Meedoen is gratis!
Schrijfwedstrijd Magie en Tovenaars

Inzenden van een verhaal is mogelijk van 25-2-2019 t/m 25-4-2019 (24.00 uur).

KLIK HIER
om een verhaal
in te sturen.
Uitgeverij Keytree organiseert in samenwerking met Schrijverspunt een schrijfwedstrijd. Als genre voor de schrijfwedstrijd gaan we uit van Fantasy, een genre dat zich kenmerkt door het gebruik van fictieve verhalen, verzonnen wezens en imaginaire werelden.

Als thema voor deze wedstrijd is gekozen voor: Magie en tovenaars.

De voorwaarden voor deelname zijn:

  • Deelname is mogelijk van 25-2-2019 t/m 25-4-2019 (24.00 uur) en alleen voor leden van Schrijverspunt (registratie is gratis!).
  • Verhalen dienen online geplaatst te worden op de website van Schrijverspunt. Je moet hiervoor eerst inloggen.
  • De maximale lengte is 1500 woorden.
  • Je inzending mag nog niet eerder zijn gepubliceerd, zowel op internet of in gedrukte / elektronische media.
  • Het gebruiken van een pseudoniem is toegestaan.
  • Je mag slechts eenmaal deelnemen.
  • Door deelname aan de wedstrijd verleen je Schrijverspunt toestemming om je ingezonden verhaal op de website en in de nog uit te geven bundel te publiceren.
  • Je verhaal is geschreven in de Nederlandse taal.

Wat kun je winnen?

Bij voldoende kwalitatieve inzendingen zal uitgeverij Keytree een bundel uitgeven van de beste verhalen. De redactie van Uitgeverij Keytree en Schrijverspunt bepalen welke verhalen in de bundel worden opgenomen en kiezen de winnaar. Stemmen, likes e.d.zijn welkom maar spelen geen rol in de beoordeling.

Schrijverspunt stelt een boekenpakket samen voor de winnaar. Daarnaast ontvangt de winnaar een gratis exemplaar van de uit te geven bundel.

Hij kwam fier als een stijve pik de herberg binnen, maar ik kon hem niet direct thuisbrengen. Na het zien van de haan was mijn aandacht immers onmiddellijk afgeleid door de kippetjes die hem zo talrijk omringden. Pas toen ik flarden van conversaties rondom mij opving, begon het me te dagen wie zojuist het etablissement was komen binnenwaaien: niemand minder dan Justinus Houtmeer, rijzende ster aan het firmament der tovenaars.

Wat troubadours over hem zongen, was duidelijk niet gelogen; aan groupies had hij geen tekort. Ik had me zijn gezicht natuurlijk moeten herinneren, maar het geheugen van een oude vos als ik laat wel vaker een steekje vallen. Eenmaal ik hem met iets meer aandacht gadesloeg, herkende ik hem uiteraard van de vele aanplakbiljetten in de stad.

Je kon dit weekend geen stap buiten zetten, of je struikelde over een heks of tovenaar. Dat had alles te maken met de Grote Wereld van Magie, een luidruchtig circus dat elk jaar in de hoofdstad neerstreek. Het evenement werd aangeprezen als “een conferentie voor en door professionals in de toverkunst.” De organisatoren waren door het dolle heen dat ze dit jaar Justinus Houtmeer als eregast en top-act hadden kunnen strikken. Zijn sleuteltoespraak vormde de aftrap van “een week vol interessante spreekbeurten, boeiende werkwinkels, en veel meer” —zo werd geadverteerd. Mij kon het niet boeien, maar ik wist dat duizenden ambtsbroeders en -zusters aan Justinus’ lippen zouden hangen tijdens de voorstelling van zijn nieuwste bestseller: “Magie Vandaag!”

Tovenaars en heksen van mijn generatie zagen dit schouwspel met lede ogen aan. Wat had dit nog te maken met magie? Er was niets magisch aan! Dit was puur en plat geldgewin. In mijn tijd waren ingewijden in de nobele toverkunst geen spektakelmakers. Toen ik slaagde voor mijn tovenaarsproef en toetrad tot de orde der tovenaars, koos ik voor een anoniem bestaan. Ik ging aan de slag als gezant van de hoge raad voor magie en reisde incognito de wereld rond samen met mijn trouwe ezeltje. Op de leeftijd van Justinus Houtmeer had ik al meer magie in mijn pink dan hij in zijn hele lichaam.

