Meedoen is gratis!
Schrijfwedstrijd Magie en Tovenaars

Inzenden van een verhaal is mogelijk van 25-2-2019 t/m 25-4-2019 (24.00 uur).

KLIK HIER
om een verhaal
in te sturen.
Uitgeverij Keytree organiseert in samenwerking met Schrijverspunt een schrijfwedstrijd. Als genre voor de schrijfwedstrijd gaan we uit van Fantasy, een genre dat zich kenmerkt door het gebruik van fictieve verhalen, verzonnen wezens en imaginaire werelden.

Als thema voor deze wedstrijd is gekozen voor: Magie en tovenaars.

De voorwaarden voor deelname zijn:

  • Deelname is mogelijk van 25-2-2019 t/m 25-4-2019 (24.00 uur) en alleen voor leden van Schrijverspunt (registratie is gratis!).
  • Verhalen dienen online geplaatst te worden op de website van Schrijverspunt. Je moet hiervoor eerst inloggen.
  • De maximale lengte is 1500 woorden.
  • Je inzending mag nog niet eerder zijn gepubliceerd, zowel op internet of in gedrukte / elektronische media.
  • Het gebruiken van een pseudoniem is toegestaan.
  • Je mag slechts eenmaal deelnemen.
  • Door deelname aan de wedstrijd verleen je Schrijverspunt toestemming om je ingezonden verhaal op de website en in de nog uit te geven bundel te publiceren.
  • Je verhaal is geschreven in de Nederlandse taal.

Wat kun je winnen?

Bij voldoende kwalitatieve inzendingen zal uitgeverij Keytree een bundel uitgeven van de beste verhalen. De redactie van Uitgeverij Keytree en Schrijverspunt bepalen welke verhalen in de bundel worden opgenomen en kiezen de winnaar. Stemmen, likes e.d.zijn welkom maar spelen geen rol in de beoordeling.

Schrijverspunt stelt een boekenpakket samen voor de winnaar. Daarnaast ontvangt de winnaar een gratis exemplaar van de uit te geven bundel.

‘Vierennegentig…vijfennegentig…’ De glibberige grijze treden van de vochtige natuurstenen wenteltrap soppen koud aan haar voeten. Het belletje van het gulden kettinkje aan haar rechterenkel rinkelt lieflijk bij elke tred. In haar hand heeft ze een boek met een kaft van sierlijke bladgouden bloemen. Het is verzegeld met een klein slotje. Ze heeft geen idee wat er in het boek staat. Haar zachte feeënstemmetje galmt angstig in de schemerige toren. ‘Honderddertien…honderdveertien…’ In de verte hoort ze waterdruppels druipen. Ze heeft haar lange half transparante nachtjapon enkele decimeters opgetild om hem niet te bevuilen met modder en stof. Spinnenwebben draperen de muren als maagdelijke sluiers. Af en toe wuift ze rillend enkele spinnengordijnen weg die haar het schrale zicht ontnemen. Honderdvijfenzestig. Het getal flitst steeds door haar hoofd. Nog vijftien treden. Ze zoekt alvast naar een deur in de draaiing, maar raakt paniekerig als ze alleen koude grijze stenen ziet.

         ‘Honderdvijfenzestig,’ hijgt ze kreunend. Ze kijkt wanhopig naar de kale muur. Geen enkele aanwijzing dat zich hier een deur bevindt. Ze hoort naderend gehijg achter zich. Angstig begint ze tegen de koude muur te slaan. ‘Laat me binnen alsjeblieft!’ Huilend laat ze haar voorhoofd zacht tegen de muur vallen. De smaragd in haar hoofdkettinkje begint te gloeien. De muur kraakt onheilspellend en splinters steen spatten er rinkelend vanaf. Een diepe groef in de vorm van een deur begint zich schrapend af te tekenen. Madelon kijkt verbaasd op, maar haar frons verruilt zich al ras voor een glimlach op haar lieftallige gezicht. De naderende voetstappen worden versterkt door een grommend gesmak. Angstig duwt ze uit alle macht tegen de kleffe muur, die zich uiteindelijk met een schurend geluid opent.

