde ze de smart die zovelen hadden gevoeld. Zijn valse lach bracht haar ineens volledig in het hier en nu terug. Intenser dan ooit keek ze hem in de ogen. Zijn angstaanjagende zilveren ogen.

‘Nee,’ siste Launora, ‘hij is niet meer belangrijk. Het is tijd om de prijs te betalen voor het leed dat je het volk hebt berokkend.’ Vermaakt staarde D’goan de vrouw tegenover hem aan. ‘De prijs betalen? Gaat zo’n zwak vrouwtje als jij daar voor zorgen?’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Je bent onbeduidend.’ Ze opende haar mond om hem van repliek te bedienen, maar kreeg die kans niet. Razendsnel tekende hij een web in de lucht en ontketende een vuurstorm, waar de vrouw in verdween. Een simpele vuurbal was wellicht genoeg geweest, maar D’goan wilde een voorbeeld stellen. De mensen moesten weten dat de magiër niet met zich liet sollen. Plots begon hij onhoudbaar te schateren. Hij lachte zo hard, dat hij met moeite zijn evenwicht wist te bewaren. De tranen liepen over zijn wangen. Wat had dit vrouwtje nu gedacht? Wat had die waardeloze…

Vanuit de vlammenzee boorde een dunne, witblauwe vuurstraal en zicht recht door D’goans’ hart. Heel even bewoog niets of niemand zich. Toen staarde hij vol ongeloof naar het gat in zijn borst, waar nu bloed begon te stromen. Hoe? De blonde vrouw kwam naar hem toe. ‘Maar hoe? Jij bent zo zwak. Hoe..?’ Ze glimlachte minzaam. ‘Inderdaad, zo zwak. Dat zwakke vrouwtje, maar weet je wat het leuke is aan mijn gave? Mijn gave is dat ik magie kan verhullen.’ Dit snapte D’goan niet. Verhullen? Waarom zou je magie willen… Zijn blik viel op de jongedame schuin achter Launora. Ze was het evenbeeld van haar moeder, met een lichte zweem van haar vader. 'Had Gindreon een dochter?’ fluisterde de zwarte magiër verlamt. Ze schudde haar hoofd. ‘Toen hij stierf nog niet. Mijn lieve Zehea zat toen nog veilig in mijn buik.’ Onmogelijk, dacht D’goan. Hij had de magie van het kind moeten voelen. Hij kon haar waanzinnige macht heel duidelijk voelen nu. De kracht ervan deed hem duizelen, maakte hem misselijk. Hij begreep het nu. ‘Jij verborg haar voor me…. Die dag.’
‘Dat klopt, zij beschermde me met het krachtveld, dat ze toen al kon optrekken ter bescherming en ik beschermde haar door haar magie af te schermen. Het is maar nietig, mijn gave. Nauwelijks gegroeid sindsdien, maar die van mijn dochter heb je net gevoeld.’

Even kon D’goan een glimlach niet onderdrukken. Haar dochter was tevens het kind van de oude man. Dat verklaarde de haat waarmee deze vrouw de naam van de oude meester had uitgesproken. ‘Dus de oude Gindreon had ook zijn geheimpjes.’ Launora reageerde niet op zijn gelach. ‘Kom je, Zehea? Er wacht een nieuwe morgen.’ De twee draaiden zich om en liepen aan. Terwijl de magier stervend op de grond zakte, kon Launora voor het eerst in jaren echt genieten van de zon op haar gezicht.

Dit artikel delen?

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 
Teksten en afbeeldingen van deze website mogen alleen met schriftelijke toestemming gebruikt worden. © Schrijverspunt 2019
https://www.lekkerboek.nl/sitemap