“Tover iets voor ons,” kirden de kippetjes rondom hem, “Toe, laat eens wat zien.”
Justinus lachte hen toe en antwoordde: “Omdat jullie het zo lief vragen.”

Hij keek de herberg rond op zoek naar een gewillig slachtoffer. Tot mijn afgrijzen bleven zijn ogen op mij rusten. Hij haalde zijn toverstaf boven en richtte die op mij met de toverspreuk: “Ovomita!”

Onmiddellijk voelde ik iets in mijn keelgat naar boven komen. Lichtjes kokhalzend haalde ik een ei uit mijn mond. Het was het soort spreuk waar leerling-tovenaars elkaar als puber mee pestten. Een volwassen tovenaar die deze spreuk gebruikte, was het equivalent van een dronken oom die zijn neefjes probeert wijs te maken dat hij kan toveren door kwartjes uit hun oor te halen. Ik baalde stierlijk.

“Ovomita! Ovomita!” herhaalde Justinus nog twee keer, waardoor ik tegen wil en dank nog twee eieren produceerde. Ik legde ze naast elkaar op tafel en deed alsof ik naar mijn hart tastte. Ik greep in mijn binnenzak mijn toverstaf vast en fluisterde zo goed als onhoorbaar: “Ova excludunt!”

De eitjes braken terstond open. Er kwamen drie schattige vogeltjes uit hun schaal tevoorschijn. Justinus keek verbaasd op, maar toen de kippetjes uit zijn entourage in hun handen klapten en juichten, besloot hij te doen alsof het allemaal zo bedoeld was.

Ik draaide de toverstaf in mijn binnenzak een halve draai in klokwijzerzin, daarna een kwart draai terug terwijl ik stilletjes de woorden “mutatio figura” prevelde. Ik hoefde geen boosheid te veinzen. Ik stond recht, haalde mijn getransformeerde toverstaf boven en riep —nu met luide stem: “Vicenas expectabo!”

Dat was een uitstelspreuk uit lang vervlogen tijden die een bevriende heks me ooit had geleerd. Justinus herkende de spreuk niet en keek verschrikt om zich heen, niet goed wetend wat te verwachten. Ik gooide er meteen een “Asinus vobiscum” tegenaan. Dat was, net als “Ovomita”, een spreuk waarmee leerling-tovenaars elkaar de duivel aandeden. Je kon er iemand —heel tijdelijk— mee in een ezel veranderen.

Toen er niets gebeurde, schoot Justinus in de lach. “Ik zie het al,” zei hij smalend, “Opa hier heeft op de markt een speelgoedtoverstokje gekocht. Nu denkt hij dat hij ook kan toveren.”

Zijn gezelschap bulderde mee. Een paar meisjes hadden er moeite mee dat hun idool zo de draak stak met een oude man, maar de groepsdruk was hen te sterk, net als Justinus’ charmes.

Ik deed alsof ik verslagen was en beende de herberg uit.

De volgende dag schoof ik aan voor de sleuteltoespraak van Justinus —de keynote zoals dat tegenwoordig heet. Bij de spell-controle aan de ingang legde ik mijn toverstaf in een bakje. De veiligheidsheks floot toen ze hem zag.

“Die zie je ook niet vaak meer,” zei ze, “die is vast een fortuin waard.”
“Zo worden ze niet meer gemaakt,” bevestigde ik impliciet haar vermoeden.
De betovering die hem een kleine twintig uur geleden in een goedkoop speelgoedprul had veranderd, was gelukkig maar van heel korte duur geweest.

De heks nam mijn toverstaf uit het bakje, stopte hem in een doorzichtig hoesje, en sprak er een bezwering over uit waardoor ik mijn staf het komende uur niet zou kunnen gebruiken voor toverkunst.
“Het spijt me,” verontschuldigde de heks zich, “maar veiligheid gaat voor alles!”
Ik onderdrukte de neiging om een opmerking te maken zoals “Als je wil weten wat ik zoal met mijn staf vermag, kunnen we misschien straks samen iets gaan drinken.”