         De ruimte is behaaglijk warm. Aan de ronde muur hangen acht fakkels die de stenen zaal volledig verlichten. Een zoetige geur bedwelmt haar lichtelijk en ze voelt zich er al gauw heerlijk loom door. De muur valt achter haar dicht, precies in de uitsparing. ‘Veilig,’ denkt ze en ze kijkt rond in de bijzondere kamer. In het midden staat een enorme eikenhouten tafel die volledig vol staat met allerhande glaasjes en potjes. Er borrelen vloeistoffen in, die rustig bruisend koken op dansende gekleurde vlammen. Tussen twee smalle zuilen ziet ze een manshoge spiegel. Met langzame schreden loopt ze ernaartoe. Ze is blij verrast van de schoonheid die ze gadeslaat. Ze brengt haar handen voor haar mond en slaakt een kirrend kreetje van genoegen. ‘Ben ik dit?’ jubelt ze giechelend.

Twee aquamarijn blauwe irissen in prachtig grote amandelvormige ogen staan pronkend in het jonge gelaat. Haar konen kleuren zacht roze als een pas ontloken roos die went aan de eerste stralen van het ochtendgloren. Ze lacht genietend en bemerkt hoe haar volle lippen glimlachend een verliefd gevoel bij haar opwekken. Langzaam verkent ze haar lichaam strelend en kijkt hoe prachtig rond en vertederend haar vormen zijn. Dartel draait ze een paar rondjes, waarbij haar grof gekrulde lange haren zwierig en wuft als blonde golven mee deinen. Uiteindelijk landen ze strelend op haar ranke bovenlichaam. Ze ruiken naar verse zoete bloemen en schitteren goudkleurig op in het fakkellicht.

‘Bevalt het je wat je ziet?’

Madelon schrikt op en kijkt om zich heen. Gegeneerd houdt ze haar haren als scherm voor haar borsten en het vergulde boek preuts voor haar kruis. Ze ziet hoe haar gestalte in de spiegel donkerder en groter wordt. De witte japon wordt langzaam grijs en uiteindelijk matzwart. Haar haren veranderen in een capuchon die doorloopt in haar nachtgewaad. Ze kan haar gezicht op twee duistere ogen na niet meer zien. Ze gilt het uit van schrik als de persoon plotsklaps uit de spiegel stapt. Die sluit zich vervolgens geluidloos door op te gaan in de muur.

‘Alstublieft, doe me geen kwaad,’ grient ze smekend.

‘Je hoeft niet bang te zijn, je bent hier veilig.’ De stem van de man is warm en diep. Bijna vaderlijk. Madelon ontdooit zienderogen. Ze kijkt hem aan met een geïntrigeerde blik.

‘Wie bent u?’ vraagt ze verlegen.

De mysterieuze man trekt een smalle stok uit de mouw van zijn zwarte pij en draait er met een soepele polsbeweging rondjes mee.

‘Niet iedereen heeft een verhaal, Madelon. Een verhaal begint met een kiem. Soms slechts één woord.’

Madelon ziet hoe de lucht aan de punt van de stok langzaam sliertig wordt.

‘De woorden vormen zich langzaam tot zinnen.’

Lange draden lucht binden zich wollig aan het uiteinde. De man blijft onverminderd doordraaien. Madelon kijkt gebiologeerd toe.

‘De zinnen worden alinea’s en op het eind heb je een prachtig weefsel van woorden die volledig met elkaar zijn verbonden. Voor jou: een suikerspin…’

Madelon neemt de grote zachtroze suikerspin gretig aan.

‘…of een tunnelwebspin,’ zegt de man onheilspellend.

Met een enorme gil laat Madelon de suikerspin vallen als ze ziet hoe een grote zwarte harige spin er langzaam wroetend uit tevoorschijn komt. Het geheel lost onmiddellijk op in de vloer.

‘Waarom deed u dat?’ vraagt ze boos. ‘Ik ben als de dood voor spinnen!’

‘Dat deed ik niet. Ik denk dat je het nog niet helemaal begrijpt.’

‘Wat valt er te begrijpen? U heeft die heerlijke suikerspin voor mij verpest,’ zegt ze beteuterd. En ik houd nog wel zo van suikerspinnen…hé, hoe wist u dat eigenlijk?’

‘Heb je nog steeds geen idee waar je bent?’ vraagt hij, terwijl hij een dampend paars drankje van de brander neemt.