De tijden waren veranderd. De opkomst van de Uitlegkruisje-Ik-Ook beweging had aan ouderwetse romantiek de doodsteek gegeven. Mannen op leeftijd die flirtten, waren niet meer in trek. Ik stak stilzwijgend mijn ingepakte toverstaf in mijn binnenzak en ging door een poortje dat groen oplichtte: ik was magie-vrij.

Ik liet me door de massa naar het openluchttheater meedrijven en bedacht hoezeer ik dit soort toestanden haatte. Waarom deed ik dit? Had ik wel juist geteld? Mijn uitstelspreuk was ingesteld op twintig uur. Nu kwam het er op aan een klein beetje geluk te hebben.
“Timing is everything” zeiden ze over de grote plas. Dat deed me eraan denken dat ik vergeten was eerst nog vlug even naar het toilet te gaan. Verdorie!

Ik wurmde me tussen het jonge volk tot ik een plaatsje vond vanwaar ik een goed zicht had op het podium. Er was een voorprogramma bezig waarin de nieuwste poedertjes en drankjes werden aangeprezen. Niemand had er aandacht voor; iedereen wachtte op Justinus. De tijd tikte weg, maar de organisatie was feilloos. Een paar minuten voor Justinus zou opkomen, hitsten jonge, knappe tovenaars en dito, hippe heksen het publiek op. De massa begon enthousiast te scanderen.

“Jus-ti-nus! Jus-ti-nus!” klonk het oorverdovend overal om me heen.

Daar was hij dan. Hij liep van de ene naar de andere kant van het podium. Onderweg maakte hij diepe buigingen naar het publiek dat nog meer werd opgezweept. Vervolgens ging hij naar het midden van het podium en nam de spreekbuis vast. Ik keek naar het uur; nu zou het gaan gebeuren.

“Welkom, welkom! Welkom op de Grote Wereld van de Magie-aaaaah!”
Justinus klopte even op de spreekbuis. Waar kwam die rare klank vandaan?
“Ik ben blij jullie in zo’n groten getale aanwezig te zien hie-aaaaar!”
Weer die klank. Justinus krabde achter zijn oor. Wat jeukte daar toch zo? Hij greep nu ook zijn andere oor vast. Voelde hij dat goed? Had hij werkelijk ezelsoren gekregen?
“Wat is er met mij ie-aaaaan de hand?” riep hij verschrikt.
Zijn handen veranderden in hoeven; achteraan kwam een ezelsstaart vanonder zijn toga piepen. Mijn “Asinus vobiscum” spreuk begon te werken. De betovering kon met een eenvoudige “Non mecum” verbroken worden, maar Justinus was zo in paniek dat hij daar helemaal niet aan dacht. Hij balkte van schrik: “Ie-aaaaah, ie-aaaaah, ie-aaaaah!”
Niemand begreep wat hij bedoelde; ik lachte in mijn vuistje.

Justinus vluchtte eerloos de coulissen in. Even later kwam iemand van de organisatie melden dat Justinus Houtmeer plotseling onwel was geworden, en dat zijn optreden helaas geannuleerd werd. Iedereen werd vriendelijk verzocht het openluchttheater te verlaten.

Er was teleurstelling alom, maar het vee gehoorzaamde gedwee; het theater stroomde leeg.
Ik besloot nog even te blijven hangen om wat na te genieten. Tot mijn verrassing tikte iemand me op de rug. Het was de heks van de veiligheidsbalie: “Jij bent die tovenaar met die mooie staf, niet?”
“Ik ben heel trots op mijn staf,” antwoordde ik, “maar ik schep er niet graag mee op.”
“Dat is jammer,” zei de heks, “nu die praalhans van een Justinus van het toneel is verdwenen, zit mijn dienst erop. Ik vroeg me af ik je staf eens van naderbij kon bekijken in een iets rustiger omgeving.”
“Als je het zo stelt,” bloosde ik, “dan zeg ik geen nee.”

Gelukkig voor een oude vos als ik, zijn er ook nog heksen met een goede smaak.

Dit artikel delen?

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 
Teksten en afbeeldingen van deze website mogen alleen met schriftelijke toestemming gebruikt worden. © Schrijverspunt 2019
https://www.lekkerboek.nl/sitemap