‘Waarschijnlijk droom ik,’ zegt ze somber. ‘Alles is nep.’

‘Alles is zo echt als je maar wilt. Je bent in de Bovenkamer; de machtigste plek voor jou op aarde. Van hieruit heb je kansen om jouw wereld te regeren, alleen benut je ze nog niet. Hier, drink dit op, dan zal ik je laten zien wat ik bedoel.’

Madelon neemt de kolf met de dampende vloeistof aarzelend in haar hand en zet het glas aan haar lippen. Het ruikt naar een bloemenveld in de lente. Ze neemt een flinke teug. De smaak is onbeschrijflijk lekker en ze voelt zich heerlijk licht worden. De stenen uit de grijze muur klappen scharnierend als luiken aan elke voeg open en vervormen zich tot grote gekleurde vlinders. Ze fladderen harmonisch achter elkaar richting de hoogstaande middagzon. De vloer verandert in gras dat zacht aan haar voeten kietelt. De fakkels groeien aan tot grote populieren die ritselend wuiven in de strelende lentebries. Achter de bomen ziet ze de prachtigste kleuren van een weids bloemenveld dat haar een serenade van geuren geeft.

Madelon spreidt haar armen en snuift de frisse geuren in met haar ogen dicht. Als ze haar ogen weer opent, is ze weer terug in de schemerige toren. Ze kijkt naar de kolf. Het laatste beetje vloeistof erin is helder en transparant.

‘Gewoon ordinair water. Drink het, sluit je ogen en beschrijf wat je zag in je gedachten.’

Ze geeft met een glimlach een gedetailleerde beschrijving van haar belevenis. Ze gaat er zo in op dat ze de beelden weer levendig voor haar ziet. Ze voelt het boek dat ze nog steeds in haar hand draagt, gloeien. Bij elk woord dat ze spreekt, hoort en voelt ze ook een vreemd soort gekras, alsof iemand erin schrijft. Het kietelt plezierig in haar handpalmen.          De man houdt een klein gulden sleuteltje voor haar ogen en duwt het vervolgens in het slotje.

‘Lees maar wat erin staat,’ zegt hij met een knipoog.

Madelon schrikt van verbazing als ze haar woorden in haar eigen handschrift terugleest. Ze kijkt de man overbluft aan.

‘Het woord regeert, niet het geld en zeker niet het wapen. Jouw innerlijke schoonheid is je nieuwe uiterlijk geworden. Maar niet alleen dat; er is nog meer. Jouw woorden hebben het vermogen om mensen te helen en valse ideeën om te buigen. Alles wat je schrijft, zullen mensen als een film voor zich zien. Jij zal ze sturen als een gids in de diepste nacht en ze doen inzien wat hun intenties tot gevolg hebben.’

‘Maar er zijn toch meer mensen die verhalen schrijven?’ vraagt Madelon laconiek.

‘Die mensen hebben geen gouden ganzenveer,’ antwoordt de man. Op dat moment dwarrelt er een gulden veer neer op het geopende boek. ‘Als je ermee in het boek schrijft, kun je er mensen mee sturen. Ze worden willoos en volgen jouw plot. Maar gebruik de veer niet voor eigen gewin, want dan gaat hij zich tegen je keren. Het vergt enige oefening, dus stel je doelen niet te hoog in het begin.’

Madelon knikt begrijpend en instemmend. Ze voelt zich oppermachtig en wil niets liever dan lekker wegdromen om haar verhalen te vormen en ermee mensen gelukkig maken.

‘Ga nu je weg terug via de trap, waarlangs je gekomen bent. Als het je lukt om Gorgel met de ganzenveer te verslaan, ben je klaar voor je taak.’

De muur opent zich weer en Madelon rent zelfverzekerd en wellustig van macht naar buiten met de veer in de aanslag. Met een monsterlijke brul zet Gorgel zijn klauwen in de frêle deerne. Na enkele kreten wordt het stil.

De man schudt zuchtend zijn hoofd. ‘Shit.’

-EINDE-

Dit artikel delen?

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 
Teksten en afbeeldingen van deze website mogen alleen met schriftelijke toestemming gebruikt worden. © Schrijverspunt 2019
https://www.lekkerboek.nl/sitemap